De Boog
... voor eenheid in geloof en leven

ZOEK   EEN BOEK  
 
e-mailadres: 
Klant:   
Registreer Klantnummer vergeten?
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escriva
Spreken met God
Over Jozefmaria Escriva
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie Atrium
Theologie andere boeken
DVD
Navarre bible NT
Navarre bible OT

Edward Poppe
De tot nu toe beste bloemlezing van de zalig verklaarde Belgische priester Edward Poppe. Meer ...

Home >  Jezus sterft aan het kruis

Goede Vrijdag
Het lijden van onze Heer

45. JEZUS STERFT AAN HET KRUIS

-Calvarië. Jezus vraagt vergiffenis voor wie Hem mishandelen en kruisigen. -Christus aan het kruis volbrengt het werk van onze Verlossing. -Jezus geeft ons zijn Moeder, nu ook onze Moeder. De vruchten van het kruis. De goede moordenaar.

45.1 Jezus wordt aan het kruis genageld. En de liturgie zingt: Dulce lignum, dulces clavos, dulce pondus sustinet, Lieflijk hout, welk een volkomen lieve last hangt in uw loof...1 Het hele leven van Jezus was gericht op dit hoogtepunt. Het is Hem, hijgend en uitgeput, nauwelijks gelukt de top van die kleine heuvel te bereiken die 'schedelplaats' heet, Calvarië. Ze hebben Hem daarna op de grond uitgestrekt en beginnen Hem aan de balken vast te spijkeren. Eerst drijven ze de punten door zijn handen, dwars door zenuwen en spieren.

Hij wordt overeind gehesen tot Hij rechtop blijft hangen aan de verticale balk die in de grond is vastgezet. Vervolgens spijkeren ze zijn voeten vast. Maria, zijn Moeder, moet dit hele tafereel aanschouwen...

«Hierop wachtte Hij jarenlang, en op die dag zou zijn verlangen de mensen te verlossen in vervulling gaan [...]. Wat, tot aan Hem, een werktuig van eerloosheid en schande was geweest, werd veranderd in een levensboom, een trap naar de glorie. Een diepe vreugde vervulde Hem bij het uitstrekken van zijn armen op het kruis, om meer dan iets anders te laten zien, dat Hij zo altijd zijn armen zou houden voor de zondaars die naar Hem toe zouden komen: wijd open [...]. Hij zag, wat Hem met vreugde vervulde, hoe het kruis bemind en aanbeden zou worden, omdat Hij eraan ging sterven. Hij zag de martelaren die, uit liefde tot Hem en ter verdediging van de waarheid, een dergelijke marteldood zouden ondergaan. Hij zag de liefde van zijn vrienden, Hij zag hun tranen voor het kruis. Hij zag de triomf en de overwinning die de gelovigen zouden behalen met het wapen van het kruis. Hij zag de grote wonderen die met het teken van het kruis over de hele wereld gedaan zouden worden. Hij zag die vele mensen die, met hun leven, heilig zouden worden, omdat ze zouden weten te sterven zoals Hij en de zonde zouden overwinnen.»2 Hij dacht hoe vaak wij naar een kruis zouden gaan om het te kussen; ons opnieuw beginnen in zoveel gevallen...

Jezus is aan het kruis omhoog geheven. Rondom Hem heerst een sfeer van totale ellende. Er komen mensen langs die Hem beledigingen toeroepen. Vooral de hogepriesters beschimpen Hem op bijtende toon en kwetsende wijze. Anderen volgen onverschillig de loop der gebeurenissen. Velen hebben Hem zijn verlossende leer horen preken, zien zegenen en wonderen zien verrichten. In de ogen van Jezus is geen verwijt te lezen, slechts liefdevol mededogen. Ze gaven Hem met mirre gekruide wijn. Geef sterke drank aan hem die te gronde gaat, wijn aan hem die bedroefd van hart is: laat hem, al drinkend, zijn armoede vergeten en zijn ellende niet meer gedachtig zijn.3 Dit soort menselijke gebaren tegenover ter dood veroordeelden waren een gewoonte. De drank -een sterke wijn met een beetje mirre- maakte slaperig en verlichtte het verschrikkelijke lijden.

De Heer proefde ervan uit dankbaarheid, maar wilde er niet van nemen, om de kelk der smarten geheel leeg te drinken. Waarom zoveel pijnen? De heilige Augustinus vraagt zich dat af en geeft als antwoord: «Alle pijnen die Hij moest ondergaan, zijn de prijs om ons vrij te kopen.»4 Een béétje lijden is niet genoeg voor Hem. Hij wil de kelk tot op de bodem ledigen, opdat wij het grootse van zijn liefde en de laagheid van de zonde zouden leren kennen. Opdat wij edelmoedig zouden worden in de overgave, in de versterving, in het dienen van de anderen.

