Elfde week door het jaar. Woensdag
33. inwendig gebed
-Noodzaak en vruchten van deze gebedsvorm. -Het voorbereidingsgebed.
Zich in Gods aanwezigheid stellen. -De hulp van de gemeenschap van de heiligen.
33.1 Het evangelie uit de mis van
vandaag1 is een uitnodiging tot persoonlijk
gebed. Wanneer gij bidt, zegt Jezus tot ons, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de
synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen bij de
mensen... Maar als gij bidt, gaat dan in uw
binnenkamer, sluit de deur achter u, en bidt tot uw Vader die in het verborgene
is...
De Heer, die ons deze les over het bidden geeft, bracht zelf
wat hij predikte gedurende zijn leven op aarde in praktijk. Het evangelie
vertelt ons over de vele keren dat Jezus zich terugtrok om te bidden.2 De apostelen en de eerste christenen, en in de loop
der tijden al degenen die hun Meester van nabij wilden volgen, hebben dat voorbeeld
gevolgd. «Het pad dat tot de heiligheid voert, is het pad van het gebed. En het
gebed moet beetje bij beetje in de ziel toenemen, zoals het zaadje dat
uitgroeit tot een lommerrijke boom.»3
Dagelijks gebed helpt ons waakzaam te zijn voor de vijand,
wiens aanvallen onophoudelijk plaats vinden; het maakt ons sterk in
beproevingen en moeilijkheden, en in het gebed leren we de anderen te dienen.
Het is een baken van intens licht dat onze weg verlicht, en ons in staat stelt
duidelijk de hindernissen te zien die onze weg versperren. Persoonlijk gebed
brengt ons ertoe ons werk beter te doen en onze verplichtingen in gezin en maatschappij
na te komen, en het heeft bovendien een beslissende invloed op onze relaties
met anderen. Maar boven alles leert het gebed ons met de Meester om te gaan en
te groeien in de liefde. «Stop niet met bidden!» adviseert paus Johannes Paulus ii ons: «bidden is een plicht, maar het is ook
een grote vreugde, omdat het een dialoog is met God door Jezus Christus!»4
In het gebed zijn we met Jezus samen: dat moet voldoende voor ons zijn. We gaan
bidden om onszelf aan Hem te geven, Hem te leren kennen en te leren hoe we lief
moeten hebben. De manier waarop we bidden hangt af van veel omstandigheden: hoe
we ons op een bepaald moment voelen; goede berichten die ons blij maken; verdrietige
dingen die, in de nabijheid van Christus, in vreugde kunnen veranderen. We
zullen vaak een passage uit het evangelie overwegen, en de allerheiligste mensheid
van Jezus beschouwen, om zo te leren in liefde tot Hem te groeien, want men
houdt niet van wat men niet goed kent. Bij andere gelegenheden kunnen we nagaan
of we ons werk heiligen, of het ons dichter bij God brengt; of nadenken hoe we
omgaan met de mensen die we het meest zien: ons gezin en onze vrienden.
Misschien zullen we het nuttig vinden een boek te volgen, zoals dat wat u nu
aan het lezen bent, en brengen we hetgeen we lezen in verband met onze
persoonlijke situatie, bijvoorbeeld door in ons hart het schietgebed uit te
spreken dat het boek ons suggereert; of door een ingeving van de heilige Geest
in het diepst van onze ziel op te volgen, of door een bescheiden voornemen te
maken dat we diezelfde dag nog ten uitvoer brengen, of wellicht een ander
voornemen dat we al eerder hadden gemaakt, te hernieuwen.
Het inwendige gebed is een taak die vereist dat wij, met de
hulp van de genade, ons verstand en onze wilskracht benutten, vastbesloten om
te strijden tegen verstrooiingen, deze nooit vrijwillig toe te laten, en ons
echt in te spannen om een dialoog met de Heer te blijven onderhouden. Dat is
immers de essentie van elk gebed: in ons hart met Hem spreken, naar Hem kijken
en luisteren naar zijn stem in het binnenste van onze ziel. We moeten altijd
standvastig blijven om aan God werkelijk alle tijd te wijden, die we ons
voorgenomen hadden voor Hem te reserveren, ook al voelen we ons heel dor, en
lijkt het of we niets opschieten. «Het geeft niet als alles wat we kunnen doen
alleen maar bestaat in een geknield zitten gedurende deze tijd, en als we
volledig falen in onze pogingen om tegen afleidingen te vechten; we verknoeien
onze tijd niet.»5 Bidden brengt altijd vruchten
voort, mits er een echte poging ondernomen wordt het te doen ongeacht onze gebrekkige
concentratie en onze momenten van dorheid. Jezus laat ons nooit zonder
overvloedige genade voor de hele dag. Hij toont altijd edelmoedig zijn dankbaarheid
voor de tijd die we aan Hem hebben besteed.
