Vierentwintigste week. Vrijdag
26. Jezus Dienen
-De heilige vrouwen die in het evangelie voorkomen. -De Heer
dienen met onze eigen kwaliteiten. Bijdrage van de vrouw aan het leven van de
Kerk en de maatschappij. -De zelfgave voor de dienst aan de anderen.
26.1 Er volgde nu een tijd, waarin Hij
predikend rondtrok door stad en dorp en de blijde boodschap van het Rijk Gods
verkondigde. De twaalf vergezelden Hem, en ook enkele vrouwen die van boze
geesten en ziekten verlost waren: Maria, die Magdalena wordt genoemd, uit wie
zeven duivels waren weggegaan. Johanna, de vrouw van Herodes' rentmeester
Chuzas, Susanna en vele anderen, die uit eigen middelen voor hen zorgden.1
De heilige Lucas vertelt ons in het evangelie van vandaag
over het werk van deze heilige vrouwen die zo'n belangrijke bijdrage gaven aan
het openbare leven van de Heer. Het is ontroerend dat de Heer afhankelijk wilde
zijn van hun grootmoedigheid. We kunnen slechts gissen hoe de Heer deze grote
mate van hulpvaardigheid zal beantwoorden! Het lijkt erop dat deze vrouwen
trouwer zijn aan Jezus gedurende de uren van zijn lijden en sterven dan de
apostelen zelf, met uitzondering van Johannes. De heilige vrouwen waren
aanwezig aan de voet van het kruis. Zij hoorden de laatste woorden van Christus
die Hij sprak tot de mensheid. Toen Christus van het kruis was afgenomen, waren
deze vrouwen reeds plannen aan het maken om Hem op de eerste dag van de week te
balsemen na de sabbatsrust.
De Heer zorgde ervoor op de morgen van zijn verrijzenis eerst
te verschijnen aan deze vrouwen in plaats van rechtstreeks naar zijn apostelen
te gaan. De vrouwen waren de enigen die de engelen zagen. Johannes en Petrus
vergewisten zich ervan, dat het graf leeg was, maar zij zagen geen engelen.
Misschien kregen de vrouwen het voorrecht van dit bezoek omdat zij beter dan de
mannen waren voorbereid om het te ontvangen. De vrouwen hadden ook deel in de
zending van de engel om het geloof van de jonge Kerk te doen groeien. «Vanaf
het begin van de zending van Christus laten vrouwen een bijzondere gevoeligheid
zien ten opzichte van Hem en zijn mysterie, die kenmerkend is voor haar
vrouwelijke aard. Hier geldt dat dit vooral bevestigd wordt in het mysterie van
Pasen, niet alleen bij het kruis, maar ook in de vroege morgen van de
verrijzenis.»2 De heilige vrouwen vertelden wat
er zoal gebeurde zeer gewetensvol aan de apostelen en zij bleven de apostelen
herinneren aan de inhoud van de boodschap van Christus. Het gaat, dat staat wel
vast, om de vrouwen die de laatste keer met de leerlingen naar Galilea waren
teruggegaan, de vrouwen uit Jeruzalem, de vrouwen uit zijn naaste kring, de
zussen van Lazarus uit Betanië. En natuurlijk Maria, de Moeder van Jezus.3
Het voorbeeld van deze trouwe vrouwen moet een bron van inspiratie zijn voor iedere christen om de
Heer onvoorwaardelijk te dienen. Onze houding moet er een zijn om de Heer
en anderen te dienen vanuit een bovennatuurlijke houding, waarbij wij geen
enkele beloning voor onze edelmoedigheid
verwachten. We moeten zelfs dìe persoon dienen, die ons waarschijnlijk
niet eens zal bedanken. Iedere handeling die wij voor anderen verrichten,
moeten wij doen vanuit de gedachte dat het een rechtstreekse dienst aan
Christus is. Voorwaar Ik zeg u: al
wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor
Mij gedaan.4 Hoeveel gelegenheden
om de Heer te dienen doen zich iedere dag aan ons voor! Serviam!, ik zal dienen! Ik zal U, mijn Heer,
dienen, al de dagen van mijn leven. Help mij te volharden in dit voornemen.
26.2 Wil iemand Mij dienen, dan moet hij Mij
volgen; waar Ik ben daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand Mij dient, zal
de Vader hem eren.5
«Vanaf de eerste tijden
van de geschiedenis van de Kerk waren er -naast de mannen- talrijke
vrouwen door wie het antwoord van de Bruid op de verlossende liefde van de
Bruidegom volledige uitdrukkingskracht verwierf. Als eersten zien wij de
vrouwen die Jezus persoonlijk ontmoet hadden, Hem gevolgd waren en na zijn
heengaan samen met de apostelen volhardden in het gebed in het cenakel van
Jeruzalem tot aan de dag van Pinksteren. Op die dag sprak de Heilige Geest door
zonen en dochters van het volk Gods en werd wat door de profeet Joël was
aangekondigd, vervuld (Vgl. Hnd 2,17). Die vrouwen en vervolgens nog anderen
hadden een actief en belangrijk aandeel in het leven van de Oerkerk, in de
opbouw vanaf de grondslagen van de eerste christengemeenschap -en van de
volgende gemeenschappen-door middel van hun eigen charisma's en veelvormige
diensten.»6
We zouden er goed aan doen in gedachten te houden, dat het
christendom in Europa begonnen is door het zendingswerk van een toegewijde
vrouw die Lydia heette.7 Zij begon met de
bekering van een werelddeel vanuit de begrenzing van haar woning. Iets dergelijks
gebeurde met betrekking tot de Samaritanen. Het was de Samaritaanse vrouw die
het eerste nieuws van de Verlosser naar haar verwanten bracht.8 In die tijd waren de apostelen zelf waarschijnlijk
enigszins bevreesd om te prediken voor deze mensen, en hun te vertellen dat de
Messias bij de bron van Jakob was. Door de eeuwen heen is de Kerk zich bewust
geweest van het grote belang van vrouwen, als vrouw, moeder, echtgenote en
zuster bij de verbreiding van het christendom. De geschriften van de apostelen
verschaffen ruimschoots getuigenis van vrouwen die grote offers brachten voor
de Kerk: Lydia van Filippi, Priscilla en Chloë van Korinte, Febe van Kenchreae,
de moeder van Rufus die voor Paulus zorgde alsof hij haar eigen zoon was, de
dochters van Filippus van Caesarea enz.
