Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Drieëndertigste week. Donderdag

43. Jezus' tranen

-Jezus blijft niet onverschillig tegenover het lot van de mensen. -Allerheiligste menselijkheid van Christus. -Dezelfde gevoelens als Jezus koesteren.

43.1 Jezus daalde over de westhelling van de Olijfberg af naar de tempel. Hij werd vergezeld door een enthousiaste menigte die de Messias lof toezwaaide. Op een gegeven moment hield Jezus halt en liet zijn blik gaan over de stad Jeruzalem die zich voor zijn voeten ontvouwde. En bij het zien van de stad weende Hij over haar.1 Het is een onverwachte jammerklacht die ieders vreugde doorbrak. Op dat ogenblik zag de Heer hoe de stad die Hij zozeer liefhad, jaren later verwoest zou worden, omdat zij de tijd waarin barmhartig op haar werd neergezien, niet had erkend. De Messias had door de straten van de stad gewandeld, haar de Blijde Boodschap onderricht, haar inwoners hadden zijn wonderen gezien..., en toch was er niets in hen gebeurd. Mocht ook gij op deze dag inzien wat u tot vrede strekt! Maar nu is dat voor uw ogen verborgen. Er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een wal tegen u opleggen, u omsingelen en u van alle kanten insluiten; zij zullen u met uw kinderen die in u wonen neersmakken, omdat gij de tijd waarin barmhartig op u werd neergezien, niet hebt erkend.2

In deze regels kan men de angst die Jezus' hart bedrukte aflezen. «Maar waarom begreep Jeruzalem die heel bijzondere genade van bekering niet, die haar werd aangeboden op die dag met de stralende triomf van Jezus? Waarom bleef zij hardnekkig de ogen sluiten voor het licht? Zij had kansen genoeg gehad om Jezus als haar Messias en Verlosser te erkennen; de kans die haar nu geboden wordt, is de laatste. Als zij deze laatste weldaad afwijst, zal alle onheil dat in de profetie is beschreven, onherroepelijk over haar heenkomen. En, ach wee, ze heeft ze verworpen en alles is letterlijk in vervulling gegaan.»3 De Heer wordt vervuld van droefheid, want Hij staat niet onverschillig tegenover het lot van de mensen. Zijn smart is zo groot, dat zijn ogen betraand raken. De voorafgaande woorden zullen met een bijzondere toon van pijn en droefheid uitgesproken zijn.

De heilige Johannes spreekt ons bij een andere gelegen­heid over Jezus' tranen, die zo troostrijk voor onze ziel kunnen zijn. De Meester kwam in Betanië, waar zijn vriend Lazarus was gestorven. Daar trof Hij de zuster van Lazarus, Maria, aan. Toen Jezus haar zag wenen, doorliep Hem een huivering en diep ontroerd sprak Hij: Waar hebt gij hem neergelegd? Zij zeiden Hem: Kom en zie, Heer. Op dat ogenblik liet Jezus zijn verdriet om de dood van zijn vriend de vrije loop en begon te wenen. De joden die aanwezig waren riepen uit: Zie eens hoe Hij van hem hield.4

Jezus -volmaakt God en volmaakt mens5- weet zijn vrienden, zijn naasten en alle mensen, voor wie Hij zijn leven gaf, te beminnen. De liefde die Jezus in zijn droefe­nis toont, is de menselijke uitdrukkingsvorm van Gods liefde voor de mensen, de tastbare openbaring van het medelijden waarmee Hij ons beziet. En vandaag kunnen wij in dit gebedsuur de diepte en fijnzinnigheid van Jezus' gevoelens overwegen en begrijpen hoe Hij niet onverschillig blijft bij ons antwoord op zijn aanbod van vriendschap en heil. Hij staat niet onverschillig tegenover het feit, dat wij Hem dagelijks komen opzoeken en enkele minuten bij Hem blijven voor het tabernakel; Hij blijft niet neutraal tegenover onze dagelijkse inzet om onze vriendschap met Hem te vermeerderen, tegenover onze inspanningen om ijverig de liefde te beleven, Hem te dienen te midden van de wereld... Hoe vaak komt Hij ons niet tegemoet!

