Tweeëntwintigste week. Zaterdag
9. Het geloof van Maria
-Zaterdag, een dag die van ouds is toegewijd aan de verering
van Maria. Wekelijkse gelegenheid om haar deugden te overwegen. -De
gehoorzaamheid van het geloof. -Het geloofsleven van de heilige Maria.
9.1 Honderden
jaren hebben christenen 's zaterdags speciale aandacht gegeven aan Maria.
Door de geschiedenis heen en ook in onze tijden hebben theologen en
geestelijken enkele van de redenen uitgelegd die deze devotie bijzonder gepast
maken. Zo schrijft de heilige Petrus van Damascus dat zaterdagen de afronding
van Gods scheppingswerk in herinnering roepen. Op de zevende dag rustte God, en
Maria is degene in wie, «door het mysterie van de Menswording, God voor
zichzelf een heilige rustplaats maakte».1
Zaterdag, de Sabbat onder de Oude Wet, is ook een
vooruitlopen op de Dag des Heren, een symbool en teken van de hemel. Christus,
verrezen uit de doden, is de poort naar het eeuwige leven in de hemel; en de
heilige Maagd is onze weg naar Jezus, net zoals ze voor Hem de weg was om in de
wereld te komen.2
Ook de heilige Thomas wijst erop dat de zaterdag toegewijd is aan Maria, want «op die dag hield zij
vertrouwen in het mysterie van Christus na zijn dood».3 Hoe dan ook, wij christenen hebben een speciale dag
nodig om Maria te eren en haar op bijzondere wijze onze liefde te tonen.
Daarom zijn er sinds de oudste tijden 's zaterdags mariale
devoties gehouden in kerken, kapellen en heiligdommen over de hele wereld. Veel
christenen spannen zich in om de heilige Maagd op deze dag op speciale manier
te eren. Sommigen kiezen een geliefd schietgebed dat ze de hele dag door vaak
herhalen. Anderen brengen een bezoek aan een zieke, of aan een arm gezin, of
aan iemand die eenzaam is of lijdt, ter ere van de Koningin des Hemels. Weer
anderen bezoeken een kerk of heiligdom dat aan haar is toegewijd, of proberen
extra oplettend te zijn bij het bidden van de rozenkrans, het Angelus of het
Weesgegroet.
Er zijn veel goede Mariadevoties. Het is niet nodig ze
allemaal te beoefenen. Maar «hij, die niet op enigerlei wijze zijn liefde tot
Maria bewijst door tenminste een van deze devoties te beoefenen, [bezit] niet
de volheid van het christelijk geloof [...].
»Degenen, die de devoties tot de Allerheiligste Maagd als
verouderd beschouwen, hebben alle begrip verloren voor de diep christelijke
betekenis die ze hebben; zij zijn de bron, waaruit ze zijn ontstaan, vergeten,
namelijk het geloof in de verlossende wil van God de Vader; de liefde tot God
de Zoon, die werkelijk mens werd, geboren uit een vrouw; het vertrouwen in God
de Heilige Geest, die ons heiligt met zijn genade.»4
«Als jij Maria zoekt, zul je noodzakelijkerwijs Jezus
ontmoeten en -telkens met grotere diepgang- leren wat er in het hart van God
is.»5 Laten we bekijken hoe ons eigen leven deze
oude christelijke praktijk van bijzondere devotie tot Maria op zaterdag, weerspiegelt.
9.2 Op
deze zaterdag kunnen we misschien het grote geloof van Maria beschouwen, een
deugd waarin zij boven elk schepsel uitstijgt. Zelfs voordat de engel haar
aankondigde dat zij de Moeder van God zou worden, mediteerde Maria over de
Schriften; zij zou er de diepste betekenis van ontdekken, zoals niemand ooit
eerder gedaan had. Haar begrip, vrij van de gevolgen van de zonde, werd
verlicht door het geloof en door de volheid van Gods genade. In dit licht en
met de hulp van de gaven van de Heilige Geest was Maria in staat om de diepten
van de Messiaanse profetieën te doorgronden. Ze verlangde naar de komst van de
Verlosser, en haar indringende gebed was een echo van het voortdurend smeken
van alle aartsvaders en het volk van Israël door de geschiedenis heen. Maar
haar gebed beviel God meer dan dat van hen, want het kwam voort uit een hart
zonder zonde en vol geloof en hoop. Met haar vurige verzoek prees zij God
vollediger dan heel de rest van de schepping gedaan had.
