Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Drieëndertigste week. Vrijdag

44. Huis van gebed

-Jezus verdrijft de kooplui uit de tempel. -De tempel, plaats van gebed. -De ware eredienst.

44.1 Een van de lezingen van de heilige Mis van vandaag1 vertelt ons een passage uit het Boek van de Makkabeeën: na de vijanden overwonnen te hebben, besluiten Judas en zijn broeders om het heiligdom van de Heer te zuiveren en opnieuw in te wijden; het was immers ontheiligd door de heidenen en door hen die niet trouw aan het geloof van hun vaderen waren gebleven. Zij begaven zich dus op weg, vol vreugde, onder het zingen van lofliederen, begeleid door citers, lieren en cimbalen. Al het volk wierp zich in aanbidding ter aarde neer en loofde de hemel die hun ondernemingen had doen slagen. Acht dagen lang vierden zij het feest van de altaarwijding en droegen onder groot gejubel brandoffers op, alsmede lof- en dankoffers. Zij versierden de voorgevel van de tempel met gouden kransen en schilden, herstelden de poorten en de zalen en plaatsten nieuwe deuren. Er heerste een zeer grote vreugde onder het volk, omdat de smaad, hun door de heidenen aangedaan, was weggenomen. Judas de Makkabeeër bepaalde, dat deze dag ieder jaar met een grote plechtigheid zou worden gevierd. Na zovele jaren van smaad, betoonde het volk Gods zijn godsvrucht en liefde tot zijn God met uitbundig vreugdebetoon.

Het evangelie van deze heilige Mis2 toont ons, hoe Jezus in heilige verontwaardiging uitbarstte toen Hij de toestand rond de tempel zag. Hij werd zo vertoornd dat Hij degenen die daar handel stonden te drijven, verdreef. In het Boek Exodus3 had Mozes reeds bepaald, dat niemand zich in de tempel mocht vertonen zonder iets aan te bieden. Om het vervullen van deze bepaling te vergemakkelijken voor degenen die van ver kwamen, was er in de voorhof van de tempel een soort service-centrum gevestigd waar offerdieren gekocht en verkocht werden. Na verloop van tijd echter was het uitgegroeid tot een ware veemarkt voor de offerdiensten. Wat aanvankelijk acceptabel en zelfs gepast was, was zodanig verworden, dat de godsdienstige bedoeling van de begintijd ondergeschikt was geraakt aan de economische belangen van de handelaren, die misschien wel tevens de bedienaren van de tempel waren. En die tempel leek uiteindelijk meer op een veemarkt dan op een plaats van ontmoeting met God.4

De Heer, gedreven door zijn ijver voor het huis van zijn Vader5, door een godsvrucht die uit het diepst van zijn hart kwam, kon dit beklagenswaardige schouwspel niet verdragen en gooide allen naar buiten, met tafels, vee en al. Jezus onderstreept het doel van de tempel met een tekst van Jesaja, die bij iedereen wel bekend was: Mijn huis moet een huis van gebed zijn. En Hij voegde eraan toe: maar gij hebt er een rovershol van gemaakt. De Heer wilde allen ervan doordringen welke de eerbied en de houding moest zijn die men in de tempel diende te tonen vanwege het gewijde karakter ervan. Hoe zal dan onze eerbied en godsvrucht moeten zijn in onze kerken, waar het eucharistisch offer wordt gevierd en waar Jezus Christus, God en Mens, werkelijk tegenwoordig is in het tabernakel! «Er bestaat een etiquette van de vroomheid. -Leer die! -Het is zielig 'vrome' lieden te zien, die niet weten hoe zij de Mis behoorlijk moeten bijwonen, ook al doen zij het elke dag. Noch hoe zij een kruisteken moeten maken -zij maken overhaast een paar vreemdsoortige bewegingen. Noch hoe zij een kniebuiging voor het tabernakel moeten maken -hun lachwekkende kniebuigingen zijn een aanfluiting. Noch hoe zij eerbiedig het hoofd moeten buigen voor een afbeelding van onze lieve Vrouw.»7

44.2 Mijn huis moet een huis van gebed zijn. Hoe helder is die uitdrukking die de tempel als het huis van God betitelt. Als zodanig moeten wij het beschouwen. Wij moeten ernaar toe gaan met liefde, met vreugde en ook met een grote eerbied, zoals dat past bij de plaats waar God zelf is; en... Hij wacht er op ons!

