Negentiende zondag door
het jaar (B)
38. HET LEVENDE BROOD
-De communie herstelt en vernieuwt onze kracht, zodat we in
de hemel kunnen komen. Het Viaticum. -Het Brood des Levens. Uitwerkingen van de
heilige communie op de ziel. -Regelmatig of dagelijks ontvangen van dit
sacrament. Bezoek aan het heilig Sacrament; geestelijke communies gedurende de
hele dag.
38.1 In de eerste lezing van vandaag1 lezen
we dat de profeet Elia, op de vlucht voor Jezabel, naar de Horeb, de heilige
berg, ging. Gedurende de lange en moeilijke reis voelde hij zich zo moe dat hij
wilde sterven. Hij zei: Het wordt mij te veel, Jahwe; laat mij sterven want ik ben
niet beter dan mijn vaderen. En terwijl hij daar
lag, viel hij in slaap. Maar een engel van de Heer maakte hem wakker, bood hem
brood aan en zei: Sta
op en eet; anders gaat de reis uw krachten te boven. Toen stond hij op, at en
dronk, en gesterkt door dat voedsel liep hij veertig dagen en nachten, tot hij
de berg van God, de Horeb, bereikte. Wat hij niet
uit eigen kracht kon, kon hij wel door de maaltijd die de Heer hem gaf toen hij
het meest in de put zat.
De heilige berg, die de eindbestemming van de profeet was, is
een beeld van de hemel. De reis van veertig dagen stelt onze reis door het
leven voor, waarin ook wij verleidingen, moeilijkheden en vermoeidheid
ondervinden. Op bepaalde momenten zullen ook wij in de put zitten en geen hoop
hebben. Zoals de engel dat doet, nodigt ook de Kerk ons uit, ons te voeden met
het brood -in alle opzichten uniek- dat Christus zelf is, aanwezig in de heilige
eucharistie. In Hem zullen we de kracht vinden om in de hemel te komen, ondanks
onze zwakheid.
De heilige communie werd door de eerste christenen het
'viaticum' genoemd, zoals de voorraad voedsel en geld genoemd werd, die de
Romeinen meenamen op lange reizen. Later werd deze term uitsluitend gebruikt
voor de geestelijke bijstand -in het bijzonder de heilige eucharistie- die de
Kerk geeft aan haar kinderen voor hun reis naar het eeuwig leven.2 De eerste christenen hadden de gewoonte de communie
te brengen naar hen die gevangen zaten, vooral wanneer het moment van hun
martelaarschap naderde.3 De heilige Thomas van
Aquino leert ons dat dit sacrament het viaticum genoemd wordt, omdat het de
vreugde aankondigt dat we God bezitten in ons waarachtige vaderland en omdat
het ervoor zorgt dat wij dit doel kunnen bereiken.4
Het is voor ons een grote hulp tijdens ons leven en in het bijzonder tegen het
einde van onze levensweg, wanneer de aanvallen van de tegenstander des te
heviger kunnen zijn. Dit is de reden waarom de Kerk altijd heeft benadrukt dat
geen christen zonder dit sacrament zou mogen sterven. Vanaf het allereerste
begin was de noodzaak -en de verplichting- om dit sacrament te ontvangen
duidelijk, ook al zou men de communie die dag al hebben ontvangen.5
We herinneren ons ook in deze tijd waarschijnlijk de -soms
zware- verplichting dat we al het mogelijke moeten doen opdat geen van onze
familieleden, vrienden of collega's sterft zonder de geestelijke bijstand waar
onze Moeder de Kerk in voorziet voor de laatste momenten van onze levensreis.
Dit is de beste en meest effectieve, en misschien ook de
laatst mogelijke, uiting van liefdadigheid en genegenheid ten aanzien van die
mensen hier op aarde. De Heer beloont ons met een diepe vreugde wanneer we deze
aangename, doch soms ook moeilijke plicht vervullen.
