Zevenentwintigste week. Dinsdag
50. In Betanië
-Gewone dagelijkse bezigheden, middel en gelegenheid God te
ontmoeten. -Eenheid van leven. -Slechts één ding is noodzakelijk: persoonlijke
heiligheid.
50.1 In
zijn evangelie vertelt de heilige Lucas dat Jezus, terwijl Hij op weg was naar
Jeruzalem, de tijd nam om te rusten bij vrienden in Betanië.1 Zijn vrienden waren Lazarus, Marta en Maria, een
broer en twee zussen; zij waren heel goede vrienden van de Heer zoals blijkt
uit vele vermeldingen in de evangeliën.2 De
Meester voelde zich thuis in hun huis, omdat Hij daar door vrienden omringd
was. Marta was bezig een lichte maaltijd klaar te maken voor Jezus en zijn
leerlingen, die zojuist waren aangekomen van hun stoffige en veeleisende reis. Marta werd in beslag genomen door de
drukte van het bedienen. Intussen zat Maria aan de voeten van de Heer en
luisterde naar zijn woorden.
Gedurende vele jaren gold Marta als symbool van een actief
leven terwijl Maria gold als symbool van beschouwend leven. Misschien is dit
geen bruikbare onderscheiding voor al die christenen die proberen heilig te
worden door hun werk midden in de wereld. Hoe kan iemands leven op het werk, op
de universiteit, in de keuken enige betekenis hebben, als het geen betrekking
heeft op God? Omgekeerd, hoeveel betekenis heeft iemands gebedsleven als het
geen vrucht draagt in de vorm van daden die uit liefde gedaan worden, loyale
vriendschap en goed gedane arbeid? Werk, studie, de gewone beproevingen van het
leven, dit alles behoort een middel en een gelegenheid te worden om God te
ontmoeten.3 «Hier op aarde schenken de beleving van de bovennatuurlijke realiteiten:
de werking der genade in onze ziel, de liefde tot de naaste als rijpe
vrucht van de liefde tot God, ons reeds een voorsmaak van de hemel, een pril
begin, dat van dag tot dag moet uitgroeien. Wij christenen leiden geen dubbel
leven: ons leven vormt een eenvoudige en sterke eenheid die al ons handelen
doordringt... Laten wij beschouwende zielen zijn, die in een voortdurende
dialoog, op elk ogenblik van de dag, omgaan met de Heer, vanaf onze eerste
gedachte 's morgens tot aan de laatste van de avond, door steeds ons hart
op Christus onze Heer gericht te houden, door tot Hem te gaan aan de hand van
onze heilige moeder Maria, en dóór Hem tot de Vader en de Heilige Geest.»4
Ons gesprek met Jezus mag gevoed worden door onze
beroepsmatige zorgen, onze sterke hoop, onze problemen... Als wij niet zo zouden
handelen, waarover zouden wij dan praten? De vrienden van Jezus in Betanië
vertelden Hem over al hun wereldlijke zorgen. De apostelen deden niet anders.
Een paar van deze gesprekken staan in het evangelie opgetekend, zoals toen de
apostelen het volgende probleem bij Jezus ter sprake brachten: Meester, wij zagen iemand die duivels
uitdreef, in uw naam, en wij verboden het hem omdat hij geen volgeling is...
De apostelen zouden ook aan Jezus hun diepste verlangens kenbaar maken: Wie zal gered worden?... Wij hebben alles
verlaten om U te volgen. Het leven zelf was onderwerp van gesprek
met Jezus. Laten wij deze gewoonte tot de onze maken.
Wanneer wij meer bidden voor onze dagelijkse zorgen, zullen
wij opmerken, dat deze steeds meer met gebed gevuld zijn. Met Jezus naast ons
zullen wij leren hoe wij betere vrienden, betere burgers en betere werknemers
kunnen worden. Wij zullen menselijker worden, vooral open en attent voor de
noden van anderen.
50.2 Het
is heel begrijpelijk, dat Marta heel bezorgd was over het werk dat gastvrijheid
met zich meebracht. Zij bleef zo steken in haar werk dat zij de Gast zelf leek
te vergeten. Het lijkt ook dat Marta werkelijk bezorgd is over Maria's gedrag. ...maar ze kwam er een ogenblik bijstaan
en zei: 'Heer, laat het U onverschillig, dat mijn zuster mij alleen laat
bedienen? Zeg haar dan dat ze mij moet helpen'. Wij kunnen ons
goed voorstellen hoe de Heer haar hartelijk antwoordde: Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over vele
dingen. Slechts één ding is nodig'. Slechts één ding is nodig:
dat wij God liefhebben, dat wij onze persoonlijke heiligheid proberen te
bereiken. Wanneer Christus de hele dag onze eerste zorg is, dan zullen wij
bemerken dat wij harder en beter werken. Deze gerichtheid dient als bron van
harmonie voor onze hele dag. Dan zullen wij vermijden een dubbel leven te
leiden: een leven voor God en een ander leven dat gewijd is aan wereldlijke
aangelegenheden, zaken, politiek, ontspanning enzovoorts...
