Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Zeventiende zondag door het jaar (A)

19. Het sleepnet

-Het net is een afbeelding van de Kerk, die zowel rechtvaardigen als zondaars omvat. -De Kerk bestaat uit zondige mensen, maar zij is zonder zonde. De Kerk behoort niet beoordeeld te worden op basis van degenen die hun christelijke roeping niet hebben waargemaakt. -De vruchten van de heiligheid.

19.1 Het evangelie van vandaag bevat een aantal parabels die het Koninkrijk van de Hemel aangaan: de verborgen schat; de parel van grote waarde, gevonden door een ondernemende zakenman; het in zee geworpen sleepnet dat vele soorten vis ophaalt, sommige goed en andere slecht.1 De vissers werpen de goede vis in de boten. De slechte vis wordt weggegooid. Het in zee geworpen net is een afbeelding van de Kerk die zowel de rechtvaardigen als de zondaars omvat. Bij andere gelegenheden onderwijst de Heer ditzelfde idee. Zijn Kerk kent heiligen zowel als zondaars, zijn vrienden en die anderen die het huis van de Vader verlaten om de erfenis, ontvangen bij het Doopsel, te verspillen. Toch behoren allen tot de Kerk, hoewel op verschillende wijzen.

«Terwijl Christus echter heilig, schuldeloos en onbesmet was (Heb 7,26), de zonde niet kende (2 Kor 5,21), doch alleen de misdaden van zijn volk kwam uitboeten (vgl. Heb 2,17), omvat de Kerk integendeel zondaars in haar eigen schoot en, terzelfder tijd heilig en tot uitzuivering geroepen, streeft zij onophoudelijk de boetvaardigheid en de levensvernieuwing na.»2 Onverschillig welke zonden zij bedrijven, blijven zondaars tot de Kerk behoren, daar zij de geestelijke goederen nog altijd bezitten: zoals het onuitwisbare merkteken ontvangen bij doopsel en vormsel, de goddelijke deugden van geloof en hoop te zamen met de liefde die zij ontvangen van de andere christenen die strijden om heilig te zijn. Precies zoals een ziek of verlamd deel van het lichaam hulp krijgt van het overige deel van het lichaam, zo is het ook met het Mystieke Lichaam van Christus.

De Kerk «leeft ook in haar kinderen die niet in staat van genade zijn. De Kerk strijdt in hen tegen het kwaad. Zij strijdt om hen in haar schaapskooi te houden, hen door haar liefde weer tot leven te brengen. Zij bewaart hen zoals iemand een schat bewaart waar men niet gemakkelijk van scheidt; niet omdat zij een dood gewicht wil rondslepen Zij hoopt alleen dat door de kracht van geduld, goedheid en vergeving de zondaar naar de volledige vereniging zal terugkeren. Het is zoals de verdorde tak die de tijd wordt gegeven om weer gezond te worden en opnieuw tot bloei te komen.»3 De Kerk vergeet geen dag dat zij een Moeder is. Zij bidt voortdurend voor haar kinderen die ziek zijn. Zij wacht met een oneindig geduld. Zij tracht hen te helpen met een uitbundige liefde. Wij moeten de Heer onze gebeden, werk, vreugde en lijden opdragen omwille van hen die tot de Kerk behoren maar die niet volledig deel hebben aan het leven van de genade. In het bijzonder moeten wij hen in gedachten houden die wij persoonlijk kennen en die zouden moeten terugkeren naar de volheid van het geestelijk leven.