Dikwijls horen we van handelingen en plechtigheden -of wonen die bij- uit het politieke, academische leven of uit de sportwereld: een receptie, een optocht, de Olympische Spelen... En men bemerkt aanstonds, dat het protocol en een zekere plechtigheid niet overbodig zijn. Deze, vaak minieme, details -de volgorde van opkomst, de kleding, het trage loopritme...- komen op ons netvlies terecht en verlenen de handeling een groot stuk van zijn waarde en karakter.

Ook onder de mensen toont de genegenheid zich in kleine onderdelen, in attenties en zorg. De trouwring of andere cadeaus die de toekomstige echtgenoten elkaar schenken, vormen op zichzelf niet de liefde, maar zijn er wel uitingsvormen van. De mens heeft de eenvoudige rite nodig om het diepste van zijn wezen uit te drukken. De mens, die niet alleen lichaam of alleen ziel is, heeft ook de behoefte zijn geloof te uiten in uiterlijke en tastbare handelingen, die goed tot uitdrukking brengen wat in zijn hart leeft. Wanneer men bij voorbeeld iemand vroom voor het tabernakel ziet knielen, zal men makkelijk denken: die man of vrouw heeft geloof en bemint God. En dit gebaar van aanbidding, als resultaat van wat men in het hart draagt, helpt jezelf en anderen om meer geloof en meer liefde te bezitten. Paus Johannes Paulus II wijst in deze zin op de invloed die de eenvoudige en oprechte godsvrucht van zijn vader op hem heeft uitgeoefend: «Het simpele feit hem te zien neerknielen heeft een beslissende invloed op mijn jonge jaren gehad».8

Wierook, een buiging maken, knielen, het stemgeluid dat bij de plechtigheden past, de waardigheid van de gewijde muziek, van de ornamenten en de gewijde voorwerpen, de omgang met en het versieren van deze elementen van de eredienst, hun reinheid en verzorging, dat alles zijn steeds de vormen geweest waarmee een gelovig volk zich heeft geuit. Juist de glans van de liturgische benodigdheden maakt het makkelijker te begrijpen, dat het hierbij vooral gaat om een eerbetoon aan God. Als men een van die antieke monstransen van nabij bekijkt, dan bemerkt men hoe bijna altijd de kunstzinnigheid rijker en kostbaarder wordt naarmate men dichter bij de plaats komt waar de geconsacreerde Hostie wordt bewaard. Soms gaat het zelfs om details die men pas van heel dichtbij opmerkt: de beste kunst bevindt zich daar, waar -zo zou men kunnen zeggen- alleen God die kan waarderen. Deze zorg, tot in het allerkleinste toe, is een machtige steun om de tegenwoordigheid van God zelf te herkennen.

De Heer is het evenmin onverschillig als we Hem begroeten -Hem als eerste!-, wanneer we een kerk binnengaan, of onze zorg om stipt op tijd voor de Mis te zijn -beter enkele minuten voor het begin ervan komen!-, een behoorlijke kniebuiging voor Hem, tegenwoordig in het tabernakel, maken; de houdingen of de ingetogenheid die we in zijn aanwezigheid bewaren... Is de tempel voor ons de plaats waar we God eer bewijzen, waar we Hem vinden in een ware, werkelijke en substantiële tegenwoordigheid?

44.3 Een groot gedeelte van de voorschriften die de Heer aan Mozes gaf op de Sinaï, beogen tot in detail de waardigheid van alles wat op de eredienst betrekking heeft, vast te leggen. Zo wijzen ze erop hoe het tabernakel moet worden vervaardigd, de ark, de gebruiksvoorwerpen, het altaar, de priesterkleding; hoe de offerdieren dienen te zijn; welke feesten men moet houden; welke stam en welke personen de priesterlijke functies moeten vervullen...

