Donderdag na Aswoensdag
2. HET KRUIS VAN ELKE DAG
-Geen waarlijk christendom zonder het kruis. Het kruis van
de Heer, een bron van vrede en vreugde.-Het kruis in de kleine dingen van elke
dag.-Tegenvallers opofferen. Kleine details van de versterving.
2.1 Gisteren begon de
vasten en het evangelie uit de Mis van vandaag houdt ons voor dat wij, als we
Christus willen navolgen, ons eigen kruis moeten dragen. Maar tot allen
sprak Hij: Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te
verloochenen en door elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen.1
Onze Heer richt zich tot iedereen en spreekt van het kruis
van alledag. En deze woorden van Jezus behouden hun volle waarde. Deze woorden
zijn gericht tot ieder die Hem volgen wil, want er is niet zoiets als een
christendom zonder kruis, speciaal bedoeld voor weke en kleinzielige christenen
zonder opofferingsgezindheid. De woorden van de Heer gaan over een voorwaarde
die vervuld moet worden, een conditio sine qua non. Wie niet zijn kruis
opneemt om Mij te volgen, kan mijn leerling niet zijn.2 «Een christendom
waarvan we geprobeerd hebben het kruis van de vrijwillige versterving en
boetedoening weg te nemen zogenaamd omdat dat soort dingen overblijfselen zijn
van de 'donkere tijden' van overleefde Middeleeuwen, die niets te maken hebben
met een modern humanisme, zou een christendom zonder kracht zijn, alleen in
naam christendom. Het zou de leer van het evangelie niet overeind gehouden
hebben en het zou ook niemand ertoe gebracht hebben in Christus' voetstappen te
treden.»3 Het
zou een christendom zijn zonder verlossing, zonder Verlosser.
Een van de duidelijkste verschijnselen van het feit dat
lauwheid onze ziel is binnengeslopen, is juist het weglopen voor het kruis, een
afkeer van kleine verstervingen, het minachten van alles wat maar in de verste
verte lijkt op opoffering en zelfverloochening.
Anderzijds is vluchten voor het kruis het zich afwenden van
heiligheid en vreugde. Een van de vruchten voor de verstorven ziel is juist de
mogelijkheid in betrekking te staan tot God en tot de mensen; is een diepe
vrede zelfs te midden van rumoer en uitwendige problemen. De persoon die
versterving uit de weg gaat, raakt onafwendbaar verstrikt in zijn zinnen en is
niet meer in staat tot welke bovennatuurlijke gedachte dan ook.
Er is geen vooruitgang in het innerlijk leven zonder een
geest van offervaardigheid en versterving. De heilige Johannes van het Kruis
zegt dat, als slechts weinig mensen in een hoge staat van vereniging met God
geraken, dat komt doordat zoveel mensen zich niet willen onderwerpen «aan meer
droefenis en versterving.»4 En diezelfde heilige schrijft: «en als iemand Christus
ooit wil bezitten, laat hij dan nooit zoeken zonder het kruis.»5
Laten we nooit vergeten dat er een nauwe band is tussen
versterving en blijdschap en dat ons hart in gezuiverde staat ootmoediger is,
zodat het intiemer kan omgaan met God en met de mensen. «Dit is de grote
paradox van het christelijk versterven. Het zou erop lijken, dat het aanvaarden
en, sterker nog, het zoeken van het lijden in de praktijk van goede christenen
de zieligste en allerberoerdste mensen zouden maken.
