De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Elfde zondag door het jaar (B)

29. Het mosterdzaadje

-God maakt gebruik van kleine dingen om in de wereld en in de zielen te werken. -Moeilijkheden in het apostolaat mogen ons niet ontmoedigen. - De noodzaak menselijk opzicht te overwinnen.

29.1 Dit zegt de Heer God: 'Dan zal Ik zelf van de top van de hoge ceder een twijgje nemen en dat in de grond zetten; van de bovenste van de jonge takken zal ik een twijgje plukken en Ik zelf zal het planten op een hoge en verheven berg, op het gebergte van Israëls hoogland zal Ik het planten. Het zal takken dragen, vrucht vormen en een prachtige ceder worden. Daaronder zullen alle vogels van allerlei gevederte nestelen: in de schaduw van zijn takken zullen ze nestelen.1 Deze mooie woorden van de profeet Ezechiël, genomen uit de eerste lezing van de mis van vandaag1, herinneren ons eraan hoe God gebruik maakt van kleine dingen om in de wereld en in de zielen werkzaam te zijn. Jezus geeft ons dezelfde les in het evangelie. Het koninkrijk van God lijkt op een mosterdzaadje. Wanneer dat gezaaid wordt in de grond, is het wel het allerkleinste zaadje op aarde; maar eenmaal gezaaid, schiet het op en het wordt groter dan alle tuingewassen, en het krijgt grote takken, zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen.2

De Heer koos enkele mannen uit om het werk van de evangelisatie te beginnen. Voor het grootste deel waren het eenvoudige vissers, ongeletterde mensen, met aanwijsbare gebreken en zonder materiële middelen: wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen.3 Als men de dingen vanuit louter menselijk gezichtspunt bekijkt, is het onmogelijk uit te leggen hoe deze mensen de leer van Jezus in korte tijd konden verbreiden over de hele wereld, met zoveel hindernissen en zoveel tegenstand die overwonnen moesten worden. In de parabel van het mosterdzaadje, zo legt de heilige Johannes Chrysostomus uit, spoorde Jezus zijn leerlingen aan te geloven en ervan overtuigd te zijn, dat het evangelie zich ondanks alles zou verbreiden.4

Wij zijn ook als dat mosterdzaadje, ten opzichte van de taak die God ons gegeven heeft midden in de wereld. We mogen niet vergeten, dat er geen verhouding bestaat tussen de middelen die we hebben, onze geringe talenten, en de omvang van het apostolaat dat we moeten vervullen. Maar we mogen ook nooit vergeten, dat we altijd op Gods hulp kunnen rekenen. Er zullen moeilijkheden komen, en we zullen ons dan meer bewust zijn van onze onbeduidendheid. Dit moet ons brengen tot meer vertrouwen in de Meester en in het bovennatuurlijke karakter van het werk dat Hij ons toevertrouwt. «In tijden van strijd en tegenwerking, wanneer misschien zelfs 'de goeden' je dwarsbomen, moet je je hart verheffen. Luister naar Jezus, hoe Hij spreekt over het mosterdzaadje en over de zuurdesem. - En zeg Hem: edissere nobis parabolam, verklaar me de gelijkenis.

»Dan zul je het genot smaken je toekomstige overwinning te zien: dat de vogels zich nestelen in jouw nu ontluikend apostolaat, en dat heel het deeg doordesemd is.»5

Als we het besef van onze nietigheid en van de kracht van de genade niet verliezen, zullen we altijd sterk zijn en trouw aan wat God van ieder van ons vraagt. Als we onze ogen niet op Jezus gericht houden, zullen we pessimistisch en ontmoedigd raken, en spoedig onze taak opgeven. Met God kunnen we echter alles aan.

