10 januari
48. JEZUS, ONZE LEERMEESTER
-Jezus
is de Leermeester van alle mensen. Hij is onze enige Meester. -Van Hem leren.
Het evangelie overwegen. -Jezus onderricht ons in de intimiteit van ons hart,
door middel van de gebeurtenissen en de personen om ons heen; en vooral door
het leergezag van de Kerk.
48.1 Na
drie dagen vonden zij Hem in de tempel waar Hij te midden van de leraren zat,
naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde.1
De rabbijnen
becommentarieerden de heilige Schrift gewoonlijk in de tempel. Voor de
vreemdelingen in Jeruzalem was dat de enige gelegenheid de meest uitgelezen
leermeesters van Israël te zien en te horen. De toehoorders namen plaats op
touwmatten rond de leermeester en konden zich in het gesprek mengen. Hun konden
ook vragen gesteld worden over de tekst die verklaard werd. De vragen en
antwoorden van Jezus waren weliswaar in overeenstemming met zijn leeftijd, maar
trokken toch zeer sterk de aandacht van allen: Allen die Hem hoorden, waren
verbaasd over zijn begrip en zijn antwoorden.2
Als zijn openbaar leven
begint, zal de evangelist ons zeggen dat de mensen buiten zichzelf van
verbazing waren over zijn leer, want Hij onderrichtte hen niet zoals de
schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit.3 Als zij Hem hoorden, vergaten de
menigten honger en kou onder de blote hemel. Hij verzette zich nooit tegen het
volk, als dit Hem profeet of meester noemde.4 Tot zijn leerlingen zei Hij: Gij
spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik.5
Jezus gebruikt vaak de
uitdrukking maar Ik zeg u. Hij wil ons aangeven, dat zijn leer een
bijzondere kracht heeft: Het is de Zoon van God die spreekt. En uit die wolk
klonk een stem: Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.6 Vanaf dat moment
is er niemand anders meer om naar te luisteren.
Mozes zei u... maar Ik
zeg u. De profeten uit het Oude Testament kwamen naar voren als
woordvoerders van God: Zo spreekt Jahwe, was de slotformule van hun toespraken.
Jezus sprak uit eigen naam -iets wat geen enkele profeet ooit had gedaan- en zijn onderricht en leer waren
goddelijk. Hij verduidelijkt betekenis en omvang van de geboden van God
die Mozes op de Sinaï ontvangen heeft. Hij verbetert verkeerde uitleg ervan.
Zijn voorschriften liggen in de lijn van die van het Oude Testament maar zijn
niettemin volstrekt nieuw. Niemand heeft zoals Hij de soevereiniteit van God
laten zien en, tegelijkertijd, zijn hoedanigheid van liefdevolle Vader, vol
zorg om de dingen van de wereld en vooral om zijn kinderen, de mensen. Niemand
heeft zoals Hij de fundamentele waarheid van de mens aangeduid: zijn innerlijke
vrijheid en zijn onaantastbare waardigheid.
Het leven van Jezus was
een ononderbroken prediking. Hij sprak in de synagogen7, aan de oever van het meer8, in de tempel9, langs de wegen10, in de huizen,
overal. Zijn leer is ons door de evangelies allertrouwst en inhoudelijk
volledig doorgegeven. Er zijn nog veel andere dingen die Jezus gedaan heeft.
Maar als ze een voor een beschreven werden, dan zou naar mijn mening zelfs de
hele wereld te klein zijn voor de boeken die men dan zou moeten schrijven11, schrijft
Johannes ons aan het eind van zijn evangelie. Het wezenlijke echter kennen wij precies
zoals het gebeurde en precies zoals de Meester het onderrichtte. Onze enige
Leermeester. Naast Hem voelen wij ons zeker. Hij zegt altijd aan iedereen, dat
wat hij nodig heeft. Door elke dag het evangelie een paar minuten met een trouw
hart te lezen en het rustig te overwegen, voelt de mens zich gedrongen de
woorden van Petrus te herhalen: Heer, alleen uw woorden zijn woorden van
eeuwig leven.12 Alleen
Gij, Heer. Laten wij eens nagaan hoe, en met hoeveel aandacht, wij het
evangelie lezen.
