Vierentwintigste week. Donderdag
25. Jezus goed ontvangen
-Een Farizeeër nodigt Jezus uit voor een maaltijd. -De Heer
komt naar onze ziel. -Voorbereiding op de communie.
25.1 Het
evangelie van vandaag laat Jezus zien als Hij de maaltijd gaat gebruiken in het
huis van de rijke Farizeeër, Simon genaamd.1
Wanneer de maaltijd al begonnen is komt er plotseling een vrouw de kamer
binnen. Van deze vrouw is bekend, dat zij een zondares is. Hier krijgen wij
weer een voorbeeld van de grootheid van het Hart van Christus. Ondanks haar
vele tekortkomingen wil deze vrouw door Christus begrepen en vergeven worden.
We kunnen ons afvragen of zij al naar Hem geluisterd heeft, wanneer Hij aan het
prediken was. Haar besluit om niet meer te zondigen is tot rijpheid gekomen.
Haar liefde voor Christus heeft haar de moed gegeven om de maaltijd te
onderbreken, dit in tegenstelling tot alle joodse gebruiken in die tijd. Zeker,
de aanwezigen bij de maaltijd zullen geschokt reageren en terugdeinzen bij deze
onverwachte komst. De vrouw wordt het middelpunt van ieders aandacht.
Jezus is zich wel bewust van het verzuim van Simon als
gastheer. Uit de woorden van Jezus blijkt, dat Hij het achterwege laten van de gewone
blijken van verwelkoming heeft opgemerkt, net zoals Hij de dankbaarheid van de
negen melaatsen had gemist, die nalieten Hem te danken voor hun genezing. De
onbeleefde manieren van Simon staan in sterk contrast tot het gedrag van de
publieke zondares. Zij nam een
albasten vaasje met balsem mee en ging schreiend achter Hem, bij zijn voeten,
staan. Haar tranen maakten zijn voeten nat, die ze met haar hoofdhaar
afdroogde. Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem.
Haar fijngevoeligheid jegens de Heer doet de onverschilligheid en het gebrek
aan gastvrijheid van Simon duidelijker uitkomen.
Ondanks de negatieve gevoelens van de aanwezigen bij de
maaltijd stuurt Jezus het er opzettelijk op aan de bovennatuurlijke les te
onthullen die uit deze gebeurtenis te trekken is. Daarop keerde Hij zich tot de vrouw en zei tot Simon: 'Ge
ziet die vrouw daar? Ik kwam uw huis binnen; gij hebt niet eens water over mijn
voeten gegoten, maar mijn voeten zijn nat geworden door haar tranen en zij
heeft ze met haar haren afgedroogd. Gij hebt mij niet eens een kus gegeven,
maar zij hield, sinds Ik binnenkwam, niet op mijn voeten te kussen. Gij hebt
mijn hoofd niet met olie gezalfd, maar zij heeft mijn voeten gezalfd met
balsem'. Haar beloning is groter dan een ziel kan bevatten: Daarom zeg Iik u: haar zonden zijn haar
vergeven, al waren ze vele, want zij heeft veel liefde betoond.
Dan volgen deze woorden die zo troostvol zijn voor de zondaars van alle tijden,
voor ons. Aan wie weinig wordt
vergeven, hij betoont weinig liefde. Ons dagelijks tekortschieten
kan, met Gods hulp, een middel zijn ons dichter bij Christus te brengen. Dan
richt Hij zich tot de vrouw: Uw
zonden zijn vergeven. En de vrouw gaat weg met grote vreugde, met
zuivere ziel en nieuw leven.
25.2 Wanneer
Jezus Simon zijn gebrek aan gastvrijheid verwijt is er een spoor van droefheid
in zijn woorden: Ik kwam uw huis
binnen [maar] u gaf mij geen water voor mijn voeten. Wij worden
eraan herinnerd, hoezeer Jezus teleurgesteld was door de melaatsen die nalieten
om voor hun genezing te danken.2 De Heer is
bereid voor onze redding elk lijden en elke vernedering te ondergaan. Maar
toch, hoezeer mist Hij de kleine bewijzen van respect die behoren tot de gewone
beleefdheid. Hoe goed ontvangen wij de Heer bij het communiceren?
Om dit punt te verduidelijken, gebruikte een
catechismusleraar dikwijls het volgende voorbeeld. Hij vertelde zijn jonge
leerlingen gewoonlijk dat, wanneer een beroemd persoon ergens de nacht
doorbrengt, de mensen het leuk vinden een gedenkplaat of aandenken op te
hangen. Bijvoorbeeld, 'Cervantes woonde hier' of 'Pius x sliep hier'. Daarom zou iedere
christen, die de heilige Communie heeft ontvangen, zichzelf moeten voorstellen
alsof hij het teken droeg, 'Jezus Christus verbleef hier.'3
Als wij willen, kunnen wij de Heer iedere dag in ons huis
ontvangen. O verborgen Godheid, ik
aanbid U vol eerbied...4 Wij
begroeten Christus in onze ziel met deze woorden. We proberen Christus een
betere ontvangst te geven dan de allerbelangrijkste persoon op aarde. We willen
ons niet blootstellen aan zijn verwijt: Ik kwam je huis binnen en je gaf Mij geen water voor mijn
voeten... Je hebt Mij niet je hart en je ziel gegeven. Je hebt je
aandacht gevestigd op andere dingen. «Wij dienen de Heer, in de eucharistie, te
ontvangen als de groten der aarde, en meer dan dat: met sier, met lichten, met
nieuwe kleding... En, als jij me vraagt, welke reinheid, welke sier en welke
lichten je moet hebben, zal ik je antwoorden: reinheid van je zintuigen, stuk
voor stuk; sier van je vermogens, stuk voor stuk; licht in heel je ziel.»5 Laten we vandaag besluiten de Heer zo goed mogelijk
te ontvangen.