De Heilige Drieëenheid keek met een bijzonder welgevallen
naar Maria. Toen de volheid van de tijd gekomen was, en de engelen van de hemel
toekeken, groette haar de boodschapper van God: Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u.6 De heilige Lucas verhaalt dat Maria, toen zij de
groet van de engel hoorde, schrok
van dat woord en zich afvroeg, wat die groet toch wel kon betekenen.7
Maria bood geen weerstand en legde geen beperkingen op aan de
vervulling van de wil van God. Zij stelde zich helemaal open voor wat God ook
maar van haar zou willen. God had de heilige Maagd voorbereid op haar speciale
taak door haar te vervullen van zijn genade. Nu, bij de openbaring van haar
speciale roeping, begint het zaad dat God op zulke goede grond gezaaid had,
vrucht te dragen door Maria's instemmen: fiat mihi secundum verbum tuum.
«Inderdaad vertrouwde Maria zich bij de aankondiging volledig
toe aan God, met 'volledige onderwerping van intellect en wil' (Dei Verbum, 5),
blijk gevend van 'de gehoorzaamheid van het geloof' tegenover Hem die tot haar
sprak via zijn boodschapper. Zij antwoordde daarom met heel haar menselijke en
vrouwelijke 'ik', en dit antwoord van geloof hield zowel volmaakte samenwerking
met 'Gods genade die voorafgaat en bijstaat' in als volmaakte openheid voor de
werking van de Heilige Geest, die 'door zijn gaven voortdurend geloof tot
vervolmaking brengt'.»8 De Aankondiging bracht
de vervulling mee van alles wat er in het hart van Maria was. «Maar het is ook
het vertrekpunt waarvandaan haar hele 'reis naar God' begint, haar hele
pelgrimstocht van geloof.»9
De meest directe consequentie van het geloof van Maria is
haar volledige gehoorzaamheid aan Gods plan. En deze overweging kan ons helpen
onszelf te onderzoeken, om te zien of ons geloof ons ertoe brengt haar
gehoorzaamheid na te volgen -of we echt in alles, onvoorwaardelijk, Gods wil
willen volbrengen... verlangend wat God wil, wanneer Hij het wil en op welke
manier Hij het wil.
We kunnen ons speciaal afvragen hoe we de gewone
moeilijkheden van alledag aanvaarden -ziekte, die we zouden moeten liefhebben
als ze komt; pijn en verdriet; een onvoorziene wijziging van onze plannen; het
mislukken van een project; kortom, alles wat niet strookt met onze eigen
verlangens. Laten we overwegen of succes zowel als mislukking, vreugde zowel
als lijden, ons ertoe brengen te groeien in heiligheid in plaats van een
afstand te scheppen tussen onszelf en de Heer.
9.3 Het
leven van Maria was niet eenvoudig. Ze moest worstelen met beproevingen en
moeilijkheden; maar haar geloof overwon alle hindernissen en nam met elke
overwinning toe in sterkte. «Als een moeder onderricht zij; en net als bij een
moeder zijn haar lessen niet opzienbarend. Om te begrijpen wat zij ons wil
laten zien, niet zozeer door beloften als wel door daden, is het nodig dat onze
ziel een basis aan fijnzinnigheid en een minimum aan fijngevoeligheid bezit.
»Leermeesteres van het geloof. Zalig zij die geloofd heeft, zo begroet haar
nicht Elisabeth haar, wanneer Onze Lieve Vrouw de bergen overtrekt om haar te
bezoeken. De akte van geloof van Maria moet iets geweldigs geweest zijn: Zie de dienstmaagd des Heren, mij
geschiede naar uw woord. Bij de geboorte van haar Zoon beschouwt
zij de grootse dingen van God hier op aarde: er is een koor van engelen en
zowel de herders als de machtigen der aarde komen het Kind aanbidden.
