Zestiende week. Zaterdag
18. Het Nieuwe Verbond
-Het verbond van de Sinaï en het Nieuwe Verbond van Christus
aan het Kruis. -De heilige mis als hernieuwing van het Verbond. -Liefde voor
het heilig offer.
18.1 We lezen in het boek Exodus dat toen Mozes van de berg Sinaï afdaalde,
hij Gods geboden aan het uitverkoren volk gaf.1
De Israëlieten waren verplicht de geboden te gehoorzamen, en Mozes stelde ze op
schrift. De volgende morgen bouwde het volk een altaar aan de voet van de berg
en richtte twaalf stenen op die de twaalf stammen van Israël uitbeeldden. De
joden boden een offer aan Jahwe aan om het verbond te bekrachtigen. Door deze
overeenkomst beloofden de joden plechtig zich te voegen naar de Tien Geboden en
Jahwe beloofde vaderlijke zorg te hebben voor zijn uitverkoren volk. De ritus
van het offer werd met bloed bevestigd, zinnebeeld van de bron van leven. Het
bloed werd op het altaar vergoten, dat God verzinnebeeldde. Nadat Mozes uit het
boek van het verbond had voorgelezen, sprenkelde hij bloed over degenen die
aanwezig waren, en bevestigde zo de bijzondere band tussen Jahwe en zijn volk.2
Deze gebeurtenis was van zo'n groot belang dat het bij veel
gelegenheden behoorde te worden herleefd en hernieuwd.3
Het uitverkoren volk zou keer op keer het verbond verbreken, maar God werd
nooit moe hen te vergeven en lief te hebben. Meer nog; Hij vergaf hen niet
alleen, maar Hij beloofde hun een nog volmaaktere gave van zichzelf. Steeds
weer opnieuw sprak God door zijn profeten van een 'Nieuw Verbond' als
uitdrukking van zijn oneindige barmhartigheid.4
Dit Verbond werd bezegeld door het Bloed van Christus aan het Kruis. Het Nieuwe
Verbond verenigt God met zijn nieuw volk, de hele mensheid, die wordt geroepen
deel van de Kerk te worden. Het offer van Calvarië had een oneindige verdienste,
namelijk een nieuwe en blijvende verhouding tussen God en de mens.
«Wil jij weten... de waarde van dat bloed?» vraagt de heilige
Johannes Chrysostomus. «Kijk vanwaar het opwelt en wie zijn bron is. Het
vloeide van het Kruis zelf. Zijn bron was de open zijde van de Heer. Het
evangelie zegt: Toen zij
echter bij Jezus kwamen en zagen dat Hij reeds dood was, sloegen zij Hem de
benen niet stuk, maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans; terstond
kwam er bloed en water uit. Water is het zinnebeeld van het
Doopsel. Bloed is het zinnebeeld van de eucharistie. De soldaat die zijn zijde
doorboorde maakte een doorgang in de muur van de heilige tempel. Ik heb daar
een verborgen schat gevonden en ik verheug me over deze nieuw gevonden
rijkdom.»5 Wij staan elke dag oog in oog met
deze schat in de heilige mis, waar voor de verbaasde blik van de engelen zelf,
de hemel op aarde schijnt neer te dalen. In dit offer zijn wij nauw verbonden
met Christus. Het uitverkoren volk kon zich nooit zo iets ontzagwekkends hebben
voorgesteld. De woorden van een vanouds gebruikelijk gebed van dankzegging na
de mis zijn hier op zijn plaats: Ik smeek U, Zoete Jezus, dat uw Passie mijn sterkte en
bevrijding mag zijn, dat uw wonden mijn eten en drinken mogen zijn, dat het
vloeien van uw Bloed de zuivering voor mijn zonden mag zijn, dat uw dood mijn
eeuwig leven mag zijn, dat uw Kruis mijn eeuwigdurende verheerlijking mag
zijn... 6
18.2 Er komt een tijd dat Ik met
Israël en Juda een nieuw verbond sluit; geen verbond zoals Ik met hun
voorvaderen gesloten heb, toen Ik hen bij de hand heb genomen om hen uit Egypte
te leiden.7 Gedurende het Laatste Avondmaal liep Jezus vooruit op wat Hij kort
daarna zou verwerven met zijn dood. Hij liet zijn leerlingen zien wat Hij vurig
verlangde te doen, wat Hij spoedig ten uitvoer zou brengen -het offer van zijn
Lichaam en Bloed voor iedereen. Het Laatste Avondmaal is een vooruitlopen op
het offer van het Kruis.8 Zevenentwintig jaar
later zou de heilige Paulus deze woorden van Jezus aanhalen in de eerste brief
aan de Korintiërs: Deze
beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit, elke keer dat gij hem
drinkt, tot mijn gedachtenis.9
Het woord 'herdenking' is een vertaling van het Hebreeuwse
woord voor het joodse feest waarmee de vlucht uit Egypte en het Verbond,
gesloten op de berg Sinaï, ieder jaar werd gevierd.10
Bij dit feest gedenken de joden niet alleen de gebeurtenis uit het verleden,
maar hernieuwen het steeds, geslacht na geslacht. Toen de Heer de Apostelen
beval: Doet dit tot mijn
gedachtenis, vroeg Hij hun niet enkel zich een bepaald ogenblik
te herinneren. Hij vraagt hun het offer van Calvarië te hernieuwen.
