Vijfde week. Dinsdag
38. Het vierde gebod
-Gods zegen voor wie dit gebod onderhoudt. De
belofte van een lang leven. Het 'allerzoetste voorschrift'. -Liefde voor onze
ouders wordt getoond door daden. De betekenis van: Eer uw vader en uw moeder. -Liefde voor de
kinderen. Enkele plichten van ouders.
38.1 In het evangelie van vandaag1 maakt de Heer de ware reikwijdte
duidelijk van het vierde gebod tegenover de verkeerde uitleg van de casuïstiek
van schriftgeleerden en Farizeeën. God zelf had, door de mond van Mozes,
gezegd: Eer uw vader en uw moeder, en
wie zijn vader of moeder vervloekt, moet sterven.
De vervulling van dit gebod is God zo welgevallig, dat Hij het omgaf met talloze beloften van zegeningen:
Wie zijn vader hoogacht krijgt vergeving van
zijn zonden en wie zijn moeder eer bewijst is als iemand die schatten
verzamelt; en als hij bidt, wordt hij verhoord. Wie zijn vader eer bewijst,
zal lang leven.2 Deze belofte van
een lang leven voor wie zijn ouders bemint en eert, wordt steeds weer herhaald.
Eer uw vader en uw moeder. Dan zult gij lang
leven op de grond die Jaweh uw God u
schenkt.3 Bij de uitleg van
deze passage leert de heilige Thomas, dat een leven lang duurt als het
vervuld wordt, en deze volheid wordt niet afgemeten aan de tijd, maar aan de
werken. Een vol leven wordt geleefd als het
vervuld is van deugden en vruchten draagt; dan leeft men lang, ook als
het lichaam op jonge leeftijd sterft.4 De Heer belooft ook een goede naam -ook als men
smaad moet ondergaan-, gezondheid, en een talrijk nageslacht. Wat betreft het nageslacht zegt de heilige Thomas verder, dat er niet alleen «kinderen
naar het vlees» bestaan, maar dat er veel redenen zijn, die andere vormen van
geestelijk vaderschap bewerkstelligen, die een overeenkomstig respect en
eerbied vragen.5
Ondanks alle duidelijkheid waarmee dit gebod
wordt verklaard in deze en veel andere passages van het Oude Testament, hadden
de geleerden en priesters van de tempel de
betekenis en vervulling ervan vervormd.6 Ze leerden dat, wanneer
iemand tegen zijn vader of moeder zei: alles waarmee ik u zou kunnen helpen, is 'Korban', dat betekent: offergave7, de ouders niets meer van die goederen konden aannemen, zelfs niet als ze
in grote nood verkeerden, want dat zou
een heiligschennis zijn, omdat ze werden beschouwd als offer voor het altaar. Dit gebruik was dikwijls een puur wettelijke kunstgreep om van hun bezittingen te kunnen
blijven genieten en zich te onttrekken aan de natuurlijke verplichting hun
ouders in nood te helpen.8 De Heer, de Messias en Wetgever, legt de ware betekenis van het vierde
gebod en heel de draagwijdte ervan uit. Hij
maakt een einde aan de diepgaande dwalingen, die er in die tijd over deze
aangelegenheid heersten.
Het vierde gebod, dat ook een voorschrift van
het natuurrecht is, vereist van iedereen, maar vooral van degenen die goede
christenen willen zijn, onbaatzuchtige en liefdevolle hulp aan de ouders, die
elke dag op duizenden verschillende manieren verwezenlijkt kan worden en met name
van belang wordt, wanneer de ouders ouder worden of hulpbehoevender zijn.9 Als we echt van
God houden, die nooit dingen van ons vraagt die elkaar tegenspreken, dan kunnen
we de juiste weg vinden om de liefde voor onze ouders te tonen, zelfs als wij,
als kinderen, eerst moeten zorgen voor andere zaken, zoals het gezin, of maatschappelijke en godsdienstige verplichtingen.
Hier ligt een groot terrein braak voor onze verantwoordelijkheden als
kinderen, die wij vaak tegenover God in ons persoonlijk gebed moeten
onderzoeken. God beloont met geluk, reeds in dit leven, degenen die vol liefde deze plichten ten opzichte van hun ouders vervullen, zelfs als die soms moeite
kosten. De heilige Jozefmaria Escrivá noemde dit gebod gewoonlijk «het
allerzoetste gebod van de decaloog», omdat het een van de dankbaarste geboden is die God ons heeft nagelaten.
