Hemelvaart
40. JEZUS WACHT OP ONS IN DE HEMEL
-Christus' glorierijke verheerlijking krijgt zijn hoogtepunt
in de Hemelvaart. -Zijn Hemelvaart sterkt en voedt ons verlangen naar de hemel.
De hoop naar de hemel bevorderen. -De Hemelvaart en de apostolische opdracht
van de christenen.
40.1 Volgens het
evangelie van Lucas was het laatste gebaar dat Jezus hier op aarde maakte dat
van een zegening.1 De
elf leerlingen nu begaven zich naar Galilea, naar de berg die Jezus hun
aangewezen had. Toen zij Hem zagen, wierpen ze zich in aanbidding neer.2 Nu voelden zij
zich gesterkt in datgene wat ze al enige tijd voelden in hun hart en met hun
lippen hadden beleden: dat hun meester de Messias zelf was.3 Zij waren verrukt
en vol van blijdschap, omdat hun Heer en God zo nabij was. Na veertig dagen in
zijn gezelschap te hebben verkeerd, waren ze klaar om getuigen te zijn van wat
ze gehoord en gezien hadden. De Heilige Geest zou hen bevestigen in de leer van
Jezus en zou hen naar de gehele waarheid leiden.
De Meester sprak zijn leerlingen aan zoals alleen God dit kan
doen: Jezus trad nader en sprak tot hen: Mij is alle macht gegeven in de
hemel en op aarde.4 Jezus bevestigde het geloof van degenen die Hem aanbaden
en leerde dat de kracht die zij zouden ontvangen, afkomstig zou zijn van zijn
eigen goddelijke macht. Het vermogen om zonden te vergeven en om door de doop
mensen tot wedergeboorte te brengen, is de macht van Christus zelf, gegeven aan
zijn Kerk. De opdracht van de Kerk is: door te gaan met Christus' werk; de
geloofswaarheden en de eisen die deze waarheden met zich meebrengen aan de
mensen te leren; te helpen in het navolgen van Christus door de genade van de
sacramenten.
Hij gaf hun ten antwoord... 'Maar gij zult kracht ontvangen
van de Heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in
geheel Judea en Samaria en tot het uiteinde der aarde'. Na deze woorden werd
Hij ten aanschouwen van hen omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.5 Zo beschrijft de
heilige Lucas ons de Hemelvaart in de Handelingen van de apostelen.
Hij onttrok zich langzaam aan hun ogen. De apostelen bleven
nog een lange tijd staan, omhoogkijkend naar Jezus majesteitelijke hemelvaart, tot
een wolk Hem onttrok aan hun ogen. Het was de wolk die de aanwezigheid van
God aangeeft.6 Of
met woorden van Johannes Chrysostomus : Het was een teken dat Jezus de
hemel was binnen gegaan.7
Jezus' leven op aarde werd niet besloten met zijn dood aan het kruishout, maar met zijn opstijgen ten
hemel. Dit is het laatste van de geheimen van zijn leven hier op aarde.
Het is een verlossend mysterie dat samen met zijn lijden, dood en verrijzenis
het paasmysterie vormt. Het was passend dat
degenen, die Christus te midden van beledigingen, beschimpingen en bespottingen zagen sterven aan het
kruis, nu getuigen waren van zijn verheffing. Zij zagen het woord, dat
de Heer eens had gesproken, vervuld worden: Ik stijg op naar mijn Vader en
uw Vader, naar mijn God en uw God.8 En elders: Ik blijf niet langer in de wereld,
zij echter blijven in de wereld, terwijl Ik naar U toe kom.9
Wij overdenken de Hemelvaart van onze Heer in het tweede
glorievolle geheim van de rozenkrans. Met de woorden van de stichter van het
Opus Dei: «Jezus is weer bij de Vader. -Twee engelen in witte gewaden komen
naderbij en zeggen ons: Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te
staren? (Hnd 1,11).
