Negentiende week. Vrijdag
44. HUWELIJK EN MAAGDELIJKHEID
-Het huwelijk, een christelijke roeping. Zijn waardigheid,
eenheid en onverbreekbaarheid. -De vele vruchten van de maagdelijkheid en van
het apostolisch celibaat. -Heilige zuiverheid, bewaarder van zowel menselijke
als goddelijke liefde.
44.1 Het evangelie van vandaag1 toont ons een
gebeurtenis waarin de Farizeeën proberen Jezus te vangen met een netelige
vraag: Staat het
een man vrij zijn vrouw te verstoten, om welke reden dan ook? Er waren scholen met verschillende meningen over hoe deze kwestie in
de Schrift uitgelegd moest worden. Echtscheiding werd in het algemeen
toegestaan. Hoewel het probleem louter haarkloverij was, maaakte de Heer van
die nutteloze vraag gebruik om in te gaan op de kern van de zaaak, nl. de onontbindbaarheid
van het huwelijk. Christus, die volledige autoriteit bezit over de gehele wet,
brengt de huwelijkse staat terug tot zijn oorspronkelijke wezen en waardigheid,
zoals die door God bedoeld was: Hebt gij niet gelezen dat de Schepper in het begin hen als
man en vrouw gemaakt heeft en gezegd heeft: Daarom zal de man zijn vader en
moeder verlaten om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen worden één
vlees? Zo zijn zij dus niet langer twee, één vlees als zij geworden zijn. Wat
God derhalve heeft verbonden mag een mens niet scheiden.
De Heer heeft voor eens en voor altijd de eenheid en de
onverbreekbaarheid van het huwelijk verkondigd, boven iedere menselijke
overweging uit. Er zijn vele redenen die de onontbindbaarheid van de
huwelijksband ondersteunen: de aard van de echtelijke liefde, het belang van de
kinderen, het belang van de maatschappij... Maar de eigenlijke reden voor de
onontbindbaarheid van het huwelijk is dat de Schepper het zó wil. Zó heeft Hij
het huwelijk gewild: één en onontbindbaar. De verbintenis van het huwelijk is
zó sterk dat het slechts door de dood gebroken kan worden. De heilige
Franciscus van Sales gebruikt het volgende beeld om deze leer uit te leggen:
«Als de lijm goed is, zullen twee stukken dennenhout die vastgelijmd zijn,
makkelijker te breken zijn op iedere plaats, behalve waar ze aan elkaar zijn
gelijmd.»2 Zo is het ook met het huwelijk.
Het is noodzakelijk voor man en vrouw dat zij het huwelijk
zien als een roeping die een gave is van God.3
Als het huwelijk op deze manier bekeken wordt, krijgen alle taken die het
gezinsleven en de huwelijksplichten betreffen -de opvoeding van kinderen, de
inspanningen voor de economische zekerheid- een bovennatuurlijke betekenis.4 Die worden dan gelegenheden om nader tot God te komen.
Man en vrouw zien dan vol vertrouwen de vele uitdagingen die op hen afkomen
tegemoet, omdat ze er zeker van zijn dat God voor hen zal zorgen. Dat is de weg
naar heiligheid voor getrouwde mensen.
Door ons geloof en de onderrichtingen van de Kerk zijn wij,
christenen, gezegend met een beter inzicht over de aard van het huwelijk, over
het belang dat het gezin voor ieder betekent, voor Kerk en maatschappij. Het
gevolg hiervan is dat we verantwoordelijkheid dragen om dit menselijk en
goddelijk instituut te verdedigen, nu er in onze tijd van alle kanten zoveel
aanvallen zijn door artikelen in bladen, de publiciteit die aan sensationele
schandalen gegeven wordt, televisie-series die, geleidelijk aan, het geweten
van miljoenen kijkers misvormen... Wanneer we aan anderen de ware leer -die van
de natuurwet, verrijkt met het geloof- uitleggen, dienen we daarmee de hele
maatschappij.
Wij moeten ons nu in ons gebed afvragen of we het gezin -en
vooral de zwaksten van hen die het meest onder deze aanvallen te lijden
hebben-verdedigen, en of we in het gezin de deugden beleven die voor iedereen
zo'n hulp zijn, zoals wederzijds respect, dienstbaarheid, vriendschap, begrip,
optimisme, een vreugde die onafhankelijk is van gevoelens, zorg voor iedereen
maar vooral voor wie het 't meest nodig hebben...
