8 januari
46. HET LEVEN IN NAZARETH. ARBEID
-De
Heer die in de werkplaats van de heilige Jozef werkt is ons voorbeeld in het
werk, bij de heiliging van onze dagelijkse werkzaamheden. -Wat was het werk van
Jezus? Hoe moet ons werk zijn? -Met ons gewone werk zullen wij de hemel moeten
verdienen. Verstervingen, blijken van liefde in kleine details, beroepsmatige
vakbekwaamheid en kundigheid bij het werk dat wij moeten doen.
46.1 Als wij
het leven van Jezus beschouwen, geven wij ons er rekenschap van, dat het
grootste deel van zijn bestaan zich verborgen in een dorp heeft afgespeeld. In
zijn eigen vaderland kende nauwelijks iemand Hem. Wij kunnen ons heel goed
voorstellen, dat sommige buren over Hem zeiden: Verlaat deze streek en
vertrek naar Judea; dan kunnen ook de leerlingen de werken zien die Gij
verricht. Niemand doet iets in het verborgene als hijzelf de openbaarheid zoekt.1 De waarde van de werken van de Heer was altijd
onbegrensd. Hij bracht zijn Vader altijd dezelfde lof, of Hij nu hout zaagde,
een dode opwekte of wanneer Hij gevolgd werd door menigten die God prezen.
Veel gebeurtenissen hadden
plaats in de wereld waarin Hij gedurende dertig jaar in Nazareth woonde. De
vrede van Augustus was ten einde gekomen en de Romeinse legioenen maakten zich
op de strijd aan te binden met de binnenvallende barbaren... In Judea werd
Archelaüs na allerlei uitspattingen verbannen... In Rome was Octavius Augustus
door de senaat tot God verklaard... De Zoon van God verbleef echter in een dorpje
op ongeveer honderd kilometer van Jeruzalem.
Hij woonde in een
bescheiden huis, wellicht opgetrokken in baksteen zoals de andere. Hij woonde
daar met Maria, zijn Moeder, want Jozef was in die tijd waarschijnlijk al
gestorven. Wat deed de Godmens daar? Hij werkte zoals de andere mannen in het
dorp. Nooit onderscheidde Hij zich op opvallende wijze van hen en Hij was ook
een van hen. Hij was volmaakt God en volmaakt mens. Wij dienen niet te
vergeten, dat zijn verborgen leven zowel als zijn openbaar apostolisch leven
samen het bestaan hier op aarde vormen van de Zoon van God.
Toen Jezus later naar
Nazareth terugkeerde verbaasden zijn streekgenoten zich over zijn wijsheid en
de wondere dingen die er over Hem verteld werden. Zij kenden Hem door zijn werk
en omdat Hij de Zoon van Maria was. Waar haalt Hij die wijsheid
vandaan. En wat is dat voor een wijsheid die Hem geschonken is? Is dat niet de
timmerman, de Zoon van Maria? 2 De heilige Matteüs zal ons op een andere plaats ook
zeggen, wat ze in Christus' eigen streek van Hem dachten: Is Hij niet de
zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria? 3 Jarenlang hebben zij Hem, dag in
dag uit, zien werken. Daarom kunnen zij zijn beroep ter sprake brengen.
Verder kan uit de
verkondiging van de Heer opgemaakt worden, dat Hij weet wat er op het gebied
van het werk te doen is. Hij kent het als iemand die het van zeer nabij heeft
meegemaakt. Daarom gebruikt Hij veel voorbeelden van mensen die aan het werk
zijn.
Door die jaren van zijn
verborgen leven te Nazareth leert Jezus ons de waarde van het gewone leven
kennen als middel tot heiligheid. «Want het alledaagse gewone leven onder onze
medemensen is niet afgestompt en plat. Juist hier is het de plaats, waar
volgens de wil van de Heer de meesten van zijn kinderen zich moeten heiligen.»4
Onze dagen kunnen heilig
worden als deze lijken op die van Jezus tijdens zijn verborgen en eenvoudige
leven in Nazareth. Dat zal zo zijn, als wij ons werk gewetensvol en in de
aanwezigheid van God verrichten, als wij een leven leiden van liefde voor de
mensen om ons heen, als wij tegenslagen zonder klagen weten te aanvaarden, als
onze professionele en maatschappelijke betrekkingen een drijfveer zijn om de
anderen te helpen en hen dichter bij God te brengen.
46.2 Als wij
het leven van Jezus gedurende die jaren, jaren zonder uiterlijk vertoon,
beschouwen, zien wij Hem flink aan het werk, zonder verflauwen, de uren vullend
met intensieve arbeid. Wij kunnen ons de Heer voorstellen, zoals Hij de
werktuigen ter hand neemt, zonder deze door elkaar te gooien; zoals hij iemand
uit de buurt binnenlaat, die Hem een of andere opdracht geeft... Hij moet wel
sympathiek geweest zijn, vriendelijk in het gesprek. Jezus had de naam de
dingen goed te doen, want Hij heeft alles wel gedaan (Mc 7,37): ook de
stoffelijke dingen.
Allen die met Hem
omgingen, voelden zich aangespoord zich te beteren en zij ontvingen de weldaden
van het stille gebed van Christus. Het beroep van de Heer was niets
uitzonderlijks, maar evenmin makkelijk, noch zonder menselijk perspectief.