»De werkelijkheid is heel anders. Versterving is alleen een
bron van ellende als er te veel zelfzucht en een gebrek aan edelmoedigheid en
liefde tot God is. Het offer brengt altijd de blijdschap te midden van het
lijden, het geluk te weten dat we de wil van God vervullen en een poging doen
Hem te beminnen. Goede christenen leven quasi tristes, semper etiam
gaudentes (2 Kor 6,10), alsof ze
treuren, maar ze zijn altijd blij.»6
2.2 «Het kruis wacht u elke dag. Nulla dies
sine cruce! Geen dag zonder kruis: geen
dag, of wij moeten ons beladen met het kruis van de Heer en zijn juk op
ons nemen [...]. De weg van onze persoonlijke heiliging gaat dagelijks langs het
Kruis. Het is geen trieste weg, want Christus zelf helpt ons. Naast Hem is er
geen plaats voor treurigheid. In laetitia, nulla dies sine cruce!,
herhaal ik graag. In onze ziel die overvloeit van vreugde, geen dag zonder
Kruis.»7
Het kruis van onze Heer dat wij elke dag moeten dragen, is
natuurlijk niet het kruis van onze zelfzucht, onze jaloezie, onze luiheid,
onze... Het ligt niet in de problemen van onze 'oude mens' en onze ongeordende
eigenliefde. Dat komt niet van God. Dat leidt niet tot heiligheid.
Het kan gebeuren, dat we het kruis vinden in een groot
probleem, in ernstige en pijnlijke ziekte, in een financiële ramp, in de dood
van een beminde persoon... «Vergeet dan echter niet, dat het samenzijn met
Christus, zeker, wil zeggen, dat we zijn kruis
tegenkomen. Als wij onszelf in Gods hand stellen, laat Hij ons regelmatig
zorgen, eenzaamheid, tegenstand, laster, smaad en hoongelach ondergaan, zowel
innerlijk als uiterlijk. Dat is omdat Hij ons wil vormen naar zijn beeld en
gelijkenis. Hij laat zelfs toe, dat we dwazen genoemd worden en voor gek worden
aangezien.
»Dat is het moment om de passieve versterving te omhelzen die
-misschien verdoken, of juist zonder masker en onbeschaamd- komt, als wij haar
het minst verwachten.»8 Onze Heer zal ons de kracht geven die we nodig hebben om
dat Kruis met zwier te dragen en Hij zal ons vervullen met onvoorstelbare
genaden en vruchten. We zullen begrijpen dat God zijn zegeningen op veel
manieren verspreidt en zijn vrienden vaak begunstigt door hen te laten delen in zijn kruis en van hen zijn medeverlossers
te maken.
Wel, we vinden het kruis van elke dag gewoonlijk in die
kleine vervelende dingen die tijdens het werk kunnen voorvallen en die meestal
te voorschijn komen door de mensen om ons heen. Het kan iets onverwachts zijn
waarmee we rekening hadden moeten houden: het lastige karakter van iemand met
wie we moeten omgaan; misschien plannen die op het laatste moment veranderd
moeten worden; weerbarstig materiaal, werktuigen die er net als we ze nodig hebben, niet zijn... Ongemak, als gevolg van de kou,
warmte, lawaai, onbegrip... Een niet gebruikelijke ongesteldheid die op
een bepaalde dag ons werk nadelig beïnvloedt...
Deze dagelijkse tegenslagen moeten we moedig accepteren en in
een geest van eerherstel aan God opdragen; zonder ons te beklagen, want
zelfbeklag is vaak een teken dat het kruis afgewezen wordt. Deze verstervingen
die zich onverwacht voordoen, kunnen ons, als we ze welgemoed aanvaarden,
helpen te groeien in de geest van boetvaardigheid die we heel erg nodig hebben,
en te groeien in de deugden van geduld, liefde, begrip: dat wil zeggen in
heiligheid. Als we die tegenslagen in de verkeerde mentaliteit zouden ondergaan,
zouden ze voor ons een drijfveer kunnen zijn tot opstandigheid, of ongeduld, of
ontmoediging. Veel christenen zijn aan het eind van de dag hun vreugde kwijt,
niet door tegenslagen, maar omdat ze niet wisten hoe ze de vermoeidheid van het
werk of de kleine tegenvallers en frustraties die gedurende de dag opkomen,
moesten heiligen. Als we het Kruis -klein of groot- aanvaarden, zullen we
vreugde en vrede ontvangen te midden van leed. Door het te aanvaarden verdienen
we het eeuwig leven. Het Kruis niet aanvaarden maakt de ziel dwars of inwendig
opstandig. Dit komt al snel naar buiten als moedeloosheid of een slecht humeur.