33.2 Het is bijzonder belangrijk
dat we onszelf in de aanwezigheid stellen van Degene met wie we willen spreken.
Zeer vaak zal de rest van het gebed afhangen van deze eerste minuten waarin we
geestelijk proberen dicht bij Hem te zijn, die ons bemint, en van wie we weten
dat Hij op ons smeken en op ons betoon van liefde wacht. Als we dit doen, dan
kunnen we verder met Hem iets overwegen dat ons zorgen maakt, of we kunnen gewoon
in zijn aanwezigheid blijven, naar Hem kijkend en wetend dat Hij naar ons
kijkt. Indien we speciale zorg besteden aan deze eerste momenten, door ons
liefdevol in de aanwezigheid van Christus te stellen, dan zal zonder twijfel
een groot deel van onze dorheid en onze moeite om met Hem te spreken,
verdwijnen..., omdat ze heel eenvoudig een verslapping van onze aandacht en een
gebrek aan inkeer zijn geweest.
Om ons in Gods aanwezigheid te stellen bij het begin van het
inwendige gebed, dienen we enige overwegingen te maken die ons helpen om andere
beslommeringen uit onze gedachten te verbannen. We kunnen tot Jezus zeggen:
«Mijn Heer en mijn God, ik geloof vast dat U hier aanwezig bent en naar mij
luistert... Hij is er, in het tabernakel, werkelijk aanwezig onder de
sacramentele gedaanten, met zijn lichaam, zijn bloed, zijn ziel en zijn
godheid. Hij is aanwezig in onze eigen ziel door de genade, als de drijfkracht
van onze bovennatuurlijke gedachten, gevoelens, verlangens en werken... Dat U
mij ziet, dat U mij hoort!
«We beginnen», zo gaat de H. Jozefmaria Escrivá verder, «met
een groet zoals we ook doen als we met een aards persoon spreken. Aangezien Hij
God is, groeten we Hem met een akt van aanbidding: Ik aanbid U met diepe
eerbied! En als we degene die we groeten beledigd mochten hebben, vragen we hem
dan niet om vergeving? Welnu, met God hetzelfde: Ik vraag U vergiffenis voor
mijn zonden, en genade om deze tijd van spreken met U met vrucht te
volbrengen... En zo zijn we al aan het bidden, en zijn we reeds in een intiem
gesprek met God.
»Maar aangenomen dat deze belangrijke persoon die we willen
spreken een moeder heeft, een moeder die van ons houdt? Zouden we niet haar
bemiddeling zoeken, haar vragen een goed woordje voor ons te doen? De Moeder
van God, die ook onze moeder is en zozeer van ons houdt, staat klaar om
aangeroepen te worden: 'Mijn onbevlekte moeder! Daarnaast kunnen we onze toevlucht
nemen tot de heilige Jozef, de voedstervader van Jezus, die ook een invloedrijk
bemiddelaar is in Gods aanwezigheid: Heilige Jozef, mijn vader en heer! En tot
onze engelbewaarder, die prins van de hemel die ons helpt en beschermt...
Spreekt voor mij ten beste!
»Als we ons voorbereidingsgebed uitgesproken hebben, met de
inleidende woorden die gebruikelijk zijn in het maatschappelijk verkeer, kunnen
we beginnen met God te spreken! Waarover? Over onze vreugde en ons verdriet,
ons werk, onze wensen en ambities... Over alles!
»We kunnen ook tegen Hem zeggen: Heer, hier ben ik, als een
dwaas die niet weet wat hij tegen U moet zeggen... Ik zou graag met u spreken,
bidden, en binnendringen in de intimiteit van uw Zoon Jezus. Ik weet dat ik
hier vlak bij U ben, en toch lijkt het dat ik nog geen twee woorden bij elkaar
krijg. Als ik met mijn moeder, of met die andere geliefde persoon, hier zou
zijn, zou ik over allerlei dingen spreken, maar met U weet ik niets te
bedenken...
»Dát is bidden... ! Blijft voor het tabernakel, als een
hondje aan de voeten van zijn baas, gedurende heel de daarvoor uitgetrokken
tijd. Heer, hier ben ik! Het is moeilijk! Ik zou weg willen lopen, maar ik
blijf hier uit liefde, omdat ik weet dat U me ziet en me hoort en naar me
lacht.»6
En bij Hem, zelfs als we niet weten wat we moeten zeggen,
worden we vervuld van vrede; we herkrijgen de kracht die we nodig hebben om
onze plichten te vervullen, en het kruis wordt licht omdat het niet langer door
ons alleen gedragen wordt: Christus helpt ons het te dragen.
