Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweede week. Donderdag

12. HET GOEDE DOEN EN HET KWADE WEERSTAAN

-Het verzet van de apostelen om onrechtvaardige bevelen te gehoorzamen. Standvastigheid in het geloof. -Alle aardse bestaan moet op God gericht zijn. Eenheid van leven. De kracht van het voorbeeld. -Het geloof kan niet buiten beschouwing worden gelaten, wanneer het gaat over het beoordelen van aardse werkelijkheden. Weerstaan van het kwaad.

12.1 Niettegenstaande een zwaar verbod van de Hogepriester en van het Sanhedrin om ooit iets te zeggen of te leren met een beroep op Jezus' naam1, predikten de apostelen elke dag de leer van het geloof vrijmoediger en met meer aandrang. En er waren velen, die bekeerd en gedoopt werden. Dan, zoals ons wordt gezegd in de eerste lezing van de Mis, brachten zij hen voor het Sanhedrin. De hogepriester begon hen te ondervragen: Hebben wij u niet uitdrukkelijk verboden in de naam van Jezus onderricht te geven? Door uw toedoen is heel Jeruzalem vol van uw leer. Maar Petrus en de andere apostelen gaven ten antwoord: Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.2 En zij gingen verder met de verkondiging van het Goede Nieuws.

Het verzet van de apostelen om de bevelen van het Sanhedrin te gehoorzamen, was geen kwestie van trots of gebrek aan kennis van de sociale plichten ten opzichte van het wettelijk gezag. Zij boden weerstand, omdat de raad hun een bevel wilde opleggen, dat tegen de wet van God was. Zij herinnerden moedig en met eenvoud hun rechters eraan, dat gehoorzaamheid aan God op de eerste plaats komt. Zij waren er vast van overtuigd «dat voor hen die God vrezen er geen gevaar is, maar alleen voor hen die Hem niet vrezen»3 en dat het erger is een onrechtvaardigheid te bedrijven dan er een te ondergaan.

Door hun gedrag toonden de apostelen hun vastheid van geloof, hoe grondig zij het onderricht van de Meester in zich hadden opgenomen na de neerdaling van de Heilige Geest, en het belang dat zij aan Gods eer hechtten.4

Onze Heer vraagt ook vandaag aan zijn volgelingen de vastberadenheid en de overtuiging van de eerste christenen, wanneer er in een bepaalde omgeving een klimaat heerst van onverschilligheid of zelfs van directe kritiek, meer of minder versluierd, op de waarachtige menselijke en christelijke waarden. Een goed gevormd geweten zal een christen ertoe brengen even wetsgetrouw te zijn als de beste van zijn medeburgers, terwijl hij tezelfdertijd bereid is op te komen tegen alles wat ingaat tegen de natuurwet. De staat is niet wettelijk almachtig; zij is niet de bron van goed en kwaad.

«Het is een plicht voor katholieken die in politieke instel­lingen tegenwoordig zijn een kritische rol te vervullen in hun respectieve instellingen, zodat de programma's en aktiviteiten elke dag meer overeenstemmen met de idealen en criteria van de christelijke moraal. In sommige gevallen zal het zelfs een plicht kunnen zijn in geweten te protesteren tegen handelingen en beslissingen, die rechtstreeks ingaan tegen de normen van de christelijke moraal.»5

De doeltreffende bescherming van fundamentele individuele rechten, het recht op leven vanaf het allereerste ogenblik van de bevruchting, de bescherming van het huwelijk en het gezin, de gelijkheid van kansen op onderwijs en op werk, de vrijheid van spreken en onderwijs, godsdienst­vrijheid, persoonlijke veiligheid, bijdrage tot wereldvrede, vormen alle een deel van het gemeenschappelijk welzijn, waarvoor de christenen bereid behoren te zijn te strijden.6

