Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweede week. Zaterdag

14. HET GEWETENSONDERZOEK

-De vruchten van het dagelijks gewetensonderzoek. -Een ontmoeting die vooruitloopt op onze ontmoeting met de Heer. -Hoe wordt een gewetensonderzoek gedaan. Berouw en voornemens.

14.1 Dit zegt de Heer: Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon breng Ik mee om ieder te vergelden naar zijn werk.1 

In de Wet was geregeld, dat tienden betaald moesten worden. Een tiende deel van de graanoogst, de olijfolie, de most moest afgestaan worden voor het onderhoud van de tempel en voor de eredienst. De farizeeën, een stel liefdeloze rigoristen, betaalden tienden van munt, anijs en komijn, kruiden die om aromatische eigenschappen vaak in de tuinen van de huizen gekweekt werden.

Matteüs vermeldt deze zeer harde woorden van de Heer tegen de schijnheiligheid en het gebrek aan eenheid van leven bij de schriftgeleerden: Wee u, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars! Gij betaalt wel tienden van munt, anijs en komijn, maar het belangrijkste van de Wet, te weten rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw, verwaarloost ge. Het ene moet men doen en het andere niet nalaten. Blinde leiders die de mug uitziften en de kameel doorslikken!2 

In hun manier van leven kunnen we, aan de ene kant, een overstelpende nauwgezetheid zien; maar anderzijds een geweldige laksheid in de zaken waar het eigenlijk om gaat: zij verwaarlozen het belangrijkste van de Wet, te we­ten rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw. Zij slaagden er niet in te begrijpen wat de Heer werkelijk van hen verwachtte. Wij kunnen, in deze adventstijd, ook ons gewetensonderzoek verbeteren door ons niet te verliezen in zaken die uiteindelijk bijkomstig zijn en daardoor te laten schieten wat werkelijk belangrijk is. Als wij ons ge­wennen aan een dagelijks gewetensonderzoek -kort, maar krachtig- zullen we niet vervallen tot de schijnheiligheid en de misvorming van de farizeeën. Op die wijze zullen wij duidelijk de fouten zien die ons hart van God afhouden en zullen wij tijdig weten in te grijpen.

Het gewetensonderzoek is als een oog dat de intieme kneepjes, de ontsporingen en verknochtheden van ons hart kan zien. «Daardoor zie ik, word ik verlicht, vermijd ik de gevaren, herstel ik de gebreken en maak ik de paden recht. Ik gebruik het gewetensonderzoek als toorts, mijn gehele innerlijk neem ik waar en zie ik. Op die wijze kan ik niet in het kwaad blijven steken, maar zie ik me juist verplicht de waarheid te beoefenen, dat wil zeggen, vooruit te gaan in vroomheid.»3 

Als we uit luiheid ons gewetensonderzoek veronachtzamen, is het mogelijk, dat er dwalingen en verkeerde neigingen in ons hart wortel schieten en wij niet meer de grootsheid zien waartoe wij geroepen zijn, maar daarentegen onze roeping zoeken in anijs en komijn, in kleinigheden die voor de Heer weinig of niets betekenen.

In het gewetensonderzoek zullen we de verborgen oorsprong ontdekken van ons gebrek aan liefde of activiteit. Dat gebrek is de intieme wortel van droefheid, een slecht humeur of een gebrek aan vroomheid die zich, misschien met een bepaalde frequentie, in ons leven herhalen. Door het gewetensonderzoek zullen wij het geneesmiddel weten toe te passen. «Onderzoek jezelf, langzaam en moedig. -Komen immers je slechts schijnbaar ongemotiveerde slechte humeur en droefheid niet voort uit je besluite­loosheid om de fijne maar stevige banden te verbreken, waarin je zondige begeerten je -onder geniepige voorwendsels- hebben verstrikt?»4 Het dagelijks gewetensonderzoek is een onmisbare hulp om de Heer met oprechte instelling te volgen.

14.2 Heel onze handel en wandel -thuis, op het werk, in de sociale omgang- is een gelegenheid God te ontmoeten. Ook in de loop van vandaag vinden er veel bijzondere ontmoetingen met de Heer plaats: in de communie, in dit stuk gebed- ook in het gewetensonderzoek.

Het dagelijks gewetensonderzoek is het grondig analy­seren wat we op de bladzijde van elke onherroepelijke dag hebben geschreven. Veel onoprechte woorden kunnen met behulp van berouw gecorrigeerd worden. Een afschuwelijke bladzijde kan omgezet worden in iets goeds, zelfs iets heel goeds, door middel van inkeer en het voornemen de volgen­de bladzijde, die onze engelbewaarder ons namens God zal aanreiken, blanco te beginnen. Een unieke en onherroepelijke bladzijde, zoals elke dag uit ons leven. «En die blanco pagina's die wij elke dag beginnen vol te krabbelen -schrijft een hedendaags auteur- zou ik graag van de volgende kop voorzien: Serviam!, ik zal dienen. Dat drukt zowel verlangen als hoop uit. [...] Na dat begin -verlan­gen en hoop- zal ik woorden en zinnen concipiëren, paragrafen opstellen en het blad vullen met een duidelijk en goed leesbaar schrift. Dat is niets anders dan werk, gebed, apostolaat. Dat wil zeggen alles wat ik die dag doe.

»Ik geef aandacht aan de juiste interpunctie, ofwel het beleven van de aanwezigheid van God. Die onderbrekingen, laat ik maar zeggen die komma's, puntkomma's of punten, staan als ze wat langer duren, voor de stilte van de ziel en voor de schietgebeden waarmee ik aan alles wat ik schrijf een bovennatuurlijke lading en betekenis probeer te geven.

