Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eenentwintigste week. Woensdag

60. Houden van ons dagelijks werk

-Het voorbeeld van de heilige Paulus. -De waarde van goed verricht werk. -Liefde voor ons beroep.

60.1 Arbeid is een gave van God en een grote gunst voor de mens, «hoewel ze het kenmerk draagt van een 'bonum arduum' in de terminologie van sint Thomas [...]. Het is niet alleen een 'nuttig' goed of iets waarvan men kan 'genieten', maar het is een 'waardig' goed, dat wil zeggen, dat het beantwoordt aan de waardigheid van de mens, een goed dat deze waardigheid tot uitdrukking brengt en vergroot.»1 Een leven zonder arbeid is misvormd, en door de arbeid «wordt de mens meer een menselijk wezen»2, waardiger en edeler, als hij haar verricht zoals God voor hem bedoeld heeft.

Arbeid is een consequentie van het goddelijk gebod aan de mensheid om de aarde te onderwerpen.3 Deze taak, die zwaar werd door de erfzonde4, is «de spil van onze heiligheid en het bovennatuurlijke en menselijke middel waardoor we Christus bij ons brengen en goed doen aan allen.»5 Ze is als het ware de ruggengraat van het menselijk ras, dat wat alle aspecten van het leven ondersteunt, en waardoor wij onze eigen heiligheid en die van anderen bewerkstelligen. Een onjuiste houding tegenover ons dagelijks werk, een verkeerd accent in de betekenis die we aan onze professionele bezigheden geven, kan een uitwerking hebben op ons hele leven, ook op onze relatie met God. Daarom begrijpen we gemakkelijk de slechte dingen die voortkomen uit luiheid, uit slecht gedaan of half afgemaakt werk. «Het stuk gereedschap dat ongebruikt ligt, zijn rand bot geworden door de roest, wordt stomp en waardeloos; maar ter hand genomen is het veel waardevoller en plezieriger, en het wordt glanzend als zilver. Zo brengt ook land, dat men onbestemd en onverschillig braak laat liggen, niets goeds voort, alleen maar grof gras, onkruid, distels en waardeloze bomen; maar land dat bebouwd wordt of waar goed voor gezorgd wordt, is rijk aan fijne vruchten. Kortom, alle wezens worden vernietigd door veronachtzaming en ze worden beter als ze gebruikt worden in overeenstemming met hun aard»6; in het geval van de mens betekent dit: door de arbeid.

De apostel Paulus herinnert in de eerste lezing van vandaag7 de christenen van Tessalonica eraan hoe hij zich gedroeg toen hij onder hen predikte: Gij herinnert u toch, broeders, onze moeite en inspanning. Terwijl wij u het evangelie van God verkondigden, hebben wij dag en nacht gewerkt om maar niemand van u tot last te zijn.8 En later, in zijn tweede brief, zegt hij: Hoe gij ons moet navolgen, is u bekend; wij hebben bij u geen werk geschuwd en niemands brood om niet gegeten. Dag en nacht hebben wij gearbeid, met veel inspanning en moeite, om niemand van u tot last te zijn.9 Met dit voorbeeld heeft de Heilige Geest ons een duidelijk gedefinieerde gedragsregel gegeven: als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten.

Vandaag, in de vrede en rust van ons gebed, moeten we in gedachte houden dat God van ons dezelfde geest van vlijt en hard werken verwacht die we zien bij de eerste christenen. Een van de vroegste geschriften van de kerkvaderen heeft ons dit getuigenis nagelaten: «Laat iedereen die in de naam van de Heer tot u komt, ontvangen worden; maar, na hem op de proef gesteld te hebben, zult u hem kennen, omdat u weet wat goed en kwaad is. Als degene die tot u komt reiziger is, help hem dan zoveel als u kunt; maar hij zal niet meer dan twee of drie dagen bij u blijven, tenzij er noodzaak is. Als hij zich te midden van u wil vestigen en handwerksman is, laat hem dan werken en eten. Als hij geen vak kent, neem dan maatregelen volgens uw geweten, zodat geen christen werkloos onder u zal wonen. Als hij hiermee niet instemt, maakt hij misbruik van Christus' naam; pas op voor zulke mensen.»10

