Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

12 januari

50. JEZUS GROEIT OP

-Het opgroeien van Jezus. Zijn allerheiligst Menszijn. -Ons bovennatuurlijk opgroeien. De goddelijke en zedelijke deugden. -De menselijke volwassenheid die moet samengaan met oprecht innerlijk leven. De menselijke deugden.

50.1 Jezus groeide op in wijsheid, in jaren en in aanzien bij God en de mensen.1 In deze korte zin vat de heilige Lucas de jaren van Jezus in Nazareth samen. De Heer wil, omdat Hij een volmaakte mens is, dat het verstrijken der jaren gepaard gaat met een toenemende groei en blijken van zijn wijsheid en aanzien.

In overeenstemming met zijn menselijke natuur groeide Jezus op als een van ons. Het toenemen in wijsheid moet bij Hem opgevat worden als een groei van feitenkennis die Hij verwierf via de dingen om Hem heen, via zijn leermeesters; en de groei van de levenservaring die elke mens heeft met het verstrijken van de jaren. In de kleine school in Nazareth zal Hij de heilige Schrift geleerd hebben met de klassieke Joodse commentaren die onlosmakelijk met de schriftuitleg verbonden waren. Het is indrukwekkend je Jezus voor te stellen, lezend in het Oude Testament en zo lerend wat daarin over de Messias gezegd wordt; over Hemzelf dus. Bedenk eens hoe Hij daarover sprak met zijn moeder. Jozef, de heer des huizes, zal de gesprekken van deze twee met grote aandacht en groeiende verbazing gevolgd hebben en zo nu en dan zijn steentje aan het gesprek bijgedragen hebben.

Jezus leerde van Jozef heel veel. Hij leerde onder andere het vak waarmee Hij zijn brood zou verdienen en het huishouden van zijn moeder zou onderhouden na de dood van de heilige Aartsvader. De heilige maagd Maria moet een diep spoor nagelaten hebben in haar Zoon; in zijn menselijkheid, in woorden en zegswijzen, ook in de gebeden die elke Jood van zijn ouders leerde.

Naast deze menselijke ervaringskennis, die groeide met de jaren, bezat Jezus twee andere categorieën van kennis. In de eerste plaats, de kennis van de gelukzaligen, het schou­wen van het goddelijk wezen krachtens de vereniging van de menselijke natuur van Christus met de goddelijke natuur van de ene Persoon van de Zoon van God, van de Tweede Persoon van de Allerheiligste Drieëenheid. Deze kennis, die God eigen is, kon niet groeien: Hij bezat deze in alle volheid.

Verder bezat Jezus ook de ingestorte kennis die zijn verstand vervolmaakte en waardoor Hij alles, ook het verborgene, kende. Zo las Hij bij voorbeeld in de harten van de mensen. Deze kennis kon evenmin toenemen.2 

Soms stelde Jezus vragen: Wat is uw naam?3; Hoe lang heeft hij deze ziekte al?4; Hoeveel broden hebt ge?5 Andere keren is Hij verrast en verwonderd.6 En ook al was Jezus, God, alwetend met de allervolmaaktste kennis, toch wilde Hij een volstrekt menselijk bestaan leiden. Het is geen toneelspel als Hij zich verwondert en iets vraagt, want dat zijn de intieme en diepe reacties die de mens eigen zijn.

Wij dienen ook te groeien in kennis, de kennis van God en zijn heilsplan. Wij mogen niet ophouden met onze vorming en met het verwerven van kennis van de leer. Naarmate wij de Heer beter kennen, kunnen wij beter met Hem omgaan en uit deze omgang zal een telkens vruchtbaarder liefde voortkomen.

50.2 De heilige Cyrillus zegt bij zijn behandeling van het opgroeien van Jezus, dat de goddelijke wijsheid het zo beschikt had, dat de Verlosser in alles aan ons gelijk zou zijn.7 Onze rijping naar jaren dient vergezeld te gaan van een steeds sterkere groei in natuurlijke deugden en in steeds volwassener bovennatuurlijk leven.