Gedurende ons hele leven zouden onze daden uitdrukking moeten
geven aan onze dankbaarheid ten opzichte van de Heer voor vele dingen, maar in
het bijzonder voor de gave van de heilige communie. Onze dankbaarheid zal
zichtbaar worden als we ons voorbereiden om Hem elke dag beter te ontvangen en
als we, wanneer we Hem ontvangen, ons er volledig van bewust zijn dat Hij ons
meer geeft dan Hij aan Elia gaf: alle kracht die we nodig hebben om vastberaden
de weg van de heiligheid te bewandelen.
38.2 Ik ben het brood des levens... zegt Jezus tegen ons in het evangelie van vandaag.6 Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.
Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld.
Vandaag herinnert de Heer er ons met klem aan dat we Hem
moeten ontvangen in de heilige communie om zo aan het goddelijke leven deel te
kunnen nemen, om bekoringen te kunnen weerstaan en om het genadevolle leven dat
in ons is ontstaan door de doop, te koesteren en te voeden. Wie de communie in
staat van genade ontvangt, deelt in de vruchten van de heilige mis en verkrijgt
de specifieke genade van dit sacrament. Men ontvangt Christus zèlf, de bron van
alle genade, zowel lichamelijk als geestelijk. De heilige eucharistie is het
belangrijkste sacrament, het middelpunt en de top van alle andere. De
werkelijke aanwezigheid van Christus in dit sacrament geeft het een oneindig
bovennatuurlijke werkzaamheid.
Er is niets beters in dit leven dan het ontvangen van de
Heer. Wanneer we ons aan anderen willen geven, geven we hun vaak iets wat van
onszelf is, of iets waarvan we weten dat het een dieper gevoel van genegenheid
of liefde symboliseert. Maar we ervaren altijd enige terughoudendheid bij het
geven van onszèlf. In de communie gaat de goddelijke kracht aan menselijke
beperkingen voorbij: in de eucharistie geeft Christus zich totaal voor ons. De
liefde bereikt in dit sacrament haar ideaal: volledige identificatie met de
geliefde persoon. «Wanneer twee stukken was in het vuur worden gegooid, smelten
ze en worden één enkel voorwerp. Iets dergelijks doet zich voor wanneer we deel
hebben aan het Lichaam van Christus en zijn Kostbaar Bloed.»7 Er is werkelijk geen groter goed dan het waardig
ontvangen van Christus zelf in de heilige communie.
De ziel kan niet anders als dankbaar zijn wanneer we, zonder
toe te geven aan routine, regelmatig de rijkdom van dit sacrament ondervinden.
De heilige eucharistie betekent voor het geestelijke leven wat voedsel voor het
lichamelijke leven betekent. Zoals voedsel ons kracht geeft, en zwakheid en de
dood voorkomt, bevrijdt de heilige eucharistie ons van dagelijkse zonden die
onze ziel verzwakken en doen aftakelen. Zij behoedt ons voor de doodzonden.
Voedsel herstelt onze kracht en gezondheid. «Door regelmatig of dagelijks te
communie te gaan, wordt ons geestelijke leven voller en wordt de ziel verrijkt
met deugden. De persoon die de communie ontvangt, krijgt daarmee een duidelijk
teken van het eeuwige leven.»8 Net zoals voedsel
nodig is voor de groei van het lichaam, zorgt de heilige eucharistie voor een
toename van onze heiligheid en een versterking van onze vereniging met God,
«omdat deel hebben in het Lichaam en Bloed van Christus ons verandert in
datgene wat we ontvangen.»9
De communie helpt ons om onszelf te geven in het gezinsleven;
het motiveert ons om goed en met plezier te werken; het sterkt ons om met
menselijke en bovennatuurlijke gratie de moeilijkheden van het dagelijks leven
het hoofd te bieden.
De
Meester is er en vraagt naar je10
wordt ons iedere dag gezegd. Laten we deze uitnodiging niet negeren. Laten we
met vreugde en goed voorbereid de ontmoeting met Hem aangaan. We hebben alles
te winnen met deze ontmoeting.