«De mens kan niet leven zonder liefde. Hij krijgt nooit inzicht in zichzelf, en zijn leven is zinloos als hem de liefde niet geopenbaard wordt, als hij de liefde niet ontmoet, als hij haar niet ondervindt en zich eigen maakt, als hij er niet levendig deel aan heeft [...]. Wie zichzelf ten diepste wil begrijpen [...] moet met zijn angst en onzekerheid, ook met zijn zwakheid en zondigheid, met zijn leven en dood naar Christus gaan. Hij moet met heel zijn wezen als het ware in Christus binnentreden. Om zichzelf te vinden moet de mens zich de hele werkelijkheid van de Menswording en Verlossing 'eigen maken' en ze in zich opnemen. Wanneer hij dat innerlijk proces diep aan zich laat voltrekken, brengt het niet alleen een aanbiddende liefde tot God teweeg, maar tevens diepe verwondering over zichzelf. Hoe waardevol moet de mens wel zijn voor de Schepper als hij zulk een grote Verlosser heeft verdiend (Romeins Missaal, Hymne Exsultet van de Vigilie van Pasen), en als God zijn Zoon heeft gegeven, opdat de mens niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben (vgl. Joh 3,16).»6 Laten we daarom dagelijks omgaan met Jezus die op ons wacht. In Hem ligt het doel van ons leven.

43.2 Het christelijk leven bestaat in een toenemende vriendschap met Christus, in een navolgen van Hem, in het ons eigen maken van zijn leer. Jezus volgen is niet: stil blijven staan bij moeilijke theoretische speculaties noch alleen maar strijd tegen de zonde, maar Hem metterdaad beminnen en ons door Hem bemind voelen, «want Christus leeft: Christus is niet een gestalte die ooit geleefd heeft, voorbijgegaan en verdwenen is, en die ons slechts een wonderbare herinnering en een ontroerend voorbeeld heeft achtergelaten.»7 Hij leeft nu te midden van ons: wij zien Hem met de ogen van het geloof, wij spreken tot Hem in het gebed, Hij hoort ons als we nog maar nauwelijks de stem of het hart tot Hem hebben verheven; Hij staat niet onverschillig tegenover onze vreugde of ons verdriet, want «Hij heeft zich door zijn menswording in zekere zin met iedere mens verenigd. Met menselijke handen heeft Hij arbeid verricht, met een menselijke geest heeft Hij gedacht, met een menselijke wil heeft Hij gehandeld, met een menselijk hart heeft Hij liefgehad. Geboren uit de maagd Maria, is Hij werkelijk een van de onzen geworden, in alles aan ons gelijk, behalve in de zonde. Als een onschuldig lam heeft Hij vrijwillig zijn bloed gestort en daarmee voor ons het leven verdiend; in Hem heeft God ons met zichzelf en met elkaar verzoend en ons aan de dienst van duivel en zonde ontrukt, zodat ieder van ons met de apostel kan zeggen: De Zoon van God heeft mij liefgehad en zichzelf voor mij overgeleverd (Gal 2,20)8, voor ieder van ons, alsof er niet meer mensen op aarde zouden zijn. Zijn allerheiligste Menselijkheid is de brug die ons tot God de Vader leidt.

Wij overwegen vandaag de tranen van Jezus over de stad die Hij zozeer beminde, maar die niet het voornaamste van haar geschiedenis kende: het bezoek van de Messias en de gaven die Hij voor ieder van haar bewoners meebracht. En we zullen ook de gelegenheden moeten overwegen, waarin wij persoonlijk Hem tot droefheid hebben gestemd vanwege onze zonden, ons gebrek aan meewerken met de genade, omdat we niet hebben weten te antwoorden op zovele blijken van vriendschap. En ook de gelegenheden waarin Hij ons gemist heeft, zoals die dag waarop Hij de terugkeer verwachtte van negen melaatsen die echter, eenmaal genezen, via een andere weg vertrokken en niet meer terugkwamen. Hoe vaak heeft Jezus misschien wel niet op ons staan wachten.

Als wij Jezus niet liefhebben, kunnen we Hem niet volgen. En om Hem lief te hebben, zullen we veelvuldig het evangelie moeten overwegen, waarin Hij zich zo diep menselijk aan ons vertoont en zo dicht bij al wat van ons is. Soms zullen we Hem vermoeid van de tocht aantreffen, gezeten bij de put van Jakob, na een lange reis op een warme dag, werkelijk dorstig, hetgeen Hem de kans geeft een vrouw uit Samaria en vele inwoners uit het dorp Sukar te bekeren. We zullen Hem hongerig zien, zoals op die dag toen Hij op weg van Betanië naar Jeruzalem bij een vijgeboom met alleen maar dorre bladeren kwam10, of afgemat na een dag van intensieve prediking tot de mensen die maar naar Hem bleven toesnellen, en Hij zo vermoeid was dat Hij zelfs midden op het woeste water in slaap viel op een kussen aan de achtersteven.11

