Witte Donderdag
Het lijden van onze Heer
44. HET LAATSTE AVONDMAAL
-Jezus viert met de apostelen zijn Laatste
Avondmaal.-Instelling van de heilige eucharistie en van het sacrament van het
priesterschap. -Het Nieuwe Gebod van de Heer.
44.1 Witte Donderdag kan niet
voorbijgaan zonder dat we denken aan het Laatste Avondmaal van de Heer samen
met de apostelen. Net als de jaren daarvoor zal de Heer het pasen vieren
omringd door de zijnen. Deze keer echter zal zeer specifieke karaktertrekken hebben.
Het laatste pasen van de Heer voor zijn heengaan naar de Vader. Tevens een
pasen dat gekenmerkt zal zijn door de gebeurtenissen die gaan plaatsvinden. Elk
moment van dit Laatste Avondmaal is een weerspiegeling van de majesteit van
Jezus die weet dat Hij de volgende dag zal sterven, een weerspiegeling van zijn
grote liefde en tederheid voor de mensen.
Het paasfeest was het belangrijkste feest van de Joden. Het
was ingesteld om de bevrijding van het Joodse volk uit de slavernij van Egypte
te gedenken. Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken, ge moet hem vieren
als een feest ter ere van Jahwe. Van geslacht tot geslacht moet ge hem als een
eeuwige instelling vieren.1 Alle Joden waren verplicht dit feest te vieren om de
herinnering levend te houden aan hun geboorte als Volk van God.
Jezus draagt zijn uitverkoren leerlingen, Petrus en Johannes,
op de noodzakelijke voorbereidingen voor het feest te treffen. De twee
apostelen doen dat met de grootste zorg. Zij brengen het lam naar de tempel en
offeren het. Daarna gaan ze terug naar het huis waar het paasmaal zal
plaatsvinden, om het lam te braden. Voor de gasten zetten zij ook het water
klaar om zich te wassen2, de 'bittere kruiden' -symbool voor de bitterheid van de
slavernij-, de 'ongedesemde broden' -ter herinnering aan de broden die hun
voorouders bij de bereiding in de steek moesten laten bij hun plotseling
vertrek uit Egypte-, de wijn enzovoort. Zij deden extra hun best alles zo goed
mogelijk klaar te maken.
Die voorbereidingen doen ons denken aan de goed verzorgde
voorbereiding die, elke keer als we aan de heilige Mis deelnemen, in onszelf
plaats moet vinden. Daar wordt hetzelfde Offer van Christus hernieuwd, die zich
overlevert voor ons. Ook wij zijn zijn leerlingen en nemen de plaats in van
Petrus en Johannes.
Het Laatste Avondmaal begint bij zonsondergang. Jezus zegt de
psalmen met krachtige stem en met bijzondere nadruk. De heilige Johannes heeft
ons overgeleverd dat Jezus vurig verlangde deze maaltijd met zijn leerlingen te
gebruiken.3 En
in die uren zullen er wondere dingen gebeuren die de evangelisten voor ons
bewaard hebben: de rivaliteit van de apostelen die strijden over de vraag wie
de grootste is; het verrassende voorbeeld van nederigheid en dienstvaardigheid
toen Jezus de taak op zich nam van de geringste der dienstknechten: Hij begon
hun voeten te wassen; Jezus is vervuld van liefde en tederheid voor zijn
apostelen: kindertjes noemt Hij hen tenslotte. «De Heer zelf wil aan die
bijeenkomst een dusdanige overvloed aan betekenis, rijkdom aan herinneringen,
ontroering van woorden en gevoelens, nieuwheid van handelingen en voorschriften
hechten, dat wij nooit zullen kunnen ophouden deze te overwegen en te
onderzoeken. Bij deze maaltijd opent Jezus zijn testament. Het is een
liefderijke en immens droeve maaltijd, een periode waarin op geheimvolle wijze
de goddelijke beloften geopenbaard worden. Alles werd beheerst door de dood,
met afgrijselijke voortekenen van verraad, in de steek gelaten zijn en geslachtofferd
worden. Het gesprek ebt weg, terwijl de woorden van Jezus zonder onderbreking,
nieuw, uiterst zoet, in volkomen vertrouwelijkheid voortvloeien; zo zweeft Hij
tussen leven en dood.»4
Wat Jezus voor de zijnen deed, kan samengevat worden in deze
korte woorden van de heilige Johannes: Hij gaf hun een bewijs van zijn
liefde tot het uiterste toe.5 Vandaag is het een dag die zich als geen andere leent om
deze liefde van Christus -voor ieder van ons- en de wijze waarop wij die
beantwoorden, te overwegen. Hoe staat het met onze gestage omgang met Hem, onze
liefde voor de Kerk, onze oefeningen van berouw en eerherstel, de liefde tot de
naaste, met onze voorbereiding en dankzegging bij de communie? Doen wij moeite
medeverlosser te zijn met Hem? Hongeren en dorsten wij naar gerechtigheid?
