De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Negentiende week. Dinsdag

41. Het verloren schaap

-God houdt altijd van ons, ook als we afdwalen. -God houdt van ieder persoonlijk. -Ons leven is het verhaal van de liefde van Christus. Hij heeft vaak met voorliefde naar ons gekeken.

41.1 In het evangelie van vandaag1 lezen we een van de meest ontroerende parabels over de goddelijke ontferming. Een man met honderd schapen -dat is een grote kudde- verliest één schaap; waarschijnlijk verdwaalde het omdat het achterbleef terwijl de andere schapen naar nieuwe weiden zochten. En Jezus zegt: De herder, zal hij dan niet de negenennegentig in de bergen alleen laten om op zoek te gaan naar het verdwaalde? En gelukt het hem dat te vinden, [...] dan zal hij over dat ene meer verheugd zijn dan over de negenennegentig die niet verdwaald waren.

Hoe vaak heeft Jezus ons weer opgezocht, ondanks ons gebrek aan edelmoedigheid en medewerking. Hoewel wij zijn aandacht niet verdienen omdat we door eigen schuld afdwalen, blijft Hij toch steeds weer naar ons op zoek. Géén van de schapen kreeg zoveel aandacht als het dier dat was afgedwaald. De zorg die de goddelijke ontferming over ons, zondaars, uitstort, is overweldigend. Hoe zouden wij, die van tijd tot tijd de weg kwijtraken, dan de schouders van de Goede Herder kunnen weigeren? Hoe zouden wij dan niet graag regelmatig biechten, want dáár is het toch waar wij Christus vinden? We moeten accepteren dat we zwak zijn en zullen struikelen. Het is juist deze zwakheid, als we die tenminste erkennen, waardoor de goddelijke ontferming wordt aangetrokken en ons gegeven wordt met nóg meer hulp en nóg meer liefde. «Jezus, onze Goede Herder, haast zich om het honderdste schaap dat de weg is kwijtgeraakt, terug te vinden... Wat een geweldige tegemoetkoming van God om de mens op te zoeken; wat een grote waardigheid moeten wij hebben dat God ons op deze wijze opzoekt!»3

We mogen altijd op de liefde van Christus rekenen. Zelfs op de slechtste tijden in ons leven blijft Hij van ons houden. Wij kunnen er altijd op rekenen dat Hij ons zal helpen op het rechte pad terug te keren, wanneer we dat verloren hebben en we mogen steeds opnieuw beginnen. «Een kapitein heeft meer waardering voor een soldaat die, nadat hij in een eerste gevecht vluchtte, zich opnieuw in de strijd begeeft en dapper de vijand aanvalt, dan voor een soldaat die nooit vluchtte maar ook geen opvallende moed betoonde.»4

Heilig wordt niet wie nooit zondigt, maar wél wie voortdurend berouw toont en vertrouwt op Gods liefde voor hem, wie opstaat en de strijd weer aangaat. Het ergste op zichzelf is niet dat we gebreken hebben. Het ergste is aan die gebreken gewend te raken en ze niet meer te willen bestrijden, in de veronderstelling dat die nu eenmaal bij ons karakter horen. Zo'n slappe houding leidt tot geestelijke middelmatigheid. De Heer wil niet dat dit gebeurt met degenen die Hem volgen.

41.2 Jezus houdt van iedereen zoals hij is, met zijn gebreken. Zijn liefde tot ons doet Hem niet vergeten hoe elke mens is. Hij ziet ze met hun tegenstrijdigheden en zwakheden, met geweldige mogelijkheden om goed te doen en met een ellende die vaak zo duidelijk is. «Christus weet wat er in de mens omgaat. Hij alleen weet het!»5 Hij houdt van ons zoals we zijn.

Hoe goed begrijpt Jezus het menselijk hart en wat een positieve opvatting heeft Hij over onze bekwaamheden! «Jezus' oog weet door de sluier van de menselijke hartstochten heen te kijken en door te dringen tot in het diepste van de mens, daar waar hij volkomen alleen is, arm en naakt.»6 Hij heeft altijd begrip voor ons en hij moedigt ons altijd aan om te blijven strijden. Waren we ons maar meer bewust van de persoonlijke liefde die Christus voor iedereen heeft, van zijn zorg en bekommernis voor ieder van ons!

