5 januari
43. HET GELOOF VAN DE WIJZEN UIT HET OOSTEN
-Standvastigheid
in het geloof. Menselijk opzicht, gemakzucht, gehechtheid aan de aardse
goederen overwinnen om de Heer te zoeken. -Geloof en volgzaamheid in momenten
van duisternis en verwarring. Hulp accepteren. -De Heer naderen is het enige
belangrijke dat telt in ons leven.
43.1 Toen
dan Jezus te Bethlehem in Juda geboren was ten tijde van koning Herodes, kwamen
er te Jeruzalem Wijzen uit het Oosten.1 Zij
hadden een ster gezien en door een bijzondere genade van God wisten zij, dat
deze de geboorte van de Messias aankondigde die door het Joodse volk verwacht
werd.
God maakte van hun activiteiten -het bestuderen van de
sterren- gebruik om hun zijn wil te openbaren. «God riep hen door dat, waar zij
het meest vertrouwd mee waren en toonde hun een grote en prachtige ster om hun
aandacht te vestigen op zijn eigen grootheid en schoonheid.»2 Hoe kwam het, dat zij nauwkeurig wisten, waar het
over ging? Dat is ons niet bekend, maar zij wisten het en gingen op weg. Zij
ontvingen vast en zeker een bijzondere inspiratie van God die wilde, dat zij in
Bethlehem aanwezig zouden zijn zoals aangekondigd door de profeet Jesaja: Sla
uw ogen op en zie om u heen... uw zonen komen aan uit de verte.3 Zij waren de eersten van hen die later, in alle
eeuwen, van overal, zouden komen. En zij beantwoordden die genade getrouw.
Familie, gemak en bezittingen lieten zij achter. Het moet hun niet makkelijk
gevallen zijn uit te leggen wat hen tot deze reis bewoog. Zij namen,
waarschijnlijk zonder uitvoerige verklaringen, het beste dat zij bezaten mee om
ten geschenke aan te bieden.
En zij gingen op reis om
God te aanbidden. De reis moet wel lang en lastig geweest zijn. Zonder
aarzeling echter gingen zij voort. Zij waren vastbesloten mannen, zonder last
van menselijk opzicht. Wij leren van hen hoe wij naar Jezus moeten gaan: alles
terzijde laten wat ons van de goede weg kan afhouden of onze tocht kan
vertragen. Soms kunnen wij -in wat betrekking heeft op het eerlijk en
liefderijk volgen van Jezus- opgehouden worden door de vrees voor 'wat ze er
wel van zullen zeggen', door de vrees voor het vooroordeel dat ons gedrag
extreem of overdreven zou zijn. Je zult zien, dat deze mannen, wier feest wij in familiekring met zoveel blijdschap vieren,
een les in dapperheid geven, een les om geen rekening te houden met het
menselijk opzicht, waardoor heel wat mensen verlamd zijn die al veel dichter
bij Hem hadden kunnen zijn door met Hem te leven.
Wij hebben ook in de
intimiteit van ons hart de ster gezien die ons uitnodigt tot onthechting van de
dingen waaraan wij gehecht zijn en tot strijd tegen het menselijk opzicht dat
ons verhindert Jezus te bereiken. «Zie met welk een fijngevoeligheid de Heer
ons uitnodigt. Hij spreekt met menselijke woorden, als een verliefde: Ik heb
u geroepen bij uw naam: gij zijt van Mij (Jes 43,1). God die de schoonheid
is, de grootsheid en de wijsheid, die zegt ons, dat wij van Hem zijn, dat Hij
ons uitverkoren heeft om zijn oneindige liefde aan te bieden. Om dit heerlijk
geschenk, dat de Voorzienigheid ons heeft toevertrouwd, niet te verspillen, is
een sterk geloofsleven vereist. Vereist is een geloof als dat van de drie
Koningen: de overtuiging dat noch de woestijn, noch noodweer, noch de rust van
de oasen ons kunnen verhinderen het eeuwige Bethlehem te bereiken, het
uiteindelijke leven met God.»4
Van alle mensen die de
ster zagen, ontdekten alleen de Wijzen uit het Oosten de diepe betekenis ervan.
