Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

38. JEZUS CHRISTUS, EEUWIGE HOGEPRIESTER* 

Heel de Kerk deelt in het verlossingswerk van Christus, de Priester. Door de sacramenten van de christelijke initiatie delen de lekengelovigen in dit priesterschap van Christus en worden zij in staat gesteld de wereld door hun taken op deze aarde te heiligen. Op een wijze die hiervan wezenlijk verschilt, niet slechts in graad, delen de priesters in het priesterschap van Christus en worden zij tot middelaars tussen God en de mensen, met name door het sacrament van de heilige mis, die zij 'in Persona Christi' opdragen.

-Jezus, Hogepriester voor altijd. -De priesterlijke ziel van iedere christen. De waardigheid van het priesterschap. -De priester, werktuig van eenheid.

38.1 De Heer heeft gezworen en zal het niet herroepen: Gij zijt priester voor eeuwig op de wijze van Melchisedek.1

De Brief aan de Hebreeën omschrijft de priester heel nauwkeurig, wanneer gezegd wordt, dat hij genomen wordt uit de mensen en aangesteld voor de mensen, om hen te vertegenwoordigen bij God en om gaven en offers op te dragen voor de zonden.2 Daarom is de priester als midde­laar tussen God en de mensen innig verbonden met het Offer dat hij aanbiedt, want dat is de voornaamste eredienst waarin de aanbidding die het schepsel aan zijn Schepper brengt, tot uitdrukking komt.

In het Oude Testament waren offers de gaven die men God aanbood als erkenning van zijn soevereiniteit en als dank voor de ontvangen gaven; dit gebeurde door het geheel of gedeeltelijk vernietigen van het slachtoffer op een altaar. Zij waren het symbool en beeld van het ware offer dat Jezus Christus op Calvarië zou aanbieden, toen de volheid van de tijden was aangebroken. Op Calvarië bood Jezus, aangesteld als Hogepriester voor altijd, zichzelf aan als slachtoffer van oneindige waarde, dat God zeer welgevallig was: Hij wilde tegelijkertijd priester, slachtoffer en altaar zijn.3 Op Calvarië bracht Jezus, de Hogepriester, het aan God meest welgevallige offer van lof en dankzeg­ging, dat men zich kan voorstellen. Dit offer van Christus was zo volmaakt, dat men geen groter offer kan bedenken.4 Tegelijkertijd was het een offergave van boete en verzoe­ning voor onze zonden. Eén druppel van het door Christus vergoten bloed zou voldoende zijn geweest om alle zonden van de mensheid aller tijden vrij te kopen. Aan het kruis werd de bede van Christus voor zijn broeders, de mensen, door de Vader met de grootste welwillendheid verhoord, en nu blijft Hij in de hemel altijd leven om voor ons te plei­ten.5 «Jezus Christus is waarlijk priester, maar priester voor ons, niet voor zichzelf, omdat Hij aan de eeuwige Vader de godsdienstige wensen en gevoelens van het mense­lijk geslacht aanbiedt. Evenzo is Hij slachtoffer, maar voor ons, omdat Hij zichzelf aanbiedt in plaats van de mens die aan schuld onderworpen is. Welnu, het woord van de apostel: koestert in uw harten dezelfde gevoelens die Jezus Christus in zijn hart koesterde, eist van alle christe­nen dat zij in zichzelf, voor zover dat voor de mens mogelijk is, dat gevoel hernemen dat de goddelijke Redder koester­de, toen Hij zich als offer aanbood, dat wil zeggen, dat zij zijn nederigheid navolgen en tot de verheven majesteit van God hun aanbidding, eerbetoon, lofprijzing en dankzeg­ging verheffen. Het vereist eveneens, dat zij op een of andere wijze tot slachtoffer worden, door zelfverloochening overeenkomstig de geboden van het evangelie en door zich vrijwillig en vreugdevol over te geven aan boetedoening en ieder zijn eigen zonden te verachten en te belijden [...].»6 Dat is vandaag ons voornemen.

38.2 In het verlossingswerk van Christus, de Priester, deelt heel de Kerk, «en de vervulling daarvan wordt toevertrouwd aan alle leden van het volk van God, die door de initiatiesacramenten deelgenoot worden aan het priester­schap van Christus om God een geestelijk offer te brengen en bij de mensen van Jezus Christus te getuigen.»7 Alle lekengelovigen delen in dit priesterschap van Christus, hoewel dit priesterschap wezenlijk verschilt -en niet alleen in graad- van dat van de geestelijken. Met een waarlijk priesterlijke ziel heiligen zij de wereld door hun taken in deze wereld, die zij met menselijke volmaaktheid verwezenlijken, en zoeken zij in alles Gods heerlijkheid: de huismoeder door haar huishoudelijke taken te vervul­len, de militair door een voorbeeld van vaderlandsliefde te geven, de ondernemer door de onderneming te doen floreren en de sociale rechtvaardigheid te oefenen... Allen, door de zonden goed te maken die iedere dag begaan worden, door in de heilige mis hun leven en hun dagelijks werk aan te bieden.