60.2 In zijn jaren in Nazaret heeft de Heer ons een prachtig voorbeeld gegeven van het belang van arbeid en van de menselijke en bovennatuurlijke volmaaktheid waarmee wij onze professionele taken moeten volbrengen. «Door als een van ons op te groeien en te leven openbaart Hij ons dat het menselijk bestaan, dat het gewone alledaagse doen een goddelijke betekenis heeft. Hoe dikwijls we deze waarheid ook hebben overwogen, steeds moet de gedachte aan de dertig jaar van zijn verborgen leven ons in verbazing brengen; die dertig jaar die het grootste deel vormen van zijn verblijf onder zijn broeders, de mensen. Jaren in de schaduw, maar voor ons helder als het zonlicht.»11 Zijn hele manier van spreken, de parabels en beelden die Hij naderhand in zijn prediking gebruikte, tonen ons de ervaring van een leven van arbeid: Hij spreekt altijd namens de persoon die «strijdt, namens de gewone mensen, wier leven geregeerd wordt door de wet van het gewone, het voorspelbare patroon van gebeurtenissen voor mensen overal. Dit is de achtergrond van de prediking van Christus en in dit klimaat is zijn onderricht altijd in beelden verankerd gebleven. Hij was niet de 'filosoof' of de 'ziener' maar de handwerksman, de man die arbeidde als de gewone mensen.»12

In de heilige Jozef hebben we ook het voorbeeld van een leven van arbeid, een gewoon leven zoals dat van onszelf. En vandaag kunnen we hem onze toewijding op onze professionele taken toevertrouwen. Hij was het die Jezus inwijdde in zijn ambacht en die hem de bekwaamheden van een volleerd meester leerde in het gebruik van het gereedschap van zijn vak, van zaag, beitel, schaaf en vijl.

Tijdens zijn openbaar leven riep de Meester mensen voor zijn dienst die gewoon waren te werken: de heilige Petrus, een visser van beroep, keert weer terug tot het vissen zodra hij de gelegenheid krijgt13; de heilige Matteüs ontvangt de roeping om de Heer te volgen als hij aan zijn bureau zit in het belastingkantoor; en zo ook alle anderen.

Toen de heilige Paulus Athene verliet en in Korinte kwam, trof hij daar een Jood, Aquila genaamd, die afkomstig was van Pontus, en zijn vrouw Priscilla. Hij bezocht hen aan huis, en omdat zij hetzelfde vak uitoefenden -zij waren beiden tentenmakers- bleef hij bij hen wonen en werkte met hen.14 Gedurende de achttien maanden die hij in Korinte doorbracht, schreef Paulus die veeleisende instructies aan de christelijke gemeenschap van Tessalonica, omdat hij zag dat het vele kwaad dat hen overviel, te wijten was aan het feit dat sommigen van hen meer genegen waren tot leeg geklets en van huis tot huis zwerven, in plaats van hun tijd te besteden aan hun plichten.

Op onze beurt moeten wij regelmatig de technische volmaaktheid van ons werk beschouwen - of we het volgens een vast rooster beginnen en afmaken, ook al doen veel van onze collega's, of misschien allemaal, het om wat voor reden dan ook anders; of we het op een ordelijke manier uitvoeren en niet het zwaarste en minst aantrekkelijke deel voor het laatst bewaren; of we ingespannen werken, de tijd zo goed mogelijk gebruiken, onderbrekingen door onnodige of minder dringende gesprekken of telefoontjes proberen te vermijden; of we erop gespitst zijn de kwaliteit van ons werk te verbeteren door verdere oefening of studie, en proberen 'bij' te zijn in de laatste ontwikkelingen in ons beroep; of we streven naar perfectie, zoals gebeurt wanneer we echt geïnteresseerd zijn in iets, maar evenwichtig en oprecht, zonder afbreuk te doen aan de tijd die we verschuldigd zijn aan ons gezin, aan onze broers en zussen, aan het apostolaat en aan onze eigen vorming. Laten we ook overwegen of we behoorlijk zorgen voor het gereedschap dat we gebruiken, of het nu van ons is of van onze werkgevers. Laten we Jezus beschouwen in de werkplaats in Nazaret; laten we de Heer vragen ons daar binnen te laten gaan met de ogen van het geloof, en daar zullen we zien of onze arbeid echt de kwaliteit en de hoge graad van bekwaamheid heeft die Hij verwacht van hen die Hem volgen.