38.3 Omdat we vele zwakheden hebben, zouden we regelmatig de Meester moeten
opzoeken in de heilige communie. De maaltijd is gereed11 en velen zijn uitgenodigd, hoewel
slechts enkelen eraan deelnemen. Hoe zouden we ons kunnen verontschuldigen? De
liefde maakt geen plaats voor verontschuldigingen.
Het verlangen om dit sacrament te ontvangen kan gedurende de
dag vaak worden vernieuwd door middel van de geestelijke communie die «bestaat
uit een vurig verlangen om Jezus te ontvangen in het heilig Sacrament en een
liefdevolle conversatie met Hem, zoals wanneer we Hem al hebben ontvangen.»12 We zullen veel genade ontvangen en hulp krijgen om
beter te kunnen werken en anderen te dienen. Het zal gemakkelijker voor ons
zijn om de mis het middelpunt van onze dag te laten zijn.
Het bezoek aan het heilig Sacrament is ook een erg heilzame
activiteit, «een uiting van dankbaarheid, een teken van de liefde en verering
die we de Heer zijn verschuldigd.»13 Er is geen
betere plaats dan voor het tabernakel voor die intieme, persoonlijke gesprekken
die nodig zijn voor een permanente relatie met Christus. Dat is de meest
geschikte plaats voor de dialoog met de Heer -zoals duidelijk blijkt uit de
heiligenlevens- en om aan te zetten tot voortdurend gebed tijdens het werk, op
straat... overal! Sacramenteel aanwezig ziet en hoort de Heer ons met een
grotere intimiteit. Zijn hart klopt nog steeds uit liefde voor ons en het is
«de bron van alle leven en heiligheid.»14 Hij
nodigt ons uit om dagelijks het bezoek dat Hij ons deed door via het sacrament
in onze ziel te komen, te beantwoorden. Hij zegt ons: Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om
alleen te zijn en rust daar wat uit.15
Bij Hem vinden we vrede als we die kwijt zijn, kracht om ons
werk af te maken en vreugde in het dienen van anderen. «Wat moeten we doen in
de aanwezigheid van het heilig Sacrament?, vraag je je af. Heb Hem lief, vereer
Hem, dank Hem en vraag aan Hem. Wat doet een arme in aanwezigheid van een
rijke? Een zieke in aanwezigheid van een dokter? Iemand die dorst heeft bij het
zien van een glasheldere fontein?»16
Jezus heeft wat ons ontbreekt en wat wij nodig hebben. Hij is
de kracht voor onze levensweg. Laten we aan Onze Lieve Vrouw vragen om ons te
laten zien hoe we Hem kunnen ontvangen 'met de zuiverheid, nederigheid en
toewijding' waarmee zij Hem ontving, 'met de geest en vurigheid van de
heiligen.'
-1. 1 Ko 19,4-8. -2. Vgl. A. Bride, Viatique, in DTC, XC, 2842-2858. -3. Vgl.
H. Cyprianus, De lapsis, 13; Vita Basilii, 4
(PG 29, 315); Akten van de
Martelaren; enz. -4. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae III, q74,
a4. -5. Wetboek van
Canoniek recht, cn. 921,2. -6. Joh 6,48-51. -7. H.
Cyrillus van Alexandrië, Commentaar op het
Johannesevangelie, 10,2. -8. Paulus
vi, Instr. Eucharisticum
Mysterium, 37. -9. Ibidem, 7. -10. Joh 11,28. -11. Lc 14,16. -12. H. Alfonsus van Liguori, Bezoeken
aan het Allerheiligst Sacrament, Inl. III. -13. Paulus vi, Enc. Mysterium fidei,
67. -14. Litanie van het
Heilig Hart; vgl. Pius
xii, Enc. Haurietis aquas.
-15. Mc
6,31.-16. H. Alfonsus van Liguori, Ibidem, 1.
|