44.2 En toen, tijdens de
maaltijd, naar alle waarschijnlijkheid tegen het einde, toonde Jezus die alles
overstijgende en tegelijk eenvoudige houding aan die de Apostelen goed kennen.
Hij zwijgt even en stelt dan de eucharistie in.
De Heer vervroegt in sacramentele vorm -mijn Lichaam dat
wordt overgeleverd, mijn Bloed dat wordt vergoten- het offer dat de
volgende dag op Calvarië volbracht zal worden. Tot op de dag van vandaag is het
Verbond van God met zijn Volk aanwezig in het paaslam dat op het offeraltaar
geslacht wordt, in het feestmaal van heel de familie, in het paasmaal. Het
Paaslam dat nu geslacht wordt, is dezelfde Christus6: dit is de kelk van het nieuwe,
altijddurende verbond, dit is mijn Bloed... Het Lichaam van Christus is het
nieuwe feestmaal dat alle broeders en zusters bijeenbrengt: Neemt en eet...
De Heer vervroegde in het Cenakel op sacramentele wijze wat
de volgende dag op de Calvariëberg werkelijkheid zou zijn: het offeren en
opdragen van zichzelf -Lichaam en Bloed- aan de Vader, als Offerlam, wat het
begin is van het nieuwe en definitieve Verbond tussen God en de mensen, en dat
allen verlost uit de slavernij van de zonde en van de eeuwige dood.
Jezus geeft zich aan ons in de eucharistie om onze zwakte te
sterken, ons te vergezellen in onze eenzaamheid, als een voorschot op de hemel.
Bij de poorten naar zijn lijden en dood richtte Hij de dingen zo in, dat wij
nooit gebrek zullen hebben aan dit brood. Want in die gedenkwaardige nacht gaf
Jezus aan zijn apostelen en aan hun opvolgers, de bisschoppen en priesters, de
macht het wonder tot het einde der tijden te hernieuwen: Blijft dit doen om
Mij te gedenken.7 Naast
de heilige eucharistie die voort moet duren totdat Hij komt8, stelde de Heer
het ambtelijk priesterschap in.
Jezus blijft voor altijd bij ons in de heilige eucharistie,
met een werkelijke tegenwoordigheid, een echte en substantiële
tegenwoordigheid. Het is dezelfde Jezus in het Cenakel en in het tabernakel. In
die nacht genoten de leerlingen de waarneembare tegenwoordigheid van Christus
die zich overgaf aan hen en aan alle mensen. Ook wij zullen Hem deze avond, als
we naar Hem toegaan om Hem in het openbaar op het rustaltaar te aanbidden,
opnieuw ontmoeten. Hij ziet ons en kent ons. Wij kunnen met Hem praten, zoals
de apostelen gedaan hebben. We kunnen Hem vertellen waar we naar verlangen, wat
ons bezighoudt. We kunnen Hem dank brengen, omdat Hij onder ons aanwezig wil
zijn. We kunnen in zijn gezelschap blijven en zijn liefderijke overgave
gedenken. Altijd wacht Hij op ons in het tabernakel.
44.3 Hieruit zullen
allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder
elkaar bewaart.9
Jezus sprak de apostelen over zijn op handen zijnde vertrek.