»Ik hou van die punten, en nog meer van het eind van een alinea en de inspringing op de volgende regel. Dan lijkt het telkens weer of ik opnieuw begin te schrijven. Het zijn de schetsen van gestes waarmee ik mijn bedoeling corrigeer en de Heer zeg dat ik opnieuw begin -nunc coepi!- dat ik opnieuw begin in oprechte dienstwilligheid en Hem mijn leven wijd: moment voor moment, minuut voor minuut.

»Ik geef ook veel aandacht aan de juiste spelling, aan de verstervingen door middel waarvan mijn leven en werk een echt christelijke lading krijgen. Als een woord niet correct gespeld is, is dat een gemiste kans de versterving die de Heer mij stuurde op christelijke wijze te beleven, terwijl Hij mij die kans met liefde bereidde, terwijl Hij wilde dat ik die kans zou aangrijpen en wel met beide handen. Ik doe mijn best doorhalingen, vergissingen en inktvlekken te vermijden, of stukken leeg te laten. Mocht dat toch gebeuren, dan is dat ontrouw, onvolmaaktheid, zonde... en nalatigheid. Ik heb er de pee over in, als ik zie dat er bijna geen bladzijde is waarop ik geen sporen van mijn traagheid en onhandigheid heb achtergelaten. Ik ben echter onmiddellijk getroost en gerustgesteld, als ik denk dat ik een klein kind ben dat nog niet kan schrijven en een overtrekpapier moet gebruiken om de letters allemaal in dezelfde richting te krijgen, en een meester nodig heb die mijn hand vasthoudt om geen schrijffouten te maken -wat is God onze Heer een goede Meester-, een meester die een eindeloos geduld met mij heeft.»5

14.3 De bedoeling van het gewetensonderzoek is onszelf beter te leren kennen opdat we volgzamer kunnen zijn met betrekking tot de voortdurende genade die de Heilige Geest ons instort en waarmee Hij ons telkens meer op Christus doet gelijken.

Misschien is een van de eerste vragen die ons duidelijkheid kunnen verschaffen: waarin ligt mijn hart? Wie of wat neemt in mijn hart de meeste ruimte in? Is dat Christus? «Op hetzelfde moment waarop ik me dat afvraag, komt het antwoord in mij op. Die vraag doet mij een snelle blik slaan op het intiemste middelpunt in mijzelf. Dan zie ik het punt waar het om draait. Ik richt mijn oor naar het geluid dat mijn ziel voortbrengt en ik herken onmiddellijk de hoofdtoon. Het gebeurt intuïtief, van het ene moment op het andere. Het gaat in een oogopslag, in ictu oculi. De ene keer zal ik zien dat de allesbepalende neiging mijn zucht naar applaus is, of het verlangen naar lofprijzingen, de vrees voor kritiek. Een andere keer gaat het om boosheid, na een tegenslag, na een gesprek of behan­deling waarin ik vernederd werd; of het gevoel dat het gevolg is van een stevige en onplezierige uitbrander. Dan weer gaat het om de bitterheid die veroorzaakt is door achterdocht of om een door antipathie gevoed onbehagen, en vaak om een door zinnelijkheid geïnspireerde lafheid, om een door een moeilijkheid of mislukking teweeggebrachte ontmoediging. Het kan ook gaan om routine als gevolg van onverschilligheid, om losbandigheid voortvloeiend uit ijdele nieuwsgierigheid en blijdschap enzovoort. Of zal ik juist de liefde tot God zien, offerzucht, ijver die ontbrand is door een klaroenstoot van de genade, volledige onderwerping aan de wil van God, de vreugde van de nederigheid enzovoort? Goed of slecht, wat we naar waarheid moeten onderzoeken, is wat de belangrijkste en overheersende tendens is, want het goede zowel als het slechte moet gezien worden. Het gaat er immers om de toestand van ons hart te leren kennen: daartoe is vereist rechtstreeks de grote drijfveer te onderzoeken die alle delen van het uurwerk in beweging zet.»6 

Wij kunnen ons bij het doen van het gewetensonderzoek afvragen of we deze dag de wil van God vervuld hebben, dat wat Hij van ons verwachtte, of dat we meer onze eigen wil gedaan hebben. Het is goed dan af te dalen tot concrete details omtrent onze omgang met God, omtrent het vervullen van onze plichten jegens Hem in ons leefplan, ons werk, onze verhouding met anderen. Laten we nagaan hoe we ons inspannen bij de strijd tegen gemakzucht en tegen de neiging onszelf behoeften aan te praten. Hoeveel moeite doen we, bij voorbeeld, om -ook in de omgang met anderen- een sober en matig leven te leiden wat betreft eten en drinken en in het gebruik van de aardse goederen. Kijk in het gewetensonderzoek of je je dag gevuld hebt met liefde voor God of dat je de dag in het licht der eeuwigheid leeg gelaten hebt -iets wat niet voor zal komen als we ons laten helpen door de genade- of in zonde hebt doorgebracht. Het is als een klein naar voren gehaald oordeel dat we over onszelf moeten vellen.

We zullen de dingen zien waarmee we bij de volgende biecht rekening zullen moeten houden. Laat het einde van je gewetensonderzoek altijd een oefening van berouw zijn: zonder spijt kun je het gewetensonderzoek net zo goed laten. Maak een klein voornemen dat je bij het begin van de nieuwe dag kunt hernieuwen, bij het opofferen van wat je gaat doen, in het persoonlijk gebed, in de heilige Mis. Tot besluit van het onderzoek zullen wij God danken voor alle goede zaken waarmee onze dag gevuld was.

-1. Communio, Apok 22,12. -2. Mt 23,23-24. -3. J. Tissot, La vie intérieure. -4. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 237. -5. S. Canals, Ascética Meditada, bl. 130-137. -6. J. Tissot, o.c.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012