»Petrus en de anderen keren terug naar Jeruzalem cum
gaudio magno - met grote blijdschap (Lc 24,52). Het is rechtvaardig dat
Christus' Heilige Mensheid nu hulde, lof en aanbidding ontvangt van alle
Engelenkoren en van alle legioenen der gelukzaligen in de Hemel.»10
40.2 In een homilie ter gedachtenis van de
huidige plechtigheid, zegt de heilige Leo de Grote: «Niet alleen zijn wij
vandaag in het bezit gekomen van het paradijs, maar met Christus zijn we ook
ten hemel gerezen, op mystieke wijze maar toch waar, naar de hoogste hemelen.
En door Christus hebben wij een genade verkregen, groter dan degene die we
verloren hadden.»11
De hemelvaart sterkt en voedt onze hoop om de hemel te
verkrijgen. Ze nodigt ons uit om onze harten te verheffen, zoals in de aanvang
van de prefatie van elke Mis staat. En om de dingen van hierboven te zoeken.
Onze hoop is erg groot, want Christus zelf is ons voorgegaan om een plaats voor
ons te bereiden.12
Jezus is met zijn verheerlijkt Lichaam in de hemel, met de
tekens van zijn verlossingsoffer13 en met de sporen van zijn lijden, die Tomas kon zien en
voelen, en die ons redding hebben gebracht. Christus' heilige mensheid heeft
zijn vanzelfsprekende plaats in de hemel al bereikt. Hij die zijn leven voor
ons gaf, wacht daar op ons. «Laat ons nu reeds leven als burgers van de
hemel (Fil 3,20), terwijl we nog volledig leven als burgers van de wereld,
te midden van alle moeilijkheden, onrechtvaardigheden en onbegrip, maar ook te
midden van de vreugde en de sereniteit die voortkomen uit de wetenschap dat wij
beminde kinderen van God zijn. [...]
»Indien, ondanks alles, Jezus' hemelvaart in ons hart een
bittere nasmaak van droefenis achterlaat, laten wij dan tot zijn Moeder gaan,
juist zoals de apostelen deden. Toen keerden zij naar Jeruzalem terug... Zij
bleven eensgezind volharden in het gebed... met Maria, de Moeder van Jezus».14
De hemelse hoop vult onze dag met blijdschap. Wij volgen de
apostelen na, die, met de woorden van de heilige Leo de Grote, «zóveel voordeel
hadden van de Hemelvaart van onze Heer, dat alles wat hun eerder angst bezorgd
had, nu vreugde veroorzaakte. Vanaf dat moment waren hun zielen gericht op het
mediteren over de Godheid, gezeten aan de rechterhand van de Vader: Het zien
van zijn Lichaam vormde geen beletsel voor hun geloof, verlicht als hun denken
was; Christus was niet gescheiden van zijn Vader, toen Hij neerdaalde en Hij
werd niet gescheiden van zijn leerlingen, toen Hij opsteeg.»15
40.3 Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart
gespannen nakeken, stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen, die
zeiden: Mannen van Galilea, wat staat ge naar de hemel te kijken? Deze Jezus
die van u is weggenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkeren als gij
Hem naar de hemel hebt zien gaan.16
«Evenals de apostelen zijn ook wij verbaasd en bedroefd
tegelijk, als wij zien dat Hij ons achterlaat. Het is waarachtig niet
gemakkelijk gewend te raken aan de fysieke afwezigheid van Jezus. Het ontroert
mij als ik eraan denk dat Hij, als duidelijk bewijs van zijn liefde wel
heengegaan en toch bij ons gebleven is. Hij is naar de hemel gegaan en Hij schenkt
zichzelf als voedsel aan ons in de heilige Hostie. Maar niettemin missen wij
zijn menselijk woord, zijn manier van doen, van kijken, van glimlachen, van
weldoen. Wij zouden Hem wel van nabij willen aankijken, als Hij vermoeid van de
ingespannen tocht naast de waterput gaat
zitten (vgl. Joh 4,6), als Hij weent om Lazarus (vgl. Joh 11,35), als Hij
langdurig bidt (vgl. Lc 6,12), als Hij zijn
medelijden betuigt met de schare (vgl. Mt 15,32, Mc 8,2).