Zij alleen begrepen wat voor de anderen niet meer was dan een wonderlijk
verschijnsel aan het uitspansel. Niettemin is het mogelijk, dat anderen
dezelfde bijzondere genade van God ontvingen, maar er niet aan beantwoordden.
Wat een drama voor hen.
Laten wij met de Kerk
bidden tot God onze Vader: Heer, die de Wijzen uit het Oosten verlicht hebt
en hen op weg hebt doen gaan om uw Zoon te aanbidden, verlicht ons geloof en
aanvaard het offer van ons gebed.5
43.2 «De weg
van het geloof is een weg van offer. De christelijke roeping neemt ons niet weg
van onze plaats, maar eist van ons dat wij alles verlaten wat de liefde tot God
in de weg staat. Het opkomende licht is slechts het begin. Wij moeten dat licht
volgen als wij willen dat het schijnsel voor ons een ster wordt, ja de zon
zelf.»6 De tocht van de Wijzen ging
langs slechte wegen, zij moesten op weinig comfortabele plaatsen slapen... maar
de ster wees hun de weg en duidde hun de zin van hun leven. De ster is hun een
vreugde bij het trekken en herinnerde hen elk ogenblik eraan, dat het de moeite
waard is een of ander ongemak of gevaar te doorstaan met het doel Jezus te
zien. Dat is, wat telt. Offers worden blijmoedig en met blijdschap gebracht als
het doel de moeite waard is.
Toen zij echter in
Jeruzalem aankwamen, moesten zij het zonder hun geleide-ster doen. De ster
verdween en zij wisten niet meer in welke richting zij verder moesten. Wat
deden zij toen? Zij gingen het vragen aan iemand die het moest weten: Waar is
de pasgeboren koning der Joden? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien
en zijn gekomen om Hem hulde te brengen.7 Wij kunnen van deze wijze en heilige
mannen een lesje leren. Wij bevinden ons soms in duisternis, zonder te weten
hoe wij verder moeten, omdat wij in plaats van
het licht van de wil van God te zoeken ons leven verdoen met het licht
van onze eigen grillen, dat ons misschien langs makkelijker paden voert. Heel
vaak in ons leven volgen wij niet de wil van God, maar onze eigen zin en
verlangens, ons gemak en onze lafheid. Wij zijn niet gewend naar boven te
kijken, naar de ster. Integendeel, wij hebben de gewoonte ons bij te lichten
met onze eigen lamp, die maar weinig licht geeft, een duister licht, een licht
dat ons beperkt tot de grenzen van ons eigen egoïsme. De Wijzen stellen vragen,
omdat zij het licht willen volgen dat God hun geeft, ook al wijst het hun
steile en moeilijke wegen. Zij willen niet hun eigen licht volgen dat hen langs
schijnbaar aantrekkelijker en rustiger wegen zou voeren, maar waarlangs zij
Jezus niet zouden vinden. Nu zij de ster kwijt zijn, doen zij alles wat in hun
vermogen ligt om de grot van Bethlehem te bereiken. Bij Jezus aankomen is het echt belangrijke. Heel ons leven is een weg naar Jezus. Het is een weg die wij gaan in het
licht van het geloof. En het geloof zal ons, als het nodig is, doen vragen en
ons leiding doen aanvaarden, ons volgzaam doen zijn.
«Wij christenen hebben het
echter niet nodig bij een Herodes of de wijzen van deze wereld te rade te gaan.
Want Christus heeft zijn Kerk de veilige leer en de genadestroom van de
sacramenten gegeven. Hij heeft het zo beschikt, dat er mensen zijn die ons de
weg wijzen, ons leiden en ons voortdurend aan de juiste weg herinneren [...].
»Laat ik u een raad geven:
Mocht u ooit het heldere licht verliezen, neem dan altijd uw toevlucht tot de
goede herder [...]. Ga naar de priester die om u bezorgd is, die van u een vast
geloof, een fijngevoelig hart en echte christelijke standvastigheid verlangt.
