Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweeëntwintigste zondag door het jaar (A)

1. Het kruis in ons leven

-Geen liefde zonder offer. Kruis en versterving zijn onvermijdelijk. -Modern heidendom en de zucht naar materieel welzijn tot elke prijs. Angst voor het lijden. -Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als dit ten koste gaat van zijn eigen leven?

1.1 Het evangelie van vandaag1 beschrijft de gebeurtenissen die plaatshebben, onmiddellijk nadat Petrus bij Cesarea Filippi de goddelijkheid van Christus heeft beleden. Eerst horen we woorden van lof van de Heer voor zijn leerling: Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is.2 Jezus zegt dan dat Petrus het fundament zal zijn van zijn Kerk, maar begint vervolgens aan zijn volgelingen uit te leggen dat Hij naar Jeruzalem moet gaan en daar veel zal moeten lijden door toedoen van de joden, en uiteindelijk sterven om op de derde dag te verrijzen.

De apostelen begrepen deze manier van spreken helemaal niet, omdat zij nog steeds alleen maar in politieke termen dachten over het Koninkrijk Gods. Toen nam Petrus Jezus terzijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden: 'Dat verhoede God, Heer! Zo iets mag U nooit overkomen!' Meegesleept door zijn grote liefde voor zijn Meester probeerde Petrus Jezus af te brengen van de weg van het kruis, want hij begreep nog niet wat een grote weldaad het zou zijn voor de mensheid en dat het het hoogste teken van Gods liefde voor ons zou zijn. «Petrus redeneerde op menselijke wijze», zegt de heilige Johannes Chrysostomus, «en hij concludeerde dat alles wat Christus zei over zijn lijden en sterven vernederend en ongepast voor Hem was.»3

Petrus ziet Christus' aardse zending veel te menselijk en hij beseft daarom niet, dat het klaarblijkelijk de wil van God is geweest, dat de Verlossing bewerkt zou worden door het kruis, en dat «er geen passender manier was om ons uit onze ellende te redden».4 De Heer antwoordt zijn leerling met vurige stelligheid: Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.

In Cesarea had Petrus gesproken met de inspiratie van de Heilige Geest; nu spreekt hij vanuit een puur materialistisch perspectief. De verkondiging van het kruis, de versterving, het offer, als iets goeds, als een middel tot verlossing, zal altijd aanstoot geven aan de mensen die, net als de heilige Petrus bij deze gelegenheid, deze verkondiging aanhoren met mensenoren. De heilige Paulus moest de eerste christenen waarschuwen voor de mensen die een leven leiden als de vijanden van Christus' kruis. Zij zijn op weg naar de ondergang, hun buik is hun god, in hun schande stellen zij hun eer, zij hebben hun zinnen gezet op het aardse.5

Als we alleen maar in materialistische termen redeneren, valt het ons moeilijk te begrijpen, dat pijn en lijden, of zelfs alles wat inspanning vereist, de moeite waard kan zijn. We weten uit ervaring dat moeilijkheden die we op onze weg tegenkomen, ons louteren, ons verrijken, ons tot een beter mens maken. Anderzijds echter zijn wij niet voor het lijden in de wieg gelegd; streven we allemaal naar geluk.

De angst voor pijn, vooral voor hevige of aanhoudende pijn, is een diep in ons geworteld instinct, en wanneer we iets moeizaams of moeilijks tegenkomen, is onze eerste reactie er vandoor gaan. Daarom vinden we de christelijke praktijk van boetedoening moeilijk: we vinden het nooit makkelijk, en hoe hard we er ook ons best voor doen, het lukt ons nooit eraan te wennen.6

Het geloof laat ons zien en ondervinden, dat er zonder offer geen liefde is, geen echte blijdschap, dat de ziel niet gezuiverd wordt, dat wij God niet ontmoeten. De weg naar de heiligheid gaat via het kruis. Het kruis is de grondslag van alle apostolaat. Het is het «levende boek waarin we definitief leren wie we zijn en hoe we ons moeten gedragen. Dit boek ligt altijd geopend voor ons.»7 Iedere dag moeten we erheen gaan en het lezen. En in dat boek leren we wie Christus is, de grootsheid van zijn liefde voor ons, en hoe we Hem moeten volgen. Iedereen die God zoekt zonder offer, zonder het kruis, zal Hem nooit vinden.

