Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

9 januari

47. JEZUS ONTMOETEN

-Jezus als twaalfjarige in de Tempel. De smart en de blijdschap van Maria en Jozef. Wij raken Hem kwijt door onze eigen schuld. -De werkelijkheid van de zonde en de verwijdering van Christus. Lauwheid. -Onszelf de middelen verschaffen Jezus niet te verliezen. Waar wij Hem kunnen terugvinden.

47.1 Jezus groeide op in een sfeer van godsvrucht en gehoorzaamheid aan de Wet. Belangrijk daarin waren de bedevaarten naar de Tempel. Driemaal per jaar moet gij ter ere van Mij feestvieren... Driemaal per jaar moeten al uw mannen verschijnen bij Jahwe de Heer.1 Dat waren de feesten van Pasen, het Feest van de eerstelingen of het Feest van de vijftigste dag -vgl. Frans Pentecôte- en het Loofhuttenfeest. Het was weliswaar voor mensen die veraf woonden niet verplicht naar de tempel van Jeruzalem te gaan, maar veel Joden uit heel Palestina trokken bij een van deze feesten naar deze stad. De heilige Familie deed dit alleen met Pasen. Zijn ouders reisden ieder jaar, bij gelegenheid van het paasfeest, naar Jeruzalem.2 Hoewel de verplichting alleen rustte op volwassen mannen, van twaalf jaar en ouder, ging Maria, zo valt uit het relaas van Lucas op te maken, met Jozef mee.

Nazareth lag hemelsbreed op ongeveer honderd kilometer van Jeruzalem. Bij het naderen van het paasfeest verenigden verscheidene families zich gewoonlijk om de reis gezamenlijk te maken, in vier à vijf dagreizen.

Toen het Kind twaalf jaar geworden was, ging het naar Jeruzalem, overeenkomstig het gebruik.3 Na de paas­plechtigheden werd de terugtocht naar Nazareth ingezet. Bij dit soort reizen verdeelden de families zich in twee groepen, een groep mannen en een groep vrouwen. De kinderen trokken mee in een van beide groepen. Dat verklaart waarom de afwezigheid van Jezus de gehele eerste dag onopgemerkt kon blijven, totdat de groepen zich in het kampement weer samenvoegden.

Wat hebben zij toen gedacht? Het lijkt overbodig dat te beschrijven. Zij dachten Jezus verloren te hebben, of dat Jezus hen was kwijtgeraakt, dat Hij alleen rondtrok, God weet waar. Er heerste bij de poorten en op de toegangswegen van de stad in die dagen een grote drukte. Die nacht moet voor Maria en Jozef vreselijk geweest zijn. De volgende morgen, al heel vroeg, zijn zij weer teruggegaan, opnieuw naar Jeruzalem. Drie dagen verstreken. Zij waren moe, bezorgd, zij vroegen iedereen of zij een kind van twaalf jaar gezien hadden... Allemaal verloren moeite.

Maria en Jozef waren Hem buiten hun schuld kwijtgeraakt. Wij verliezen Hem door de zonde, door lauwheid, door gebrek aan een geest van versterving en offer. En dan verkeert ons leven zonder Jezus in duisternis.

Als wij ons in deze duisternis bevinden, moeten wij onmiddellijk actie ondernemen en Hem zoeken. Wij dienen aan wie het kan en moet weten te vragen: 'Waar is de Heer?'

«De moeder van God die bezorgd op zoek was naar haar Zoon die buiten haar schuld zoek was geraakt en die de opperste vreugde smaakte toen zij Hem terugvond, die Moeder zal ook ons helpen op onze schreden terug te keren en te verbeteren wat nodig is, wanneer wij door onze lichtzinnigheden of zonden er niet in slagen Christus te zien. Zo zullen wij de vreugde beleven Hem opnieuw te omhelzen om Hem te zeggen, dat wij Hem nooit meer willen verliezen.