44.2 De leer van Jezus betreffende de onontbindbaarheid en waardigheid van
het huwelijk maakte zo'n indruk op de aanwezigen, dat zelfs zijn leerlingen
zeiden: Als de
verhouding tussen man en vrouw zó is, kan men beter niet trouwen. Maar Jezus ging verder om de waarde van het celibaat en de
maagdelijkheid uit liefde voor het Rijk Gods, aan te bevelen. De volledige
overgave aan God, 'indiviso corde'5, zonder
tussenkomst van echtelijke liefde, is een van de kostbaarste bezittingen van de
Kerk.
Zij die de roeping ontvingen om God te dienen binnen het
huwelijk moeten dit ook precies zo doen door het nakomen van de huwelijkse
plichten. Dit is voor hen een veilige weg naar de hemel. Zij die de roeping van
het apostolisch celibaat hebben ontvangen, zullen in hun totale overgave aan
God de genade vinden die nodig is om een gelukkig leven te leiden en de
heiligheid te bereiken als gewone burgers met een beroep, als God hen daarvoor
geroepen heeft. Zij staan middenin het leven maar geheel in dienst van God en
onbeperkt en onvoorwaardelijk toegewijd aan het apostolaat. De roeping tot
totale toewijding is een bijzonder teken van Gods liefde. Hij geeft speciale
genade om zijn kinderen op deze weg te helpen. De Kerk neemt toe in heiligheid
door de trouw van christenen, wanneer ieder persoonlijk antwoord geeft op de
roeping die hij van God ontvangen heeft. «Dit is een kostbare gave van
goddelijke genade, door de Vader aan bepaalde zielen gegeven (Mt 19,11; 1 Kor 7,7),
waarbij zij zich gemakkelijker aan God alleen toewijden, omdat zij een
onverdeeld hart hebben.»6 Deze totale overgave
aan God «wordt door de Kerk bijzonder geëerd. De reden hiervoor was en is dat
kuisheid terwille van de liefde voor God een aansporing is tot barmhartigheid,
en dit is zeer zeker een bijzondere bron van spirituele vruchtbaarheid in de wereld.»7
Zowel het huwelijk als de maagdelijkheid zijn nodig voor de
groei van de Kerk. Beide veronderstellen een specifieke roeping. Maagdelijkheid
en celibaat spreken de waardigheid van het huwelijk niet tegen. Integendeel:
zij bevestigen deze. «Huwelijk en maagdelijkheid of celibaat zijn twee manieren
om aan dat ene mysterie van Gods wens voor zijn volk uitdrukking te geven en ná
te leven.»8 Indien men de maagdelijkheid niet
naar waarde schat, heeft men de waardigheid van het huwelijk in al zijn volheid
óók niet begrepen. Inderdaad, «als de menselijke seksualiteit niet wordt gezien
als een zeer waardevolle gave van de Schepper, dan verliest het zich onthouden
daarvan ter wille van het Rijk Gods, zijn betekenis.»9
De heilige Johannes Chrysostomus heeft geschreven: «Al wie het huwelijk
minacht, vermindert tevens de glorie van de maagdelijkheid. Al wie haar
hoogacht maakt de maagdelijkheid bewonderenswaardiger en schitterender.»10
Het getuigenis van de liefde die zichtbaar wordt in de
maagdelijkheid of het apostolisch celibaat, is een bron van vreugde voor de
zonen en dochters van God. Deze vorm van getuigen wordt een nieuwe manier om de
Heer in deze wereld te bezien, om zijn gelaat te aanschouwen door middel van
zijn schepselen. Dit is een helder teken van de zuiverheid van de Kerk voor
christenen alsook voor hen die niet geloven. Het brengt een jeugdige geest en
een vreugdevolle apostolische doeltreffendheid met zich mee. «Ondanks dat hij afstand
heeft gedaan van fysieke vruchtbaarheid, wordt de celibataire mens geestelijk
vruchtbaar, vader en moeder van velen en meewerkend aan het tot stand brengen
van het gezin volgens Gods plan. Christen-echtparen verwachten, met recht, van
celibatairen een goed voorbeeld, die getuigen van trouw aan hun roeping tot aan
de dood. Juist zoals het soms moeilijk kan zijn voor echtgenoten om trouw te
blijven, en dit vraagt offers, versterving en zelfverloochening, zo kan het
hetzelfde zijn voor celibatairen; hún trouw, zelfs bij tegenslagen, kunnen de
trouw van gehuwden sterker maken.»11
«Deze deugd is God zó dierbaar», zegt de heilige Ambrosius,
«dat hij niet zonder deze deugd op aarde wilde komen, en geboren wilde worden
uit de Moeder Maagd.»12 We vragen Onze Lieve Vrouw dat er altijd, overal ter wereld,
mensen mogen zijn die deze roeping van de Heer zullen beantwoorden, mensen die
God een onverdeeld hart weten te geven. Het is juist deze vorm van offervaardigheid
die een onbegrensde edelmoedigheid voor anderen zal toelaten.