45.2 De kruisiging was de wreedste en schandelijkste executie die men in de Oudheid kende. Een Romeins burger kon niet gekruisigd worden. De dood kwam pas na een lange doodsstrijd. Soms versnelden de beulen het einde van de gekruisigde door zijn botten te breken. Vanaf de tijd der apostelen tot in onze dagen zijn er mensen die weigeren aan te nemen dat er een God bestaat die mens wordt en aan het kruishout sterft om ons te redden. Het drama van het kruis is nog altijd voor de joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid.5 Altijd en ook nu heeft de neiging bestaan de betekenis van het kruis te ontkrachten.

De intieme vereniging van elke christen met zijn Heer vergt een volledige kennis van zijn leven en ook van het hoofdstuk over het kruis. Daar is onze verlossing voltrokken, daar ligt de betekenis van het lijden in de wereld, daar leren we iets over de slechtheid van de zonde en de liefde van God voor iedere mens. Voor een kruisbeeld kunnen we niet onverschillig blijven.

«Jezus is reeds aan het hout genageld. De beulen hebben meedogenloos het vonnis uitgevoerd. De Heer heeft hen laten begaan, met eindeloze zachtmoedigheid. Heel die marteling was niet nodig geweest. Jezus had al die kwellingen kunnen vermijden, al die vernederingen, al die mishandelingen, die onrechtvaardige rechtszitting, en de schande van het Kruis, en de spijkers, en de lans... Maar Hij heeft toch dit alles willen lijden voor jou en voor mij. En wij, kunnen wij daar niet iets tegenover zetten? Het is zeer wel mogelijk dat je wel eens tranen in je ogen krijgt, wanneer je alleen bent met een kruisbeeld... Probeer dan niet je te beheersen... Maar zorg ervoor dat je tranen uitmonden in een voornemen.»6 

45.3 De vruchten van het Kruis hebben niet lang op zich laten wachten. Een van de twee misdadigers richt zich, nadat hij ingezien heeft dat hij een zondaar is, tot Jezus: Heer, denk aan mij wanneer Gij in uw koninkrijk gekomen bent. Hij sprak tot Hem met het vertrouwen dat de weg vrijmaakte voor zijn smeekbede. Hij had vast en zeker al eerder over Christus, diens leven en diens wonderen horen spreken. Nu is hij bij Hem op de ogenblikken waarin zijn godheid het meest verscholen lijkt. Maar hij heeft Hem ook gadegeslagen bij hun tocht naar Calvarië: zijn zwijgen dat indruk maakte, zijn blikken vol mededogen met de mensen, zijn grote majesteit te midden van zoveel vermoeidheid en zoveel pijnen. De woorden die hij nu uitspreekt komen niet zomaar uit het niets: zij geven het resultaat weer van een proces dat in zijn binnenste begon op het moment waarop hij zich verenigde met Jezus. Om je te bekeren tot een leerling van Christus is er geen enkel wonder nodig. Het is voldoende het lijden van de Heer van nabij te beschouwen. Heel veel anderen hebben zich bekeerd door de gebeurtenissen uit de passieverhalen, die de evangelisten bewaard hebben, te overwegen.

De Heer is geroerd bij het horen van deze woorden. Te midden van zoveel beledigingen hoort Hij deze stem die Hem belijdt als God. Dat moest een grote vreugde in zijn hart voortbrengen, na zoveel lijden. En Jezus sprak tot hem: 'Voorwaar, Ik zeg u: Vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs'.7 

De werkzaamheid van het lijden van de Heer kent geen einde. Het is er om de wereld te vervullen van vrede, genade, vergiffenis, geluk voor de zielen, heil. Die Verlossing die Christus ooit verwezenlijkt heeft, wordt op iedere mens toegepast die daar in vrijheid aan meewerkt. Ieder van ons kan naar waarheid zeggen: de Zoon van God heeft mij lief en heeft zich overgeleverd voor mij.8 Niet voor 'ons', op een soort algemene manier, maar voor mij, alsof het voor mij alleen geschiedde. De reddende Verlossing van Christus vindt elke keer opnieuw plaats, als op het altaar de heilige Mis wordt opgedragen.9 

«Jezus Christus wil zich uit liefde onderwerpen, bij volle bewustzijn, in volledige vrijheid, met gevoelig hart [...]. Er is nooit iemand gestorven als Christus, want Hij was het leven zelf. Nooit is de zonde zo uitgeboet als door Hem, want Hij was de zuiverheid zelf.»10 Wij ontvangen nu de overvloedige vruchten van die liefde van Jezus aan het kruis. Alleen ons 'niet willen' kan het lijden van Christus voor ons tenietdoen.

