Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vierentwintigste week. Maandag

22. HET GELOOF VAN een HONDERDMAN

-Nederigheid, noodzakelijke voorwaarde om te kunnen geloven. -De groei van het geloof. -Nederigheid om te volharden in het geloof.

22.1 We kunnen ons voorstellen dat het voorval dat verteld wordt in het evangelie van vandaag, plaatshad in de late namiddag. Nadat Hij zijn prediking voor de dag had beëindigd, ging onze Heer de stad Kafarnaüm binnen. Twee oudsten van de joodse gemeenschap kwamen naar Jezus toe namens een Romeinse honderdman die een zieke knecht had aan wie hem veel gelegen was.1 Deze niet-joodse officier wordt aan ons voorgesteld als een man van grote rechtschapenheid. Hij is iemand die weet hoe hij anderen moet leiden, want hij zegt tegen een soldaat 'ga' en hij gaat, en tot een ander 'kom' en hij komt. Tegelijkertijd heeft hij een groot hart. Hij weet hoe hij moet zorgen voor de mensen in zijn omgeving, zoals deze zieke knecht. Hij is een grootmoedig man. Hij doet alles wat in zijn vermogen ligt om zijn knecht te helpen. Hij had op eigen kosten de plaatselijke synagoge laten bouwen ofschoon hij zelf geen jood was. De oudsten brengen het onder de aandacht van Jezus: Hij verdient, dat Gij hem deze gunst bewijst, want hij houdt van ons volk.

De meest treffende karaktertrek van deze honderdman is zijn nederigheid. Toen Jezus op weg was naar het huis van de honderdman, zond deze een boodschapper die zei: Heer, doe geen verdere moeite; ik ben niet waard dat Gij onder mijn dak komt. Daarom meende ik ook er geen aanspraak op te mogen maken persoonlijk naar U toe te komen. Maar één woord van U is voldoende om mijn knecht te doen genezen.

Dit geloof en deze nederigheid verrassen Jezus. Toen Jezus dit hoorde, stond Hij verwonderd over hem. Hij keerde zich om en zei tot het volk dat Hem volgde: 'Ik zeg u: zelfs in Israël heb Ik zo'n groot geloof niet gevonden'.

Nederigheid is de noodzakelijke voorwaarde om tot geloof, om dichtbij Christus te komen. Deze deugd is de smalle weg die voert tot geloof en tot groei in het bovennatuurlijke leven. Nederigheid leert ons Jezus te begrijpen. In zijn uitleg van dit verhaal merkt de heilige Augustinus op, dat nederigheid diende als de deur waardoor de Heer het leven van deze rechtvaardige man wilde binnenkomen.2

Laten wij vandaag de Heer om die oprechte nederigheid vragen die ons dichter bij Christus zal brengen. «Jij vertrouwde me toe, dat jij in je gebed je hart opende voor de Heer met de volgende woorden: ?Ik overweeg wat voor stuk ellende ik ben wat, ondanks uw genade, erger lijkt te worden; natuurlijk doordat ik tekort schiet in het beantwoorden aan die genade. Ik erken, dat er in mij geen enkele voorbereiding is voor het karwei dat Gij van mij vraagt. En wanneer ik in de kranten lees, dat zo ontzettend veel mensen van aanzien, begaafde mensen, rijke mensen spreken en schrijven en in de weer zijn om uw Rijk te verdedigen..., kijk ik naar mijzelf en vind ik zo helemaal niets; ik ben zo onwetend, zo armoedig, kortom: zo klein..., dat ik vervuld zou raken van verwarring en schaamte, als ik niet wist, dat Gij mij bemint, zoals ik ben. Ach Jezus. Aan de andere kant weet Gij goed, hoe ik, uit volle overtuiging, mijn ambities aan uw voeten heb gelegd... Geloof en Liefde: Beminnen, Geloven, Lijden. Daarin wil ik wel rijk en wijs zijn, maar niet wijzer en niet rijker dan Gij het, in uw grenzeloze Barmhartigheid, beschikt hebt: want al mijn aanzien en eer dien ik aan te wenden in het getrouw vervullen van uw allerrechtvaardigste en allerbeminnelijkste Wil.?»3

22.2 Ik zeg u, zelfs in Israël heb Ik zo'n geloof niet gevonden. Wat een ongelooflijk compliment! Hoezeer moet de Heer door hem zijn verrast, dat Hij deze woorden uit! Laten wij vandaag nadenken over de kwaliteit van ons eigen geloof en Jezus vragen ons de genade te geven om het dagelijks te laten groeien. De heilige Augustinus zei: geloof is «Deo credere, Deum credere, in Deum credere.»4 'Deo credere' betekent: geloven dat wat God zegt, waar is; zo geloven we ook een mens, terwijl wij niet geloven 'in' een mens. 'Deum credere' betekent: geloven dat Hij God is. 'In Deum credere' betekent: gelovend liefhebben, gelovend naar Hem toegaan, gelovend Hem vasthouden en bij zijn ledematen gevoegd worden. Voortgang in het geloof is geloven in deze drie opzichten. Om in God te geloven hebben we een oprecht verlangen nodig naar leerstellige vorming. Hoe staat het met onze belangstelling om God en zijn openbaring beter te kennen door middel van geestelijke lezing, studie enzovoort.? Ons verlangen om God beter te kennen wordt ook duidelijk in onze trouw aan de geopenbaarde waarheid zoals deze door de Kerk wordt verkondigd.