19.2 De Kerk bestaat uit zondige mensen, in sommige gevallen grote zondaars, toch is zijzelf zonder zonde. Precies zoals men van Christus kan zeggen dat Hij van boven kwam en niet van onder, zo ook heeft de Kerk een goddelijke oorsprong. Christus «heeft haar met zichzelf als zijn lichaam verenigd en haar met de gave van de Heilige Geest tot glorie van God vervuld. [...] Deze heiligheid van de Kerk blijkt en moet voortdurend blijken uit de vruchten van genade die de Heilige Geest in de gelovigen voortbrengt. Op velerlei wijzen komt zij tot uitdrukking bij ieder die in zijn levensstaat naar de volmaaktheid van de liefde streeft en aldus de anderen sticht.»4 De Kerk weet dat zij geen voortbrengsel is van deze wereld. Zij is geen cultureel verschijnsel, noch een politieke instelling, noch een school van wetenschap, maar een schepping van de hemelse Vader door Jezus Christus. «Christus heeft de Kerk zijn woorden en werken gegeven, zijn leven en redding. Haar is deze schat toevertrouwd voor alle komende geslachten.»5

Zondaars behoren tot de Kerk ondanks hun zonden. Steeds kunnen zij terugkeren naar het huis van hun Vader, zelfs als het op het laatste ogenblik van hun leven is. Omdat zij het doopsel hebben ontvangen, dragen zij de hoop op verzoening met zich mee, die zelfs door de zwaarste zonden niet wordt uitgewist. De zonde die de Kerk in haar kinderen aantreft, maakt geen deel uit van haar. De zonde behoort toe aan haar vijand. We mogen niet toestaan dat men de Kerk beoordeelt op basis van wat zij niet is.

Volgens Johannes Paulus ii is de Kerk «een Moeder, door wie wij tot een nieuw leven worden geboren in God. Een moeder moet worden bemind. Zij is heilig met betrekking tot haar Stichter, haar werken en haar leer, maar zij is desalniettemin samengesteld uit zondige mensen. Het is onze plicht een positieve bijdrage te leveren tot het leven van de Kerk, haar te helpen vooruitgang te maken langs de weg van een steeds vernieuwde trouw. Dit wordt niet bereikt door negatieve kritiek.»6

Als mensen over de zogenaamde gebreken van de Kerk in het verleden of in het heden spreken, geven zij blijk van een verkeerd begrip van de aard van deze bovennatuurlijke instelling. Geeft acht op uzelf en op heel de kudde, waarover de Heilige Geest u tot leiders heeft aangesteld om Gods Kerk te hoeden, die Hij zich verwierf door het Bloed van zijn eigen Zoon.7 Christus heeft over zijn Kerk gewaakt vanaf haar stichting, haar gereinigd door het waterbad met het woord, de kerk tot zich gevoerd als een heerlijke bruid, zonder vlek of rimpel of fout, heilig en onbesmet.8 Zoals de heilige Paulus aan Timóteüs schrijft, de Kerk is het huis Gods... pijler en grondslag van de waarheid.9

«Als wij van de Kerk houden, zullen wij er nooit een ziekelijk belang aan hechten de zwakheden van sommige van haar kinderen naar buiten te brengen als de fouten van de Moeder. De Kerk, de Bruid van Christus, hoeft geen mea culpa aan te heffen. Wij wel: mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa! Het enige ware mea culpa is de persoonlijke schuldbekentenis, niet het signaleren en moedwillig overdrijven van de menselijke fouten van sommige geloofsgenoten, alsof deze fouten persoonlijk de heilige Kerk aan te rekenen zijn. Die fouten kunnen zover gaan als waartoe mensen in staat zijn, maar nooit tot wat wij de oorspronkelijke en constitutieve heiligheid van de Kerk noemen, die niet vernietigd of zelfs maar geraakt wordt.»10

19.3 De Kerk is de bron van heiligheid in de wereld. Zij reikt de mensen voortdurend de middelen aan om dicht bij God te geraken. «Zeker schittert onze Heilige Moeder vlekkeloos in haar sacramenten waardoor zij haar kinderen het leven schenkt en hen voedt; in haar geloof, dat nooit besmet is geworden; in haar zeer heilige wetten, waardoor zij over alle mensen gezag heeft; en in haar evangelische raden die zij aan alle mensen voorlegt; en ten slotte in haar hemelse gaven en uitstraling, waardoor zij, met onuitputtelijke vruchtbaarheid, legers van martelaren, maagden en belijders voortbrengt.»11