«Hebben we er ooit aan gedacht hoe we ons zouden gedragen als
we Hem slechts eenmaal in ons leven konden ontvangen?» De H. Jozefmaria Escrivá
herinnerde zich eens: «Toen ik kind was, bestond de praktijk van de veelvuldige
communie nog niet algemeen. Ik herinner me, hoe de mensen zich gewoonlijk
voorbereidden om te communie te gaan. Alles moest precies goed zijn, lichaam en
ziel: de beste kleren, het haar goed gekamd -zelfs lichamelijke frisheid was
belangrijk- misschien zelfs een paar druppels eau de cologne... Het waren
uitingen van liefde, fijngevoelig en verfijnd, van de kant van menigeen, die
Liefde met liefde wist te beantwoorden.»6
25.3 De
heilige Johannes van het Kruis preekte over de voorbereiding op de communie en
gebruikte deze analogie: «Hoe blij zal een mens zijn als men hem zou zeggen,
'De koning komt bij je logeren in je huis en je zijn gunsten verlenen!' Ik denk
dat hij helemaal niet in staat zal zijn te eten of te drinken. Hij zal
voortdurend denken aan zijn voorbereidingen voor het koninklijk bezoek.
Broeders en zusters, ik zeg tot u namens de Heer God, dat Hij in uw zielen wil
komen en er zijn koninkrijk van vrede vestigen.»7
Dit is groot nieuws! Het hoort ons met vreugde te vervullen.
Christus zelf, Hij die in heerlijkheid regeert vanuit de
hemel, wil op sacramentele wijze aanwezig zijn in onze ziel. «Hij komt in
liefde, ontvang Hem met liefde.»8 Werkelijke
liefde veronderstelt, dat er verlangen is naar zuivering. Dit betekent te gaan
biechten wanneer het nodig is.
Jezus verlangt er vurig naar bij ons te zijn. Hij herhaalt
voor iedere christen zijn gedenkwaardige woorden bij het Laatste Avondmaal: Vurig heb Ik verlangd, eer Ik ga lijden,
dit Paasmaal met u te eten...9 «De
herberg waar Hij wil verblijven is de ziel van iedere mens. De herberg moet in
zeer goede staat zijn, heel schoon. Niets kan meer bevredigend zijn dan dat
Jezus zijn verblijf in onze ziel aanvaardt. Hij komt tot ons in liefde, daarom
moeten wij Hem met liefde ontvangen.»10 Dit is
het belangrijkste ogenblik van onze dag! De engelen zijn vol verwondering dat
wij de gezegende gelegenheid krijgen Jezus te ontvangen. Als het ogenblik
nadert, moeten wij steeds meer branden van liefde.
Naast onze geestelijke voorbereidingen moeten wij ook
aandacht gaan geven aan de materiële aspecten, zoals het nuchter blijven dat de
Kerk heeft opgelegd als een teken van respect en eerbied, onze houding bij de
Mis en onze kleding, dit alles drukt onze waardigheid als kinderen van de Vader
uit. Wanneer Jezus is binnengekomen in ons hart spreken wij tot Hem:
O liefdevolle
pelikaan! O Heer Jezus! / Ik ben onrein, maar
reinig mij in uw bloed / Waarvan een enkele druppel, vergoten voor de
zondaars / De hele wereld kan zuiveren van alle schuld / O Jezus! in het heden
zie ik U nog gesluierd / U, waarnaar ik dorst, o verleen mij / Dat ik uw gelaat
steeds duidelijker mag zien, / En dat ik gezegend moge zijn in het aanschouwen van uw heerlijkheid. Amen.11
Onze gezegende Moeder zal ons leren hoe wij haar Zoon goed
moeten ontvangen. Geen ander schepsel heeft beter gezorgd voor Jezus dan zij,
of kan Hem hartelijker ontvangen en met zoveel liefde!
-1. Lc
7,36-50. -2. Vgl. Lc
17,17-18. -3. Vgl. C. Ortúzar, El catecismo explicado con ejemplos.
-4. Hymne Adoro te devote.
-5. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 834. -6. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 91. -7. H. Johannes van Ávila, Preek 2 voor de derde zondag van de
Advent. -8. Idem, Preek 41, tijdens het octaaf van Sacramentsdag.
-9. Lc 22,15. -10. H. Johannes van Ávila, Preek 41, tijdens het octaaf van Sacramentsdag.
-11. Hymne Adoro te devote.
|