60.3 We moeten van ons werk houden en het goed doen, want het is een gebod dat we gekregen hebben van God onze Vader. Dagelijks werk is het gewone middel om de persoonlijkheid te ontwikkelen, om te verdienen om zichzelf en het gezin te onderhouden en ook om aan goede doelen te kunnen bijdragen. We moeten ervan houden en tegelijkertijd moet het stof zijn voor ons gebed, want arbeid is ook een van de hoogste menselijke waarden, een middel waardoor iedere persoon bijdraagt aan de vooruitgang van de maatschappij, en bovenal omdat het een weg naar heiligheid is. Iedere dag kunnen we alle dingen die we geprobeerd hebben goed te doen, voor de Heer leggen: studenten bijvoorbeeld kunnen goed gevulde uren van ingespannen studie aanbieden; huisvrouwen kunnen hun liefhebbende aandacht aanbieden voor de noden van hun kinderen en echtgenoot, voor de zorg voor de duizend-en-een kleine dingen die ertoe bijdragen dat hun huis een echt thuis wordt; artsen kunnen aan hun wetenschap en ervaring de vriendelijkheid toevoegen waarop ze met hun patiënten omgaan, en verpleegsters kunnen de lange uren van dienst aanbieden, alsof elk van hun patiënten Christus zelf was. Als we ons werk doen, hebben we vele gelegenheden om onze ziel tot God te richten: met kreten om hulp, met akten van dankzegging, en met herhaalde intenties waarmee we Hem alle glorie geven in de voltooiing van elke onderneming die we onder handen hebben.

De leken zullen de heiligheid zoeken niet 'ondanks' het werk, maar 'dóór' het werk; door de Heer te ontmoeten in de verschillende gebeurtenissen die nodig zijn om de dagelijkse activiteit -soms aangenaam en soms niet- goed te verrichten. In deze arena worden de menselijke en bovennatuurlijke deugden vervolmaakt.

In veel gevallen zal liefde voor ons werk ervoor zorgen dat we misschien heel ons leven in hetzelfde beroep doorbrengen. Dat gaat niet in tegen de legitieme ambitie die we misschien hebben om promotie te maken of een betere baan of positie te krijgen. Maar dit verlangen naar vooruitgang, dat deel uitmaakt van een goede professionele visie, moet geen reden zijn voor onbehaaglijkheid of ontevredenheid, alsof beroepssucces en een verhoogd salaris de enige of voornaamste beweegredenen zouden zijn die we moeten hebben. Als christenen kunnen we carrières niet enkel in termen van geld afmeten, alsof dit het enige is dat telt op de lange termijn. Ons beroep is de omgeving waarin onze persoonlijkheid ontwikkeld en vervolmaakt wordt; het is een manier om anderen te dienen, het middel om bij te dragen aan sociale vooruitgang, en de plaats van onze ontmoeting met God.15 Met dit alles moet rekening gehouden worden bij het bepalen van de waarde van iemands professionele arbeid.

De apostel Paulus besteedde, zoals de meeste andere mensen, een bepaalde hoeveelheid tijd per dag aan werk om zijn kost te verdienen. Maar terwijl hij werkte, bleef hij de apostel van de heidenen, Gods uitverkoren vat, en hij maakte gebruik van zijn vak om anderen tot Christus te brengen. Dat moeten wij doen, wat onze baan en ons plaatsje in de maatschappij ook is. En als het ons lot zou zijn om ziek of arbeidsongeschikt te zijn, dan moeten we juist in die omstandigheden een licht zijn voor anderen, misschien zelfs meer dan anders het geval zou zijn, om ze in staat te stellen de weg te zien die naar God leidt en zich bewogen te voelen zich daar zelf op te begeven.

-1. Johannes Paulus ii, Enc. Laborem exercens, 9. -2. Ibidem. -3. Vgl. Gn 1,28. -4. Vgl. Gn 3,17. -5. H. Jozefmaria Escrivá, Brief, 14 februari 1950. -6. H. Johannes Chrysostomus, Preek over Priscilla en Aquila. -7. Eerste lezing: Jaar 1, 1 Tes 2,9-13; Jaar 2, 2 Tes 3,6-10,16-18. -8. 1 Tes 2,9. -9. 2 Tes 3,7-8. -10. Didache XII Apostolorum, 12. -11. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 14. -12. R. Gómez Pérez, La fe y los días, Madrid, bl. 20. -13. Vgl. Joh 21,3. -14. Vgl. Hnd 18,1-3. -15. Vgl. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 34.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012