De groei die de Heer van ons verwacht is van geheel bijzondere aard, want wij moeten niet onze jeugd achter ons laten, zoals in het natuurlijk leven, maar wij moeten die telkens vernieuwen en verjongen. In het fysieke leven van de mens komt er een ogenblik waarin het 'nog niet' van de jeugd plaats maakt voor het 'niet meer' van de ouderdom. In het bovennatuurlijk leven gaat dat andersom: het christenleven raakt nimmer uitgeput; wij kunnen elk moment opgaan naar God, naar God die mijn jeugd verblijdt8, hoe oud wij ook maar zijn. God herschenkt de jeugd aan wie Hem mint.

Wij hebben misschien heilige mensen gekend, die heel oud waren met een grote innerlijke jeugd, welke voortkwam uit hun trouwe omgang met Christus en die bleek uit heel hun menselijk handelen.

Groei wordt verkregen door middel van de genade, in het bijzonder door de sacramenten en door het beoefenen van de deugden. De genade die als een zaadje9 in ons hart gestrooid wordt, strijdt om te groeien en ons tot de volheid te brengen.10 Het struikelblok is de zonde. De zonde nu «is een aantasting van de mens, doordat zij hem belet zijn volheid te bereiken.»11 

De geestelijke mens ontwikkelt zich door de werking van de Heilige Geest12, door middel van het beoefenen van de deugden. Hij bereikt zijn volheid door de inwerking van de gaven van de Heilige Geest, Wiens zending het is het bovennatuurlijk leven, dat een aanvang nam met de theologale deugden, te vervolmaken. Deze gaven treft men aan in elke ziel die in staat van genade verkeert.

De menselijke en bovennatuurlijke volwassenheid die wij moeten bereiken, verwerven wij niet op een bepaald moment. Het is een kwestie van elke dag, van heel veel kleine overwinningen, van beantwoorden aan de genade in het kleine. Wij moeten ons erop toeleggen voortdurend de deugden te beoefenen, door concreet handelen. Met het beoefenen van de deugden, wat in de praktische orde zorg voor details veronderstelt, smeden wij een echt karakter, een werktuig, gewillig instrument voor de werking van de Heilige Geest; een wil die gericht is op de zaken van God en die van de anderen, omwille van God.

50.3 Jezus groeide op. En Hij heeft gewild, dat onze boven­natuurlijke groei vergezeld zou gaan van een ook menselij­ke rijping. De natuurlijke deugden zijn het cement van de bovennatuurlijke deugden. Men kan zich geen goed katho­liek christen voorstellen, zonder dat deze ook een goed va­der, een goed burger, een goede vriend is. Feitelijk wordt de puur menselijke roeping in een bepaald opzicht opgenomen in de bovennatuurlijke christelijke roeping. «Wanneer een ziel zich inspant de natuurlijke deugden te beoefenen, is zijn hart al heel dicht bij Christus. En de christen begrijpt dat de goddelijke deugden -geloof, hoop en liefde- en alle andere die de goddelijke genade met zich meebrengt, hem aanzetten nooit die goede eigenschappen te vergeten die hij deelt met zoveel andere mensen.»13

De genade werkt niet los van de natuur zelf, van de -lichamelijke, psychologische en morele- werkelijkheid waarop zij berust. Het innerlijk bovennatuurlijk leven bereikt in de regel zijn volheid naar de mate waarin de per­soon zich op menselijk vlak ontplooit. De liefde tot God vergemakkelijkt en versterkt juist de natuurlijke deugden.