29.2 De apostelen en de eerste christenen leefden in een maatschappij die tot in de fundamenten aangetast was; een maatschappij waarin het bijna onmogelijk was idealen te koesteren. De heilige Paulus beschrijft de Romeinse maatschappij en de heidense wereld als plaatsen waar het natuurlijke licht van het verstand in veel opzichten verduisterd was, vooral wat betreft de waardigheid van de menselijke persoon. Hij gaat verder en zegt: Daarom heeft God hen prijsgegeven aan hun onreine begeerten, zodat zij hun eigen lichaam onteren. [...] Daarom heeft God hen overgeleverd aan onterende hartstochten. [...] En daar zij het niet de moeite waard hebben geacht God te erkennen, heeft God hen prijsgegeven aan hun nietswaardige gezindheid zodat zij alles doen wat niet te pas komt. Vervuld zijn zij van allerlei ongerechtigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid; vol nijd, bloeddorst, tweespalt, bedrog en kwaadaardigheid. Roddelaars zijn het, lasteraars, haters van God, vermetel, verwaand, protserig, vindingrijk in het kwaad, ongehoorzaam aan hun ouders, onverstandig, onbestendig, zonder liefde en zonder mededogen.6

De christenen hebben deze maatschappij van binnenuit veranderd. Daar viel het zaad, dat vervolgens verspreid werd over de hele wereld. Hoewel het een klein zaadje was, droeg het een goddelijke kracht in zich, want het was het zaad van Christus. De eerste christenen die naar Rome kwamen waren niet anders dan wijzelf, en met de hulp van de genade waren ze in staat een daadkrachtig apostolaat te volbrengen: zij werkten schouder aan schouder met hun medeburgers, ze hadden dezelfde beroepen als ieder ander, ze kampten met dezelfde problemen, ze gehoorzaamden dezelfde wetten, behalve als deze rechtstreeks in strijd waren met de wet van God. De eerste christenen in Jeruzalem, Antiochië en Rome waren werkelijk kleine mosterdzaadjes, schijnbaar verloren in een reusachtig veld.

Hoewel onze maatschappij soms lijkt op die welke door de heilige Paulus beschreven wordt, mogen we de moed niet verliezen als we tegenstand ontmoeten. God rekent op ons, dat wij de plaats waar we werken en leven ten goede veranderen. Al lijkt het weinig en onbeduidend wat we kunnen doen, zoals de korrel van het mosterdzaad, we mogen nooit nalaten te doen wat we kunnen, omdat God op onze bijdrage rekent. Hij verzekert ons, dat er door ons gebed en offer groei zal komen, en dat we vruchten zullen voortbrengen. Het 'beetje' dat we kunnen doen is, misschien, een vriend of studiegenoot de raad geven een goed boek te lezen; of vriendelijk zijn voor een klant, een medepassagier of collega; of iemand die hulp nodig heeft een kleine dienst bewijzen; of voor een zieke vriend of het kind van de buren bidden, en hen vragen voor ons te bidden; of iemand helpen te gaan biechten. En, altijd, het goede voorbeeld en een blijde glimlach. Iedereen moet discreet, eenvoudig, maar ook moedig apostolaat bedrijven. Dit kan als we verenigd blijven met God, als we een gemakzuchtig, verburgelijkt bestaan afwijzen, als we lauwheid en tegenzin overwinnen. «Deze tijd waarin we geroepen zijn te leven, vraagt vooral van ons, dat we ons ten diepste verplicht voelen om altijd ijverig en enthousiast te zijn. Dat kunnen we alleen, als we strijden. Alleen wie zich krachtig inspant, is in staat vrede in de wereld te brengen, de vrede van Christus.»7

29.3 De verbreiding van het evangelie, meestal via vrienden, collega's op het werk of buren, veroorzaakte bij hele families een radicale levensverandering en zette hen op de weg naar het eeuwige leven. Voor anderen was het aanstoot, en voor weer anderen een dwaasheid.8 De heilige Paulus zegt tegen de christenen in Rome, dat hij zich niet schaamt voor het evangelie, omdat het een goddelijke kracht is tot heil van ieder die erin gelooft.9 De heilige Johannes Chrysostomus verklaart: «Als iemand je benadert en vraagt 'of je iemand aanbidt die gekruisigd is', laat dan je hoofd niet hangen uit schaamte of omdat je moet blozen. Gebruik dat verwijt als een kans tot glorie en laat door je ogen en de blik op je gezicht zien, dat je je niet schaamt. Als ze opnieuw in je oor fluisteren: 'Wat! aanbid jij iemand die gekruisigd is?' antwoord dan 'Ja, ik aanbid Hem' [...] Ik aanbid en verheerlijk een gekruisigde God die door zijn kruis de duivels tot zwijgen bracht en alle bijgeloof wegnam. Voor mij is het kruis de trofee van Gods liefde en vriendschap!»10 Dat is een goed antwoord. We kunnen het zelf gebruiken.

