Vijftiende week.
Donderdag
7. Het juk van Onze Lieve Heer is licht
-Jezus Christus bevrijdt ons van de zwaarste lasten. -Wij
moeten bereid zijn om leed, moeilijkheden en hindernissen te trotseren. -Het op
een verstandige en realistische manier met vreugdevolle moed onder ogen zien
van tegenslagen. Wij moeten de ontmoediging ontvluchten.
7.1 Komt allen
tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt1, zo maakt Jezus
ons duidelijk in het evangelie van vandaag, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Hij spreekt tot de menigten die, afgemat en afgetobt, Hem volgen als
schapen zonder herder2, en neemt de lasten weg
die hen onderdrukten. De Farizeeën verpletterden hen onder een aantal
ondraaglijke regels3 die hun hart nooit vrede
gaven.
Zoals de heilige Augustinus aangaf, de zwaarste lasten die
mensen dragen zijn hun zonden. «Jezus zegt tegen mensen die onder zware en
nutteloze lasten zweten, 'Kom tot Mij... en Ik zal u rust geven'. Hoe kon Hij hen
die onder zonden
gebukt gingen, verlichten anders dan hen te vergeven?»4 «Elke biecht is een
bevrijding, omdat zonden -zelfs dagelijkse- uitputtend onderdrukken. Wij komen
van dit sacrament vandaan met vrede in ons hart, gereed om met verse moed te
strijden. Het is alsof Hij zei: Jullie allen die gekweld en bedroefd zijn,
zuchtend onder de last van vrees en begeerte, werpt het van je af door tot Mij
te komen, en Ik zal jullie verfrissen; en jullie zielen zullen die vrede vinden
waarvan jullie begeerten je beroven.»5
De Heer nodigt ons uit om de last van de zonde, de trots en
de zelfzucht in te ruilen voor zijn juk: Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben
zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want
mijn juk is zacht en mijn last is licht. De heilige Augustinus
merkt op: «Deze last heeft in het geheel geen gewicht, het zijn vleugels om mee
te vliegen.»6 De verplichtingen van onze roeping
en het deel van het Kruis dat ons gevraagd wordt te dragen, zijn een gezegende
last die ons in staat stelt naar God op te stijgen.
In elk geval, als we vlakbij Christus blijven, zullen we
bemerken dat de onvermijdelijke belemmeringen en problemen die we ondervinden,
een andere betekenis gaan krijgen. In plaats van ons kruis te zijn, worden zij
dat van Christus, ons ertoe brengend medeverlosser met Hem te zijn als wij onze
slechte neigingen zuiveren en in deugd toenemen. Maar wij zullen nog steeds de
stemmen horen van hen die het nut van het offer niet inzien. Het zijn mensen
die in weelde leven, maar hun geloof is dood. «Dat is een hele moeilijke weg,
zei hij tegen je. En toen je dat hoorde, stemde je daar trots mee in, denkend
aan die uitspraak dat het kruis het kenmerk is van de ware weg... Maar je
vriend staarde zich blind op het zware deel van de weg, zonder zich rekenschap
te geven van de belofte van Jezus: 'Mijn juk is zacht'. -Breng hem dat in herinnering,
want -misschien als hij dat weet- zal hij zich geven»7,
en beseffen dat ook hij geroepen is tot de heiligheid.
We moeten het van de daken roepen dat het volgen van Christus
een vreugdevolle weg is, en zelfs als het onder het Kruis doorgaat, wordt het
door optimisme en vrede gekenmerkt. Deze beproevingen zijn de meest vruchtbare
stukken van alles. «Bijen voeden zich met bitter voedsel als zij honing maken.
Op een zelfde manier kunnen wij goedaardigheid en geduld oefenen, honing
produceren van uitstekende deugden, niet beter dan door het nuttigen van het
brood van de bitterheid en het leven te midden van smart.»8
7.2 Niemand kan verwachten zonder leed, pijn of zorg door het leven te
gaan. Een christen kan de vergissing niet maken die de heilige Gregorius de
Grote als volgt beschrijft: «Er zijn er die nederig willen zijn, maar zonder te
worden veracht, die gelukkig willen zijn met hun lot, maar zonder gebrek te
hebben, die zuiver willen zijn, maar zonder hun lichaam te versterven, geduldig
willen zijn zonder te lijden. Zij willen wel deugden verwerven maar de offers
vermijden die met die deugden gepaard gaan: ze zijn als soldaten die het
slachtveld ontvluchten en de oorlog proberen te winnen vanuit het comfort van
de stad.»9 Deugden kunnen niet zonder inspanning
en beproevingen worden verkregen.
Dus er zullen altijd problemen zijn, zorgen en verdriet. Soms
schijnen ze gemakkelijk en op andere momenten moeilijk te dragen; maar als we
vlakbij Onze Lieve Heer blijven, zullen we het altijd aankunnen. Of ze groot of
klein zijn, als wij ze aanvaarden en ze aan God opdragen zullen zij geen zware
last zijn; in feite zullen zij onze ziel in staat stellen te bidden en God in
alles te zien wat gebeurt. Elk probleem dat God toelaat kan worden opgelost en
zijn last kan worden gedragen als wij ons naar Hem wenden om hulp. Als een
bijzonder ernstige moeilijkheid zich zou voordoen, zal God meer genade geven.