Menselijke rijpheid blijkt vooral «uit een zekere geestelijke evenwichtigheid, aan het vermogen zware beslissingen te nemen, en aan een juist oordeel over gebeurtenissen en mensen.»14 De volwassen mens heeft over zichzelf een realistisch en objectief beeld. Hij onderscheidt een met succes afgeronde onderneming van wat nog plannen of verlangens zijn. Hij aanvaardt zijn beperkingen. Dat geeft hem een gevoel van zekerheid, waardoor hij tot coherent, verantwoordelijk en vrij optreden komt. Hij weet zich aan de omstandigheden aan te passen, zonder starheid en zonder zwakte. Hij is, naar gelang het nodig is, toegevend of veeleisend. De onvolwassene houdt bij zijn plannen en voorstellen niet genoeg rekening met zijn eigen mogelijkheden en onmogelijkheden, omdat hij die niet echt kent. Hij leeft in onzekerheid; hij gaat, met smoesjes, op de loop voor de verantwoordelijkheid voor zijn handelen; hij aanvaardt niet makkelijk mislukkingen en vergissingen.

Blijken van onvolwassenheid zijn: hoogmoedig en arro­gant gedrag, halsstarrigheid, aanmatiging, eigen fouten niet willen goedmaken, je niet naar je leeftijd gedragen, je fantasie verliezen in onwerkelijke en onwezenlijke dromen.

De christen moet een sereen mens zijn, zoals de Heer was. In geen enkele omstandigheid was Hij niet zichzelf. Hij liet zich niet gaan in woede, of onbeheerste reacties die niet in verhouding staan tot situaties waar men ook met een glimlach of een beetje geduld uit had kunnen komen. Een evenwichtig persoon heeft een verstandig zelfvertrouwen, zonder zichzelf te overschatten, want hij weet dat hij, al staat hij met beide benen op de grond, zich kan vergissen en de plank Mis kan slaan. Als het in een geval nodig is, weet hij aan het juiste adres advies te vragen, waarna hij zijn eigen beslissingen neemt en de verantwoordelijkheid voor wat hij doet.

Onvolwassenheid hangt vaak samen met gebrek aan kracht: slapheid, niet in staat zijn een tegenslag te incasseren zonder elders medelijden te zoeken; bang zijn om moeite te doen; steeds zeuren als iets tegenzit of vervelend is, wat in ieder mensenleven voorkomt; gemakzucht en oppervlakkigheid; gebrek aan concentratie bij de studie, aan betrokkenheid bij het werk.

Wie volwassen is, is realistisch en objectief: «Een dromer is zelden een strijder. Het is heel makkelijk en vermakelijk te vluchten in een schijnwereld die naar eigen maat is opgetrokken, waarin men altijd de eerste viool kan spelen; het is beter vat te krijgen op de werkelijkheid, die te begrijpen en met inzicht nuttig te gebruiken. Daarom zal de dromer eindigen als een slappeling»15, het tegenovergestelde van een leerling van Jezus.

Volwassenheid vergt volharding bij de zaken die aangepakt zijn om ze tot een einde te brengen, zonder op te geven, ondanks belemmeringen die, op de een of andere manier, onze weg zullen versperren. Onze heilige Moeder Maria, «toonbeeld en levende school van alle deugden»16, ook van de natuurlijke deugden, zal ons helpen te groeien naar de volmaakte mannenmaat van Christus.17

-1. Lc 2,52. -2. Vgl. The Navarre Bible, noot bij Lc 2,52. -3. Mc 5,9. -4. Mc 9,21. -5. Mc 6,38. -6. Vgl. Mt 8,10. -7. H. Cyrillus, Preek Quod unus sit Christus, PL 75, 1332. -8. Ps 42,4. -9. Vgl. 1 Joh 3,9. -10. Ef 4,13. -11. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 13. -12. Ef 3,16. -13. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 91. -14. Vaticanum ii, Decr. Optatam totius, 11. -15. F. Suárez, El sacerdote y su ministerio, Madrid 19702, bl. 139. -16. H. Ambrosius, De virginibus, 2. -17. Vgl. Ef 4,13.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012