Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweeëntwintigste week. Woensdag

6. Hij legde hun de handen op

-Allen helpen en idereen behandelen zoals Christus in onze plaats gedaan zou hebben. -Geduld en volharding in het apostolaat. -Overal de leer van Christus verbreiden.

6.1 Het evangelie van vandaag1 vertelt ons hoe bij zonsondergang de mensen vele zieken bij Christus brachten, opdat Hij ze zou genezen. Het is goed mogelijk dat het een Sabbat was, want de Sabbatsrust, zo scrupuleus opgelegd door de schriftgeleerden en Farizeeën, zou bij zonsondergang afgelopen zijn. Er waren vele zieken: Marcus zegt dat heel de stad voor de deur samenstroomde.2 Lucas legt het opvallende detail vast, dat Hij hen genas door ze een voor een de handen op te leggen, singulis manus imponens. Hij kijkt hen zorgzaam aan en geeft elk van hen zijn volle aandacht, want voor Hem is elke persoon uniek. Iedereen wordt altijd goed ontvangen door Jezus en wordt door Hem behandeld met de onvergelijkbare waardigheid die de mens altijd verdient.

In een commentaar op deze passage uit het evangelie zegt de heilige Ambrosius dat «vanaf het begin van de Kerk Jezus al de massa's opzocht. En waarom? Omdat [...] er geen vastgestelde plaatsen of tijden zijn om mensen te genezen. Het medicijn moet altijd en op alle plaatsen worden toegediend.»3 Het evangelie laat Christus' onvermoeibare activiteit zien. Het leert ons hoe wij ons op onze beurt dienen te gedragen tegenover degenen die ver staan van het geloof, tegenover al die zielen die nog niet bij Christus zijn gekomen om genezen te worden. «Geen enkel kind van de heilige Kerk kan in vrede leven, zonder onrust te voelen tegenover de onpersoonlijke massa's: kudde, roedel, troep, schreef ik bij een bepaalde gelegenheid. Er zijn zoveel edele hartstochten die naar de schijn onverschillig zijn. Zoveel mogelijkheden!

»Het is noodzakelijk allen te dienen, iedereen de handen op te leggen -singulis manus imponens, zoals Jezus deed- om hen tot leven te brengen, om hun verstand te verlichten en hun wil te sterken, opdat zij nuttig zijn.»4

Allen dienen betekent hen behandelen zoals Christus in onze plaats gedaan zou hebben, met dezelfde achting, met dezelfde hoffelijkheid, ieder individueel, rekening houdend met hun bijzondere omstandigheden, hun manier van doen, de toestand waarin ze zich bevinden, zonder op iedereen dezelfde formule toe te passen. Het zijn de mensen die we ontmoeten tijdens ons werk, door betrokkenheid in onze woonomgeving, reizen of gemeenschappelijke belangen. En anderen zullen we zoeken waar ze ook mogen zijn, om ze bij God te brengen, «zoals een dokter op een patiënt past. Een enkele ziel die door bemiddeling van een ander gered is, kan bron zijn van vergeving voor vele zonden.»5

Laten we ons nu in ons gebed voornemen om net zo bezorgd te zijn om het welzijn van onze naasten als degenen die voor de deur samenstroomden om de zieken bij Jezus te brengen, opdat Hij ze genas. Laten we nu in zijn aanwezigheid onderzoeken of wij hen met dezelfde aandacht behandelen als Hij deed.