Vlak naast Christus staat zijn Moeder, met andere vrouwen. Ook Johannes is daar, de jongste van de apostelen. Toen Jezus zijn Moeder zag en naast haar de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn Moeder: 'Vrouw, ziedaar uw zoon'. Vervolgens zei Hij tot de leerling: 'Ziedaar uw moeder'. En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis.11 Nadat Hij bij het Laatste Avondmaal zichzelf gegeven heeft, geeft Jezus ons nu wie Hij op aarde het meest liefheeft, het kostbaarste dat Hij achterlaat. Ze hebben Hem alles afgenomen. En Hij geeft ons Maria tot Moeder.

Dat gebaar heeft een dubbele betekenis. Enerzijds bekommert Hij zich om de allerheiligste Maagd en voert daarmee in alle getrouwheid het vierde van de Tien Geboden uit. Anderzijds verklaart Hij, dat Maria onze Moeder is. «Zo is ook de heilige Maagd op de pelgrimstocht van het geloof voortgegaan en de vereniging met haar Zoon heeft zij standvastig volgehouden tot onder het Kruis. Daar stond zij niet zonder Gods beschikking (vgl. Joh 19,25), daar heeft zij smartelijk met haar Eniggeborene meegeleden en zich met haar moederhart bij zijn offer aangesloten, liefdevol toestemmend in de slachting van het offerlam dat uit haar was geboren. Ten slotte werd zij door dezelfde Christus Jezus, stervend op het Kruis, als moeder aan de leerling gegeven met deze woorden: Vrouw, ziedaar uw zoon (vgl. Joh 19,26-27).»12 

«Het hemellicht dooft, en de aarde is in duisternis gehuld. Het is rond drie uur wanneer Jezus uitroept: Eli, Eli, lema sabaktani? Dat wil zeggen: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? (Mt 27,46). Hierna, in het besef dat alles zijn voltooiing nadert, zegt Hij, opdat de Schrift in vervulling zal gaan: Ik heb dorst (Joh 19,28). De soldaten dompelen een spons in azijn, bevestigen deze aan een hysopstengel en brengen hem aan zijn mond. Jezus proeft van de azijn en roept uit: Alles is volbracht (Joh 19,30). -Het voorhangsel van de tempel scheurt middendoor, de aarde beeft, wanneer de Heer met luider stem uitroept: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest (Lc 23,46). -En Hij sterft.-Bemin het offer, dat een bron is van innerlijk leven. Bemin het Kruis, dat het altaar is van het offer. Bemin het lijden totdat je zoals Christus de kelk tot op de bodem toe kunt drinken.»13 

Met Maria, onze Moeder, zal het ons makkelijk afgaan en daarom zingen we bij de kruisweg: «Geef, o Moeder, bron van liefde, dat ik lijd wat u doorgriefde, geef mij dat ik met u klaag. Ach, ontvlam mijn hart en zinnen, dat ook ik mijn God mag minnen...»14

-1. Liturgie van Goede Vrijdag, antifoon van de hymne bij de kruisverering Crux fidelis. -2. Luis de la Palma, La Pasión del Señor, Madrid 1977, bl. 168-169. -3. Spr 31,6-7. -4. H. Augustinus, Commentaar bij Psalm 21, 11,8. -5. Vgl. 1 Kor 1,23. -6. H. Jozefmaria Escrivá, De Kruisweg, elfde statie, 1. -7. Lc 23,43. -8. Vgl. Gal 2,20. -9. Vgl. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen Gentium, n. 3; en Gebed over de gaven van de tweede zondag door het jaar. -10. R. Guardini, De Heer. -11. Joh 19,26-27. -12. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et Spes, 58. -13. H. Jozefmaria Escrivá, De Kruisweg, twaalfde statie. -14. Hymne Stabat Mater, sequentia uit de Mis van de Gedachtenis van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten.





Nieuwsbrief & e-Book

naam:
e-mail adres:
Meer info ...

Betaal Informatie

iDeal

Klanten service

Bestellen
Per e-mail
Tel. 020 416 00 99

Adres

Bezoek- en verkoopadres:
Stichting Leesgoed, Keizersgracht 218-B, Amsterdam
Dinsdag t/m donderdag van 10:30 tot 13:15 uur.
Zondag van 12:15 tot 13:15 uur