Zondag
onder het octaaf van Kerstmis
Feest van de Heilige Familie
31. HET HEILIG HUISGEZIN
-Jezus
wil de Verlossing van de wereld beginnen binnen een gezin. -De taak van de
ouders. Het voorbeeld van Maria en Jozef. -De heilige Familie, een voorbeeld
voor alle gezinnen.
31.1 Toen
zij alle voorschriften van de Wet des Heren vervuld hadden, keerden zij naar
Galilea, naar hun stad Nazareth terug. Het Kind groeide op en nam toe in krachten; het
werd vervuld van wijsheid en de genade Gods rustte op Hem.1
De Messias wil zijn
verlossingswerk beginnen in de schoot van een eenvoudig, gewoon gezin. Het
eerste dat Jezus met zijn aanwezigheid heiligde was een woning. Tijdens deze
jaren in Nazareth, waar Jezus het grootste deel van zijn leven verbleef,
gebeurde er niets ongewoons.
Jozef was het hoofd van
het huisgezin. Als wettige vader zorgde hij met zijn werk voor het onderhoud
van Jezus en Maria. Hij kreeg de boodschap met de naam die aan het Kind gegeven
moest worden: die gij Jezus zult noemen (Mt 1,21). Hij kreeg de
boodschap die tot doel had de Zoon te beschermen: Sta op, neem het Kind en
zijn moeder, vlucht naar Egypte (Mt 2,13). En later: Sta op, neem het
Kind en zijn moeder en trek naar het land Israël [...] Van Godswege in een droom
gewaarschuwd begaf hij zich daarom naar het gebied van Galilea (Mt 2,
20.22). Van hem leerde Jezus zijn ambacht, het middel om zijn brood te
verdienen. Jezus zal hem zeker vaak zijn bewondering en genegenheid hebben
laten blijken.
Van Maria leerde Jezus
zijn moedertaal, volkswijsheden die Hij later in zijn prediking zal gebruiken.
Hij zag hoe zij een beetje deeg bewaarde voor de volgende dag om zuurdesem van
te maken; hoe ze er dan water bij deed en het door het nieuwe deeg kneedde om
het dan onder een schone doek te laten rijzen.
Wanneer zijn moeder kleren
verstelde, keek het Kind toe. Als er in een kledingstuk een scheur zat, zocht
zij een bijpassend lapje om er overheen te naaien. Met de nieuwsgierigheid die
kinderen eigen is zal Jezus haar wel gevraagd hebben, waarom zij geen nieuw
stuk stof nam. En Maria heeft Hem uitgelegd
dat restjes nieuwe stof krimpen als ze nat worden en dan de oude stof
stuk trekken; en dat zij daarom voor verstelwerk gebruikte lapjes nam. De beste
kledij, de feestkleren werden apart in een kist bewaard. Met veel zorg legde
Maria daar bepaalde riekende kruiden bij tegen de motten. Jaren later zouden
deze voorvallen weer in de prediking van Jezus te voorschijn komen. Wij mogen
dit basisonderricht voor het gewone leven niet vergeten: «Bijna alle dagen die
Onze Lieve Vrouw op aarde doorbracht, verliepen bijna geheel als die van
miljoenen andere vrouwen, bezig met de zorg voor het gezin, de opvoeding van de
kinderen, het doen van het huishouden. Maria heiligt het geringste, dat wat
velen ten onrechte als onbelangrijk en zonder waarde beschouwen: het alledaagse
werk, kleine attenties voor mensen van wie men houdt, gesprekken met en
bezoeken aan familieleden of vrienden. Gezegend gewoon doen, dat zo vol liefde
tot God kan zijn!»2
Tussen Maria en Jozef moet
een heilige tederheid geheerst hebben en een geest van elkaar willen dienen,
van begrip, van verlangen elkaar gelukkig te maken. Dat is het gezin van Jezus.
Heilig, toegewijd, voorbeeldig, een toonbeeld van natuurlijke deugden, bereid
nauwgezet de wil van God te volbrengen. Het katholieke huisgezin moet een
nabootsing zijn van dat van Nazareth: een plaats waar ruimte is voor God, waar
Hij het middelpunt kan zijn van de liefde die allen voor elkaar hebben.