»Moeder van kennis is Maria, omdat van haar de belangrijkste les geleerd wordt: dat niets de moeite waard is als wij niet naast de Heer staan; dat alle wonderen der aarde, alle bevredigde ambities tot niets dienen als in onze borst niet de vlam van een levende liefde brandt, het licht van de heilige hoop die een voorproef is van de oneindige liefde in ons definitieve Vaderland.»4

47.2 Maria en Jozef waren Jezus niet kwijtgeraakt. Hijzelf had hun gezelschap verlaten.

Met ons ligt dat anders. Jezus verlaat ons nooit. Wij mensen kunnen Hem van onze zijde wegsturen door de zonde of van Hem verwijderd raken door de lauwheid. Bij elke ontmoeting tussen de mens en Jezus is het initiatief uitgegaan van Christus. Steeds als de band verbroken werd, kwam het initiatief van ons. Hij verlaat ons nooit.

Wanneer een mens ernstig zondigt, is hij verloren voor zichzelf en voor Christus. Zinloos en doelloos gaat hij verder, want de zonde desoriënteert hem tot in de grond. De zonde is de grootste tragedie die een gedoopte kan overkomen. In een paar ogenblikken scheidt hij zich radicaal af van God door het verlies van de heiligmakende genade. Hij verliest de verdiensten die hij in de loop van zijn leven verworven heeft en wordt onderworpen aan een soort slavernij van de duivel en is minder geneigd tot deugdzaamheid. Door zich van God te verwijderen heeft de mens «ook de juiste orde verbroken met betrekking tot zijn laatste doel en daarmee ook heel de harmonie zowel met betrekking tot zichzelf als tot de andere mensen en al het geschapene.»5

Ongelukkigerwijs hechten velen er nauwelijks belang aan; dat is het ergste van al. Het gaat om lauwheid, flauwheid in de liefde, waardoor het gezelschap van Jezus weinig of niets meer waard wordt geacht. Hij stelt het wèl op prijs bij ons te zijn, Hij stierf aan een kruis om ons vrij te kopen van de duivel en de zonde en om bij ieder van ons te zijn in deze wereld en in de andere wereld.

Maria en Jozef hielden innig van Jezus, daarom zochten zij Hem zonder ophouden, daarom leden zij in een mate die wij niet kunnen begrijpen, daarom was hun blijdschap zo groot toen zij Hem vonden. «Het ziet er niet naar uit, dat er tegenwoordig veel mensen zijn die lijden onder zijn afwezigheid. Er zijn christenen voor wie de aanwezigheid of afwezigheid van Christus in hun ziel praktisch niets betekent. Zij gaan van genade naar zonde en ervaren lijden noch pijn, droefheid noch angst. Ze gaan over van zonde naar genade en maken niet de indruk mensen te zijn die uit de hel zijn teruggekomen, van de dood naar het leven zijn overgegaan: zij laten niet de opluchting, vreugde, vrede en rust zien van mensen die Jezus herwonnen hebben.»6

Laten wij vandaag Maria en Jozef erom vragen dat wij het gezelschap van Jezus zullen weten te waarderen en dat wij tot alles bereid mogen zijn om het niet te verliezen. Wat duister zou de wereld, en onze wereld, zijn zonder Jezus. Hoe groot is ons geluk als wij ons daar rekenschap van geven. «Jezus, dat ik U nooit meer verlies...»7 Laten wij alle menselijke en bovennatuurlijke middelen aanwenden om niet te vervallen tot doodzonde, ook niet tot weloverwogen dagelijkse zonden. Als wij geen moeite doen de dagelijkse zonde te verafschuwen, onder het mom dat deze niet 'ernstig' is, zullen wij niet komen tot een intieme omgang met de Heer.

