Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

18 januari. Eerste dag van de Bidweek

4. JEZUS CHRISTUS HEEFT ÉÉN
ENIGE KERK GESTICHT

-De wil van Christus één Kerk te stichten. -Het gebed van Jezus om eenheid. -Eenheid, gave van God. Vriendelijk samenleven met alle mensen.

4.1 Ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk.1 Hoe vaak in ons leven hebben wij deze geloofsbelijdenis uitgesproken, daarbij elk van die kenmerken over­denkend: één, heilig, katholiek en apostolisch! Maar in deze dagen waarin de Kerk ons een week biedt om nog vuriger te bidden voor de eenheid van de christenen, zijn wij in gebed verenigd met de paus, de bisschoppen, met de katho­lieken over heel de wereld en met onze afgescheiden broe­ders en zusters. Ofschoon deze laatsten niet de volheid van geloof, sacramenten en leiding bezitten, neigen zij wel tot die eenheid, daartoe gedreven door dezelfde Christus die wil ut omnes unum sint 2, dat allen, en heel bijzonder de christenen, tot de eenheid komen in één, enige Kerk, die door Christus gesticht werd en die in de wereld zal voortbestaan tot het einde der tijden.

Ik geloof in de éne Kerk... De eenheid is een kenmerkende eigenschap van de Kerk van Christus en maakt deel uit van haar mysterie.3 De Heer heeft niet vele kerken gesticht, maar één Kerk, «die wij in het symbolum als één, heilig, katholiek en apostolisch belijden. Onze Verlosser heeft haar, na zijn verrijzenis, aan Petrus als herder toe­vertrouwd (vgl. Joh 21,17). Aan hem en de andere apostelen heeft Hij haar uitbreiding en leiding opgedragen (vgl. Mt 28,18 vv.). Haar heeft Hij voor eeuwig opgericht als pijler en grondslag van de waarheid (vgl. 1 Tim 3,15). Deze Kerk, in deze wereld ingesteld en uitgebouwd als een maatschappij, bevindt zich in de katholieke Kerk, die door de opvolger van Petrus en de met hem verenigde bisschoppen wordt bestuurd, hoewel er ook buiten haar schoot meerde­re bestanddelen van heiliging en waarheid te vinden zijn die, als de eigen gaven van de Kerk van Christus, naar de katholieke eenheid heen stuwen.»4 Herhaaldelijk heeft men de Kerk vergeleken met de lijfrok van Christus, naadloos, aan één stuk geweven van bovenaf 5: hij heeft geen naden opdat hij niet zal scheuren6, zegt sint Augustinus.

Op velerlei wijzen heeft de Heer zijn voornemen om één, enige Kerk te stichten kenbaar gemaakt. Hij spreekt ons over één kudde en één herder7, Hij waarschuwt ons voor de vernietiging van een koninkrijk dat innerlijk verdeeld is -omne regnum divisum contra se, desolabitur8-, Hij spreekt ons over een stad, waarvan de sleutels aan Petrus worden overhandigd9 en van één, enig gebouw dat op het fundament van Petrus wordt opgericht.10

Vandaag verenigen wij ons in de gemeenschap van de heiligen, waartoe wij op onderscheiden wijzen behoren, met zovelen in de gehele wereld die met zuivere bedoeling bidden: ut omnes unum sint, opdat wij allen één zijn, één kudde met één Herder; dat er zich nooit meer een tak van de loverrijke boom van de Kerk zal losrukken. Welk een smart is het, wanneer een wijnrank zich losmaakt van de ware wijnstok!

4.2 De voortdurende bede van Jezus om eenheid van de zijnen kwam heel bijzonder tot uiting in het gebed van het Laatste Avondmaal, dat tegelijkertijd als het ware het testament van Jezus aan zijn leerlingen is: Heilige Vader, bewaar in uw naam hen die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals Wij [...]. Niet voor hen alleen bid Ik, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U: dat ook zij in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.11

Ut omnes unum sint... De eenheid met Christus is oorzaak en voorwaarde voor de eenheid van de christenen onder elkaar. Deze eenheid is een van de grootste weldaden voor geheel de mensheid, want omdat de Kerk één en enig is, verschijnt zij als teken voor de volkeren om allen uit te nodigen te geloven in Jezus Christus, de enige Redder van alle mensen; de Kerk zet in de wereld het verlossingswerk van Jezus voort. Het Tweede Vaticaans Concilie verbindt, wanneer zij verwijst naar de fundamenten van het oecumenisme, de eenheid van Kerk met haar universaliteit en met dit verlossingswerk.12

De eenheid van geloof en zeden was de reden van het houden van het zogeheten eerste Concilie van Jeruzalem13, in de beginjaren van de Kerk. Een groot deel van de Brie­ven van Paulus zijn een oproep tot eenheid. De zorg voor dit grote goed is de voornaamste opdracht die sint Paulus aan de priesters geeft14, aan zijn naaste medewerkers en aan hen die hem zouden opvolgen in het herderschap en de ondersteuning van die gemeenschappen.15 Deze zelfde bezorgdheid vindt men steeds bij alle apostelen.16

De leer van de kerkvaders is altijd een verdediging van deze door Christus gewilde eenheid, en zij beschouwen de afscheiding van de gemeenschappelijke stam als het ergste van alle kwaad.17 Tegenover het streven van een vals oecumenisme van sommigen die elk christelijk geloof gelijkwaardig achten en daarmee het bestaan verwerpen van een Kerk als zichtbare erfgename van de apostelen en waarin derhalve Christus' wil vervuld wordt, heeft in onze dagen het Tweede Vaticaans Concilie ter onderrichting verklaard dat «één en enig de Kerk is die Christus onze Heer heeft gesticht, terwijl toch meerdere christelijke gemeenschappen zich als het echte erfgoed van Christus aan de mensen voorstellen. De leerlingen van onze Heer denken verschillend en gaan afzonderlijke wegen, alsof Christus zelf in stukken is verdeeld. Deze verdeeldheid is zeker duidelijk in strijd met de bedoeling van Christus; zij is ook een ergernis voor de wereld en de hoog verheven taak van de evangelieverkondiging aan alle schepselen wordt erdoor geschaad.»18

