24 december
29. IN AFWACHTING VAN JEZUS
-Maria.
Ingetogenheid. Geest van gebed. -Ons gebed. Met Jezus leren omgaan. Noodzaak van het gebed. -Nederigheid. Schietgebeden. De
heilige Jozef, meester van het innerlijk leven.
29.1 Dank
zij de milde erbarming van onze God keek Hij op ons neer als de opgaande zon
aan de hemel, en verscheen Hij aan hen die in het duister en de schaduw van de
dood zijn neergezeten, om onze voeten te richten op de weg van de vrede.1 Jezus is de zon die ons bestaan verlicht. Alles wat
voor ons van belang is, moet als wij willen dat het zin heeft, op Hem betrokken
zijn.
Op een bijzondere en
buitengewone wijze staat Jezus centraal in het leven van de maagd Maria. Dat
geldt met name voor de vooravond van de geboorte van haar Zoon. Wij kunnen ons
nauwelijks een voorstelling maken van de ingetogenheid van haar ziel. Zo was
zij altijd. Wij moeten leren ook zo te zijn, wij
die zo verstrooid en afgeleid zijn door zaken die niet van belang zijn.
Slechts één zaak is werkelijk van belang in ons leven: Jezus; voor de rest
alleen datgene, wat op Hem betrokken is.
Maria bewaarde dit alles in haar hart en overwoog het bij zichzelf 2; zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was
in haar hart.3 Twee maal verwijst de evangelist naar deze houding van de
maagd Maria tegenover wat haar overkomen was. Maria bewaart en overweegt het.
Zij kent die innerlijke ingetogenheid waarin het mogelijk is de voorvallen in haar leven, of deze nu groot of klein zijn,
op waarde te schatten en te behouden. In haar intimiteit, die verrijkt is
doordat zij vol van genade is, heerst die oorspronkelijke harmonie waarin de mens geschapen werd. Er is geen
betere plaats om dit uitzonderlijk optreden van God in de wereld, waarvan
zij getuige is, te bewaren en te overwegen.
Na de erfzonde heeft de
ziel de macht over de zinnen en het van nature gericht zijn op de zaken van God
verloren. Dat was niet zo bij Maria, bij ons wel. Zij is voor de erfsmet
bewaard gebleven, daardoor is alles in haar harmonie, zoals in het begin. Meer
nog, haar schoonheid was verrijkt door de wel heel bijzondere en uitzonderlijke
aanwezigheid van de Allerheiligste Drieëenheid in haar ziel.
Maria is altijd in gebed,
omdat alles wat zij doet op haar Zoon betrokken is: als zij met Jezus praat,
bidt zij. Dat is bidden, 'spreken met God'. Zij bidt elke keer als zij naar Hem
kijkt, ook dat is bidden, met geloof kijken naar Jezus, werkelijk aanwezig in
het tabernakel. Zij bidt als zij aan Hem denkt. Haar leven was bepaald door
Jezus, haar zinnen waren steeds op Hem gericht. Haar inwendige ingetogenheid
was constant. Haar gebed versmolt met haar leven zelf, met het werk, met de
aandacht voor de anderen. Haar innerlijke stilte was rijkdom, volheid en
beschouwing. Laten we haar vandaag vragen ons die innerlijke ingetogenheid te
geven die vereist is om God ook in ons leven van meer nabij te zien en met Hem
om te gaan.
29.2 Heden
nog zult gij weten dat de Heer ons komt redden, en morgen zult gij zijn
heerlijkheid zien.4
De heilige Maagd moedigt
ons op deze vooravond van de Geboorte van haar Zoon aan ons gebed, onze omgang
met de Heer, nooit te verwaarlozen. Zonder gebed zijn wij verloren. Met gebed
zijn wij sterk en zullen wij onze taken ten uitvoer weten te brengen.
Naast veel andere redenen
«moeten wij ook bidden omdat wij zwak en schuldig zijn. Het is nodig nederig
en echt te erkennen dat wij arme schepselen zijn, met verwarde [...], kwetsbare
en zwakke ideeën, met een blijvende behoefte aan inwendige kracht en vertroosting.