Iedere christen is geroepen de Heer te dienen in
overeenstemming met zijn of haar aard en bekwaamheden. «Vrouwen zijn geroepen
om in het gezin, in de maatschappij en in de Kerk hun hartelijke warmte en onvermoeibare edelmoedigheid te brengen,
hun liefde voor het kleine, hun gevatheid en
intuïtie, hun eenvoudige en diepe vroomheid, hun standvastigheid...»9 De Kerk rekent op de bijdrage van vrouwen om het bewustzijn van de samenleving te
herstellen als het gaat om de waardigheid van de persoon. «De Kerk wordt
voortdurend verrijkt door het getuigenis van de vele vrouwen die beantwoorden
aan hun roeping tot heiligheid. Heilige
vrouwen zijn de verpersoonlijking van het vrouwelijk ideaal; zij zijn ook een
voorbeeld voor alle christenen, een voorbeeld van de 'volgelingen van
Christus', een voorbeeld van hoe de bruid met liefde behoort te antwoorden op
de liefde van de Bruidegom.»10
De Heer wil dat wij allemaal Hem dienen, in Kerk en
maatschappij, met alle gaven waarover wij beschikken. Dan zullen wij ertoe komen
de wijsheid te begrijpen van deze waarheid: «Heersen is dienen.»11
26.3 «De
mens, die het enige schepsel op aarde is dat God gewild heeft om hemzelf, kan
zichzelf niet volledig vinden tenzij door zichzelf oprecht te geven»12 Paus Johannes Paulus ii heeft deze woorden van het Tweede Vaticaanse
Concilie toegepast op de identiteit van de vrouwen: «De vrouw kan zichzelf
slechts vinden door liefde te geven aan anderen»13
Door liefde aan te reiken, in dienst voor de anderen, vervullen mannen en
vrouwen -maar de vrouw in het bijzonder- de algemene roeping, de levenstaak van
de mens. «Om deze zending te vervullen, moet een vrouw haar eigen
persoonlijkheid ontwikkelen en zich niet laten meeslepen door een naïef verlangen
om te imiteren, wat gewoonlijk ertoe zal leiden dat zij in een ondergeschikte
positie komt en haar unieke kwaliteiten niet tot hun recht laat komen. Als zij
een gerijpte persoonlijkheid is, met haar eigen karakter en eigen mening, zal
zij inderdaad de zending vervullen waartoe zij zich geroepen voelt, wat dat dan
ook mag zijn. Haar leven en werk zal echt opbouwend zijn, vruchtbaar en van
betekenis, of zij nu de dag doorbrengt toegewijd aan man en kinderen of dat
zij, als zij het idee om te trouwen om goede redenen heeft opgegeven, zichzelf
geeft aan andere taken.
»Iedere vrouw kan op haar eigen levensdomein, als zij trouw
is aan haar goddelijke en menselijke roeping, de volheid van haar vrouwelijke
persoonlijkheid bereiken, en bereikt die ook
in feite. Laten wij ons herinneren dat Maria, Moeder van God en Moeder
van de mensen, niet slechts een voorbeeld is, maar ook een bewijs van de alles
overstijgende waarde van een leven dat onbelangrijk lijkt.»14
Als we de edelmoedigheid en trouw van deze heilige vrouwen
beschouwen, laten wij dan ons eigen leven als christenen onderzoeken. Doen wij
een ernstige poging het rijk van Christus te verbreiden? Als we echt
grootmoedig zijn, zal ons leven vervuld zijn
van de vrede van God. Laten wij eraan denken dat de heilige vrouwen veel
tijd doorbrachten in gezelschap van Maria. Zij waren zelfs dichter bij haar dan
de leerlingen. Hier is het geheim om grootmoedig te zijn ten opzichte van onze
Heer. We gaan tot Maria om bijstand om trouwe gelovigen te zijn met een helder
besef van dienstbaarheid. In navolging van Maria zullen wij vele gelegenheden
vinden om de anderen te dienen. Op deze manier zullen wij zeker onszelf
vergeten.
-1. Lc
8,1-3. -2. Johannes Paulus ii, Apost.
brief, Mulieris dignitatem,
15 augustus. 1988, 16. -3. Vgl. Indart,
Jesús en su mundo,
Barcelona 1963, bl. 81 e.v.. -4. Mt
25,40. -5. Joh
12,26. -6. Johannes Paulus ii, o.c., 27. -7. Vgl. Hnd 16,14-15. -8. Vgl. Joh 4,39. -9. Gesprekken met Mgr. Escrivá,
87. -10. Johannes Paulus ii, o.c., 27. -11. Vgl. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen gentium, 36. -12. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 24. -13. Johannes Paulus ii, o.c., 30. -14. Gesprekken met Mgr. Escrivá,
87.
|