Passiviteit ten opzichte van zulke belangrijke zaken zou werkelijk een betreurenswaardige fout en nalatigheid zijn -soms ernstig- van de plicht om bij te dragen tot het gemeenschappelijk welzijn. Zij zouden deel uitmaken van de zonden van nalatigheid, waarvoor wij onze Heer elke dag vergiffenis vragen bij het begin van de Mis. «Veel materiële, technische, economische, sociale, politieke en culturele zaken worden enorme hinderpalen voor het bovennatuurlijk leven, als ze aan zichzelf worden overgelaten, of als ze in handen van mensen zijn die het licht van ons geloof missen; zij gaan als het ware een gesloten blok vormen dat vijandig staat tegenover de Kerk. -Jij -als onderzoeker, schrijver, wetenschapper, politicus, arbeider...- hebt als christen de plicht om die werkterreinen te heiligen. Besef dat het hele heelal -zoals de Apostel schrijft- zucht als in barensweeën, in afwachting van de bevrijding van de kinderen van God.»7

12.2 Overal rondom ons is er voortdurend beweging, een komen en gaan van meningen, van doctrines, van ideologieën, van zeer verschillende verklaringen over de mens en over het leven. En dit gebeurt niet alleen in boeken voor specialisten, maar ook via in de mode zijnde romans, geïllustreerde weekbladen, kranten en televisie-programma's, alle toegankelijk voor jong en oud. Te midden van deze verwarring van doctrines is er nood aan een onderscheidingsnorm, een heldere, vaste en wijze maatstaf, die ons in staat stelt alles te zien in de eenheid en de samenhang van de christelijke kijk op het leven, die weet dat alles van God komt en aan God is toegewijd.

Het geloof verschaft ons een stabiele toetssteen voor de juiste norm, en de vastberadenheid van de apostelen om de norm in de praktijk te brengen. Het geeft ons een klare kijk op de wereld, op de waarde van dingen en van mensen, van echt en bedrieglijk welzijn. Zonder God en zonder de kennis van de uiteindelijke bestemming van de mens, houdt de wereld op verstaanbaar te zijn met het verstand, of wordt ze beschouwd vanuit een bevooroordeeld en misvormd standpunt. Juist «de meest kwaadaardige en typerende kant van de moderne tijd bestaat in de dwaze poging gescheiden van God, de enige basis waarop het kan blijven bestaan, een betrouwbare en vruchtbare tijdelijke orde op te bouwen.»8

De christen moet zijn geloof onder geen enkele voorwaarde buiten beschouwing laten. «Ongodsdienstigheid. Neutraliteit. Oude mythen, die zich steeds weer als nieuw trachten voor te doen. -Heb je wel eens de moeite genomen te bedenken, hoe absurd het zou zijn je katholiciteit af te geven bij het binnengaan van een universiteit, een vakbond, een congreszaal of het parlement, zoals je een hoed afgeeft aan de garderobe?»9 Die houding komt overeen -in de politiek, in zaken, in de vrije tijd of gedurende de ontspanning, wanneer ik met vrienden ben, wanneer het erop aankomt om een school te kiezen voor de kinderen- met te zeggen, dat hier in deze situatie God er in het geheel niets mee te maken heeft; dat bij die zaken het geloof geen enkele invloed moet hebben, omdat hiervan niets van God komt of aan God toegewijd is.

En toch: het geloof werpt licht op het geheel van het bestaan. Alles is God toegewijd. Maar deze toewijding moet de specifieke natuur van elk concreet iets respecteren. Het is niet de bedoeling om de hele wereld in een grote sacristie te veranderen, of de familiekring in een klooster, of de economie in een weldadigheidsinstelling. Zonder naïeve onnozelheid moet het geloof de gedachten en daden van de christen inspireren. Hij moet nooit, in geen enkele omstandigheid, geen moment van de dag, ophouden een christen te zijn, zich zo te gedragen en dusdanig te denken.

