Zestiende zondag door het jaar (A)
10. Het onkruid van de valse leer
-De betekenis van de parabel van het onkruid. -De leer van
het geloof bekendmaken. -Wij moeten het onkruid smoren met goed zaad. Elke
gelegenheid benutten.
10.1 In het evangelie van de mis van vandaag onderwijst de Heer de
gelijkenis van de tarwe en het onkruid.1 De
wereld is als een stuk land waarop God voortdurend het zaad van de genade
uitstrooit; dit goddelijke zaad schiet wortel in de ziel en brengt vruchten van
heiligheid voort. Jezus biedt ons zijn genade aan met zo'n verbazingwekkende
liefde! Voor Hem is ieder van ons enig, en om ons te verlossen aarzelde Hij
niet om de menselijke natuur aan te nemen. Als goede grond maakte Hij ons
gereed en schonk ons zijn reddende leer. Maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand,
zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen.
Het hier bedoelde onkruid -wilde weit of dolik- is een plant
die dikwijls wordt aangetroffen tussen de graangewassen ook in het
Midden-Oosten. Het lijkt zo erg op tarwe, dat het zelfs voor het ervaren oog
van de boer onmogelijk is de twee te onderscheiden voordat de halmen rijp
beginnen te worden. In dat stadium kan dit onkruid worden herkend aan zijn
slanke aar en verschrompelde korrel. Het is behoorlijk giftig voor mensen, en
het bederft het brood indien het vermengd is met de bloem.2 Het zaaien van dit onkruid tussen de tarwe was een
vorm van wraak niet onbekend in die streken. Periodieke plagen van dolik werden
door de boeren zeer gevreesd omdat zij het verlies van de hele oogst konden
veroorzaken.
De kerkvaders hebben dit onkruid opgevat als een beeldspraak
voor valse doctrine3, niet gemakkelijk te
onderscheiden van de waarheid, vooral in het begin, «want het is eigen aan de
duivel leugen met waarheid te vermengen»4 en als
het toegestaan wordt dat de dwaling gedijt, dan heeft het altijd catastrofale
gevolgen voor het volk van God.
Deze gelijkenis heeft heden ten dage niets van zijn betekenis
verloren: we kunnen zien dat veel christenen in slaap zijn gevallen en de
vijand hebben toegestaan geheel straffeloos slecht zaad te zaaien. Er is vrijwel
geen waarheid van het katholieke geloof die niet ter discussie wordt gesteld.
Wij dienen dus zeer voorzichtig te zijn, zowel voor onszelf als voor degenen
voor wie we verantwoordelijk zijn, met heel het gamma van tijdschriften,
televisie, boeken en kranten, die allemaal een bron van valse leer kunnen zijn.
Daarom is het nodig dat wij onze vorming op leerstellig gebied voortdurend
bijhouden.
Als wij trouw willen blijven aan alle vereisten van de
christelijke roeping, moeten wij op onze hoede blijven. Wanneer valse
leerstellingen erin slagen wortel te schieten in de ziel, worden onze daden
vruchteloos en kunnen wij vervreemd raken van God. Wij moeten ook oplettend
zijn op het gebied van onze genegenheden, en ons zelf niet voor de gek houden
met uitvluchten hoe in onze tijd 'dingen ons niet raken'; en ook moeten we
voorzichtig zijn met betrekking tot het effect van zulke valse ideeën op hen
die God aan onze zorg heeft toevertrouwd.
10.2 Dwaling en onwetendheid zijn de oorzaak geweest van veel onheil. De
profeet Hosea, die het uitverkoren volk ver verwijderd zag van het geluk
waartoe zij waren geroepen, schreef: Mijn volk verstomt omdat het niet van God wil weten.5 Ook wij kunnen
hele massa's medemensen tegenkomen gedompeld in zonde en ellende, bevreesd en
geheel in de war omdat zij verstoken zijn van de goddelijke waarheid. Veel
mensen worden meegesleurd door de laatste mode en door ideeën die uitgaan van
een paar invloedrijke individuen, of zij laten zich op een dwaalspoor brengen
door valse logica, bijna altijd met de medeplichtigheid van hun eigen lagere
instincten.
De vijand van God en van de mensen maakt gebruik van elke
denkbare list. Wij horen berichtgeving die volkomen verdraaid is en waar
belangrijke gebeurtenissen nooit worden verslagen. Televisieseries die volkomen
heidense levenswijzen uitbeelden maar enorm veel kijkers trekken. Zuiverheid en
celibaat worden erin belachelijk gemaakt. Dat abortus en euthanasie op de een
of andere manier aanvaardbaar zijn, wordt gepropageerd; de waarde van de
sacramenten betwijfeld. In het algemeen worden denkbeelden verspreid die
volledig het leven vertegenwoordigen, volledig onverenigbaar met het
christendom zijn, alsof Christus nooit was gekomen om ons te verlossen en ons
duidelijk te maken dat ons thuis in de hemel is. En dit wordt allemaal gedaan
met een verbazingwekkende energie en vasthoudendheid. De 'vijand' slaapt nooit.