6.2 Om bij Christus te komen moeten we een weg gaan, soms een lange weg, van geduld en volharding. Hij wacht erop dat wij onze vrienden komen brengen, onze studiegenoten, onze collega's, onze kinderen, onze broers en zussen. We kunnen hen allemaal helpen zoals Jezus deed -een voor een, rekening houdend met ieders individuele omstandigheden, leeftijd of gezondheidstoestand, steeds in gedachte houdend dat ze vrijgekocht zijn voor de oneindige prijs van Christus' verlossend Bloed. Wanneer we hen naar Christus begeleiden, ontmoeten we altijd weerstand, misschien lange tijd. Dit is eenvoudigweg een consequentie van de moeite die de mens heeft om Gods plannen te volgen, vanwege de gevolgen van de erfzonde, daarna vermeerderd met de eigen zonden. Soms is de tegenstand te wijten aan onwetendheid, hetgeen ons een reden zou moeten zijn om te bidden, om verstervingen te doen en uren van werk of studie op te dragen, om misschien onze vriendschap te versterken, alles naar de mate van tegenstand die we tegenkomen. Dank zij ons geloof zijn we goed in staat mensen die in zulke moeilijkheden verkeren te begrijpen en ze ruimhartig te verontschuldigen, maar we moeten blijven beseffen dat het doel is hen Jezus Christus te doen kennen en liefhebben. Dat is het grootste goed dat we hun kunnen doen, de grootste van alle gunsten en voordelen die ze kunnen ontvangen.

In alle apostolaat is het noodzakelijk een geduldige houding te hebben. Geduld is niet hetzelfde als berusting of zorgeloosheid, maar een bijdrage aan de hoofddeugd van de sterkte. Het veronderstelt een taaie volharding om de verlangde resultaten te bereiken. Het is vaak nodig stapje voor stapje voort te gaan, als ware het over een hellende vlakte, zonder ooit ontmoedigd te raken door het feit dat onze vrienden geen enkele vooruitgang lijken te maken of zelfs achteruit lijken te gaan. God houdt rekening met deze situaties en geeft ons alle noodzakelijke genade; vanaf het allereerste moment dat we, voor het Tabernakel, beslissen hen naar Hem te leiden, heeft Hij elk van hen de handen al opgelegd. Helemaal vanaf het begin zegent Christus ons apostolisch verlangen om alle zielen die we in ons dagelijks leven tegenkomen, bij Hem te brengen.

Als mensen traag zijn in hun reactie moeten we denken aan het geduld dat God met ons gehad heeft, hoeveel Hij ons vergeven heeft, en de ontelbare keren dat we Hem hebben laten wachten. Wat heeft God veel moeten wachten! Hoe lang heeft Hij gewacht voor de deur van onze ziel? Als de Heer ons verlaten had toen we niet opendeden, toen we niet naar zijn kloppen wilden luisteren, stel je eens voor hoe ver we dan nu van Hem verwijderd zouden zijn! Onze inspanning is nooit onvruchtbaar, want in het apostolaat worden we bewogen door de liefde van God. Sommige mensen bereiken Hem al na een paar dagen contact, anderen na vele jaren; sommigen bij het eerste gesprek, anderen na lang uitstel; sommigen zijn in staat om helemaal vanaf het begin te rennen, anderen zijn nauwelijks sterk genoeg om een kleine stap te zetten. We moeten elke persoon nemen zoals hij is, volgens zijn eigen menselijke en bovennatuurlijke omstandigheden, zonder vermoeid te raken, zonder op te geven. Een dokter gebruikt niet voor iedereen hetzelfde voorschrift en een kleermaker niet dezelfde maten of pasvorm. Hebt dus geduld, broeders, zegt de heilige Jakobus ons, tot de komst van de Heer. De boer die uitziet naar de kostelijke vrucht van zijn land, kan alleen maar geduldig wachten, totdat de winter- en voorjaarsregens gevallen zijn. Gij moet ook geduldig zijn, en moedig, want de komst van de Heer is nabij.6

We moeten bij onze vrienden, verwanten en collega's aandringen met een bovennatuurlijke hardnekkigheid, zonder overdreven voorzichtig te zijn of 'prudent' in de negatieve betekenis, en alles met grote barmhartigheid en begrip, want we willen alleen wat goed voor hen is. Als Gods vijanden zo hun best doen om de mensen van Hem af te houden, waarom zouden wij dan niet minstens zo hard werken, als we het beste voor hen willen? U weet, Heer, dat wij alleen willen wat het beste voor hen is! En dat 'beste' bent U, die Uzelf geeft aan degenen die U aanvaarden.