Aangezien wij hartstochtelijk de Kerk beminnen, doet ons deze 'ergernis voor de wereld' -deze verdeeldheid en de oorzaken daarvan- pijn tot in het diepst van de ziel. Daarom moeten we bidden en offers brengen, kleine opoffe­ringen te midden van ons dagelijks werk, om Gods barmhartigheid te verkrijgen, zodat de vele moeilijkheden worden overwonnen en de werkelijkheid van deze eenheid in de enige Kerk van Christus steeds groter wordt. Voor zover het van ons afhangt, zullen we alles wegnemen wat een belemmering kan vormen; datgene vermijden wat -doordat wij in ons leven niet voldoen aan alle eisen van de christelijke roeping- voor anderen een aanleiding zou kunnen vormen om zich van de Kerk te verwijderen of om geen toenadering tot haar te zoeken; we moeten benadrukken wat wij gemeenschappelijk hebben, want wellicht is in de loop van de geschiedenis meer hetgeen ons scheidt naar voren getreden dan hetgeen reden tot eenheid kan zijn. Dat is de bedoeling en de leer van het kerkelijk leergezag, want «met de gedoopten die de erenaam van christenen dragen, doch het volledige geloof niet belijden, of de eenheid van gemeenschap onder de opvolger van Petrus niet in stand houden, voelt de Kerk zich op velerlei wijzen verbonden.»19 Ofschoon zij niet in volle gemeenschap met de Kerk zijn, zijn er velen die de heilige Schrift als geloofs- en leefregel in ere houden, een oprechte aposto­lische ijver tonen, gedoopt zijn en andere sacramenten hebben ontvangen. Sommigen bezitten zelfs het bisschops­ambt, vieren de heilige eucharistie en koesteren een oprechte devotie tot de heilige Maagd Maria. Zij delen tot op zekere hoogte in de gemeenschap van de heiligen, ontvangen hun invloed en worden door de Heilige Geest gedreven tot een voorbeeldig leven.20

Het verlangen naar eenheid, het gebed voor allen brengt ons ertoe voorbeeldig in de liefde te zijn. Ook van ons zal men moeten kunnen zeggen, zoals van de eerste christenen: 'Ziet hoe zij elkaar beminnen'.21

4.3 Eenheid is een gave van God en daarom is zij nauw verbonden met het gebed en de voortdurende bekering van het hart, met de ascetische, persoonlijke strijd om betere mensen te worden, om meer met de Heer verenigd te zijn. Wij zullen maar weinig voor de eenheid van de christenen kunnen doen, «als wij deze nauwe verbondenheid met de Heer Jezus niet hebben bereikt: als wij niet werkelijk, met Hem en zoals Hij, in de waarheid geheiligd zijn; als wij zijn woord niet in ons bewaren en iedere dag de verborgen rijkdom daarvan trachten te ontdekken; als de liefde zelf van God voor zijn Christus niet diep in ons geworteld is.»22

De liefde tot God moet ons ertoe brengen, heel bijzonder in deze dagen, te bidden voor onze broeders die nog altijd vele banden met de Kerk onderhouden. We zullen daadwerkelijk bijdragen tot de opbouw van die eenheid in de mate waarin wij ons elke dag inzetten om persoonlijke heiligheid na te streven en onze apostolische geest vermeerderen. Een trouw katholiek heeft altijd een groot hart en moet edelmoedig zijn mensenbroeders -de overige katholieken, hen die in Christus geloven zonder tot de Kerk te behoren, of die een andere of zelfs geen enkele religie belijden- weten te dienen; zich open tonen en altijd bereid met allen samen te leven. Wij moeten de mensen beminnen om hen te brengen tot de volheid van Christus en hen zó gelukkig te maken. Heer, -zo bidden wij tot Hem in de liturgie van de heilige mis - doordring ons met de geest van uw liefde en maak allen die in U geloven, één van hart in de liefde.23

-1. Symbolum van Nicaea-Constantinopel, Dz 86 (150). -2. Joh 17,21. -3. Vgl. Paulus vi, Toespraak 19-1-1977. -4. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 8. -5. Vgl. Joh 19,23. -6. Vgl. H. Augustinus, Verhandeling over het Evangelie van Johannes, 118,4.
-7.
Joh 10,16. -8. Mt 12,25. -9. Mt 16,19. -10. Mt 16,18. -11. Joh 17,11; 20-21. -12. Vgl. Vaticanum ii, Decr. Unitatis Redintegratio, 1. -13. Hnd 15,1-30. -14. Hnd 20,28-35. -15. Vgl. 1 Tim 4,1-16; 6,3-6; Tit 1,5-16; enz. -16. Vgl. 1 Pe 2,1-9; 2 Pe 1,12-15; Joh 2,1-25; Jak 4,11-12; enz. -17. H. Augustinus, Tegen de Parmenianen, 2,2. -18. Vaticanum ii, Decr. Unitatis redintegratio, 1. -19. Idem, Dogm. const. Lumen gentium, 15. -20. Vgl. ibidem. -21. Tertullianus, Apologeticum, 39. -22. Johannes Paulus ii, Toespraak, 23-1-1981.
-23.
Altaarmissaal, Mis voor de eenheid van de christenen, 3. Cyclus B. Gebed na de communie.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 08 feb 2012