In het bestaan van de
christen, onderricht paus Johannes Paulus ii, «kunnen geen twee levens naast
elkaar bestaan: aan de ene kant het zogenaamde 'geestelijke' leven, met zijn
eigen waarden en eisen; en aan de andere kant het zogenaamde 'wereldse' leven,
dat wil zeggen, het leven in een gezin, op het werk, in maatschappelijke
verantwoordelijkheden, in de verantwoordelijkheden van het openbare leven en in
de cultuur. De tak, geënt op de wijnstok die Christus is, draagt vrucht op
ieder gebied van het bestaan en van de
arbeid. Feitelijk past elk gebied van het leven van leken, zo
verschillend als zij ook zijn, binnen in het plan van God, die wil dat juist
deze gebieden de 'plaatsen in de tijd' zijn waar de liefde van Christus
duidelijk wordt en gestalte krijgt, zowel voor de eer van God als voor de
dienst aan anderen. Iedere activiteit, iedere situatie, iedere nauwgezette
verantwoordelijkheid, iedere concrete inspanning -zoals bijvoorbeeld,
kundigheid en solidariteit in het werk, liefde en toewijding in het gezin en de
opvoeding van de kinderen, dienstbaarheid in de maatschappij en in het publieke
leven en de bevordering van de waarheid op het gebied van de cultuur- is een providentiële
gelegenheid voor het 'onophoudelijk beoefenen van geloof, hoop en liefde'
(Apostolicam actuositatem, 4).»5
Het gewone leven van iedere dag, de beroepsmatige eisen en
sociale betrekkingen geven allen de omstandigheden die ons de kans bieden zowel
natuurlijke als bovennatuurlijke deugden te beoefenen. Wij hebben, zoals Marta, Jezus naast ons. Hij vergezelt ons thuis,
op kantoor, in het laboratorium en onderweg. Wij mogen Christus alle
gebeurtenissen van onze dag aanbieden. Met deze benadering zullen wij ook tot
Jezus kunnen bidden, wanneer wij volkomen in beslag genomen zijn door ons
dagelijks werk. Overeenkomstig de lezingen uit het getijdengebed van vandaag,
bidden wij samen met de psalmist: Uw wet -hoezeer heb ik haar lief! De dag lang blijf ik haar bepeinzen. Wegwijs maakt mij -o meer
dan de vijand!- uw gebod: mijn bijstand te allen tijde. In verstand beschaam ik
mijn meesters: om ùw uitspraken cirkelt mijn peinzen.6
50.3 Één
ding is nodig: een steeds sterker wordende vriendschap met de Heer. «Dit moet
voortdurend het doel zijn van mijn hart...
Alles wat ons van dit doel scheidt, hoe belangrijk dit ook mag lijken,
moet op de tweede plaats komen, na dat wat ons einddoel is. Afleiding van dit
doel kan men zien als iets wat ons werkelijk schaadt.»7
Het grootste goed dat wij ons gezin, onze collega's, onze vrienden -de maatschappij in zijn geheel- kunnen
aanbieden, is onze verbondenheid met de Heer. Deze verbondenheid kunnen
wij bereiken door: God gedurende de dag gezelschap te houden, een serieuze
inzet bij ons dagelijkse gebed, veelvuldig het boetesacrament ontvangen... De
grootste schade zal ontstaan als wij juist deze middelen verwaarlozen die ons
naar Jezus leiden. Deze verwaarlozing kan tot stand komen door wanorde, lauw
zijn en toegeven aan de verleiding om onze energie te verkwisten aan andere,
aantrekkelijker zaken. De heilige Ignatius van Antiochië schreef aan de heilige
Polycarpus dat wij naar vriendschap met God moeten verlangen: «Zoals een loods
een beroep doet op de winden en een door de wind gebeukte zeeman naar de haven
uitkijkt, zo doen de tijden een beroep op u om uw weg naar God te bereiken.»8
Echte vriendschap met God zal feilloos al onze daden
verrijken. De afwezigheid van deze vriendschap zal al wat wij ook doen, in
waarde doen dalen en verzwakken. Telkens wanneer wij merken, dat de dagelijkse
zorgen de tijd die wij voor de Heer hadden vrijgehouden, naar de achtergrond
dringen, dan moeten we weer naar de woorden van de Heer tot Marta luisteren: Eén ding is nodig! Ons
streven naar heiligheid behoort op de eerste plaats te komen in ons leven. Maar zoek eerst het koninkrijk en zijn
gerechtigheid: dan zal dat alles u erbij gegeven worden.9
«Bedank de Heer voor die grote gunst die Hij je heeft
verleend, dat Hij je heeft doen inzien dat 'slechts één ding noodzakelijk is'.
-En verbind aan je dankzegging dagelijks de smeekbede voor hen die Hem nog niet
kennen of die Hem nog niet hebben begrepen.»10
Wat een vreugde is het te weten, dat het doel van ons bestaan is het groeien in
liefde voor Jezus Christus. Wat een vreugde dit 'goede nieuws' met anderen te
delen. Laten wij Onze Lieve Vrouw vragen, dat wij de Heer niet uit ons
gezichtsveld verliezen terwijl wij worstelen om ons dagelijkse werk zo goed
mogelijk te doen tot zijn eer.
-1. Lc
10,38-42. -2. Vgl. Joh
11,1-45; 12,1-9. -3. Vgl. The
Navarre Bible, in loc. -4. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 126.
-5. Johannes Paulus ii, Apost.
exhort. Christifideles laici,
30 december 1988, 59. -6. Ps
119,97-99. -7. Johannes Cassianus, Collationes, 1. -8. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de heilige Polycarpus, 2,3. -9. Mt 6,33. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 454.
|