Al deze aanwijzingen tonen aan, dat de gewijde dingen op een bijzondere wijze verbonden zijn met de goddelijke Heiligheid; de Heer doet er de volheid van zijn rechten mee gelden. In dat volk, dat zo dikwijls bekoord werd door de heidense riten, trachtte God altijd een diepe eerbied voor het gewijde in te gieten. Jezus Christus heeft dit onderricht door een nieuwe geest onderstreept. Juist de ijver voor het huis van God, voor zijn eer en heerlijkheid, vormt een centraal onderricht van de Messias, en Christus verwezenlijkt dit door krachtdadig de handelaren de tempel uit te jagen. En in zijn prediking zal Hij nadruk blijven leggen op de eerbied waarmee men met de goddelijke gaven moet omgaan; soms doet Hij dat met uiterst krachtige bewoordingen: Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen.10

Tegenwoordig ervaren we op veel plaatsen een sfeer van ontheiliging. In zulke houdingen is een atheïstische mensopvatting latent aanwezig. Volgens zulk een opvatting moet «de religieuze betekenis die de natuur in de mensen heeft ingegoten, beschouwd worden als louter verzinsel of verbeelding, en daarom moet zij volledig uit de geest worden uitgebannen omdat zij absoluut tegengesteld is aan het karakter van onze tijd en de vooruitgang van de beschaving.»11 Tegelijkertijd zien we hoe, ook bij mensen die zich ontwikkeld noemen, waarzeggerspraktijken groeien, evenals de ongeordende en ziekelijke 'eredienst' aan de statistieken, de plannenmakerijen...: het ongeloof komt aan alle kanten naar buiten. En dat komt, omdat de mens in het diepst van zijn bewustzijn het bestaan bespeurt van Iemand die het heelal regeert en die onbereikbaar is voor de wetenschap. «Zij hebben geen geloof. -Maar bijgelovig zijn ze wel.»12

De Kerk wijst ons er op, dat God onze enige Heer is. En Hij heeft vele details en vormen willen bepalen van de eredienst, die de uitdrukking zijn van de aan God verschuldigde eer en van een waarachtige liefde. Zij leert ons niet slechts, dat de heilige Mis het middelpunt is van geheel de Kerk en van het leven van iedere christen, en dat zij haar liturgie heeft vastgesteld; zij heeft eveneens gewild, dat onze kerken ware huizen van gebed zijn. Zij heeft bepaald, dat de kerken op gepaste uren open moeten zijn «opdat de gelovigen gemakkelijk voor het allerheiligste Sacrament kunnen bidden.»13 Zij heeft gewezen14 op iets wat alle eeuwen door een blijvende praktijk is geweest: het tabernakel moet van stevig materiaal zijn, het moet zich op een in het oog vallende maar tegelijk ook ingetogen plaats bevinden, zodat de christenen het allerheiligste Sacrament ook met een persoonlijke eredienst kunnen eren. Men moet, door duidelijke tekenen, bij binnenkomst in een kerk weten waar het tabernakel zich bevindt; daarom is er de Godslamp die voortdurend bij het Sacramentsaltaar moet branden. We moeten wel bedenken, dat deze details in de eerste plaats uitingen zijn van liefde en aanbidding voor Jezus Christus, die daar werkelijk tegenwoordig is, en pas in de tweede plaats aanduidingstekenen van zijn aanwezigheid. Wij, alle gelovigen, priesters en leken, moeten «zoveel zorg dragen voor de eredienst en de eer aan God, dat zij met recht eerder ijveraars dan minnaars genoemd kunnen worden... om Jezus Christus zelf na te volgen, van wie de woorden zijn: De ijver voor uw huis zal mij verteren15

-1. Eerste lezing (oneven jaren), 1 Mak 4,36-37;52-59. -2. Lc 19,45-48. -3. Vgl. Ex 23,15. -4. Vgl. The Navarre Bible,, aantekening bij Mt 21,12-13. -5. Vgl. Joh 2,17. -6. Jes 56,7. -7. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 541. -8. A. Frossard, Wees niet bang, Antwerpen 1983, bl. 12-13. -9. Vgl. Ex 25,1 e.v. -10. Mt 7,6. -11. Johannes xxiii, Enc. Mater et Magistra, 15 mei 1961, 214. -12. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., n. 587. -13. Paulus vi, Instr. Eucharisticum mysterium, 25 mei 1967; vgl. CIC, 937. -14. Ibidem, vgl. CIC, 938. -15. Romeinse Katechismus, II, 2, 27.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012