Dit Verbond wordt dag in dag uit over de hele wereld
hernieuwd als de heilige mis wordt gevierd. Elke mis die de priester opdraagt,
vertegenwoordigt, dat wil zeggen, stelt opnieuw tegenwoordig, op een geheimnisvolle
manier, hetzelfde offer dat Christus op Calvarië opdroeg. Het werk van onze
Verlossing heeft plaats hier en nu. Het is alsof de twintig eeuwen die ons van
Calvarië scheiden, verdwenen zijn. Het Nieuwe Verbond van de eucharistie wordt
in het bijzonder kenbaar op het ogenblik van de consecratie.11 Het is op dit moment dat wij innige oefeningen van
geloof en liefde behoren te doen.
Laten wij gebruik maken van enkele richtlijnen voor priesters
hoe de mis op te dragen, om ons te helpen het offer met grotere devotie te
beleven: Na het uitspreken van de woorden die Christus neer doen dalen op het
altaar, «kijk naar de sacramentele gedaanten met ogen van geloof. Als je
knielt, zie de legioenen van engelen die Christus omringen en Hem met diep
ontzag aanbidden. Deze aanblik moet je buitengewoon nederig maken. Beschouw
Christus bij de opheffing omhoog geheven aan het Kruis. Vraag Hem alle dingen
tot Zich te trekken. Doe vurige akten van geloof, hoop, liefde, aanbidding en
nederigheid, in gedachten zeggend, 'Jezus, Zoon van God, heb medelijden met
mij! Mijn Heer en mijn God. Ik houd van U, mijn God. Ik aanbid U met heel mijn
hart en ziel'. Je kunt ook de intentie van de mis die je viert hernieuwen, de
eucharistie opdragend in overeenstemming met zijn vier doeleinden. Maar wanneer
je de kelk opheft, wees er zeker van, je op een zeer berouwvolle wijze te
herinneren dat het Bloed van Christus voor jou is vergoten, zelfs ofschoon je
het vaak hebt geminacht. Aanbid Hem om zo je verzuim uit het verleden weer goed
te maken.»12 Wij moeten ons geloof en liefde op
deze ogenblikken van de consecratie bekrachtigen.