In de Kerk is ieder volkomen vrij te biechten bij om 't even welke priester,
die de nodige volmacht heeft. Maar een gelovige, die de juiste lijn volgt, zal,
omdat hij vrij kan kiezen, naar die priester gaan die hij als een goede herder
kent en die hem kan helpen om de blik te verheffen, opdat hij opnieuw de ster
van de Heer boven zich ziet.»8
De drie Wijzen vonden de
ster die hun wees waar de Heer was, weer terug, omdat zij de adviezen en
aanwijzingen volgden van hen die in die episode door God voorbestemd waren om
hun de weg te wijzen. Ons geloof zal heel vaak bestaan uit volgzaamheid,
nederigheid zich te laten helpen middels geestelijke leiding door iemand van
wie wij weten, dat hij in concreto een goede herder is.
43.3 Het
nieuws van de Wijzen uit het Oosten moet als een lopend vuurtje door Jeruzalem
gegaan zijn, van deur naar deur, van huis tot huis. In veel goede Israëlieten
zal de verwachting van de Messias weer verlevendigd zijn. Zij zullen zich
afgevraagd hebben of Hij misschien al gekomen was. Anderen, zoals Herodes zelf,
zullen het nieuws op een heel andere manier opgenomen hebben, hoewel zij meer
ontwikkeld waren, meer kennis bezaten, omdat zij innerlijk niet bereid waren om
de geboorte van de koning der Joden te aanvaarden.
Jezus, dezelfde als het
Kind dat geboren was in Bethlehem in Juda, verkeert voortdurend aan onze zijde;
zoals Hij bij de Wijzen verkeerde en het pad van Herodes kruiste. Er zijn twee
houdingen tegenover de Heer: Hem aanvaarden waarna al het zijne van ons is; of
Hem afwijzen, stilzwijgend aan Hem voorbijgaan, ons leven inrichten alsof Hij
niet bestond. Er zijn er ook die verkiezen Hem te bestrijden; dat deed Herodes.
Wij willen net als de drie
Koningen naar Jezus toe gaan, ook al moeten wij daarvoor de dingen opgeven die
anderen zo op prijs stellen, of een tegenvaller incasseren om de weg die naar
Bethlehem leidt te kunnen vervolgen. Elk voornemen dat wij maken om Christus te
volgen, is als een klein licht dat gaat schijnen. De tijd, volharding ondanks
moeilijkheden, telkens en telkens weer opnieuw beginnen, zullen wat als een
kleine flikkering begon, omvormen tot een groot licht. Dat licht zal helderheid
verschaffen aan anderen die ook onderweg zijn op zoek naar Christus. «Terwijl
de Wijzen in Perzië waren, zagen zij alleen maar een ster, maar toen zij hun
vaderland verlieten zagen zij de Zon der gerechtigheid Zelf.»9
Vandaag, aan de vooravond
van het hoogfeest van de Openbaring des Heren, zouden wij in de intimiteit van
ons hart kunnen vragen: waarom laat ik vaak toe, dat mijn leven de duistere
lichten van mijn grillen, mijn vrees, mijn gemakzucht volgt? Waarom omgeef ik
mij niet altijd met het licht van het evangelie waarin ik mijn ster en mijn
toekomst van geluk vind? Waarom doe ik niet een stap voorwaarts en laat ik mijn
mogelijke geestelijke middelmatigheid achter mij? Jesaja zegt ons, dat alle
mensen geroepen zijn om van verre te komen naar de ontmoeting met de Heiland.10 De Heer zegt ons ook -misschien voelt iemand
van ons zich geestelijk niet zo dicht bij Jezus als zou moeten- dat wij in het
bijzonder op deze dag zijn uitgenodigd. Laten wij op weg gaan. Met de liturgie
van deze dagen11 vragen
wij de Heer dat Hij ons zo sterkt in het geloof, ons een zo stevig geloof
verleent, dat wij de beloofde heerlijkheid eenmaal zullen bereiken. Vlak naast
Jezus, als altijd, zullen wij Maria aantreffen.
-1. Mt 2,1.
-2. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën
over Matteüs, 6,3. -3. Jes 60,4. -4. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt,
32. -5. Gebed uit de Vespers van Driekoningen. -6. H. Jozefmaria Escrivá, o.c.,
33. -7. Mt 2,2. -8. H. Jozefmaria
Escrivá, o.c., 34. -9. H.
Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 6. -10. Jes
60,4. -11. Gebed uit de Mis van de donderdag voor Driekoningen.
|