Het gebed verschaft krachten voor grote idealen, voor het behouden van geloof,
liefde, zuiverheid, edelmoedigheid. Het gebed verschaft de energie te
ontsnappen aan onverschilligheid en schuld, als wij ongelukkigerwijs aan
verleiding en zwakte hebben toegegeven. Het gebed verschaft het licht om de
gebeurtenissen van ons leven en van de geschiedenis vanuit het perspectief van
God en de eeuwigheid te zien en te
beoordelen. Daarom moeten jullie nooit ophouden met bidden. Laat er geen
dag voorbijgaan zonder dat jullie een beetje gebeden hebben. Het gebed is een
plicht, maar het is ook een vreugde omdat het een tweespraak met God is via
Jezus Christus.»5
Wij zouden moeten leren
elke keer meer met de Heer om te gaan middels het innerlijk gebed: die ogenblikken
die we, zoals nu, gebruiken om in stilte met Hem te spreken over onze zorgen,
om Hem dank te zeggen, om Hem hulp te vragen, om bij Hem te zijn... En door het
mondgebed, misschien ook de gebeden die we geleerd hebben toen we nog klein
waren. Wij zullen in ons leven nooit iemand tegenkomen die met zoveel
belangstelling en aandacht luistert als Jezus. Niemand heeft onze woorden ooit
zo ernstig genomen als Hij. Hij kijkt naar ons, Hij heeft aandacht voor ons,
Hij luistert met uiterste belangstelling naar ons als wij in gebed zijn.
Het gebed is altijd
verrijkend. Ook in die dialoog zonder woorden voor het tabernakel: het is
genoeg te kijken en te weten gezien te worden. Wat een verschil met het veel gehoorde
gepraat van mensen die niets zeggen omdat ze niets mee te delen hebben. 'Waar
het hart van vol is, loopt de mond van over.' Als het hart leeg is, wat kunnen
woorden dan nog betekenen? En als het uit naijver of zingenot gesloten is, wat
kan een dialoog dan nog inhouden? Wij komen trouwens altijd met meer licht,
meer blijdschap, meer kracht uit het gebed te voorschijn. Kunnen bidden,
spreken met en gehoord worden door zijn Schepper, is een van de grootste gaven
van de mens. Spreek met Hem en noem Hem: Vriend.
In het gebed moeten we in alle eenvoud spreken met de Heer. «Overdenken
en begrijpen wat wij zeggen en met Wie wij spreken, en wie wij wel zijn
dat wij het lef hebben met een zo grote
Heer te spreken; dat en vergelijkbare zaken: over hoe weinig wij Hem
gediend hebben, hoeveel wij Hem verschuldigd waren, dat is inwendig gebed. Denk
niet dat het voor u Arabisch is, en laat de naam u geen schrik aanjagen.»6
Sommigen kunnen denken dat
bidden een buitengewoon lastig karwei is, of dat het alleen voor bepaalde mensen
is. In het heilig evangelie kunnen we een grote verscheidenheid aan mensentypen
zien die zich met vertrouwen tot de Heer wenden: Nicodemus, Bartimeüs,
kinderen over wie de Heer zich met name verheugt, een moeder, een vader die een
ziek kind heeft, een misdadiger, de Wijzen uit het Oosten, Anna, Simeon, de
vrienden uit Betanië... Zij allen, en wij nu, spreken met God.
29.3
Vasthoudendheid en de juiste gesteldheden, onder andere geloof en nederigheid,
zijn voor het gebed van belang. Wij moeten niet gaan bidden zoals die farizeeër
uit de parabel die gericht was tot sommigen die, overtuigd van eigen
gerechtigheid, de anderen minachtten.7 De
farizeeër stond met opgeheven hoofd en bad bij zichzelf als volgt: God, ik dank
U dat ik niet zo ben als de rest van de mensen, rovers [...]. Ik vast twee maal
per week... Laten we er in het vervolg rekening mee houden dat die farizeeër
naar de tempel gegaan was zonder liefde. Hij is zelf het middelpunt van zijn
gedachten en het voorwerp van zijn eigen achting. En, als gevolg daarvan,
verheerlijkt hij in plaats van God zichzelf. Hij is in zijn gebed geen minnaar,
er steekt geen liefde in. Er is in hem geen nederigheid. Hij heeft God niet
nodig.