Is ons eigen gezin zo?
Besteden we er de tijd en de aandacht aan die het verdient? Is God het
middelpunt? Doen we alles wat we kunnen voor de anderen? Dat zijn vragen die in
het gebed van vandaag van nut kunnen zijn. Stel ze jezelf en kijk naar Jezus,
Maria en Jozef op het feest dat de Kerk voor hen viert.
31.2 In het
gezin «dienen de ouders door hun woord en hun voorbeeld voor hun kinderen de
eerste geloofsverkondigers te zijn.»3 Dat
werd op de allerbijzonderste wijze gedaan in het huis van de Heilige Familie.
Jezus leerde van zijn ouders de betekenis van de dingen die Hem omgaven.
De Heilige Familie moet
godvruchtig de traditionele gebeden gezegd hebben, die in elk Joods gezin
gebeden werden, maar in dat ene huis had alles wat naar God verwees op
bijzondere wijze een nieuwe betekenis en inhoud. Met hoeveel snelle ijver,
enthousiasme en ingetogenheid zal Jezus de verzen herhaald hebben die de Joodse
kinderen moesten leren.4 Hij zal de gebeden die Hij van de lippen van zijn ouders
leerde wel vaak gezegd hebben.
Bij het overwegen van deze
taferelen is het goed als ouders denken aan de woorden van paus Paulus vi die door zijn opvolger Johannes Paulus ii zijn overgenomen: «Leert u uw kinderen de gebeden
van de katholieken? Bereidt u hen, samen met de priesters, voor op de
sacramenten die zij op jonge leeftijd al mogen ontvangen: biecht, communie,
vormsel? Gewent u hen, als zij ziek zijn, aan de lijdende Christus te denken?
De steun van de heilige Maagd en de heiligen in te roepen? Thuis de rozenkrans
te bidden? [...] Kunt u met uw kinderen
bidden, doet u dat? Bidt u tenminste soms met het hele huishouden? Uw
voorbeeld wat betreft juiste opvattingen en houding, gesteund door een of ander
gemeenschappelijk gebed, zijn een levensles, zijn evenveel waard als een
uiterst waardevolle eredienst. Zo zult u vrede brengen binnen de muren van uw
huis: Pax huic domui, vrede zij dit huis. Denk eraan: zo bouwt u aan de
Kerk.»5
Katholieke huisgezinnen
zullen, als zij het gezin dat door de Heilige Familie gevormd werd, navolgen,
«gezinnen vol licht en blijdschap»6 zijn, omdat ieder die tot dat huishouden behoort zijn
aandacht en energie in de eerste plaats geeft aan zijn omgang met de Heer, en
met een geest van dienstbaarheid en offervaardigheid zal zorgen dat de sfeer in
huis iedere dag beter wordt.
Het gezin is de leerschool
van de deugd en de gewone plaats om God te
ontmoeten. «Het geloof en de hoop moeten blijken uit de rust waarmee
grote of kleine problemen, zoals die in elk gezin voorkomen, tegemoet getreden
worden; in de hoopvolle verwachting waarmee men volhardt in het vervullen van
de eigen plicht. Zo zal alles vervuld worden van liefde, waardoor vreugde en
mogelijke smart gedeeld zullen worden. Zo zal men weten te glimlachen en de
eigen zorg kunnen vergeten om aandacht te geven aan de anderen; om te luisteren
naar de echtgenoot of naar de kinderen en hun te tonen, dat u van hen houdt en
hen begrijpt. Door de liefde zal men kleine onbelangrijke rotsen over het
hoofd zien waar het egoïsme bergen van zou kunnen maken; zal men een grote
hartstocht leggen in de kleine dienstbewijzen die bepalend zijn voor de
dagelijkse omgang met elkaar.
