De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweeëndertigste week. Zaterdag

36. Het smeekgebed en de goddelijke barmhartigheid

-Ons vertrouwen op het smeekgebed is gebaseerd op de oneindige goedheid van God. -Altijd naderen tot de goddelijke barmhartigheid. -De voorspraak van de Maagd.

36.1 De Heer heeft ons op velerlei wijze de noodzaak van het gebed geleerd evenals de vreugde waarmee Hij onze smeekbeden aanvaardt. Hij zelf bidt de Vader om ons een voorbeeld te geven van hetgeen wij zouden moeten doen. God weet wel dat elk moment van ons bestaan de vrucht is van zijn goedheid, dat wij alles nodig hebben en zelf niets bezitten. Juist echter omdat Hij ons met een oneindige liefde bemint, wil Hij dat wij onze afhankelijkheid erkennen, want het bewustijn van ons 'niets' is voor ons een grote weldaad, die ons ertoe brengt ons niet een ogenblik van zijn bescherming te scheiden.

Om ons tot zulk een smeekgebed aan te sporen wilde Jezus ons alle mogelijke waarborgen geven, terwijl Hij ons tegelijkertijd liet zien hoe wij altijd dienen te bidden. Hij voerde redenen daarvoor aan, stelde voorbeelden om ons dat goed te laten begrijpen. Het evangelie van de heilige Mis toont ons de weduwe die zich al maar door bij een onrechtvaardige rechter beklaagt; deze wilde zich niet om haar bekommeren1, maar door het aandringen van de vrouw aanhoorde hij haar tenslotte toch. Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen en naar wie Hij genadig luistert? Als degene die onrechtvaardig en onbillijk is, uiteindelijk besluit haar toch maar recht te verschaffen, wat zal Degene die oneindig goed, rechtvaardig en barmhartig is dan wel niet doen? Terwijl die rechter vanaf het begin een houding van verzet tegen de weduwe aanneemt, is Gods houding daarentegen altijd vaderlijk en ontvankelijk: de goddelijke barmhartigheid tegenover de armoede van de mensen.

De redenen die de rechter uit de gelijkenis aanvoert om de weduwe ter wille te zijn, zijn oppervlakkig en weinig krachtig. Tenslotte zei hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij om God noch gebod, toch zal ik die weduwe recht verschaffen om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken . De «reden» van God is daarentegen zijn oneindige liefde. Jezus besluit de parabel aldus: Hoort wat de onrecht­vaardige rechter zegt! Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen en naar wie Hij genadig luistert? En de heilige Augustinus tekent aan: «Daarom moeten degenen die God met aandrang smeken heel zeker zijn, want Hij is de bron van rechtvaardigheid en erbarming.»2 Als standvastigheid de rechter die «tot alle misdaden in staat is, mild stemt, met hoeveel te meer reden moeten wij dan niet neerknielen en de Vader van barmhartigheid, God, smeken?»3

De liefde van de kinderen Gods moet tot uitdrukking komen in de standvastigheid en het vertrouwen, want «als het soms wat duurt voordat Hij geeft, dan verhoogt Hij zijn gaven in prijs, Hij weigert ze niet. Het verkrijgen van iets waarop men lang gehoopt heeft is zoeter... Bid, zoek, dring aan. Door te bidden en te zoeken zult ge de noodzakelijke groei krijgen om de gave te verwerven. God bewaart voor u wat Hij u niet meteen wil geven, opdat ge leert vurig naar de grote dingen te verlangen. Daarom moet ge bidden en daarin niet versagen4 We mogen ons nooit laten ontmoedigen in onze smeekbeden tot God. «Mijn God, beminnen. -Mijn God, leer mij bidden!»5 Beide zaken vallen samen.

36.2 Het vurig gebed van een rechtvaardige vermag veel.6 En het vermag zoveel, omdat wij in naam van Jezus bidden.7 Hij stelt zich aan het hoofd van ons gebed en treedt als Middelaar op bij God de Vader.8 De Heilige Geest wekt in ons het smeekgebed, wanneer we niet eens weten wat we moeten vragen. Degene die ons de gunst moet verlenen, bidt met ons mee opdat ons die verleend wordt; hoe kunnen we meer zekerheid wensen? Alleen ons onvermogen om te ontvangen beperkt Gods gaven. Zoals wanneer men naar een bron gaat met een kleine kruik vol gaten.

De Heer is rijk aan barmhartigheid en ontferming ten aanzien van onze gebreken en kwalen. De Heilige Schrift toont de Heer dikwijls als een God van barmhartigheid, en zij gebruikt daartoe ontroerende uitdrukkingen: Hij heeft innige barmhartigheid, Hij bemint met innige liefde10 zoals moeders dat doen... De heilige Thomas, die herhaal­delijk benadrukt dat de goddelijke almacht op bijzondere wijze in de barmhartigheid uitstraalt11, leert hoe overvloedig en oneindig deze barmhartigheid in God is: «Van iemand zeggen dat hij barmhartig is -zo onderricht de heilige- is alsof men zegt dat zijn hart vol van ellende is, ofwel dat hij bij de ellende van de ander hetzelfde gevoel van droefenis krijgt als hetwelk hij zou ervaren, wanneer het zijn eigen ellende betrof; daardoor komt het, dat hij zich inspant om de droefheid van de ander te genezen alsof het om zijn eigen droefheid ging, en dat is het effect van de barmhartigheid. Welnu, God behoeft niet bedroefd te worden om de ellende van de ander; maar ellende genezen -en onder ellende verstaan we ieder willekeurig gebrek- dat komt God het meest toe.»12

