Zevende week. Vrijdag
59. HET GEZIN BESCHERMEN
-Jezus brengt de
oorspronkelijke zuiverheid van het huwelijk terug. Eenheid en
onontbindbaarheid. -Apostolaat over de aard van het huwelijk. Voorbeeldfunctie
van de echtgenoten. Heiligheid van het gezin. -Het christelijk huwelijk.
59.1 Het evangelie van de Mis1 laat ons zien hoe Jezus een menigte onderricht die uit alle omringende
dorpen naar Hem toe was gekomen. En midden onder die eenvoudige mensen die met
graagte het Woord van God ontvingen, traden een paar farizeeën naar voren met
valse bedoelingen; zij wilden Jezus uitspelen tegen de wet van Mozes. Zij
vroegen Jezus of het een man toegestaan is zijn vrouw te verstoten. Jezus zei
hun: Wat heeft Mozes u voorgeschreven? Zij antwoordden: Mozes heeft
toegestaan een scheidingsbrief op te stellen en haar weg te zenden. Dat was allen toegestaan, maar de vraag waar het om ging was, of het
geoorloofd was een vrouw te verstoten om
welke reden dan ook2, vanwege iets onbetekenends of zelfs zonder enige reden.
Jezus Christus, Messias en Zoon van God, kent
de betekenis van de betreffende wet volkomen: Mozes had echtscheiding
toegestaan vanwege de hardheid van het
hart van zijn volk. Die wet beschermde bovendien de
positie van de gescheiden vrouw. Die was zo vernederend, dat zij in veel
gevallen beschouwd werd als een slavin zonder rechten. Daarom schreef hij een
document voor, de scheidingsbrief, waardoor de verstoten vouw opnieuw haar vrijheid verwierf. Dit
bewijsstuk betekende een werkelijke maatschappelijke vooruitgang voor die tijd
van onmenselijkheid in zoveel gewoonten.3
Jezus echter wilde de waardigheid van het
huwelijk terugbrengen in zijn oorspronkelijke zuiverheid, zoals God het
ingesteld had bij het begin van de schepping: De Schepper heeft hen in het begin als man en vrouw gemaakt en gezegd:
Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten om zich te binden aan zijn
vrouw en deze twee zullen worden één vlees. Zo zijn zij dus niet langer twee,
een vlees als zij geworden zijn. Wat God derhalve heeft verbonden, mag een mens
niet scheiden.
Dit onderricht klonk in de oren van velen als
buitengewoon veeleisend. Zozeer zelfs, dat de leerlingen -zo vermeldt de
heilige Matteüs- Hem zeiden: Als de verhouding tussen man en vrouw zo is, kan
men beter niet trouwen.4 En het gesprek moet
verder gegaan zijn, want zij begonnen Hem, toen zij al thuis gekomen waren,
opnieuw vragen te stellen. En Jezus verklaarde: wie zijn vrouw wegzendt en een ander huwt,
begaat echtbreuk; en wie een weggezonden vrouw huwt, begaat echtbreuk.
De Heer gaf aan, hoe God in het begin de
eenheid en onontbindbaarheid van het huwelijk bepaald had. De heilige Johannes
Chrysostomus voorziet dit onderricht van een commentaar en drukt in een
eenvoudige en duidelijke formulering uit, dat het huwelijk is van een man met
een vrouw en voor altijd.5 Het Leergezag van de
Kerk bewaakt en interpreteert de natuurwet en de goddelijke wet. Het heeft
ononderbroken onderricht dat het huwelijk ingesteld is door God als een eeuwige
en onlosmakelijke band. «Niet van mensen, maar van de Schepper van onze natuur,
van God, en van de hersteller van die natuur, Christus de Heer, zijn de wetten
afkomstig die het [huwelijk] beveiligen, bevestigen en verheffen. Bijgevolg
kunnen die wetten absoluut niet aan willekeurige besluiten van mensen, absoluut
niet aan enige ermee strijdige overeenkomst, ook niet van de gehuwden zelf,
onderworpen zijn.»6 Het huwelijk is niet
simpelweg een overeenkomst tussen twee mensen en kan niet verbroken worden door
de wil van partijen. Er is geen menselijke reden, hoe sterk die ook mag lijken,
die echtscheiding kan rechtvaardigen. Echtscheiding is in strijd met de
natuurwet en de goddelijke wet.
Johannes Paulus ii heeft de
christelijke echtgenoten aangespoord om, ook al leven zij in milieus waarin
christelijke levensnormen niet op gepaste wijze onderhouden worden of een sterke tegenstroom te verduren
hebben, trouw te blijven aan de
katholieke opvatting over het gezin.7 En wij moeten veel bidden voor de
bestendigheid van de gezinnen -te beginnen bij ons eigen gezin- en ervoor zorgen altijd werktuigen van de eenheid te
zijn door middel van een graag gewilde dienstbaarheid, voortdurende
blijdschap, een werkzaam apostolaat dat iedereen
dichter bij God brengt. Bidden wij elke dag voor degene in het gezin die het het meest nodig heeft? Hebben wij het
meest aandacht voor de zwakste, voor degene die het meest weifelt? Zorgen wij
met toewijding voor wie ziek is?
59.2 Als een christen de waarde en heiligheid van het huwelijk onder de
aandacht brengt, moet hij zich niet laten beïnvloeden door de moeilijkheden en
zelfs de spot waarmee hij in zijn omgeving geconfronteerd kan worden. Op
dezelfde wijze vond de Heer het niet van belang, dat het heersende klimaat
onder het joodse volk zich verzette tegen zijn onderricht. Bij het verdedigen
van de onontbindbaarheid van het huwelijk verrichten wij iets geweldig goeds
voor iedereen.