Vervolgens echter moet de heilige Familie naar Egypte vluchten om te ontsnappen
aan de misdadige plannen van Herodes. Daarna heerst er stilte: dertig lange
jaren van eenvoudig en gewoon leven, zoals dat van zoveel gezinnen in een klein
dorpje in Galilea.»10
Het geloof van Maria straalt stil in de jaren waarin zij in
Nazareth woont. De Zoon die haar geboren wordt, is een kind dat opgroeit en
zich ontwikkelt als iedere andere mens. Hij leert lopen, spreken, werken. Toch
weet ze dat dit kind de Zoon van God is, de langverwachte Messias. Ze weet dat
de hulpeloze in haar armen de Almachtige is; dat die eerste stamelende woorden
uitgesproken worden door Hem die oneindige Wijsheid is; en dat zijn
kinderspelletjes, en later zijn werk als jongen en jongeman, werken van de
Schepper van hemel en aarde zijn.
De heilige Maagd keek met liefde naar haar Zoon als haar kind
en met eerbied naar Hem als haar God. Haar geloof straalde in de alledaagse
gebeurtenissen van haar leven. Haar gebedsleven groeide in intensiteit door
haar innigheid met Jezus; en zo was zij in staat een bovennatuurlijke betekenis
te verlenen aan alle gebeurtenissen van haar leven, en aan «het meest
onaanzienlijke werk, dat wat velen ten onrechte voor waardeloos en van geen
belang achten: het werk van iedere dag, de kleine attenties voor de mensen van
wie wij houden, gesprekken met en bezoeken aan verwanten en vrienden».11
Het geloof van Maria bereikt zijn hoogtepunt iuxta crucem Iesu -aan de
voet van het kruis. Daar volbracht zij stil Gods wil met het feit van haar
aanwezigheid, en gaf zij blijk van de helderheid en schittering en standvastigheid
van het geloof in haar hart.12
Maria's hele leven is geleefd in de gehoorzaamheid van het
geloof. Als we haar beschouwen, kunnen we begrijpen hoe «geloven betekent 'zich
overgeven aan' de waarheid van het woord van de levende God, wetend en nederig
erkennend 'hoe onnaspeurlijk zijn oordelen zijn en hoe ondoorgrondelijk zijn
wegen'. Maria, mag men zeggen, staat door de eeuwige wil van de Allerhoogste
helemaal in het centrum van deze 'ondoorgrondelijke wegen' en 'onnaspeurlijke
oordelen', past zich daaraan aan in het schemerlicht van het geloof, en
aanvaardt alles wat in het goddelijke plan beschikt is, volledig en met een bereidwillig
hart.»13
«Het ontbreekt ons aan geloof. Op de dag waarop wij die
deugd beleven -vol vertrouwen op God en zijn moeder- zullen wij dapper en trouw
zijn. God, die de eeuwige God is, zal wonderen door onze handen verrichten.
Geef mij, o Jezus, dat geloof, waarnaar ik echt verlang.
Moeder en Vrouwe, allerheiligste Maria, maak dat ik geloof»14, laat mij kijken naar alle gebeurtenissen van mijn
leven met een oprecht, onwrikbaar en werkzaam geloof.
-1. H. Petrus Damianus, Opusculum 33, De bono suffragiorum,
PL 145,566. -2. Vgl. G. Roschini, De Moeder van God, Madrid.
-3. H. Thomas van Aquino, Over de tien geboden. -4. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 142. -5. Idem, De Smidse, 661. -6. Lc 1,28. -7. Lc 1,29. -8.
Johannes
Paulus ii, Enc. Redemptoris Mater, 13. -9. Ibidem,14. -10. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 284. -11. Idem, Als Christus nu langs komt, 148. -12. Vgl. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 58. -13. Johannes Paulus ii, Enc.
Redemptoris Mater,
14. -14. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 235.
|