18.3 Hoe lief is mij uw woning, Heer
der hemelmachten. Mijn ziel verlangt en hunkert naar uw heiligdom. Mijn hart en
heel mijn wezen gaan juichend uit naar U, de God die leeft.13 Met welk een
liefde en ontzag moeten we de heilige mis naderen! Daar, in dit Heilig Offer,
kan de verheven bron van genade gevonden worden waar elk geslacht zijn
toevlucht toe zal nemen om op krachten te komen, als de mens zijn weg naar de
eeuwigheid aflegt.14 Daar zullen wij niet alleen
genade vinden, maar de Schepper van alle genade.15
Wanneer ook wij ons gereed maken om het Heilig Offer van het
altaar te vieren of er aan deel te nemen, moeten we dat doen met een diepe
concentratie die ons meer en meer met Jezus, de Hogepriester, verbindt. Zoals
de heilige Paulus ons zegt: Die gezindheid moet onder u heersen welke Christus Jezus bezielde.16 Wij dragen het Opperste Offer op door Hem en met
Hem en in Hem. We dragen onszelf op.17
Iets dat ons zal helpen deze verbondenheid met Christus in de
mis te bevorderen betreft onze manier van deelnemen aan de liturgie. Wij moeten
ernstig, devoot en actief zijn, in de geest verzonken, onze ziel in vrome
eensgezindheid verenigd met ons lichaam.18 We
moeten onze volle aandacht geven aan de lezingen en de aanroepingen. Tijdens de
momenten voor stil gebed, moeten we akten van geloof en liefde doen. We moeten
ook de Allerheiligste Maagd vragen ons te leren hoe wij liefdevolle aandacht
moeten hebben op het moment van de consecratie, als we Jezus ontvangen in de
communie... Andere kleinigheden om in gedachten te houden, hebben te maken met
onze stiptheid en de manier hoe we ons kleden. «Wie niet van de heilige mis
houdt, zich geen moeite geeft deze rustig, devoot, met intense liefde te
beleven, bemint Christus niet. Liefde maakt minnende harten uiterst
fijngevoelig; zij stelt hen in staat de teerste nuances en de gerichtste
attenties te ontdekken, waarin verliefdheid schuilgaat. Met zulk een
aandachtige liefde moeten ook wij de mis bijwonen. Daarom ben ik steeds van
mening geweest: wie erop uit zijn een korte, haastig gelezen mis bij te wonen,
laten door deze weinig te waarderen houding zien nog niet begrepen te hebben
wat het eucharistisch offer is.»19
Onze tijd van dankzegging na de mis vat die heel bijzondere
ogenblikken van de dag samen die zo'n beslissende invloed kunnen hebben op ons
werk, op ons gezinsleven, op onze met opgeruimdheid gedane activiteiten met
anderen, op onze eensgezindheid en blijdschap. Op deze manier beleefd, zal de
mis nooit een geïsoleerde gebeurtenis zijn, maar in plaats daarvan ons als echt
geestelijk voedsel dienen. De mis zal aan onze daden een eeuwigheidswaarde
geven. De mis zal ons helpen als kinderen van God en medeverlossers met Christus
te leven.
Wij moeten gedurende de mis proberen aan de zijde van Onze
Lieve Vrouw te staan, precies zoals zij bij haar Zoon stond op Calvarië. Als
wij Jezus opdragen aan de Vader, dragen wij met Hem onszelf op door de tussenkomst
van Maria. «Allerheiligste Vader! Door het Onbevlekte Hart van Maria draag ik U
Jezus op, Uw veelgeliefde Zoon. Ik offer mijzelf door Hem, met Hem en in Hem op
voor al zijn intenties, in naam van alle schepselen.»20
-1. Eerste
lezing, Jaar I, Ex 34,3-8. -2. Vgl. B.
Orchard e.a., Verbum Dei, vol I, in loc. -3. Vgl. Sam 7,13-16; 28,69; Jos 24,19-28. -4.
Vgl. Jer
31,31-34; Ez
16,60; Jes
42,6. -5. H. Johannes Chrysostomus, Onderricht over het doopsel,
III, 19. -6. Preces
selectae, Keulen 1987, bl. 20. -7. Jer 31,31. -8. M. Schmaus, Katholische Dogmatik,
VI. -9. 1 Kor 11,25.
-10. Vgl. The Navarre
Bible, aantekening bij 1 Kor 11,24. -11. Vgl B. Orchard e.a., o.c. -12. Kard. J. Bona, Het misoffer. -13. Tussenzang, Jaar ii, Ps 83,1-3. -14. Vgl. R. Garrigou-Lagrange o.p., Het zieleleven van de christen.
-15. Vgl. Paulus vi, Instr. Eucharisticum Mysterium,
25 maart 1967, 4. -16. Vgl. Fil 2,5. -17. Vgl. Pius
xii, Enc. Mediator
Dei, 20 november 1947. -18. Vgl. Vaticanum
ii, Const. Sacrosanctum
Concilium, 11 en 48. -19. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 92. -20. P.M. Sulamitis, Oración de la ofrenda al Amor
Misericordioso, Madrid 1931.
|