Tegen de opvattingen van die tijd in over het
huwelijk legde Jezus Christus de volle
oorspronkelijke waardigheid ervan opnieuw bloot en verhief hij het tot
de bovennatuurlijke orde door het huwelijk in te stellen als een van de zeven
sacramenten. Tegenwoordig wordt in heel wat milieus de waardigheid van dit
sacrament aangetast of belachelijk gemaakt. Daarom is het nu de plicht van de gelovigen het,
zoals Christus deed in zijn tijd, te verdedigen en de grondslagen te leggen
voor de stelling, dat het ongebroken en
duurzame gezin de hoeksteen is van de samenleving. «Allen daarom die invloed
uitoefenen op gemeenschappen en sociale verenigingen, moeten metterdaad
bijdragen tot grotere bloei van huwelijk en gezin. Het burgerlijk gezag
beschouwe het als zijn heilige taak het ware wezen van huwelijk en gezin te
erkennen, te beschermen en te bevorderen, de openbare zedelijkheid te
beveiligen en de voorspoed van de gezinsgemeenschap te begunstigen.»8
Maar de rol van de gezinnen in het
maatschappelijke en politieke leven is niet alleen passief. «De sociale taak van de gezinnen moet ook behartigd worden in de
vorm van 'politieke activiteit': de gezinnen moeten er zich op de eerste
plaats voor inspannen dat de wetten en instellingen van de Staat de rechten en plichten van het gezin niet alleen niet
schenden, maar ze ook positief ondersteunen en verdedigen. In deze zin moeten
de gezinnen groeien in het bewustzijn dat zij 'de hoofdrol spelen' in de
zogenaamde 'gezinspolitiek' en moeten zij de verantwoordelijkheid op zich nemen
voor een omvorming van de maatschappij.»9
De voorbeeldigheid
en de blijdschap van de echtelieden komen in het
apostolaat met hun kinderen en met andere gezinnen waarmee zij vanwege
vriendschap, maatschappelijke contacten, gemeenschappelijke plannen voor de
opvoeding van de kinderen enzovoort, op de eerste plaats. Deze blijdschap te
midden van de normale moeilijkheden van elk gezin, komt voort uit een heilig
leven, uit de beantwoording aan de roeping van het huwelijk.
59.3 Door de verheffing tot de bovennatuurlijke orde is de liefde tussen
mensen waardevoller geworden, want in het sacrament van de Kerk doordrenkt de
goddelijke liefde de menselijke liefde, doet zij deze groeien en heilig worden.
Met een heilige en heiligende band verenigt God zelf man en vrouw in het
huwelijk. Daarom geldt: wat God verbonden
heeft, zal de mens niet scheiden. Juist omdat God
met goddelijke banden vereent, zullen zij die twee lichamen en twee harten
waren, één vlees worden, één enkel vlees, en één lichaam en één hart naar
gelijkenis met de vereniging van Christus met zijn Kerk.10
Het huwelijk is niet alleen maar een
maatschappelijke instelling; het is niet alleen maar een status naar burgerlijk
en kerkelijk recht. Het is ook een nieuw leven, onzelfzuchtig, met een
overvloed aan liefde, heiligend voor de echtgenoten en vol heiliging voor allen
die van de familie deel uitmaken.
Het is goed tijdens het gebed met de Heer even
rust te nemen om verscheidene aspecten van het dagelijks gedrag te onderzoeken:
vriendelijke en toegenegen omgang met elkaar -zonder geruzie of gekibbel,
zonder kritiek of klagen-; de bereidheid mee te zorgen voor het huis, voor het
materieel welzijn van kinderen, broers en zussen, grootouders...; het doorbrengen
van de tijd op zon- en feestdagen, zonder nietsdoen, zonder nutteloze
tijdpassering; kalmte bij tegenslagen; eenvoud in de wijze waarop feesten
gevierd worden; het heiligen van de feestdagen in een christelijke geest, bij het
organiseren van tochtjes, vakanties; ontzag voor de vrijheid en de mening van
anderen naast een welgekozen raad; belangstelling voor de studie van de
kinderen en jongere broers en zussen, voor hun vorming in natuurlijke en
christelijke deugden...; aandacht voor hen die zorgvuldiger en toegewijder zorg
en begrip nodig hebben enzovoort.
Als de ouders van elkaar houden met een
menselijke en bovennatuurlijke liefde, zullen zij een voorbeeld zijn. En de
kinderen zullen op hen letten om antwoord te krijgen op de vele vragen die het
leven hun stelt. In een blije omgeving, waarin de beoefening van de menselijke
deugden een tamelijk belangrijke plaats inneemt, zullen het christelijk ideaal
en nobele menselijke strevingen in stand blijven. Dan wordt het gezin de plaats
bij uitstek voor de «voortdurende vernieuwing van de Kerk»11, voor de nieuwe
evangelisatie van de wereld waarover de huidige paus sprak.
Laten wij de heilige Maagd, Moeder van de Zoete
Liefde, bidden om de overvloedige genade van haar Zoon.
-1. Mc 10,1-12. -2. Mt 19,3. -3.
Vgl. The Navarra Bible, noot bij Mt 19,3. -4. Mt 19,10. -5. Vgl. H. Johannes
Chrysostomus, Homilieën over
Matteüs, 62,1. -6. Pius xi, Enc. Casti connubii, 31 december 1930,7 (DS 3700). -7. Vgl. Johannes Paulus ii, Homilie tijdens de mis voor de
gezinnen, Madrid, 2 november 1982. -8. Vaticanum ii, Past.
const. Gaudium et spes, 52. -9. Johannes
Paulus ii, Apost. exhort. Familiaris
consortio, 44. -10. Vgl. Ef 5,22. -11. Johannes Paulus ii, Toespraak, 21 september
1978.
|