God houdt van ons. Dit is de grootste waarheid van ons leven, de enige die in staat is ons altijd op te beuren, de enige die ons gelukkig maakt ondanks zorgen en tegenslagen. Jezus blijft altijd van ons houden ondanks de diepgewortelde ellende die in het menselijk hart woont. «Zijn liefde 'ondanks alles' is zo onvergelijkbaar, zo uniek, zo moederlijk teder en edelmoedig, dat het voor eeuwig in de herinnering van de mensheid gegrift zal zijn. [...] Zijn liefde voor de mensheid is totaal verschillend van de abstracte welwillendheid die door denkers en filosofen wordt gepredikt. Het is niet eenvoudigweg een leer, maar het leven zelf. Meer nog, het is lijden en sterven met de mensheid. De Heer beperkt zich niet alleen tot het overwegen van het menselijk lijden en daarvoor een verzachtend geneesmiddel voor te schrijven. Hij maakt zelf werkelijk contact met dat lijden. Hij kan het niet verdragen om te weten dat dit lijden bestaat zónder het zelf op zich te nemen. De liefde van Jezus stijgt boven de grenzen van zijn eigen hart uit opdat Hij anderen naar zich toe zal trekken, of, beter gezegd, opdat Hij loskomt van zichzelf, zodat Hij zich kan identificeren met anderen en met hen te leven en te lijden.»7

Hij noemt de mensen broer en vriend, en verbindt zo op sympathieke wijze zijn lot met dat van hen, en in die mate, dat alles wat voor een ander gedaan wordt aan Hemzelf wordt gedaan.8 De evangelisten stellen onophoudelijk vast dat Hij intens met de mensen meeleeft.9 Hij had medelijden met hen omdat ze waren als schapen zonder herder.10 Hij wordt bewogen door pijn en verdriet. Hij kan het niet verdragen om aan een ziel in nood voorbij te gaan, zelfs niet aan de Syrofenicische vrouw, die toch een heidense was.11 Hij staat meteen klaar om degenen te helpen die naar Hem toekomen, zelfs wanneer het betekende dat er anderen waren die Hem erop wezen dat hij de Sabbat schond.12 Hij trekt op met tollenaars en zondaars, ook al voelen zij, die van zichzelf vinden dat ze volgens de Wet leven, zich te schande gezet. Zelfs in doodsstrijd kan Hij het niet nalaten tot de goede moordenaar te zeggen: Heden nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.13

Zijn liefde staat geen klasse-onderscheid toe. Hij verwelkomt de rijken, zoals Nikodemus, Zacheüs en Jozef van Arimathea en de armen, zoals Bartimeüs, een bedelaar, die, eenmaal genezen, Hem op zijn weg volgde. Op zijn reizen wordt Hhij soms ook vergezeld door vrouwen, die voor Hem zorgen.14 Hij ziet onmiddellijk om naar hen die lichamelijk ziek zijn, maar bovenal naar hen wier zielen ziek zijn. Zijn zorg strekt zich niet alleen uit tot de meest noodlijdenden en beperkt zich niet tot degenen die geen geluk en geen vrienden hebben. Eenzaamheid, gebrek aan liefde zijn boosdoeners die in alle lagen van de bevolking voorkomen...

Ons leven is het verhaal van Christus' liefde voor ons. Hij heeft vaak met voorliefde naar ons gekeken en heeft ons steeds weer opnieuw opgezocht wanneer wij verdwaald waren. We zouden ons vandaag moeten afvragen hoe wij meewerken aan zijn voortdurende bekommernis voor ons. Welke inspanningen doen wij om de sacramenten regelmatig en vroom te ontvangen? Streven wij ernaar Christus te herkennen in de geestelijke begeleiding en ook wanneer wij een broederlijke terechtwijzing ontvangen? Kijken wij met dankbaarheid naar onze Herders, aan wie de Kerk de zorg voor onze zielen heeft toevertrouwd? Weten wij hoe in deze omstandigheden uit te roepen: Het is de Heer!?