Jezus nu hield van zijn dagelijks werk en Hij leerde ons van ons werk te
houden, want «wanneer iemand niet van bepaald werk houdt, kan hij er immers
onmogelijk enige bevrediging in vinden, hoe vaak hij ook van werkkring
wisselt.»5
De Heer kent ook de
vermoeidheid en de uitputting van het dagelijks werk. Hij ervaart ook de
eentonigheid van de telkens terugkerende weinig opzienbarende dagen. Deze
gedachte is voor ons ook een grote weldaad, want «het zweet en de vermoeidheid
die in de huidige staat van de mensheid het noodzakelijk gevolg zijn van de
arbeid, bieden de gelovige en iedere mens die geroepen is Christus te volgen de
mogelijkheid deel te hebben in de liefde tot het werk die Christus is komen
verwezenlijken. Dit heiligingswerk is juist verricht door het lijden en door de
dood aan het kruis. Door de vermoeienissen van het werk te verduren in eenheid
met Christus die voor ons gekruisigd is, werkt de mens in een bepaald opzicht
mee met de Zoon van God in de verlossing van de mensheid. De mens toont zich
een ware leerling van Jezus door op zijn beurt het kruis van elke dag op te
nemen in de werkzaamheden die hij naar zijn roeping moet verwezenlijken.»6
Jezus is gedurende die
dertig jaren van zijn verborgen leven het voorbeeld dat wij moeten navolgen in
ons leven van gewone mensen die elke dag aan het werk gaan. Door het beschouwen
van de persoonlijkheid van de Heer begrijpen wij met meer diepgang de
verplichting die wij hebben om ons werk goed te doen. Wij kunnen niet proberen
een werk te heiligen, dat slecht gedaan is. Wij moeten leren de Heer te ontmoeten in onze menselijke bezigheden, in
de hulp aan onze medeburgers, in onze bijdrage tot verheffing van het
niveau van de gehele samenleving en de schepping.7
46.3 Met het
gewone werk hebben wij het instrument om de hemel te verdienen. Daartoe moeten
wij trachten Jezus na te volgen, «die een uitnemende waardigheid verleende aan
de arbeid door met eigen handen in Nazareth werk te verrichten.»8
Om het werk dat wij moeten
doen te heiligen, dienen wij in gedachten te houden, «dat een christen elk
eerlijk menselijk werk, of het nu intellectuele arbeid of handwerk is, op een
zo volmaakt mogelijke wijze dient te verrichten. Menselijk volmaakt, dat
betekent met vakbekwaamheid, en christelijk volmaakt, dat wil zeggen uit liefde
tot de goddelijke wil en ten dienste van de medemens. Want als het zo gedaan
wordt, draagt de menselijke arbeid, hoe schijnbaar nederig en onbeduidend ook,
ertoe bij de tijdelijke realiteit op christelijke wijze vorm te geven en de
goddelijke dimensie ervan te openbaren. Zo wordt het werk opgenomen en
geïntegreerd in het wonderbare werk van de schepping en verlossing van de
wereld. Zo wordt het verheven tot het bovennatuurlijke niveau van de genade,
het wordt geheiligd en het verandert in het werk van God.»9
In geheiligd werk, zoals
dat van Jezus, vinden wij een terrein dat overvloeit van kleine verstervingen
die vertaald worden in de aandacht voor wat wij aan het doen zijn, in de zorg
voor en het opruimen van de werktuigen die wij gebruiken, in nauwgezetheid, in
de wijze waarop wij met de anderen omgaan, in het opofferen van onze
vermoeidheid, in het zo goed mogelijk en zonder gelamenteer verdragen van
tegenslagen.
In onze
beroepsverplichtingen treffen wij veel kansen om onze bedoeling zuiverder te
stellen, opdat het werkelijk een Godgewijd werk wordt en niet weer een
gelegenheid onszelf te zoeken. Op die manier zullen de mislukkingen voor ons
geen bron van pessimisme zijn en zullen de successen ons evenmin afhouden van
God. De oprechtheid van bedoeling -werken voor het aanschijn van God- zal ons
die vastheid van gemoed verschaffen die eigen is aan de mensen die gewoonlijk
rond de Heer verkeren.
Wij kunnen ons vandaag in
ons persoonlijk gebed afvragen of ons werk een poging tot navolging is van de
jaren van het verborgen leven van Jezus. Verdien ik aanzien in mijn beroep, ben
ik onder mijn vakgenoten competent? Beoefen ik de menselijke en
bovennatuurlijke deugden in mijn dagelijkse taak? Dient mijn werk ertoe mijn
vrienden dichter bij God te brengen? Spreek ik over de Leer van de Kerk inzake
die kwesties waarover in de huidige tijd veel onwetendheid of verwarring
bestaat? Kom ik de verplichtingen van mijn werk tot in de puntjes na?
Laten wij, als we naar ons
werk kijken, tegelijkertijd kijken naar het werk van Jezus. En laten wij Hem
vragen: «Heer, verleen ons uw genade. Open voor ons de deur van de werkplaats
in Nazareth zodat we kunnen leren van het kijken naar U, met uw Moeder, de
heilige Maria, en met de heilige patriarch Jozef [...] gedrieën toegewijd aan een
leven van heilige arbeid. Onze arme harten zullen erdoor geraakt worden. We
zullen U zoeken en U vinden in het dagelijks werk waarvan U wilt, dat we het
omzetten in een werk van God, een werk van Liefde.»10.
-1. Joh 7,3-4.
-2. Vgl. Mc 6,2-3. -3. Mt 13,55. -4. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt,
110. -5. F. Suárez, Jozef van
Nazareth, bl. 164. -6. Johannes
Paulus ii, Enc. Laborem exercens, 27. -7. Vgl. Past. const. Gaudium
et spes, 67. -8. Vaticanum ii,
Dogm. const. Lumen gentium, 41. -9. Gesprekken met Mgr. Escrivá,
10. -10. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden
van God, 72.
|