6.3 Die namiddag werden velen genezen en ontvingen een woord van bemoediging, een gebaar van begrip, van de Meester: Bij zonsondergang brachten allen hun zieken naar Hem toe; die zieken leden aan velerlei kwalen. Hij genas hen door ze een voor een de handen op te leggen. Hoe blij moeten de zieken geweest zijn; en hoe blij ook degenen die hen naar Jezus gebracht hadden! Apostolaat vraagt offer, maar is tegelijkertijd een immens vreugdevolle onderneming. Wat prachtig om onze vrienden naar Jezus te brengen, zodat Hij hun de handen kan opleggen en hen kan genezen!

De volgende ochtend vroeg trok Jezus zich terug naar een eenzame plaats, zoals hij gewoon was te doen. De mensen zochten Hem echter, kwamen waar Hij was en poogden Hem vast te houden om te verhinderen dat Hij hen zou verlaten. Maar Hij sprak tot hen: 'Ik moet ook aan andere steden de Blijde Boodschap van het Godsrijk brengen, want daarvoor ben Ik gezonden.' En Hij predikte in de synagogen van het Joodse Land.

Ook vandaag vinden we veel mensen die Christus niet kennen. God wil ons bezielen met een gevoel van drang om al die onwetendheid te overwinnen en overal de goede leer te verspreiden, gebruik makend van alle soorten methoden en initiatieven. Zoals paus Johannes Paulus ii ons herinnert: «Deze missie is niet het exclusieve gebied van gewijde dienaren of religieuzen, maar moet de seculiere maatschappij, het gezin en de school omvatten in totaliteit. Elke christen moet deelnemen aan de taak van christelijke vorming, de dringende behoefte voelen te evangeliseren -iets, zegt de heilige Paulus, 'dat me geen reden geeft tot grootspraak. Want de noodzaak is me opgelegd'.»7 Alleen als we naar Christus kijken, als we Hem beminnen, zullen we de luiheid en gemakzucht overwinnen, zullen we ontsnappen uit de ivoren toren die elk van ons geneigd is voor zichzelf te bouwen, zullen we vele blinde mensen Christus laten zien, vele doven Hem laten horen en vele kreupelen naast Hem laten lopen. God heeft onze samenwerking nodig.

Laten we nu in ons gebed naar Christus kijken, en laten we ook de mensen om ons heen beschouwen. Wat hebben we tot nu toe gedaan om hen naar God te brengen? Laten we naar ons eigen gezin kijken, onze collega's op het werk of onze studievrienden, naar hen die naast ons leven, de mensen met wie we een gemeenschappelijk belang hebben en de mensen die we ontmoeten als we onderweg zijn. Is het niet waar dat we geen erg goed gebruik gemaakt hebben van heel wat van de gelegenheden die we gehad hebben? Zijn we niet moe geworden? Zou op zekere dag niet tegen ons gezegd kunnen worden, dat we niet over Christus gesproken hebben tot deze naasten van ons, toen zij dit heel hard nodig hadden?

Een overweging die ons moet helpen om standvastig te zijn in het apostolaat is het grote vermenigvuldigende effect van al het goede of kwade dat in de wereld gebeurt. De mensen die die avond Christus bij zich voelden stilhouden en de handen opleggen, wisten in hun hart dat hun leven niet meer zou kunnen blijven zoals het tot dan toe geweest was. Ze werden nieuwe apostelen en gingen overal rond om het goede nieuws te verspreiden over de Weg, de Waarheid en het Leven, die ze zelf hadden ontmoet. Zij verkondigden het in hun gezinnen, in hun dorpen -kortom, waar ze ook maar kwamen. Dat is wat ook wij moeten doen.

-1. Lc 4,38-44. -2. Vgl. Mc 1,33. -3. H. Ambrosius, Verhandeling over de maagdelijkheid, 8,10. -4. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 901. -5. H. Johannes Chrysostomus, in Catena Aurea, vol. 5, bl. 238. -6. Jac 5,7-8. -7. Johannes Paulus ii, Toespraak in Granada, 15 november 1982; vgl. Christifideles laici, 30 december 1988, 33.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012