Als de bron van heiligheid heeft de Kerk door de eeuwen heen vele heiligen voortgebracht. Eerst waren er de martelaren die hun leven gaven voor het geloof. Later stelt de geschiedenis het getuigenis te boek van talloze mannen en vrouwen die uit liefde tot God hun leven hebben besteed om anderen in nood te helpen. Is er ooit een menselijke behoefte geweest waarvoor de Kerk geen moederlijke bezorgdheid heeft getoond? Heel veel ouders hebben een heldhaftig leven van stilzwijgend offer geleid terwijl zij trouw de vereisten van hun goddelijke roeping vervulden. Zo ook zijn er de vele mannen en vrouwen die naar de heiligheid streven te midden van de wereld door een apostolisch celibaat te beleven. Samengevat, de Kerk is heilig omdat «allen in de Kerk, of zij nu tot de hiërarchie behoren of onder haar leiding staan, geroepen zijn tot de heiligheid.»12

Krachtens de heiligheid van haar Stichter is de Kerk, de Bruid van Christus, voor eeuwig jong en prachtig, zonder vlek of rimpel.13 Zij is altijd de goddelijke liefde waardig. De heiligheid van de Kerk is een onvervreemdbaar kenmerk, deel van haar aard dat niet afhankelijk is van het aantal christenen noch van de grondigheid van hun overgave. De Kerk is heilig tengevolge van het voortdurend handelen van de Heilige Geest en niet vanwege het gedrag van haar menselijke ledematen. «Denk er bovendien aan, dat zelfs als de valpartijen de moedige en waardevolle daden in aantal zouden overtreffen, toch deze mystieke werkelijkheid -duidelijk, onloochenbaar, ook al nemen wij die met onze zintuigen niet waar- zal blijven bestaan, die het Lichaam is van Christus, van de Heer zelf, de werking van de Heilige Geest, de liefdevolle aanwezigheid van de Vader.»14

Als leden van het Volk Gods, van het Mystieke Lichaam van Christus, vragen wij de Heer ons verlangen naar persoonlijke heiligheid te doen toenemen, zodat we waardige zonen van zijn Kerk mogen zijn. «Voor deze verheven zending, gericht op de opbloei van een nieuw tijdperk van evangelisatie in Europa, zijn vandaag evangelisten met een bijzondere voorbereiding nodig. Er is behoefte aan boodschappers van het evangelie die specialisten zijn in menselijkheid, die een diepgaande kennis bezitten van het hart van de tegenwoordige mens, deel hebben in zijn vreugde en hoop, angst en droefheid, en die tegelijkertijd contemplatief en verliefd op God zijn. Hiervoor hebben we nieuwe heiligen nodig. De grote verkondigers van het evangelie in Europa zijn de heiligen geweest. Wij moeten de Heer smeken de geest van heiligheid van de Kerk te doen toenemen en ons nieuwe heiligen te sturen om de wereld van vandaag te evangeliseren.»15

-1 Mt 13,44-52. -2. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen Gentium, 8. -3. Ch. Journet, Théologie de l'Église. -4. Vaticanum ii, o.c., 39. -5. M. Schmaus, Katholische Dogmatik, vol IV. -6. Johannes Paulus ii, Homilie in Barcelona, 7 november 1982. -7. Hnd 20,28. -8. Ef 5,27. -9. 1 Tim 3,15. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De liefde tot de Kerk, 7. -11. Pius xii, Enc. Mystici Corporis, 29 juni 1943, 30. -12. Vaticanum ii, o.c., 39. -13. Ef 5,25-27. -14. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 22. -15. Johannes Paulus ii, Toespraak tot het Symposium van Europese Bisschoppen, 11 oktober 1985.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012