47.3 De tempel in Jeruzalem had een aantal bijgebouwen, bestemd voor de eredienst en het onderwijs in de Schrift. Maria en Jozef traden een van deze bijgebouwen binnen. Waarschijnlijk was het het atrium van de tempel, waar zij de uitleg van de schriftgeleerden hoorden, onderbroken door vragen en antwoorden. Daar vonden zij Jezus. Zijn vragen trokken de aandacht van de schriftgeleerden om hun wijsheid en kennis. Hij was daar als één van de vele toehoorders, gezeten op de grond, zich in het gesprek mengend zoals anderen deden, maar achter zijn vragen ging een wonderbaarlijke wijsheid schuil.

Maria en Jozef waren verwonderd, toen zij dat tafereel overzagen. Blij omdat zij Hem had teruggevonden, ging Maria naar Hem toe. De heilige Augustinus ziet in haar woorden een blijk van nederigheid en van eerbied jegens de heilige Jozef: «Want, ook al was zij waardig bevonden de Zoon van de Allerhoogste het levenslicht te doen aanschouwen, toch was zij de allernederigste, en toen zij sprak gaf zij zichzelf geen voorrang op haar echtgenoot door te zeggen: 'Ik en uw vader'. Nee, zij zei: 'Uw vader en ik'. Zij gaf zich geen rekenschap van de waardigheid van haar schoot, maar van de echtelijke hiërarchie. De nederigheid van Christus was voor haar inderdaad geen school des hoogmoeds geworden.»8

Dat Jezus zoekgeraakt was, was van zijn kant niet onvrijwillig geschied. Hij was er zich volledig van bewust wie Hij was en wat zijn zending was. Op een of andere wijze wilde Hij daar een aanvang mee maken. Zoals Hij later zou doen, zocht Hij nu de wil van zijn hemelse Vader te volbrengen, zonder dat de wil van zijn aardse ouders daar­voor een hinderpaal kon zijn. Voor hen moet het een smartelijke beproeving geweest zijn; maar ook een lichtstraal die hen het mysterie van het leven van Jezus doet ontdekken. Het was een episode uit het leven van Jezus die zij nooit meer zouden vergeten.

Jezus was zich volledig bewust van zijn zending en van het gegeven dat Hij de Zoon van God was. Om een beetje verder door te dringen in zijn antwoord zouden wij de into­natie van zijn stem hebben moeten horen, toen Hij zich tot zijn ouders richtte. Het laat ons hoe dan ook beseffen dat de plannen van God altijd voorrang hebben op de aardse plannen. Mocht er ooit een conflict tussen beide ontstaan, dan geldt het woord van Petrus en de andere apostelen: Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.9

Als wij Jezus ooit kwijt raken, doen wij er goed aan de raad van de Heer zelf op te volgen: zoekt en gij zult vinden.10 Wij vinden Hem altijd in het tabernakel, in de mensen die God zelf ons ter beschikking heeft gesteld om ons de weg te wijzen. En als wij Hem ernstig beledigd zouden hebben, staat Hij altijd op ons te wachten in het sacrament van de Verzoening. In dit sacrament bereiden wij ons erop voor, onze ogen te reinigen van de smetten van gebrek aan liefde en van dagelijkse zonden. Misschien zal het ons juist vandaag erg goed doen tegenover het tabernakel, of bij het zien van de muren van een kerk, bij wijze van schietgebed te zeggen en te herhalen in de intimiteit van ons hart: «Jezus, dat ik U nooit meer verlies...»11 Maria en Jozef zullen onze hulp zijn om Jezus gedurende de dag en gedurende ons leven nooit uit het oog te verliezen.

-1. Ex 23,14.17; vgl. Dt 16,16. -2. Lc 2,41. -3. Lc 2,42. -4. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 278. -5. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 13. -6. F. Suárez, Jozef van Nazareth, bl. 120. -7. H. Jozefmaria Escrivá, De heilige Rozenkrans, vijfde blijde geheim. -8. H. Augustinus, Preek 51, 18. -9. Hnd 5,29. -10. Lc 11,9. -11. H. Jozefmaria Escrivá, De heilige Rozenkrans, vijfde blijde geheim.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012