Daarom «moeten christenen hun respectieve beroepen uitoefenen, bewogen door de geest van het evangelie. Hij, die zijn manier van handelen in zijn beroep enkel ondergeschikt maakt aan de wens geld te verdienen of macht te verkrijgen als de opperste en uiteindelijke waarde, is geen goed christen. Christelijke beroepsmensen moeten op elk terrein van het leven een voorbeeld zijn van werkzaamheid, bekwaamheid, eerlijkheid, verantwoordelijkheid en edelmoedigheid.»10

12.3 Een christen behoort het licht van het geloof niet buiten beschouwing te laten, wanneer hij een politiek of sociaal programma beoordeelt of een artistiek of cultureel werk. Ook moet hij niet precies één enkele kant ervan beoordelen -economisch, politiek, technisch of artistiek- om tot de slotsom te komen dat het goed is. Als bij een bepaalde politieke of sociale gebeurtenis, of kunstwerk of wat dan ook, de gepaste gerichtheid op God -zoals aangegeven door de goddelijke wet- niet in stand gehouden wordt, dan kan de totale beoordeling niet anders dan negatief zijn, ondanks dat het op een beperkte wijze bepaalde verdiensten heeft.

Men kan een politieke of sociale verordening of kunstwerk niet aanprijzen, wanneer het wordt omgevormd tot een instrument van het kwaad. Het is een zaak van nauwgezette moraal en daarom van gezond verstand. Wie zou een belediging van zijn eigen moeder prijzen, alleen omdat het op muziek werd gezet met een vers dat een prachtig ritme heeft? Wie zou het rondbazuinen en om zijn volmaaktheden loven, zelfs met het commentaar dat die alleen 'formeel' waren? Het is duidelijk dat technische volmaaktheid van de middelen niets anders doet als het kwaad van de zaak -die in zichzelf ongeordend is en die anders misschien onopgemerkt zou voorbijgaan of minder kwaadaardig is- verergeren.

Het goed gevormde christelijke geweten vereist, geconfronteerd met 'afschuwwekkende misdaden' zoals het Tweede Vaticaanse Concilie die van abortus beschrijft, dat men daar op geen enkele wijze aan zou deelnemen, ze krachtig moet ontmoedigen, ze verhinderen indien mogelijk, en bovendien, dat men actief deelneemt aan inspanningen om dit morele vergrijp van het wettelijke systeem te vermijden of te corrigeren. Met betrekking tot deze zeer ernstige zaken en andere van een overeenkomstige aard, die direct ingaan tegen de moraal, kan niemand denken dat hij niets doen kan. Hoe weinig ook een ieder in staat is te doen, moet hij het doen, in het bijzonder indien hij in een openbaar ambt werkt. «Door van ons stemrecht gebruik te maken, vertrouwen we bepaalde instellingen en bepaalde mensen het bestuur van publieke zaken toe. Zeer belangrijke kanten van sociaal, familiaal en persoonlijk leven hangen van deze gemeenschappelijke beslissing af, niet alleen wat betreft de economische en materiële orde, maar ook wat betreft de morele orde.»11

Het ligt in ieders handen, van elk individu, aangenomen dat hij met een bovennatuurlijke kijk en met gezond verstand handelt, om deze wereld, die God ons heeft gegeven om in te leven, tot een meer menswaardige plaats te maken en tot een middel ter heiliging. Als we ernaar streven onze sociale verplichtingen te vervullen, of we nu in een grote stad wonen of in een klein veraf gelegen dorp, met een belangrijke baan in de maatschappij of een eenvoudige, zelfs als wij menen dat onze bijdrage een kleine is, moeten we trouw zijn aan onze Heer. En hetzelfde is van toepassing als het zou gebeuren, dat op een dag de Heer ons een meer heldhaftige daad zou vragen: Wie betrouwbaar is in het kleinste, is ook betrouwbaar in het grote.12

-1. Vgl. Hnd 4,18. -2. Hnd 5,27-29. -3. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over de Handelingen van de apostelen, 13. -4. Vgl. The Navarre Bible, Acts of the apostels. -5. Spaanse Bisschoppenconferentie, Getuigen van de levende God, 28 juni 1985. -6. Idem, Katholieken in het openbare leven, 22 april 1986. -7. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 313. -8. Johannes xxiii, Enc. Mater et magistra, 15 mei 1961, 217. -9. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 513. -10. Spaanse Bisschoppenconferentie, Getuigen van de levende God. -11. Idem, Katholieken in het openbaar ambt. -12. Lc 16,10.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012