Als wij in de voetstappen van de Meester willen treden,
kunnen we niet werkeloos blijven toezien alsof alles onherroepelijk verloren is
en alsof er niets aan gedaan kan worden. Geschiedenis is op geen enkele manier
vooraf bepaald, zeker niet in de richting van het kwade. God heeft ons met een
vrije wil geschapen zodat wij de wereld naar Hem kunnen leiden. Dit is een taak
voor iedereen; iedere christen is verplicht bij de mensen te bestrijden. En
ofschoon sommige beroepen een grotere invloed op het publieke leven hebben dan
andere, kunnen en behoren wij allemaal het zaad van de goede leer op een aantrekkelijke
en geschikte manier bij iedere gelegenheid uit te strooien, in de kring van ons
gezin of van onze vrienden en onder onze collega's op het werk: hen de aantrekkelijkheid
te laten zien van de waarheid; valsheid zo snel mogelijk te ontmaskeren; mensen
ertoe te brengen om vormingsactiviteiten zoals bezinningsdagen en gespreksavonden
bij te wonen, om geestelijke leiding te hebben; om goede boeken op leerstellig
gebied te kunnen aanraden en om hen door ons goede voorbeeld op te wekken zich
als goede christenen te gedragen. Dankzij onze standvastige en onwankelbare
houding zullen veel mensen bemoedigd worden deze lawine van valse leer die
rondom ons neervalt onderuit te halen, en zij op hun beurt zullen een
inspiratie worden voor anderen die nog in het duister zijn. En wij zullen de
waarheid ervaren van die zin van Tertullianus waarin hij de heidense wereld
beschrijft die Christus verwierp: «Zij houden op te haten die ophouden onwetend
te zijn.»6
Wij moeten van de vele gelegenheden gebruik maken die we in
het dagelijks leven krijgen om het goede zaad van Christus te zaaien
-bijvoorbeeld als wij op reis zijn, een krant lezen of met vrienden babbelen,
ons inzetten voor de opvoeding van onze kinderen, deelnemen aan de activiteit
van een beroepsvereniging of stemmen bij een verkiezing. Veel van die kansen bieden
zich spontaan aan, zoals het leven zelf; en andere kunnen we bewust veroorzaken
met behulp van de genade en van de eigen capaciteiten, allemaal in dienst van
Christus: wij zijn zijn stem in de wereld.
10.3 De verspreiding van dit onkruid kan alleen worden gekeerd door een nog
grotere overvloed van goede leer: wij moeten het kwade met het goede overwinnen7, onze overtuigingen in ons dagelijks leven tot
uitdrukking brengen, wat voor ons een natuurlijke zaak is. Wij zijn geroepen de
heiligheid te zoeken te midden van de wereld, in de vervulling van gewone
plichten; en dit vereist van ons actief aanwezig te zijn in het hele gamma van
de menselijke ervaring. Het is niet genoeg om over alle soorten kwaad van onze
tijd en al hun machtige bondgenoten te treuren, vooral op een moment dat «de
Kerk door een subtiele vervolging tot de hongerdood veroordeeld wordt. Men
sluit haar buiten het openbare leven en verhindert vooral elke bemoeienis met
onderwijs, cultuur en gezin. -Het zijn niet onze rechten: ze zijn van God en
Hij heeft ze aan ons, katholieken, toevertrouwd... met de bedoeling dat wij ze
uitoefenen!»8
Het is tijd dat wij moedig met alle middelen die ons ter
beschikking staan, overvloedig of niet, naar buiten komen en geen enkele kans
verknoeien en ook dat wij die vrienden van ons die zijn begonnen de voetstappen
van de Meester te volgen, zeggen dat Hij hen nodig heeft om veel mensen te
helpen Hem te leren kennen en lief te hebben. We kunnen ons nu in gebed
afvragen: Wat kan ik doen -in mijn gezin, op mijn werk, op school, in de
verenigingen of sportclubs waar ik lid van ben, met mijn buren- om Christus
werkelijk aanwezig te doen zijn met zijn genade en zijn onderricht? Welke
vormingsactiviteiten zijn het meest geschikt voor mijn persoonlijke situatie?
Gebruiken komen en gaan, en door onze inspanningen, ons
optimisme, onze natuurlijke en bovennatuurlijke koppigheid, zullen wij
christenen erin slagen alle zaken te veranderen die lijnrecht in strijd zijn
met de leer van Christus. De eerste lezing van vandaag moedigt ons aan
vertrouwen te hebben in Gods almacht: Waar in de volkomenheid van uw macht niet geloofd wordt,
daar toont Gij immers uw kracht en bij hen die haar kennen beschaamt Gij de
vermetelheid.9 Niets is
onvermijdelijk, alles kan worden veranderd, mits er mannen en vrouwen zijn die
Christus genoeg liefhebben en vastbesloten zijn hun omgeving overeenkomstig de
wil van God te realiseren. Hiervoor hebben we de hulp nodig van de genade,
waaraan geen gebrek is, en ook om iedere man en vrouw zover te krijgen werkelijk
instrument van God te willen zijn op zijn of haar plaats in de maatschappij, om
met hun woord en voorbeeld te laten zien dat de leer van Christus de enige weg
is om vreugde en geluk in de wereld te brengen. «Daarom moet jullie vorming
zodanig zijn, dat jullie, op natuurlijke wijze, je eigen sfeer met je meedraagt,
om 'jullie toon' te geven aan de maatschappij waarin jullie leven. -En, als je
je deze geest hebt eigen gemaakt, dat ben ik er zeker van dat je me, met
dezelfde verbazing als de eerste leerlingen, bij het aanschouwen van de eerste
wonderen die ze met hun eigen handen in naam van Christus hadden verricht, zult
zeggen: 'Wat hebben wij toch een invloed op deze omgeving!'»10
-1. Mt 13,24-43. -2. Vgl. F. Prat, Jezus Christus. -3. Vgl.
H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs,
47; H. Augustinus in Catena Aurea. -4. H. Johannes Chrysostomus, in Catena Aurea. -5. Hos 4,6. -6. Tertullianus, Ad nationes, 1,1. -7. Vgl. Rom 12,21. -8. H.
Jozefmaria Escrivá, De Voor, 310. -9. Wijsh 12,17. -10.
H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 376.
|