Van de eerste christenen moeten we leren om geen verkeerd menselijk opzicht te hebben. We moeten van hen leren niet bang te zijn voor wat anderen zullen zeggen. We moeten sterk erop gericht zijn Christus bekend te maken, waar we ons ook bevinden, en ons helder bewust zijn van de schat die we gevonden hebben11, de parel van grote waarde die we na veel zoeken ontdekt hebben.12 De strijd tegen het menselijk opzicht moet nooit ophouden, want vaak komen we in een vijandige omgeving terecht als we Christus serieus van nabij proberen te volgen, en als we in overeenstemming met ons geloof trachten te leven. Velen die zich christen noemen, tonen weinig moed als ze moeten getuigen van hun geloof. Ze lijken meer bekommerd te zijn om de mening van anderen dan om het oordeel van Christus. Ze laten zich vaak door de stroom meeslepen, en ze zijn bang om op te vallen.

Deze houding verraadt een zwak karakter, gebrek aan diepe overtuiging en weinig liefde voor God. Natuurlijk is het soms moeilijk ons te gedragen in overeenstemming met wat we zijn, christenen die hun geloof op elk moment en in alle levensomstandigheden willen beleven. Maar deze situaties zullen ook uitstekende gelegenheden zijn om Christus onze liefde te tonen, door te vergeten wat anderen over ons kunnen zeggen en ons niet te laten beïnvloeden door de publieke opinie. Want God heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen13, zegt de heilige Paulus tegen Timoteüs.

Dit was ook altijd de houding van degenen die ons voorafgingen in de taak van de evangelisatie. En zelfs nog daarvoor! Wij hebben het voorbeeld van Judas de Makkabeeër. In een periode dat zelfs onder de Israëlieten er velen waren die [...] aan de afgoden offerden en de sabbat niet meer hielden14, volgden hij en zijn broers het voorbeeld van hun vader Mattatias, en verzetten zij zich tegen die onrechtvaardigheid, en streden zij voor de eer van God, geestdriftig voor Israël.15 Zoals Judas zelf zei: In de oorlog hangt de overwinning niet af van de grootte van het leger, maar van de hulp van boven.16 Zo ging het altijd bij zaken die God betreffen, van het begin van de Kerk tot in onze tijd. God gebruikt wat klein en zwak is, om zijn werk te doen. We zullen zijn hulp niet ontberen. Hij zal het kleine beetje dat we kunnen doen, veranderen in een sterke kracht voor het goede.

Van het kruis van Christus komen de kracht en de moed die we nodig hebben. Laten we naar Maria kijken. «Het gebrul van de menigte doet haar niet terugdeinzen. Zij blijft de Verlosser vergezellen terwijl allen in de stoet, in de anonimiteit van de massa, Christus op lafhartige wijze durven te mishandelen.

»Roep haar vurig aan: Virgo fidelis!, trouwe Maagd!, en vraag haar dat wij die ons vrienden van God noemen, dat ook echt en altijd mogen zijn.»17

-1. Ez 17,22-24. -2. Mc 4,31-32. -3. 1 Kor 1,27. -4. Vgl. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën op het Matteüsevangelie, 46. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 695. -6. Rom 1,24-31. -7. A. del Portillo, Brief, 8 december 1976, 4. -8. Vgl. 1 Kor 1,23. -9. Rom 1,16. -10. H. Johannes Chrysostomus, Homilie bij de brief aan de Romeinen, 2. -11. Vgl. Mt 13,44. -12. Vgl. Mt 13,45-46. -13. 2 Tim 1,7-8. -14. 1 Mak 1,41. -15. Vgl. 1 Mak 3,2. -16. 1 Mak 3,18-19. -17. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 51.




Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009