Om in God te geloven moeten we groeien in onze persoonlijke vriendschap met Hem. We moeten met God omgaan op een dagelijkse basis van liefdevol gebed. We moeten Hem ontmoeten in de dagelijkse Mis. We moeten Hem vinden in onze successen en onze mislukkingen. Geloof in God brengt ons ertoe Hem dichtbij te zien in ons dagelijkse leven.5

In God zelf te geloven is de bekroning van de twee andere geloofsaspecten. Dit is de liefde die het oprechte geloof met zich meebrengt. «God, ik geloof in U en ik heb U lief. Ik sprak met U als met een vriend, niet een vreemdeling. Het is onmogelijk U te leren kennen en U niet lief te hebben. Hij die U liefheeft weet dat hij moet worstelen om zich met uw wil te vereenzelvigen.»6

22.3 Toen de mensen, die gestuurd waren, in huis terugkeerden, vonden zij de knecht weer gezond.

Alle wonderen die Jezus tot stand bracht, waren blijken van zijn liefhebbend en medelijdend hart. Hij heeft nooit een wonder verricht dat iemand pijn deed. Ook verrichtte Hij nooit een wonder als doel-op-zich. Wij zien Hem honger lijden en Hij vraagt niet om brood. Bij Jakobs bron heeft Hij dorst en Hij vraagt de Samaritaanse vrouw Hem te drinken te geven.7 Als Herodes om een teken vraagt, blijft Hij zwijgen. Het doel van de wonderen is, dat er mensen in Hem zullen geloven, opdat zij mogen geloven dat Gij mij gezonden hebt.8 Hij verandert de lichamelijke werken van barmhartigheid in middelen voor geestelijke groei. Daarom had de genezing van de knecht als doel de honderdman dichter bij de Heer te brengen. We mogen aannemen dat hij een van de eerste niet-joden was die vroeg om het doopsel na het Pinksterfeest.

Ons geloof verenigt ons met Christus de Verlosser, met zijn heerschappij over de gehele schepping. Het geeft ons een zekerheid die groter is dan enige menselijke activiteit kan verschaffen. Maar om dit geloof te bezitten hebben we de nederigheid van die honderdman nodig. Het is nodig dat wij onszelf zien als nietig ten opzichte van Christus. We nemen ons voor om altijd zijn leiding te volgen, ongeacht onze gevoelens.

De heilige Augustinus zegt, dat alle gaven van God kunnen worden teruggebracht tot dit: «Ontvang het geloof en blijf er trouw aan tot aan het einde van je leven.»9 Nederigheid zal ons leren waakzaam te blijven ten aanzien van onze aangeboren zwakte. De echte belemmering om te kunnen geloven is trots. God weerstaat de hovaardigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.10 We moeten dikwijls vragen om nederigheid.

In Onze Lieve Vrouw vinden we het volmaakte samen­gaan van geloof en nederigheid. Haar nicht Elisabeth groet Maria, hiertoe bewogen door de Heilige Geest, met deze woorden: Gezegend is zij die geloofd heeft. Op dezelfde wijze geïnspireerd antwoordt Maria met haar Magnificat: Mijn hart prijst hoog de Heer, van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder; daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid zijner dienstmaagd. En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig. Maria haalt geen persoonlijke eer uit deze goddelijke gunst. God heeft haar grote nederigheid gezien en heeft besloten haar van genade te vervullen.11 Laten we tot Maria gaan zodat zij ons kan leren hoe wij kunnen groeien in nederigheid, wat de beste basis is voor ons geloof. «De dienstmaagd des Heren is nu de koningin van het heelal. Al wie zichzelf verheft, zal vernederd en wie zichzelf vernedert zal verheven worden (Mt 23,12). Als we onszelf onvoorwaardelijk overgeven aan de dienst van God, zullen we tot grote hoogten verheven worden. We zullen deelnemen aan het innerlijke leven van God. We zullen zijn 'als goden' als we de weg volgen van nederigheid en gehoorzaamheid aan de wil van God.»12

-1. Lc 7,1-10. -2. Vgl. H. Augustinus, Preek 46, 12. -3. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 822. -4. H. Augustinus, Preek 144, 2. -5. Vgl. P. Rodríguez, Fe y vida de fe, Pamplona 1974, bl. 124-125. -6. Ibidem, bl. 125. -7. Vgl. Joh 4,7. -8. Joh 11,42. -9. H. Augustinus, De dono perseverantiae, 17,47; 50,641 -10. Jak 4,6 -11. Vgl. Lc 1,45 e.v. -12. A. Orozco, Mirar a María, Madrid 1981, bl. 238.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012