38.2 De liefdevolle vervulling van het vierde gebod vindt zijn krachtigste
wortels in het besef van ons goddelijk kindschap. De enige die als Vader in alle volheid beschouwd kan worden is God, naar
wie alle vaderschap in de hemel en op aarde genoemd wordt.10 Toen onze ouders
ons verwekten, deelden ze in dat vaderschap van God dat zich tot de hele
schepping uitstrekt. In hen kunnen we als het ware een afspiegeling zien van de
Schepper, en door hen te eren en te beminnen, eren en beminnen wij ook God
zelf, als Vader.
In de liturgische kersttijd hebben we de
heilige familie -Jezus, Maria en Jozef-
overwogen als toonbeeld en prototype van liefde en van een geest van
dienstbaarheid voor alle gezinnen. Jezus liet ons het voorbeeld en de
leer na, die we moeten volgen om het allerzoetste voorschrift van het vierde gebod te vervullen volgens de wil van
God. Boven alles bekrachtigt Jezus opnieuw, dat de liefde voor God enige absolute rechten heeft, waaraan alle
menselijke liefde ondergeschikt dient te zijn: Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij
niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig.11 Zo is elke ongeordende
binding aan het eigen gezin, die tot een obstakel wordt om de wil van God te
vervullen, in strijd met Gods wil, en bijgevolg geen ware liefde. Jezus zei tot hen: Laat de doden hun doden
begraven; maar gij, ga heen en verkondig het Rijk Gods.12
Jezus gaf ons een volmaakt voorbeeld van
volledige overgave aan de wil van zijn hemelse Vader: Wist ge dan niet,
dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?13 zal Hij tot Maria en
Jozef zeggen, wanneer ze Hem in Jeruzalem aantreffen. Tegelijkertijd is hij het
volmaakte model van de wijze waarop we dit voorschrift moeten onderhouden
evenals van onze achting voor de familiebanden: Hij was onderdanig aan het gezag van zijn ouders14; Hij leerde zijn vak
van Jozef 15 hielp hem in de zorg voor het huishouden. Op verzoek van zijn moeder
deed Hij het eerste wonder16, Hij koos drie van zijn leerlingen uit zijn familiekring17; voordat Hij
voor ons aan het kruis stierf, vertrouwde Hij de zorg voor zijn allerheiligste
Moeder toe aan Johannes18; zonder nog de talloze wonderen te noemen die Hij verrichtte, bewogen door
de tranen of de woorden van een moeder19 of van een vader.20 De gebeden van ouders voor
hun kinderen nemen een bijzondere plaats bij de Heer in.
Talrijk zijn de uitingen, waarin het vierde
gebod werkelijkheid wordt, waarin wij onze
eer en liefde jegens onze ouders tonen. «Wij eren hen wanneer wij in
overgave aan God bidden, dat zij in alles voorspoedig en gelukkig mogen zijn,
dat zij de eerbied en achting van anderen genieten en genade verkrijgen van God
zelf en alle heiligen in de hemel.
»Bovendien eren we onze ouders, als we hen
helpen met het noodzakelijke voor hun levensonderhoud en een waardig leven,
zoals dit kan worden vastgesteld in het getuigenis van Christus, toen Hij de
goddeloosheid van de Farizeeën afkeurde...Deze plicht wordt nog dwingender, als
zij ernstig ziek worden. We moeten dan alles doen, opdat ze de biecht niet verwaarlozen noch de andere sacramenten
die elke christen zou moeten ontvangen [...].
»Tenslotte eren we onze ouders, zelfs na hun
dood, door zorg te dragen voor hun uitvaart en begrafenis, door voor hen te
bidden en jaardiensten te vieren en trouw en volledig hun laatste wil te
vervullen.21 Aldus drukt de Romeinse Catechismus het, samenvattend, uit.
Als onze ouders onverhoopt ver van het geloof
verwijderd mochten zijn, zal God ons de genade geven een apostolaat met hen te
beoefenen, vervuld van eerbied en respect,
dat gewoonlijk zal bestaan in gebed en verstervingen voor hen, en door
het voorbeeld van ons gedrag als kinderen: blijmoedig, voorbeeldig, liefdevol;
en daarbij de ijver om aanleidingen te zoeken om hen in contact te brengen met
mensen die met hen met meer gezag over God kunnen spreken, omdat kinderen zich
niet uit zichzelf kunnen opwerpen als leraren van hun ouders.