Tijdens zijn leven zal Hij het lijden verzachten van hen die Hij op zijn weg ontmoet: Hij zag een grote menigte en kreeg diep medelijden met hen en Hij genas hun zieken.12 Ook al kwam Hij om onze ziel te redden, Hij vergeet het lichaam niet. Om Hem te beminnen en te volgen zullen we Hem moeten aanschouwen: zijn leven is een onuitputtelijke bron van liefde, die overgave en edelmoedigheid in het navolgen van Hem gemakkelijk maakt. «Als we moe worden -van het werk, de studie, apostolische activiteiten- als de hemel betrekt, dan moeten we onze blik opslaan naar Christus. Naar Jezus die goed is, naar Jezus die moe is, naar Jezus die honger en dorst heeft. Heer, wat laat Gij U gemakkelijk begrijpen! Wat maakt U het ons gemakkelijk U te beminnen! U toont Uzelf als een van de onzen, geheel aan ons gelijk behalve in de zonde, opdat we voelen dat wij met uw hulp onze kwade neigingen kunnen overwinnen en al onze fouten te boven kunnen komen. Vermoeidheid, honger, tranen... Het is allemaal van geen belang. Christus heeft ook vermoeidheid gekend, Hij heeft honger gehad, Hij heeft dorst gehad, Hij heeft geweend. Het enige dat van belang is, is de strijd -een gevecht dat we graag aangaan, want de Heer is steeds aan onze zijde- om de wil te volbrengen van de Vader die in de hemel is (vgl. Joh 4,34).»13

43.3 Jezus' tranen over Jeruzalem bevatten een diep mysterie. Hij heeft duivels uitgedreven, zieken genezen, doden opgewekt, tollenaars en zondaars bekeerd, maar bij deze stad stuit Hij op de hardvochtigheid van haar inwoners. We kunnen iets zien van wat in zijn hart gebeurde, als wij vandaag de dag te maken krijgen met het verzet van velen die zich afsluiten voor de genade, voor de goddelijke roepstem. «Als je soms te maken krijgt met zielen die slapen, kun je een enorme behoefte in je voelen opkomen om hun toe te schreeuwen, hen door elkaar te schudden, hen te laten reageren, zodat ze uit die vreselijke versuftheid ontwaken waar ze zich in bevinden. Het is zo triest, als je ze ziet lopen als een blinde die met zijn stok overal tegenaan tikt, zonder dat hij de weg vindt! Hoe begrijp ik dit wenen van Jezus over Jeruzalem als een uiting van zijn volmaakte liefde...»14

Wij, christenen, zetten het werk van de Meester voort en delen in de gevoelens van zijn erbarmingsvolle Hart. Wanneer wij naar Hem opzien, moeten we daarom onze broeders, de mensen, leren lief te hebben, door iedereen te behandelen zoals hij is, in zijn eigen omstandigheden, door begrip te hebben voor zijn gebreken, als die er zijn, door altijd hartelijk te zijn en bereid tot helpen, tot dienen. Van Christus moeten we leren, dat we uiterst menselijk dienen te zijn door te verontschuldigen, te bemoedigen om verder te gaan, door iedere dag het leven aangenamer en vriendelijker te maken voor hen die hetzelfde gezin, hetzelfde werk, gelijke genegenheid delen, door het opofferen van de eigen smaak, hoe gerechtvaardigd die ook is, wanneer deze het samen leven schade toebrengt, door oprechte belangstelling te hebben voor hun gezondheid en ziekte... En voor alles zullen we ons bijzonder bekommeren om de staat waarin de ziel verkeert van hen met wie we dagelijks omgaan, die we willen helpen in hun opgang naar Christus: hen die dicht bij Hem zijn, opdat zij nog meer tot Hem naderen; hen die nog ver af staan, opdat zij de weg terug naar het huis van de Vader kunnen vinden. «Er is geen signaal, geen merkteken dat de christen beter onderscheidt dan de zorg die hij heeft voor zijn broeders»15, verzekerde de heilige Johannes Chrysostomus.

Wij bidden vandaag tot onze heilige Moeder Maria, dat zij ons een hart mag geven, gelijkend op dat van haar Zoon; dat dit hart nooit onverschillig mag blijven tegenover het lot van hen die elke dag met ons omgaan.

-1. Lc 19,41. -2. Lc 19,41-44. -3. L.Cl. Fillion, Vida de Nuestro Señor Jesucristo, Madrid 1966, bl. 713. -4. Joh 11,33-36. -5. Symbolum Athanasianum. -6. Johannes Paulus ii, Enc. Redemptor hominis, 4 maart 1979, 10. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 102. -8. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 22. -9. Joh 4,4. -10. Vgl. Mc 11,12-13. -11. Mc 4,38. -12. Mt 14,14. -13. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 201. -14. Idem, De Voor, 210. -15. H. Johannes Chrysostomus, Homilie 6, 3.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012