Hij gaat hun een plaats bereiden in de hemel10, maar ondertussen zullen zij in Hem vereend
blijven door het gebed en het geloof.11 Op dat moment vaardigt Hij zijn Nieuwe Gebod
uit, dat overigens al op elke bladzijde van het evangelie staat: Dit is mijn
gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad.12 Vanaf dat moment
weten we, dat «de liefde de weg is om de Heer van meer nabij te volgen»13, en sneller. De
ziel begrijpt God beter als zij attenter is in het beleven van de
naastenliefde, want God is Liefde en zij zal meer en meer adeldom verwerven, in
de mate waarin deze goddelijke deugd in haar groeit.
De wijze waarop we omgaan met de mensen om ons heen is
bepalend of men ons zal herkennen als zijn leerlingen. De graad van vereniging
met Hem blijkt uit ons begrip voor anderen en de wijze waarop we met hen omgaan
en hen dienen. «Hij spreekt niet over het opstaan uit de dood, of een of ander
stellig bewijs, enkel dit: als gij de liefde onder elkaar bewaart.»14 «Velen vragen
zich af of ze Christus wel beminnen, en ze gaan op zoek naar aanwijzingen
waaruit ze kunnen afleiden en weten of ze van Hem houden. De aanwijzing die
nooit bedriegt, is de broederlijke naastenliefde [...]. Het is ook de meetschaal
voor ons innerlijk leven, in het bijzonder voor ons gebedsleven.»15
Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkaar liefhebt... 16 Het is een nieuw
gebod, omdat de argumenten ervoor nieuw zijn. De naaste is een en dezelfde zaak
als Christus, de naaste is het voorwerp van een bijzondere liefde van de Vader.
Het is nieuw, omdat het Voorbeeld altijd actueel is, omdat het nieuwe relaties
tussen mensen schept. Omdat de wijze van nakomen nieuw is: zoals Ik u heb
liefgehad. Nieuw, omdat het gericht wordt tot een nieuw volk; omdat het
nieuwe harten vergt; omdat het het fundament legt voor een andere, tot dan niet
gekende orde. Het gebod is nieuw, omdat het altijd resulteert in iets nieuws
voor mensen die vastgeroest zitten in egoïsme en routine.
Op deze Witte Donderdag kunnen we ons, bij het afsluiten van
onze meditatie, afvragen of men op de plaatsen waar we het grootste deel van
ons leven doorbrengen, weet dat we leerlingen van Christus zijn door de
vriendelijke, begrijpende en ontvankelijke wijze waarop we met anderen omgaan.
Als we ervoor zorgen in gedachten, woorden en daden nooit te kort te schieten
in de naastenliefde; als we het weer goed kunnen maken als we iemand verkeerd
behandeld hebben; als we veel liefde betuigen aan de mensen om ons heen:
hartelijkheid, waardering, een paar woorden om moed in te spreken, een
broederlijke vermaning als die nodig is, de glimlach uit gewoonte en een goed
humeur, kleine diensten, zich werkelijk in andermans problemen verdiepen,
helpen in kleine dingen zonder dat iemand het merkt... «Tevens maant Hij, dat
deze liefde niet alleen in grootse dingen gezocht moet worden, maar ook, en
vooral, in de gewone omstandigheden van het dagelijkse leven.»17
Denk, nu we zo dicht bij het lijden van de Heer zijn, aan de
volledige overgave van Maria aan het vervullen van de Wil van God en de dienst
aan de naaste. «De onmetelijke liefde van Maria voor de mensheid maakt dat, ook
in haar, het woord van Christus vervuld wordt: Geen groter liefde kan iemand
hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden (Joh 15,13).»18
-1. Ex 12,14. -2. Vgl. Joh 13,5. -3. Vgl. Joh
13,1. -4. Paulus vi, Homilie
tijdens de heilige Mis van Witte Donderdag, 27 maart 1975. -5. Joh 13,1.
-6. Vgl. 1 Kor 5,7. -7. Vgl. Lc 22,19; 1 Kor 11,24. -8. 1
Kor 11,26. -9. Joh 13,35. -10. Vgl. Joh 14,2-3. -11. Vgl. Joh
14,12-14. -12. Joh 15,12. -13. H.
Thomas van Aquino, Commentaar op de brief aan de Efeziërs, 5,1.
-14. H. Thomas van Aquino, Opusculum
'De caritate' . -15. B. Baur,
In Christus' licht. -16. Vgl. Joh 13,34. -17. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium
et spes, n 38. -18. H. Jozefmaria
Escrivá, Vrienden van God, 287.
|