1.2 ...want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil. Petrus zal later bijzonder goed de betekenis van pijn en lijden begrijpen; met de andere apostelen zal hij zich gelukkig achten, omdat ze waardig bevonden waren smaad te lijden omwille van de naam van Jezus.8

Als christenen weten we dat onze verlossing en de weg naar de hemel gevonden moeten worden in de liefdevolle aanvaarding van pijn en offer. Bestaat er een vruchtbaar leven dat geen lijden bevat? «Zijn echtgenoten zeker van hun liefde voordat ze samen geleden hebben? Wordt vriendschap niet verstrekt door gedeelde moeilijkheden, of gewoon door samen de hitte van de dag of de vermoeienis en het gevaar van een steile helling verdragen te hebben?» 9 Om met Christus te verrijzen moeten we Hem vergezellen op zijn weg naar het kruis. We doen dit door de beproevingen en tegenslagen van het leven met kalmte en bedaardheid te aanvaarden. Door edelmoedig te zijn in vrijwillige zelfverloochening, die ons innerlijk zuivert, ons helpt de bovennatuurlijke betekenis van het leven te begrijpen en die de heerschappij van de ziel over het lichaam bevestigt. Net als in de tijd van de apostelen moeten we in gedachte houden, dat het kruis dat Jezus predikt, voor sommigen een schande is en voor anderen een volkomen dwaasheid.10

Ook vandaag zijn er veel mensen die zich laten leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil. Ze hebben hun blik gericht op de dingen hier beneden, op materieel welzijn, en ze jagen het na alsof dat het enige is wat echt telt. De mensheid lijdt aan een golf van materialisme dat alles doordringt en probeert onze beschaving volledig over te nemen. «Dit heidendom van nu wordt gekenmerkt door de zucht naar materieel welzijn tot elke prijs, en door het daarmee overeenstemmende negeren van -of, om het preciezer te zeggen, de angst, echte paniek voor- alles wat lijden zou kunnen veroorzaken. Vanuit deze visie worden woorden als God, zonde, kruis, versterving, eeuwig leven [...] onbegrijpelijk voor een groot aantal mensen, die onwetend zijn over de betekenis en inhoud van die woorden.»11

De mentaliteit van het streven naar comfort, dat genot tot het hoogste doel van het bestaan maakt, heeft in grote mate de gewoonten en gebruiken beïnvloed in de meer ontwikkelde landen in het bijzonder, maar misschien is zij ook, zoals Johannes Paulus ii zich hardop afvraagt, «de levensstijl van toenemende groepen in de armere landen».12 Dit radicale materialisme verstikt de zin voor het godsdienstige van naties en individuen en is rechtstreeks tegengesteld aan de leer van Christus, die ons in de Mis nog eens uitnodigt ons kruis op te nemen, als noodzakelijke voorwaarde om Hem te volgen: Wie mijn volgeling wil zijn, zegt Hij ons, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.

De Heer maakt gebruik van pijn, van vrijwillige opoffering, van armoede, van onaangekondigde ziekte, die op zichzelf ons niet van God scheiden, maar ons juist nauwer met Hem kunnen verenigen. Als we naar Jezus in het tabernakel gaan en Hem alles aanbieden wat we moeizaam en moeilijk vinden, ontdekken we dat «door Christus en in Christus [...] aldus het raadsel van pijn en dood doorlicht»13 wordt. Dit is de enige manier om de angst voor lijden, die ons alle dagen van ons leven zal vergezellen, kwijt te raken. We zullen het met vreugde kunnen aanvaarden als we Gods liefhebbende wil erin ontdekken: «Dit is de grote christelijke revolutie geweest: dat het leed is veranderd in lijden dat vruchtbaar is, dat uit een kwaad iets goeds is gemaakt. We hebben de duivel van dat wapen beroofd; en we veroveren er de eeuwigheid mee.»14