De priesters -bisschoppen en geestelijken- zijn uitdrukkelijk door God geroepen «niet om van het volk of van welke mens dan ook gescheiden te worden, maar om totaal te worden toegewijd aan het werk waartoe God hen heeft geroepen. Dienaren van Christus zouden zij alleen kunnen zijn door getuigen en uitdelers te zijn van een ander dan het aardse leven, maar zij zouden de mensen werkelijk niet van dienst kunnen zijn, als zij ver van hun leven en levensomstandigheden af zouden blijven staan.»8 De priester is uit de mensen genomen om bekleed te worden met een waardigheid die zelfs bij de engelen verwondering wekt, en hij wordt opnieuw aan de mensen teruggegeven om hen te dienen, met name in de zaken die God aangaan, met een eigen en unieke heilstaak. De priester vervult in vele omstandigheden de rol van Christus op aarde: hij bezit de macht van Christus om de zonden te vergeven, hij wijst de weg naar de hemel..., en vooral leent hij Christus' stem en handen op het hoogte­punt van de heilige mis: in het offer van het altaar consacreert hij in persona Christi, vervult hij de rol van Christus. Geen enkele waardigheid is te vergelijken met die van de priester. «Slechts het goddelijk moederschap van Maria overstijgt dit goddelijk ambt.»9

Het priesterschap is een onmetelijke gave van Jezus Christus aan zijn Kerk. De priester is «een rechtstreeks en dagelijks werktuig van deze verlossende genade die Christus voor ons gewonnen heeft. Als dat begrepen wordt, als dat in de actieve stilte van het gebed overwogen wordt, wie durft het priesterschap dan nog te zien als afstand doen? Het is een winst die niet becijferd kan worden. Onze heilige moeder Maria, heiligste van alle schepsels -heiliger dan zij is alleen God- heeft Jezus slechts eenmaal ter wereld gebracht. Priesters brengen Hem elke dag op aarde, in onze ziel en lichaam. Christus komt om ons voedsel te zijn, leven te geven en om zelfs nu onderpand te zijn voor het eeuwig leven.»10

Heden is het een dag om Jezus dank te brengen voor zulk een grote gave. Dank U, Heer, voor de roepingen tot het priesterschap die U iedere dag tot de mensen richt! En wij nemen ons voor om hen met meer liefde, met meer eerbied te behandelen, omdat wij in hen Christus die langs komt zien, die ons de kostbaarste gaven brengt die een mens kan wensen. Hij brengt ons het eeuwige leven.

38.3 De heilige Johannes Chrysostomus, zich zeer bewust van de waardigheid en de verantwoordelijkheid van de priesters, verzette zich aanvankelijk tegen zijn wijding, en hij rechtvaardigde dit verzet met de volgende woorden: «Als de kapitein van een groot schip, vol roeiers en belast met kostbare koopwaar, mij aan het roer zou zetten en me opdracht zou geven de Egeïsche of de Tyrreense Zee over te steken, zou ik me vanaf het eerste moment daartegen verzetten. En als iemand me zou vragen waarom, dan zou ik meteen antwoorden: omdat ik het schip niet schipbreuk wil laten leiden.»11 Zoals de heilige echter heel goed begreep, is Christus de priester altijd zeer nabij, is Hij heel dicht bij het schip. Bovendien heeft Hij gewild, dat de priesters zich voortdurend bijgestaan weten door de achting en het gebed van alle gelovigen van de Kerk: «zij moeten hen met een kinderlijke liefde als hun herders en vaders bejegenen -zo benadrukt het Tweede Vaticaans Concilie-; eveneens moeten zij hun priesters, als deelge­noten in hun zorgen, naar vermogen te hulp komen met gebed en goede werken, zodat zij des te beter de moeilijk­heden kunnen overwinnen en des te vruchtbaarder hun taken kunnen vervullen»12; opdat zij altijd voorbeeldig zijn en hun werkzaamheid op het gebed doen steunen, opdat zij de heilige mis met grote liefde vieren en voor Gods heilige zaken zorgen met de zorgvuldigheid en eerbied die zij verdienen, opdat zij de zieken bezoeken en ijverig zorgen voor de katechese, opdat zij altijd de vreugde bewaren die voortkomt uit de overgave en die allen zoveel steun geeft, ook hen die het verst van de Heer verwijderd zijn...