In Christus wordt, aldus paus Johannes Paulus ii, Gods barmhartigheid heel bijzonder zichtbaar. «Hij zelf belichaamt en personifieert haar. Hij is in zekere zin de barmhartigheid zelf.»13 Hij kent ons zeer goed en krijgt medelijden met de ziekte, de slechte financiële situatie waarin we misschien verkeren..., met de pijnen die het leven soms met zich meebrengt. «Het is waar dat ieder van ons graag zijn eigen boontjes dopt; maar God onze Heer vindt het niet erg als wij Hem al onze noden voorleggen bij de heilige Mis. Wie heeft er niet iets te vragen? Heer, deze ziekte... Heer, dit verdriet... Heer, deze vernedering die ik niet uit liefde tot U schijn te kunnen verdragen... Wij verlangen het welzijn, de vreugde en het geluk van onze huisgenoten; ons hart is bedrukt om het lot van hen die hongeren en dorsten naar brood en gerechtigheid, hen die de bitterheid van de eenzaamheid ondergaan en hen die hun stervensuur ingaan zonder een vriendelijke glimlach of een helpende hand. Maar wat ons werkelijk doet lijden, de grootste menselijke mislukking die we wensen te bestrijden, is de zonde; de scheiding van God; het gevaar dat zielen voor alle eeuwigheid verloren kunnen gaan.»14 De staat van de ziel van hen met wie wij het meest omgaan, moet onze eerste zorg zijn, de dringendste smeekbede die we elke dag tot de Heer doen opstijgen.

36.3 Het christenvolk heeft zich alle eeuwen door gedrongen gevoeld zijn smeekbeden tot God te richten via Maria, zijn Moeder en tevens ook onze Moeder. Te Kana in Galilea toonde zij duidelijk hoe machtig haar voorspraak kan zijn; zij liet dat zien in een situatie van materiële behoefte: een bruidspaar dat misschien voor een grotere toeloop van vrienden en bekenden kwam te staan dan voorzien was. De Heer had bepaald, dat zijn uur vervroegd zou worden vanwege het verzoek van zijn Moeder. «In het openbare leven van Jezus verschijnt zijn Moeder -zo merkt het Tweede Vaticaans Concilie op- op betekenisvolle wijze allereerst bij de aanvang, wanneer zij op de bruiloft te Kana in Galilea, door medelijden bewogen, door haar voorspraak het begin van de messiaanse tekenen van Jezus heeft ingeleid.»15 Vanaf het begin is het verlossingwerk van Jezus vergezeld van Maria's aanwezigheid. Bij die gelegenheid werd niet alleen, op overvloedige wijze, het gebrek aan wijn op het bruiloftsfeest opgelost, maar het wonder bevestigde -zoals de evangelist uitdrukkelijk aanduidt- het geloof van hen die Jezus het meest nabij volgden. Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen en openbaarde zijn heerlijkheid. En zijn leerlingen geloofden in Hem.16

De heilige Maagd Maria, altijd bedacht op de moeilijkheden en noden van haar kinderen, zal de bedding zijn waardoor onze smeekbeden snel bij haar Zoon komen. En zij zal ze rechtzetten, als ze een beetje scheef zijn. «Waarom zouden de smeekbeden van Maria bij God zo'n grote werking hebben?» vraagt de heilige Alfonsus Maria van Liguori zich af. En de heilige antwoordt: «De gebeden van de heiligen zijn gebeden van dienaren, terwijl die van Maria gebeden van een moeder zijn; vandaar hun kracht en het gezag dat zij bezitten; en omdat Jezus zijn Moeder onmetelijk liefheeft, moet zij wel verhoord worden, als zij iets vraagt [...].

»Om de grote goedheid van Maria goed te leren kennen, moeten we herinneren aan wat het evangelie vermeldt [...]. De wijn was op, met bijgevolg grote ontsteltenis bij het bruidspaar. Niemand vraagt de allerheiligste Maagd bij haar Zoon een goed woordje te doen voor de verwarde bruid en bruidegom. Maar Maria's hart, dat niet anders kon dan medelijden hebben met de ongelukkigen [...], bracht haar ertoe om zelf de taak van voorspreekster op zich te nemen en haar Zoon om het wonder te vragen, hoewel niemand haar daarom had gevraagd [...]. Als Onze Lieve Vrouw gehandeld heeft zonder dat zij erom gevraagd werd, wat zou het dan niet geweest zijn, als ze haar wel hadden gevraagd?»17

Vandaag, zaterdag, die we heel bijzonder aan Onze Lieve Vrouw trachten toe te wijden, is een goede gelegenheid om veelvuldiger en met meer liefde onze toevlucht tot haar te zoeken. «Bid tot je moeder Maria, tot de heilige Jozef, tot je engelbewaarder..., dat zij tot de Heer spreken en Hem zeggen wat jij door je logheid niet onder woorden weet te brengen.»18

-1. Lc 18,1-8. -2. H. Augustinus, in Catena Aurea, vol. VI, bl. 295 -3. Theophilactus, in Catena Aurea, vol. VI, bl. 296. -4. H. Augustinus, Preek 61, 6-7. -5. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 66. -6. Jak 5,16. -7. Vgl. Joh 15,16;16,26. -8.Vgl. H. Cyrillus van Jeruzalem, Commentaar op het evangelie van Johannes, 16,23-24. -9. Jak 5,11. -10. Vgl. Ex 34,6; Joel 2,13; Lc 1,78. -11. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, I, q21, a4; II-II, q30, a4. -12. Ibidem, I, q21, a3. -13. Johannes Paulus ii, Enc. Dives in misericordia, 30 november 1980, 2. -14. H. Jozefmaria Escrivá, De liefde tot de Kerk, Utrecht 1994, 47. -15. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 58. -16. Joh 2,11. -17. H. Alfonsus Maria van Liguori, Verkorte preken, 48. -18. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 272.




Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009