1.3 In ons apostolaat moeten we iedereen vertellen, door woord en voorbeeld, dat ze hun harten niet moeten vullen met de dingen van deze wereld, want alles in dit leven is tijdelijk, het wordt oud en blijft maar een moment. Omnes ut vestimentum veterascent15, zij zullen verslijten als kleren. Slechts de ziel die ervoor strijdt haar zin voor goddelijk bewustzijn te behouden, zal voor altijd jong blijven tot het moment van de definitieve ontmoeting met haar Maker. Al het andere gaat voorbij, en snel ook. Wat is het jammer te moeten zien dat zoveel mensen hun eeuwige verlossing op het spel zetten, en zelfs hun aardse geluk, voor een paar waardeloze kleinigheden! «Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als dit ten koste gaat van zijn eigen leven? Wat is het nut voor de mens van al wat de aarde bevolkt, van alles waar verstand en wil naar kunnen streven? Wat is het allemaal nog waard als alles aan zijn eind komt, als alles instort, als alle rijkdom van deze aardse wereld bestaat uit stukken decor; als daarna voor altijd de eeuwigheid aanbreekt, voor altijd, voor altijd.»16

De wereld en haar rijkdommen kunnen nooit het uiteindelijke doel van de mens zijn. Zelfs het tijdelijke doel van de mens, waarvoor wij christenen verplicht zijn te werken, bestaat strikt gesproken niet in materiële verworvenheden (van technologie, wetenschap en industrie), maar in de humane dimensie van de mens, in de vervolmaking van zijn talenten, maatschappelijke relaties en culturele waarden door middel van werk en materiële goederen, die altijd ten dienste moeten staan van de waardigheid van de menselijke persoon.

Alleen een echt belangeloze liefde, gelouterd en getemperd door matigheid, kan het legitieme streven naar aardse goederen zijn juiste betekenis verlenen. Als God werkelijk het centrum van ons leven is, dan zal dat vele praktische gevolgen hebben voor het leven van alledag: het huwelijk zal in staat zijn alle hindernissen te nemen om zijn oorspronkelijke doel te bereiken, namelijk kinderen voort te brengen voor God en hen voor Hem op te voeden; en het gezinsleven zal een wederzijdse en edelmoedige zelfgave zijn tussen de echtgenoten. Alleen wanneer God aanwezig is, zullen theater en beeldende kunst de mens waardig en een oprechte uitdrukking van de menselijke geest zijn. Alleen in God kan de objectieve fundering van moraliteit juist begrepen worden, en kunnen de wetten van naties een gelovige reflectie zijn van de goddelijke wet. Alleen hier kan de mens alle angst overwinnen; alleen in de onvermijdelijkheid van het lijden zal hij een bron van zuivering en van medeverlossing met Christus vinden. Kortom, alleen de liefde die geworteld is in edelmoedigheid en opoffering zal de menselijke persoon in staat stellen zijn eeuwige bestemming in de hemel te verkrijgen.

-1. Mt 16,21-27. -2. Mt 16,17. -3. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 54,4. -4. H. Augustinus, De Trinitate, 12,1-5. -5. Fil 3,18-19. -6. Vgl. R.M. de Balbín, Sacrificio y alegría, bl. 30. -7. Johannes Paulus ii, Toespraak, 1 april 1980. -8. Vgl. Hnd 5,41. -9. J. Leclerq, Treinta meditaciones sobre la vida cristiana, Bilbao 19582, bl. 217-218. -10. Vgl. 1 Kor 1,23. -11. A. del Portillo, Pastorale brief, 25 december 1985, 4. -12. Johannes Paulus ii, Homilie in het Yankeestadion, 2 oktober 1979, 6. -13. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 22. -14. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 887. -15. Heb 1,11. -16. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 200.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012