38.3 De eerste
plicht van ouders is hun kinderen te beminnen met echte
liefde: van binnenuit, edelmoedig, geordend, onafhankelijk van de lichamelijke,
verstandelijke of morele eigenschappen van de kinderen; zij zullen kinderen
weten te beminnen met hun tekortkomingen. Ze moeten hen beminnen, in zoverre
en omdat zij hun kinderen zijn, maar ook omdat zij kinderen van God zijn.
Daaruit volgt de fundamentele plicht van ouders Gods wil van God ten aanzien
van hun kinderen te beminnen en te respecteren, eens te meer als dezen een
roeping ontvangen om zich geheel aan Hem te geven. Vaak zullen zij zelfs zulk
een roeping van God afsmeken en deze voor hun kinderen verlangen, want «het is
geen offer om je kinderen aan de dienst van God te geven; het is een eer en een
vreugde.»22 Deze liefde moet een werkzame liefde zijn, effectief vertaald in
daden. Ware liefde blijkt uit de inspanning die ouders doen om hun kinderen op
te voeden tot hardwerkende, sobere mensen, opgevoed in de volle betekenis van het woord..., en vooral tot
goede christenen. Dat in hen de fundamenten wortel schieten
van de menselijke deugden: veerkracht, soberheid in het gebruik van materiële
dingen, verantwoordelijkheidsgevoel, edelmoedigheid, vlijt, dat zij geld leren
uit te geven in het besef van de noden die velen in de wereld heden ten dage
lijden.
Ware liefde zal
ouders ertoe brengen om zich te bekommeren om de school
waar ze hun kinderen heen sturen, om zorg te dragen voor de kwaliteit van het
onderwijs dat hun kinderen krijgen, heel bijzonder het godsdienstonderwijs, omdat hun heil juist daarvan afhangt. Liefde voor
hun kinderen hebben betekent dat ze geschikte plaatsen zoeken om de
vakantie en vrije tijd door te brengen -vaak met het opofferen van andere
voorkeuren en interesses- en zij zullen die omgeving vermijden waarin het
onmogelijk of minstens zeer moeilijk is, een echt christelijk leven in
praktijk te brengen. Ouders mogen niet vergeten dat zij beheerders zijn van een
immense schat die God toebehoort. Als christenen zijn zij niet een van de vele gezinnen -en dat zullen zij hun kinderen op het
juiste ogenblik moeten leren- maar zij vormen een gezin waarin Christus
aanwezig is; en dit geeft hun enige volledig nieuwe karaktertrekken. Deze
levende realiteit zal de ouders ertoe prikkelen steeds het goede voorbeeld te
geven. in het gezinsleven, bij de beroepsverplichtingen, soberheid, orde... En de kinderen zullen in hun ouders de weg
vinden die naar God leidt. «In het
gelaat van elke moeder kunnen we een afspiegeling zien van een glimp van
de zoetheid, intuïtie en edelmoedigheid van Maria. Door jullie moeder te eren,
eren jullie ook haar die de moeder van Christus is en daardoor ook de moeder
van elk van ons.»23
Laten we eindigen ons gebed door onze gezinnen
onder de bescherming te stellen van Onze Lieve Vrouw en van de heilige engelbewaarders.
-1. Mc 7,1-13. -2. Sir 3,4-5.7. -3. Ex 20,12. -4. H. Thomas van Aquino, Het dubbele voorschrift van de liefde, 1245. -5. Ibidem 1247. -6. The Navarre Bible, noot bij Mt 15,5-6. -7. Mc 7,11. -8. B. Orchard
e.a., Verbum
Dei, vol III. -9. Vaticanum ii, Gaudium et spes, 48. -10. Ef 3,15. -11. Mt 10,37; vgl. Lc 9,60; 14,2. -12. Lc 9,60. -13. Lc 2,49. -14. Lc 2,51. -15. Mc 6,3. -16. Joh 2,1-11. -17. Mc 3,17-18; 6,3. -18. Joh 19,26-27.
-19. Lc 7,11-17; Mt 15,22-28.
-20. Mt 9,18-26;
17,14-20. -21. Romeinse catechismus, III,5,10-12. -22. H. Jozefmaria
Escrivá, De Voor, 22. -23. Johannes
Paulus ii, Toespraak, 10 januari 1979.
|