33.3 Dicht bij Christus in het
tabernakel, of waar we ons inwendig gebed ook doen, moeten we volharden uit
liefde, zowel wanneer het vlot gaat, alsook wanneer het moeizaam loopt en niet
van enig nut lijkt te zijn. Vaak zal ons de wetenschap helpen, dat we verenigd
zijn met de biddende Kerk overal ter wereld. Onze stem verenigt zich met de
kreet die op elk moment opstijgt naar God de Vader, door zijn Zoon, in de
Heilige Geest.
«Houdt gedurende de tijd van ons inwendig gebed maar ook overdag», zegt de H. Jozefmaria
Escrivá, «in gedachten, dat we nooit alleen zijn, ook al zijn we fysiek gezien
misschien in een isolement. In ons leven... blijven we altijd verenigd met de
heiligen in de hemel, met de zielen in het vagevuur, en met al onze broeders en
zusters die nog op aarde worstelen. Verder (en dit is een grote troost voor
mij, omdat het een wonderlijk teken is van de continuïteit van de heilige
Kerk), kunt u uw eigen gebed verenigen met het gebed van alle christenen, uit
welk tijdperk ook: degenen die ons zijn voorgegaan, zij die nu leven en zij die
in de komende eeuwen zullen leven. Op deze manier, bewust van de wonderbare
realiteit van de gemeenschap van de heiligen, dat oneindige lied van
lofprijzing van God, ook al hebt u geen zin om te bidden of stuit u op
moeilijkheden zoals dorheid, zult u doorgaan met uw gebed, met inspanning, maar
ook met meer vertrouwen.
»Vervult uzelf van vreugde, beseffend dat uw gebed verenigd
wordt met dat van alle gelovigen die ten tijde van Christus geleefd hebben, met
het ononderbroken gebed van de strijdende Kerk, de lijdende Kerk en de
triomferende Kerk; met het gebed van alle christenen die nog zullen komen.
Daarom... als u uzelf dor vindt in het gebed, ga dan door met bidden, en zeg
tegen de Heer: Mijn God, ik wil niet dat mijn stem gemist wordt in dat grote
koor van blijvende lofprijzing van U, dat nooit tot een einde zal komen.»7
In ons dagelijks gebed vinden we de oorsprong van alle geestelijke
vooruitgang en een voortdurende bron van vreugde, mits we ons inspannen en
vastbesloten zijn, ons «onder vier ogen te onderhouden met die God door wie men
zich bemind weet.»8 We groeien in ons innerlijk
leven en boeken vooruitgang in die mate waarin ons gebedsleven zich ontwikkelt,
en al ons handelen, ons werk, ons apostolaat en onze versterving steeds meer
beïnvloedt...
Laten we veelvuldig onze toevlucht nemen tot de heilige
Maagd, opdat ze ons mag leren hoe wij met haar Zoon moeten omgaan, want niemand
heeft dat ooit zo goed gedaan als zijn Moeder. Tevens kunnen we altijd tot de
heilige Jozef gaan, die zo vaak met Jezus sprak, tijdens het werk of als hij
rustte, bij het maken van een reis of als zij in de omgeving van Nazaret wandelden...
Na Maria was Jozef degene die de meeste tijd in de nabijheid van Gods Zoon
doorbracht. Hij zal ons leren hoe we met de Meester moeten spreken en, als we
hem erom vragen, zal hij ons helpen om iedere dag krachtige, concrete en
duidelijke voornemens te maken, die ons zullen helpen beter te werken, de ruwe
hoeken van ons karakter weg te vijlen, ons meer dienstbaar te maken en
opgeruimder te zijn ondanks alle wisselvalligheden en tegenspoed.
Sancte Joseph, ora pro eis, ora pro me!
Heilige Jozef, bid voor hen - hier kunnen we onze aandacht richten op
concrete personen voor wie we heel bijzonder willen bidden. En bid voor mij.
-1. Mt 6,1-6.16-18. -2. Vgl. Mt 14,23; Mc 1,35; Lc 5,6; enz. -3. H.
Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 295, -4, Johannes
Paulus ii, Toespraak, 14 maart 1979.
-5, E. Boylan, This
tremendous lover. -6. H.
Jozefmaria Escrivá, Historisch register van de stichter, 20165, blz. 1410. -7.
Ibidem, 20165, blz. 1411. -8. H. Theresia van Ávila, Het boek
van haar leven, 8,2.
|