44.3 Om de volheid van zijn roeping te beleven is het nodig de kuisheid na
te leven overeenkomstig de eigen situatie in het leven. God geeft de nodige
genade aan hen die tot het huwelijk geroepen zijn, evenals aan hen die geroepen
zijn hun gehele hart te geven, zodat allen trouw kunnen zijn. Heilige
zuiverheid is niet de belangrijkste deugd, maar wel onmisbaar voor ieder die
zich in een intieme relatie met God wil verheugen. Het kan gebeuren dat in een
bepaald milieu deze deugd niet meer 'in' is. Het kan zijn dat het naleven van
deze deugd met al zijn consequenties, veel mensen onbegrijpelijk of utopisch
voorkomt. Laten we dan bedenken dat de eerste christenen óók te maken hadden
met een vijandige en agressieve houding van de omgeving, inzake deze en andere
morele kwesties.
De onderrichtingen van de heilige Johannes Chrysostomus laten
het goed zien. Het lijkt wel of ze rechtstreeks bedoeld zijn voor veel
christenen van onze tijd: «Wat wilt gij van ons? Dat we de bergen ingaan en monniken
worden? Wat gij zegt stemt mij tot grote droefheid. Denkt u dat bescheidenheid
en kuisheid alleen maar voor monniken zijn bedoeld? Nee. Christus heeft
algemene wetten voor iedereen voorgeschreven. Dus, toen Hij zei: Al wie naar een vrouw kijkt om
haar te begeren... (Mt 5,28), sprak Hij niet tot een monnik maar
tot de man in de straat [...] Ik verbied u niet om te huwen noch verbied ik u
om van het leven te genieten. Ik vraag u alleen om dit met matigheid te doen,
niet met onzuiverheid, niet met ontelbare zonden. Ik leg het u niet op als een
wet, wanneer ik u zeg de bergen op of de woestijn in te gaan. Ik wil dat gij
goed zijt, bescheiden en kuis, ook al leeft u midden in de wereld.»13
Wat kunnen we in de wereld geweldige dingen bereiken wanneer
we op verfijnde wijze de heilige zuiverheid naleven. Wij zullen de bonus odor Christi14, de welriekende geur van Christus, naar alle
plaatsen brengen waar we regelmatig komen.
Deze deugd wordt vergezeld door andere die niet opvallen maar
die bijdragen tot een algemeen aangename houding. Als voorbeelden van deze
deugden noemen we zedigheid in kleding, sport en ontspanning. Wij voegen er ook
aan toe dat u kunt weigeren naar gesprekken te luisteren of eraan mee te doen
wanneer deze beneden de waardigheid zijn van een christen, of van welk
fatsoenlijk mens dan ook, het vaststellen van vakanties om luiheid en morele
schade uit de weg te gaan... en, vooral, het opgewekte voorbeeld van ons eigen
leven, optimisme bij voor- en tegenspoed, en een echte liefde voor het leven...
De deugd van zuiverheid is zo belangrijk voor elk apostolaat
dat midden in de wereld staat, dat we deze ook de bewaarder van de liefde
kunnen noemen. Dát is ook de plaats waar deze heilige deugd haar voeding
ontvangt en zinvol wordt. Zij beschermt en verdedigt zowel de menselijke als de
goddelijke liefde. Als onze liefde zou uitsterven dan wordt het zeer moeilijk,
zelfs onmogelijk, deze deugd na te leven in heel haar jeugdige volheid.
-1. Mt
19,3-12. -2. H. Franciscus van Sales, Inleiding tot het devote leven, 3,38.
-3. Vgl. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 11.
-4. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 23.
-5. 1 Kor 7,33.
-6. Vaticanum ii, o.c, 42. -7. Ibidem. -8. Johannes Paulus ii, Apost.
exhort., Familiaris consortio,
22 november 1981. -9. Ibidem.
-10. H. Johannes Chrysostomus, Verhandeling over de
maagdelijkheid, 10. -11.
Johannes Paulus ii, o.c. -12. H.
Ambrosius,
o.c., 1. -13. H.
Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 7,7. -14. 2 Kor 2,15.
|