41.3 Jezus heeft mij liefgehad en zichzelf voor mij overgeleverd.15 Dit is de grote waarheid die ons troost. Jezus toont ons zijn liefde door zijn leven te geven. Hij houdt van ieder van ons alsof wij het énige voorwerp van zijn liefde zijn. We zouden vaak over deze waarheid moeten mediteren: God houdt van mij. Dit overtreft de stoutste verwachtingen van het menselijk hart. Niemand zou zonder de goddelijke Openbaring naar deze verheven roeping durven raden of erkennen waartoe ieder persoonlijk en wij allen geroepen zijn: Gods zoon of dochter te zijn, geroepen om een hechte band te hebben als een vriend, om deel te nemen aan het leven van de drie goddelijke Personen. Met ogen die gericht zijn op het aardse lijkt dit een droom, of nauwelijks geloofwaardig, maar het is de waarheid, de grote waarheid die ons ertoe zou moeten aanzetten om mee te werken.

Jezus houdt nooit op van ons te houden, te helpen, te beschermen, met ons te spreken, zelfs niet in onze momenten van ondankbaarheid of wanneer we daden van pure ontrouw hebben begaan. Misschien was het juist wel in zulke verdrietige omstandigheden dat de Heer ons het meest zijn aandacht gaf, zoals de parabel van vandaag suggereert. Van de honderd schapen uit de kudde had alleen het verlorene de eer om op de schouders van de goede herder te mogen rusten. Ik zal altijd met u zijn16, in iedere situatie, op ieder moment, zegt de Heer ons. En vooral als we die laatste reis naar Hem beginnen.

Omdat we er zeker van mogen zijn dat de Heer dicht bij ons is, moeten we ertoe bewogen worden steeds weer opnieuw te beginnen aan de inwendige strijd, zonder dat we ontmoedigd worden door de negatieven ervaring van onze fouten en zonden. Ieder moment van ons leven is uniek en schept daardoor een goede gelegenheid om opnieuw te beginnen, omdat, zoals we in het boek Deuteronomium lezen: de Heer gaat voor u uit, Hij zal met u zijn: Hij geeft u niet prijs en laat u niet in de steek. Wees dus niet bang of bevreesd.17

Gedurende vele eeuwen had de Kerk de woorden van deze psalm op de lippen van de priesters en de gelovigen gelegd, aan het begin van de mis: Ik ga naar uw altaar, God die blijdschap geeft aan mijn jeugd.18 Deze woorden werden herhaald toen de priesters en de mensen nog jong waren, én toen de jaren van hun volwassenheid reeds lang voorbij waren. Zij zijn de roep van de ziel die recht naar Christus gaat, die weet dat hij bemind wordt en liefde verlangt.

«God houdt van mij... En de apostel Johannes schrijft: Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons het eerst heeft liefgehad. -Alsof dat nog niets is, komt Jezus naar ieder van ons, ondanks onze onloochenbare onnozelheden, om aan ons zoals aan Petrus te vragen: Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij meer lief dan dezen?... -Dat is het moment om te antwoorden: Heer, Gij weet alles, Gij weet dat ik U liefheb; en daar nederig aan toe te voegen: help mij U meer te beminnen, Heer, vermeerder mijn liefde.»19 Dit zijn verlangens die ons vandaag kunnen helpen. Zij zullen ons dichter bij Christus brengen. Hij wacht op ons om met Hem mee te werken.

-1. Mt 18,12-14. -2. Lc 15,6. -3. H. Bernardus, Preek voor de eerste week in de advent, 7. -4. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over de eerste brief aan de Korintiërs. -5. Johannes Paulus ii, Homilie 22 oktober 1978. -6. K. Adam, Jezus Christus. -7. Ibidem. -8. Mt 25,40. -9. Mc 8,2. -10. Mc 6,34. 11. Mc 7,26. -12. Mc 1,21. -13. Lc 23,43. -14. Lc 8,3. -15. Gal 2,20. -16. Mt 28,20. -17. Eerste lezing. Jaar I, Dt 31,8. -18. Ps 42,4. -19. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 497.



Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009