Vandaag is een dag waarop wij meer in het bijzonder mogen bidden, dat de priesters altijd open staan voor allen en onbaatzuchtig zijn, «want de priester behoort niet zichzelf toe, en evenmin behoort hij zijn verwanten en vrienden of zelfs een bepaald vaderland toe: het is de universele liefde die hij dient uit te ademen. Zelfs de gedachten, de wil, de gevoelens zijn niet van hemzelf, maar van Christus, zijn leven.»13

De priester is een werktuig van eenheid. De wens van de Heer is ut omnes unum sint14, dat allen één zijn. Hij zelf merkte op, dat elk rijk dat in zichzelf verdeeld is, vernie­tigd zal worden en dat er geen stad of huis kan voortbestaan, als de eenheid verloren gaat. De priesters dienen zich te beijveren de eenheid te behouden15; en deze aansporing van de heilige Paulus «richt zich vooral tot degenen die tot het heilig ambt zijn verkoren juist om de zending van Christus voort te zetten.»16 Het is de priester die met name dient te waken over de eendracht onder de broeders; die erover waakt, dat de eenheid in het geloof sterker is dan de tegenwerkingen die worden veroorzaakt door verschil van inzicht in ondergeschikte en aardse zaken.17 Aan de priester komt het toe om met zijn voorbeeld en woord onder zijn broeders het bewustzijn in stand te houden, dat niets op aarde zo belangrijk is om daarvoor de prachtige werkelijkheid te vernietigen van het cor unum et anima una18, dat de eerste christenen hebben beleefd en dat ook wij dienen te beleven. Deze zending tot eenheid zal hij gemakkelijker kunnen volbrengen, indien hij door zijn broeders geacht wordt. «Bid voor de priesters van nu en voor de toekomstige priesters, dat zij waarlijk, ieder dag meer en zonder onderscheid, hun broeders, de mensen, beminnen en dat zij zich bij dezen bemind weten te maken.»19

Zich richtend tot alle priesters ter wereld, spoorde paus Johannes Paulus ii hen aan met de volgende woorden: «Als wij de eucharistie vieren, op alle altaren in de wereld, dan­ken wij de eeuwige Priester voor de gave die Hij ons in het sacrament van het priesterschap heeft geschonken. En mogen in deze dankzegging dan de woorden vernomen worden, die de evangelist Maria in de mond legde bij gelegenheid van haar bezoek aan haar nicht Elisabeth: Hij deed aan mij zijn wonderwerken, die machtig is, en heilig is zijn naam (Lc 1,49). Laten wij ook Maria danken voor de onuitsprekelijke gave van het priesterschap, waardoor wij in de Kerk iedereen mogen dienen. En moge deze dank ook onze ijver opwekken [...].

»Laten wij hiervoor onophoudelijk dankzeggen; met geheel ons leven; met alles waartoe wij in staat zijn. Laten wij samen Maria danken, de Moeder van de priesters. Kan ik ooit vergelden de Heer alwat Hij voor mij heeft volvoerd? De beker des heils wil ik heffen, aanroepen de naam van de Heer (Ps 116,12-13).»20

-1. Introitus, Ps 109,4. -2. Heb 5,1. -3. Altaarmissaal, Prefatie van Pasen V. -4. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q48, a3. -5. Heb 7,25. -6. Pius xii, Enc. Mediator Dei, 20 februari 1947, 2. -7. A. del Portillo, Escritos sobre el sacerdocio, bl. 39. -8. Vaticanum ii, Decr. Presbyterorum ordinis, 3. -9. R. Garrigou-Lagrange o.p., La unión del sacerdocio con Cristo, Sacerdote y Víctima, 2e ed., Madrid 1962, bl. 173. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De liefde tot de Kerk, 39. -11. H. Johannes Chrysostomus, Tractaat over het priesterschap, III, 7. -12. Vaticanum ii, loc. cit., 9. -13. Pius xii, Postume toespraak, gecit. door Johannes xxiii in Sacerdotii nostri primordia, 4 augustus 1959. -14. Joh 17,21. -15. Ef 4,3. -16. Vaticanum ii, Decr. Unitatis redintegratio,7. -17. Vgl. F. Suárez, El sacerdote y su ministerio, Rialp, Madrid 1969, bl. 24-25. -18. Hnd 4,32. -19. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 964. -20. Johannes Paulus ii, Brief aan de priesters, 25 maart 1988.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 18 mei 2012