»Dag na dag het huisgezin
heiligen, met vriendelijkheid een authentieke gezinssfeer scheppen: daar gaat
het om. Voor het heiligen van elke dag dienen er veel christelijke deugden
beoefend te worden. Allereerst de goddelijke deugden en daarna alle andere:
verstandigheid, trouw, oprechtheid, nederigheid, werklust, blijdschap.»7 Deze deugden
versterken de eenheid waarom wij naar het onderricht van de Kerk moeten bidden:
Gij, die door in een familie geboren te worden, de familiebanden versterkt,
maak dat gezinnen en families hun eenheid zien groeien.8
31.3 Een
gezin dat met Christus verenigd is, is een lid van zijn mystiek Lichaam en
wordt dan ook 'huiskerk'.9 Deze
gemeenschap in geloof en liefde moet onder alle omstandigheden naar buiten
treden, zoals de Kerk zelf, als levend getuigenis van Christus. «Het
christelijk gezin is de machtige heraut zowel van de reeds aanwezige kracht van
het rijk van God, als van de hoop op gelukzalig leven.»10 De trouw aan hun roeping tot het huwelijk brengt
ouders er ook toe te bidden voor de roeping van hun kinderen, opdat die zich
zullen wegcijferen in de dienst van de Heer.
De Heilige Familie is voor
elk gezin het volmaaktste voorbeeld. Daarin kan het gezin ontdekken wat het
moet doen, op welke wijze het zich te gedragen heeft voor de heiliging en het
ten volle mens zijn van alle gezinsleden. «Nazareth is de school waar het leven
van Jezus begrijpelijk wordt. Het is de school waar de kennis van het
evangelie begint. Hier leren wij die eenvoudige, nederige en betoverende
verschijning van de Zoon van God onder de mensen te observeren, te
beluisteren, te overwegen en door te dringen in de diepe en geheimvolle
betekenis ervan. Hier wordt ook, misschien bijna onmerkbaar, geleerd dat leven
na te volgen.»11
Het gezin is de
samenleving in elementaire en eenvoudigste vorm. Het is de belangrijkste
'school van alle sociale deugden'. Het is de kweekplaats van het
maatschappelijk leven, want in het gezin leert men gehoorzaamheid, zorg voor de
anderen, verantwoordelijkheidsgevoel, begrip, steun, liefderijke samenwerking
tussen mensen met verschillende karakters. Dat wordt met name verwezenlijkt in
grote gezinnen, die bij de Kerk altijd hoog in aanzien hebben gestaan.12 De facto is
bewezen dat het welzijn van de maatschappij afgemeten kan worden aan het
welzijn van de gezinnen. Vandaar dat aanvallen die rechtstreeks het gezin raken
-zoals het in de wetgeving opnemen van echtscheiding, het legaliseren van
abortus- aanvallen zijn die de maatschappij zelf raken, zoals we helaas al aan
den lijve ondervinden.
«Moge de heilige maagd
Maria, de Moeder van de Kerk, ook de Moeder van de 'huiskerk' zijn, en moge elk
katholiek gezin dank zij haar moederlijke steun het geluk smaken echt een
kleine Kerk van Christus te zijn. Moge zij, de Dienstmaagd des Heren, het
voorbeeld zijn van nederige en edelmoedige aanvaarding van de wil van God. Moge
zij, de Moeder van Smarten aan de voet van het kruis, ons lijden verzachten en
de tranen drogen van zovelen die lijden onder de moeilijkheden van hun gezin.
Moge Christus de Heer,
Koning van het heelal, Koning van de huisgezinnen, in elke katholieke woning
aanwezig zijn als in Kana om licht, blijdschap, rust en kracht te geven.»13 Laten we heel in
het bijzonder vandaag tot de Heilige Familie bidden voor alle leden van ons
huisgezin, voor degene die het het hardst nodig heeft.
-1. Lc
2,39-40. -2. H. Jozefmaria Escrivá,
Als Christus nu langs komt, 148. -3. Vaticanum ii,
Dogm. const. Lumen gentium, 11. -4. Vgl. Ps 55,18; Dan 6,11; Ps
119. -5. Johannes Paulus ii,
Ap. exhort. Familiaris consortio, 60. -6. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 22. -7. Ibidem,
23. -8. Gebed uit de Tweede Vespers van 1 januari. -9. Vgl. Vaticanum ii, o.c., 11.
-10. Ibidem, 35. -11. Paulus vi,
Toespraak in Nazareth, 5 januari 1964. -12. Vgl. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 51.
-13. Johannes Paulus ii, o.c.,
86.
|