Daarentegen kunnen we veel
leren van het gebed van de tollenaar, nederig, aandachtig -met de geest gericht
op de persoon met wie we spreken- vol vertrouwen. Van hem kunnen we leren
ervoor te zorgen dat het geen monoloog wordt waarin we onszelf complimenten
maken, dat we geen situaties overdenken zonder die op God te betrekken, dat we
onze verbeelding niet de vrije loop laten enz.
De farizeeër verliet uit
gebrek aan nederigheid de tempel zonder gebeden te hebben. Zelfs daarin kwam
zijn verborgen hoogmoed naar boven.
De Heer vraagt van ons
eenvoud, dat we onze tekortkomingen bekennen. We spreken met Hem over onze
zaken en over die van Hem. «Je hebt me geschreven: -Bidden is spreken met God.
Maar waarover? -Waarover? Over Hem, over jezelf: je vreugden, je verdriet, je successen
en mislukkingen, je edele ambities, je dagelijkse zorgen..., je zwakheden! Je
dankbaarheid en je wensen, je Liefde en je eerherstel. Kortom: Hem kennen en
jezelf kennen: met Hem omgaan!»8
«Et in meditatione mea
exardescit ignis. En in mijn meditatie wordt er een vuur ontstoken. -Daarom
ga je bidden: om een levend vuur te worden, dat warmte en licht geeft. Daarom,
wanneer je niet weet hoe je door moet gaan, wanneer je voelt dat je vuur aan
het uitgaan is en je er geen geurige houtblokken op kunt werpen, gooi er dàn de
takken en bladeren op van korte mondgebeden en schietgebedjes om het vuur aan
te houden. -En je zult je tijd goed besteed hebben.»9
Vooral in het begin, en
ook later nog wel, zal het ons helpen als we een boek gebruiken, zoals een
kreupele krukken gebruikt, om vooruit te komen in ons gebed. Ook veel heiligen
hebben dat gedaan. «Behalve wanneer ik net gecommuniceerd had, durfde ik nooit
mijn gebed zonder boek te beginnen. Mijn ziel was zo bang zonder boek te
bidden, alsof zij met een heleboel mensen zou moeten strijden. Met dit
geneesmiddel dat als een gezel was of als een schild dat de slagen van al die
gedachten op moest vangen, ging ik getroost voort.»10
Als regel moet ons gebed
uitmonden in concrete voornemens tot betering. Laten we dan de Heer oprecht
vragen: wat wilt Gij van mij ten opzichte van wat ik zojuist overwogen heb? Hoe
kan ik mij nu in deze deugd beteren? Wat moet ik mij voor de komende maanden
voornemen om uw Wil te volbrengen?
Geen mens op deze wereld
wist zo met Jezus om te gaan als zijn Moeder en, na zijn Moeder, de heilige
Jozef die vele uren al pratend met Hem, in alle eenvoud en verering met Hem
verkerend, doorgebracht moeten hebben. Wie daarom «geen leraar kan vinden om
hem in het gebed te onderrichten, neemt deze geweldige heilige als leraar en
hij zal zich niet in de weg vergissen.»11 Beschouwen wij bij het beëindigen van ons gebed
Jozef vlak naast Maria vol aandacht, haar fijngevoelig helpend waar hij kon.
Jezus gaat geboren worden. Hij heeft de grot zo goed mogelijk ingericht en aan
kant gebracht. Vragen we hem ons te helpen onze ziel voor te bereiden niet
verstrooid en afgeleid te zijn, wanneer we zo dicht bij Jezus zijn.
-1. Evangelie uit de Mis van vandaag, Lc
1,67-79. -2. Lc 2,19. -3. Lc 2,51. -4. Invitatorium
van de lezingendienst van 24 december. -5. Johannes Paulus ii, Ontmoeting met jongeren, 14
maart 1979. -6. H. Theresia van Avila, De weg der volmaaktheid, 25,3. -7. Lc 18,9 e.v. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg,
91. -9. Ibidem, 92. -10. H. Theresia van Avila, Het boek van
mijn leven, 4,9. -11. Ibidem, 6,8.
|