God jou een last oplegt, zal Hij je de kracht geven. «Als God jou een last
oplegt, zal Hij je de kracht geven.»10
In dit leven zijn beproevingen en ellende normaal voorkomende
zaken. Hierover waarschuwde de heilige Petrus de eerste christenen: Dierbare vrienden, verwondert u
niet over de brand die in u midden woedt om u te louteren, alsof u iets
buitengewoons overkomt.11 Dus ook
wij moeten niet verbaasd zijn, in het bijzonder daar we weten dat het Kruis de
juiste weg is naar geluk en doeltreffendheid. God laat vaak rampspoeden toe om
degenen te treffen die Hij liefheeft om hen vruchtbaarder te doen zijn. Als een
rank met de wijnstok is verbonden en vruchtbaar is, zuivert Hij die rank opdat
zij meer vrucht mag dragen.12 Maar Hij verlaat
ons nooit om het ons alleen te laten opknappen. Hij blijft dichtbij zijn
vrienden als zij zich belaagd voelen.
7.3 God geeft alleen goede gaven. Als Hij pijn of verdriet, financiële of
gezinsproblemen toestaat, is dat alles in het belang van iets beters.
Wij bemerken vaak dat God zijn uitverkorenen zegent met het
Kruis en met de genade om het met verve te dragen, zowel vanuit menselijk als
bovennatuurlijk gezichtspunt. Tegen het einde van haar leven, toen de heilige
Theresia op weg was om een nieuw klooster te stichten, bleek de weg door een
brede overstroming versperd. Na de nacht in een herberg te hebben doorgebracht
die zo ongastvrij bleek dat er geen schone bedden waren13,
deed zij de volgende morgen een nieuwe poging, want het was de wil van de Heer.
Hij had haar gezegd: «Hou geen rekening met de kou, want Ik ben waarlijk vuur.
De duivel doet alle moeite deze stichting te verhinderen. Doet gij alle moeite
ten gunste, en ga voort zonder mankeren, want het zal u groot voordeel
brengen.»14
Toen zij aldus de volgende dag besloot de rivier Arlanzón
over te steken, trof zij die aan als een enorm groot meer, en de houten
drijvers waren nauwelijks zichtbaar.15 Mensen
die vanaf de rivieroever toekeken, zagen de koets waar zij in zat, op de rand
van de krachtige stroming balanceren. Zij sprong eruit, onhandig, tot haar
knieën in het water en bezeerde zich op de koop toe. Droogjes klaagde ze:
'zóveel zorgen en U stuurt mij dit!' Jezus antwoordde: 'Theresia, zo behandel
Ik mijn vrienden.' Zij was niet om een antwoord verlegen: 'Geen wonder dat U er
zo weinig hebt!'16 Spoedig keerde haar goed
humeur en dat van haar reisgenoten terug, en «eenmaal het gevaar geweken
spraken zij er met plezier over.»17
God wil dat wij moeilijkheden vastberaden en vreedzaam
dragen, en gelukkig zijn door vertrouwen in Hem te stellen. Hij laat zijn
vrienden nooit in de steek, in het bijzonder niet, indien het hun enige zorg is
zijn wil te doen. Als wij voor het tabernakel neerknielen, wellicht de woorden Adoro te devote, latens deitas
-Ik aanbid U Godheid in verborgen staat- uitsprekend, beseffen we dat zolang we
met Christus zijn, het juk gemakkelijk is en de meest onhandige last licht. Hij
is degene die ons helpt problemen aan te pakken met moed en vertrouwen, ze
onder de knie te krijgen, met het goede humeur van de heiligen. Die houding
doet een hoop goed zowel voor onszelf als voor onze naaste.
Het is een kwestie van dingen die onplezierig of pijnlijk
zijn en die tegen onze plannen ingaan, op een opgewekte manier onder ogen te
zien, als een atleet. We moeten ook een recht-door-zee-gaande houding hebben
die geen denkbeeldige problemen en zorgen voor ons bedenkt, of ons allerlei
soorten ingewikkelde toestanden voorspiegelt. Want zelfs als de problemen
behoorlijk ernstig zijn, kan het zijn dat we er een te groot belang aan
hechten. We gaan denken dat we niets goed doen, dat de zaken van kwaad tot
erger gaan, dat ons apostolaat nergens toe leidt en dat we niet in staat zijn
tegen de stroom op te roeien. Dit soort houding kan binnensluipen omdat wij het
zekerste feit van alle vergeten; dat wij zonen en dochters van God zijn, en dat
zijn genade uit de moeilijkheden van deze situaties altijd een groter goed
haalt.
Met zijn tegenwoordigheid en de bescherming van Onze Lieve
Vrouw, refugium nostrum et
virtus -onze toevlucht en onze kracht- zullen wij de problemen
overdenken en hulp zoeken in geestelijke leiding, en wij zullen vaak ontdekken
dat wat zo moeilijk leek, gemakkelijk het hoofd kan worden geboden. Zo'n
optimistische en opgewekte geest is absoluut vereist om te groeien in Gods
liefde en in het doen van apostolaat. Een ziel die tegenstand heeft ondervonden
wordt daardoor sterk, edelmoedig en lankmoedig. Zulke beproevingen zijn onze
grote kans om ons zelf meer gehard te maken en om onze liefde te verdiepen.
-1. Mt
11,28-30. -2. Mt
9,36. -3. Vgl. Hnd
15,10. -4. H. Augustinus, Sermo 164,4. -5. H. Johannes van het Kruis, Bestijging van de berg Karmel,
1,7,4. -6. H. Augustinus, Preken 164,7. -7.
H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 198. -8. H. Franciscus van Sales, Inleiding tot het Godvruchtige
Leven, III, 3. -9. H.
Gregorius de Grote, Moralia, 7,28,34. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 325. -11. 1 Pe 4,12. -12.
Vgl. Joh
15,2. -13. H. Theresia van Ávila, De Stichtingen,
27,12. -14. idem, 31,11. -15. Vgl. M. Auclair, Het leven van de heilige Theresia.
-16. Ibidem.
-17. H. Theresia van Ávila, De Stichtingen,
31,17.
|