48.2 Gij
hebt maar één leraar, de Christus.13 Later zijn er in zijn Kerk leermeesters en kerkleraren14, maar alleen omdat Hij hen heeft aangesteld15, ondergeschikt aan Hemzelf, om te herhalen en te
getuigen wat zij gezien en gehoord hebben.16 De Kerk en het evangelie zoals de Kerk dat leest,
vormen het kanaal waarlangs het Goede Nieuws van Christus tot ons komt.
Alleen wie zich vrijwillig
voor zijn woord afsluit, zal er van verstoken blijven. Allen kunnen het
begrijpen. De voortreffelijkste leer is toegankelijk gemaakt voor de
eenvoudigsten van geest. De nederigen, de mensen die klein geworden zijn als
kinderen, vatten zijn leer zonder moeite, terwijl de 'geleerden' die zich door
hun hoogmoed laten leiden, niet het licht van de Heilige Geest ontvangen en in
duisternis blijven waar zij de verlossende werkelijkheid niet of vervormd
horen: Gij hebt deze dingen verborgen gehouden voor wijzen en verstandigen,
maar Gij hebt ze geopenbaard aan kleinen.17
Jezus is de Leermeester
van allen, onze Meester. En Hij kan het zijn, omdat Hij zelf weet wat er in
elke mens is.18 Hij
wordt niet misleid door onze stommiteiten en zwakheden. Hij kent heel goed de
afgrond van slechtigheid die zich in ieder hart kan vormen. Hij kent echter
ook, beter dan wijzelf, de mogelijkheden tot grootmoedigheid, tot offer, tot
fantastische dingen in ieders hart. En Hij kan deze mogelijkheden wakker
schudden met zijn levend Woord.
Het onderricht van
Christus raakt de hele mens in het diepst van zijn wezen. «Hij is Leraar in een
wetenschap die Hij alleen bezit: de wetenschap van de grenzeloze liefde tot God
en, in God, tot alle mensen. In de school van Christus leren we dat ons
bestaan ons niet toebehoort...»19.
Jezus tot Meester nemen
betekent Hem tot gids nemen, in zijn voetsporen treden, vurig zijn wil met
betrekking tot ons zoeken, zonder ooit ontmoedigd te raken door onze
misstappen, waar Hij ons overheen helpt en die Hij telkens omzet in
overwinningen. Hem als Meester nemen betekent trachten elke keer meer op Hem te
lijken: zodat de anderen, bij het zien van ons werk, ons gedrag thuis,
tegenover vreemden, en vooral tegenover de meest behoeftigen, Jezus kunnen
leren kennen. Zoals wij in de omgang met een zeer geliefde en bewonderde
persoon uiteindelijk niet alleen diens wijze van denken, maar ook de
uitdrukkingen en gebaren overnemen, zo zullen wij ook, door van Jezus onze
onafscheidelijke Meester te maken, door dagelijks met Hem in het gebed en in
het overwegen van het evangelie om te gaan, op Hem gaan lijken, zonder dat wij
het ons bewust zijn: «Ik zou willen, dat je gedrag en je gesprekken zodanig
waren, dat allen die je zien of horen spreken, zouden kunnen zeggen: die leest
het leven van Jezus Christus.»20
48.3 De
heilige Paulus zegt ons, dat het woord van God levend en krachtig (Heb
4,12) is. De leer van Jezus Christus is altijd actueel; voor iedere mens nieuw.
Zij is een persoonlijk onderricht, want gericht tot ieder van ons persoonlijk.
Het is niet moeilijk onszelf te zien in een of andere persoon van een
gelijkenis, of in het intiemst van onze ziel te begrijpen, dat woorden van
Jezus van twintig eeuwen terug voor ons bedoeld waren, alsof deze woorden
alleen voor ons gezegd waren. Nadat God eertijds vele malen op velerlei
wijzen tot onze vaderen door de profeten gesproken had, heeft Hij nu, op het
einde der tijden, tot ons gesproken door de Zoon (Heb 1,1-2). Dit einde der
tijden geldt ook ons. Christus onderricht nog steeds. Zijn woorden, die
goddelijk en eeuwig zijn, zijn altijd actueel.
