|
Goede Vrijdag
Het lijden van onze Heer
45. JEZUS STERFT AAN HET KRUIS
-Calvarië. Jezus vraagt vergiffenis voor wie Hem mishandelen
en kruisigen. -Christus aan het kruis volbrengt het werk van onze Verlossing.
-Jezus geeft ons zijn Moeder, nu ook onze Moeder. De vruchten van het kruis. De
goede moordenaar.
45.1 Jezus wordt aan het
kruis genageld. En de liturgie zingt: Dulce lignum, dulces clavos, dulce
pondus sustinet, Lieflijk hout, welk een volkomen lieve last hangt in uw loof...1 Het hele leven
van Jezus was gericht op dit hoogtepunt. Het is Hem, hijgend en uitgeput,
nauwelijks gelukt de top van die kleine heuvel te bereiken die 'schedelplaats'
heet, Calvarië. Ze hebben Hem daarna op de grond uitgestrekt en beginnen Hem
aan de balken vast te spijkeren. Eerst drijven ze de punten door zijn handen,
dwars door zenuwen en spieren.
Hij wordt overeind gehesen tot Hij rechtop blijft hangen aan
de verticale balk die in de grond is vastgezet. Vervolgens spijkeren ze zijn
voeten vast. Maria, zijn Moeder, moet dit hele tafereel aanschouwen...
«Hierop wachtte Hij jarenlang, en op die dag zou zijn
verlangen de mensen te verlossen in vervulling gaan [...]. Wat, tot aan Hem, een
werktuig van eerloosheid en schande was geweest, werd veranderd in een levensboom,
een trap naar de glorie. Een diepe vreugde vervulde Hem bij het uitstrekken van
zijn armen op het kruis, om meer dan iets anders te laten zien, dat Hij zo
altijd zijn armen zou houden voor de zondaars die naar Hem toe zouden komen:
wijd open [...]. Hij zag, wat Hem met vreugde vervulde, hoe het kruis bemind en
aanbeden zou worden, omdat Hij eraan ging sterven. Hij zag de martelaren die,
uit liefde tot Hem en ter verdediging van de waarheid, een dergelijke
marteldood zouden ondergaan. Hij zag de liefde van zijn vrienden, Hij zag hun
tranen voor het kruis. Hij zag de triomf en de overwinning die de gelovigen
zouden behalen met het wapen van het kruis. Hij zag de grote wonderen die met
het teken van het kruis over de hele wereld gedaan zouden worden. Hij zag die
vele mensen die, met hun leven, heilig zouden worden, omdat ze zouden weten te
sterven zoals Hij en de zonde zouden overwinnen.»2 Hij dacht hoe vaak wij naar een kruis
zouden gaan om het te kussen; ons opnieuw beginnen in zoveel gevallen...
Jezus is aan het kruis omhoog geheven. Rondom Hem heerst een
sfeer van totale ellende. Er komen mensen langs die Hem beledigingen toeroepen.
Vooral de hogepriesters beschimpen Hem op bijtende toon en kwetsende wijze.
Anderen volgen onverschillig de loop der gebeurenissen. Velen hebben Hem zijn
verlossende leer horen preken, zien zegenen en wonderen zien verrichten. In de
ogen van Jezus is geen verwijt te lezen, slechts liefdevol mededogen. Ze gaven
Hem met mirre gekruide wijn. Geef sterke drank aan hem die te gronde gaat,
wijn aan hem die bedroefd van hart is: laat hem, al drinkend, zijn armoede
vergeten en zijn ellende niet meer gedachtig zijn.3 Dit soort menselijke gebaren
tegenover ter dood veroordeelden waren een gewoonte. De drank -een sterke wijn
met een beetje mirre- maakte slaperig en verlichtte het verschrikkelijke
lijden.
De Heer proefde ervan uit dankbaarheid, maar wilde er niet
van nemen, om de kelk der smarten geheel leeg te drinken. Waarom zoveel pijnen?
De heilige Augustinus vraagt zich dat af en geeft als antwoord: «Alle pijnen
die Hij moest ondergaan, zijn de prijs om ons vrij te kopen.»4 Een béétje lijden
is niet genoeg voor Hem. Hij wil de kelk tot op de bodem ledigen, opdat wij het
grootse van zijn liefde en de laagheid van de zonde zouden leren kennen. Opdat
wij edelmoedig zouden worden in de overgave, in de versterving, in het dienen
van de anderen.
Om de overige delen van deze meditatie te lezen, moet u zijn ingelogd of zich registreren.
|