«Het dragen van het Kruis is iets groots [...] Het betekent het leven moedig
tegemoet treden, zonder zwakte of bekrompenheid. Het betekent dat we de
moeilijkheden waaraan we in ons bestaan nooit gebrek zullen hebben, omzetten in
morele energie. Het betekent het begrijpen van menselijk verdriet. Het betekent
ten slotte werkelijk te weten wat beminnen is.»9 De christen die in zijn leven het offer
systematisch uit de weg gaat, zal God niet vinden, zal het geluk niet vinden.
En hij ontloopt bovendien zijn eigen heiligheid.
2.3 Als iemand Mij wil volgen, laat hij dan
zichzelf vergeten... Zoals we het Kruis dat ons, vaak onverwacht, tegemoet komt,
aanvaarden, zo moeten we ook andere kleine verstervingen zoeken om de geest van
boetvaardigheid die God van ons verlangt, wakker te houden. Voor het boeken van
vooruitgang in het innerlijk leven is het een grote steun een aantal kleine
verstervingen in het achterhoofd te hebben zonder ze te vergeten, een
voorraadje, vooraf bedacht, zodat we ze elke dag kunnen doen.
Deze verstervingen, willens en wetens uit liefde tot God
gezocht, zullen ons een grote steun zijn bij het overwinnen van traagheid, bij
het terugdringen van die zelfzucht die ieder moment schijnt te willen
losbarsten, bij het intomen van trots enzovoort. Sommige zullen in ons werk van
pas komen, omdat ze een goede invloed hebben op punctualiteit, orde, mate van
concentratie en de zorg voor gereedschap en uitrusting die we gebruiken. Andere
leiden ertoe dat we de naastenliefde beter beoefenen, vooral ten opzichte van
de mensen met wie we leven en werken: weten te glimlachen, ook als we het
moeilijk vinden, laten zien dat je anderen apprecieert, hun werk
vergemakkelijken, op een aangename manier consideratie met hen hebben, hen
dienen in de kleine dingen des levens en nooit ons goede humeur verliezen.
Andere verstervingen kunnen ons leiden tot het overwinnen van onze gemakzucht,
tot het waken over onze in- en uitwendige zinnen, tot het overwinnen van onze
nieuwsgierigheid. We kunnen daarbij denken aan bepaalde verstervingen bij het
eten, in het verzorgen van ons uiterlijk enzovoort. Het hoeven geen grote
dingen te zijn, maar we hebben ze nodig om de gewoonte aan te kweken ze altijd
en uit liefde tot God te doen.
Daar de algemene neiging van de menselijke natuur is, de
dingen die moeite kosten uit de weg te gaan, moeten we in deze dingen
veeleisend zijn, niet tevreden zijn dus met goede voornemens. Soms zal het
nuttig blijken die op te schrijven, zodat we ze bij ons gewetensonderzoek of op
andere momenten van de dag even na kunnen gaan om ze niet te vergeten. Laten we
er ook aan denken dat de verstervingen die God het liefst ziet, de
verstervingen zijn die iets te maken hebben met liefde, met apostolaat en het
getrouw vervullen van onze plichten.
Laten we Jezus, als we ons gesprek met Hem beëindigen,
zeggen dat we bereid zijn Hem te volgen, met het kruis op de schouders,
vandaag, elke dag.
-1. Lc 9,23. -2. Lc 14,27. -3. J. Orlandis, Ocho bienaventuranzas,
bl. 72. -4. H. Johannes van het Kruis,
Levende vlam van liefde, II,7. -5. Idem,
Brief aan pater Juan de Santa Ana, 23. -6. R.M. de Balbín, Sacrificio
y alegría, Madrid 1975, bl. 123. -7. H.
Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 176. -8. Idem, Vrienden van God, 301. -9.
Paulus vi, Toespraak,
24 maart 1967.
|