Het evangelie gelovig
lezen staat voor geloven, dat alles wat er in gezegd wordt op een of andere
manier, ook van onze tijd is. Het vertrek en de terugkomst van de verloren zoon
is van onze tijd. Het schaap dat verloren raakt en de Herder die erop uittrekt
om het te zoeken. De zuurdesem, die nodig is om het deeg te doen rijzen. Het
licht, dat in de grote duisternis moet schijnen die maar al te vaak heerst over
de wereld en over de mens. «In de heilige boeken treedt de Vader die in de
hemel is, liefdevol zijn kinderen tegemoet en spreekt met hen. Zo groot zijn de
kracht en macht van het woord van God, dat het voor de Kerk het steunpunt en de
levenskracht is en voor de kinderen van de Kerk de kern van hun geloof, de
spijs voor hun ziel en de zuivere en bestendige bron van hun geestelijk leven.»21 Wij moeten
echter in ons leven en in onze ziel leren luisteren naar Christus. Hij spreekt
tot ons op veel manieren en in veel omstandigheden.
Op zekere dag was Jezus in het huis van een farizeeër die Simon heette. Jezus zei hem: Simon, Ik heb u
iets te zeggen.22
Jezus heeft ons altijd
iets te zeggen, ieder van ons individueel. Om Hem te horen moeten wij een hart
hebben dat weet te luisteren, een hart dat aandachtig is voor de dingen van
God. Hij is de Leermeester van alle tijden. Hij is de Meester van gisteren en
de Meester van morgen: Hij is dezelfde gisteren, vandaag en tot in
eeuwigheid.23 En
Hij richt zich tot iedere mens afzonderlijk, tot iedere mens die Hem wil horen.
Iedereen die oprecht richting wil geven aan zijn leven, zal Hem vinden: De Heer
weigert zijn genade niet aan wie Hem werkelijk zoekt.
Toen Salomon, die God
beminde, nog een jongeman was, verscheen God hem gedurende de nacht in een
droom en zei hem: Wat wilt ge, dat Ik u geef? En Salomon vroeg geen
rijkdom, geen macht, geen lang leven... maar wijsheid om het volk van God te
besturen. Dat was de Heer zeer welgevallig en Hij verleende hem een wijs en
schrander hart, een hart vol wijsheid en inzicht.24
Het eerste wat wij moeten
vragen is ook een hart vol wijsheid en inzicht, een hart dat open staat voor de
ingevingen van de Heilige Geest, een hart dat de taal van God verstaat waarmee
het Leergezag van de Kerk tot ons spreekt. Deze leer die ons in alle duidelijkheid
overgeleverd wordt door de paus en door de bisschoppen in vereniging met hem,
vraagt om een praktisch antwoord. Het is goed nu in onze overweging nog eens
door te nemen hoeveel moeite en middelen wij aanwenden om de leer van het
leergezag goed te kennen. En deze niet alleen te kennen, maar ook persoonlijk
te beleven en uit te dragen onder katholieken en onder alle mensen van goede
wil. De Meester, Jezus, spreekt in deze leer.
En ook in een andere orde der
dingen dienen wij de taal van God te begrijpen
die tot ons spreekt door de gebeurlijkheden
en de mensen om ons heen. Meer in het bijzonder door de suggesties
die ons bereiken middels de geestelijke leiding. Vragen wij de heilige maagd Maria voor ons een aandachtig
oor voor de stem van God, die nu tot ons spreekt, als twintig eeuwen geleden,
waarbij Hij soms de stem van anderen gebruikt.
-1. Lc 2,46.
-2. Lc 2,47. -3. Mc 1,22. -4. Vgl. Mt 21,11. -5. Joh
13,13. -6. Mt 9,7. -7. Mt 4,23 e.v. -8. Mc 3,9. -9. Mt
21,23. -10. Joh 4,5 e.v. -11. Joh 21,25. -12. Joh 6,68.
-13. Mt 23,10. -14. Vgl. Hnd 13,1; 1 Kor 12,28-29. -15.
Vgl. Ef 4,11. -16. Vgl. Hnd 10,39. -17. Mt 11,25. -18. Joh
2,24. -19. H. Jozefmaria Escrivá,
Als Christus nu langs komt, 93. -20. Idem,
De Weg, 2. -21. Vaticanum ii,
Dei Verbum, 21. -22. Lc 7,40. -23. Heb 13,8. -24. 1 Kon
3,4 e.v.
|