»Het heeft mij altijd logisch geleken en met vreugde vervuld,
dat de allerheiligste Mensheid van Christus tot de glorie van de Vader is
opgestegen, maar ik geloof ook dat die bepaalde droefheid, die eigen is aan
Hemelvaartsdag, een bewijs is van de liefde die wij voor Jezus onze Heer
gevoelen. Hoewel Hij volmaakt God was, werd Hij mens, volkomen mens, vlees van
ons vlees en bloed van ons bloed. En Hij maakt zich schijnbaar van ons los om
ten Hemel op te stijgen. Hoe zouden wij Hem niet missen?»17
De engelen zeiden tot de apostelen dat het nu tijd was om met
hun onmetelijk grote opdracht te beginnen, dat er geen seconde verspild mocht
worden. Met Hemelvaart eindigt Christus' aardse missie en de onze, als zijn
leerlingen, begint. Het is goed dat wij vandaag in ons gebed de woorden horen,
waarmee Jezus voor ons pleit bij zijn Vader: Ik bid niet, dat Gij hen uit de
wereld wegneemt18,
niet weg van onze plaats in de maatschappij, niet weg van onze baan of ons
gezin, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad. Jezus wenst dat wij
allen op onze plaats blijven, de wereld heiligend van binnenuit, om haar zo te
verbeteren en haar God aan te bieden. Alleen zo zal de wereld een plaats
worden, waar de menselijke waardigheid hoog wordt aangeslagen en gerespecteerd,
een plaats waar de mens in vrede leeft, in ware vrede, de vrede die zo nauw met
de vereniging met God verbonden is.
«Het feest van vandaag herinnert ons eraan dat de ijver voor
de zielen een dringende oproep is van de Heer tot liefde. Hij zond ons bij zijn
Hemelvaart uit om zijn getuigen te zijn voor geheel de wereld. Groot is onze
verantwoordelijkheid, want getuigen van Christus te zijn, betekent allereerst
dat wij ons overeenkomstig zijn leer gedragen, opdat ons gedrag een
afspiegeling is van dat van Jezus, waardoor zijn beminnelijke gestalte bij de
mensen opnieuw tot leven komt.»19
Degenen met wie wij leven, werken en in contact komen, moeten
ons loyaal, oprecht, blij en vol ijver vinden. Wij behoren ons te gedragen als
mensen, die hun taken op een eerlijke wijze vervullen en die, in de voor- en
tegenspoed van elke dag, leven als kinderen van God. De gewone omgangsvormen
(hoe wij anderen groeten, een hartelijk woord, kleine diensten enz.), die voor
velen slechts uiterlijk en conventioneel zijn, moeten uit ons voortkomen door
de liefde en een uiting zijn van onze oprechte interesse voor de ander.
Jezus gaat van ons heen maar blijft dichtbij. Op bijzondere
wijze vinden we Hem in het tabernakel; misschien is er een kerk in de buurt van
ons huis of bij de plek waar wij werken. Nemen wij onze toevlucht daar tot Hem,
zelfs al is het slechts in gedachten met ons hart, en vragen wij Hem om ons te
helpen met ons apostolaat. Zeggen wij Hem dat Hij op ons kan rekenen om in alle
milieus zijn leer te verspreiden.
De apostelen gingen terug naar Jeruzalem samen met Maria. In
haar gezelschap wachtten zij op de komst van de Heilige Geest. Laten wij ons
ook voorbereiden op het komende
Pinksterfeest en dicht bij Onze Lieve Vrouw blijven.
-1. Vgl. Lc 24,51. -2. Mt 28,17. -3. Vgl. Mt
16,18. -4. Mt 28,18. -5. Eerste lezing van de Mis, Hnd 1,7-8.
-6. Vgl. Ex 13,22; Lc 9,34 en verder. -7. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over de Handelingen
van de Apostelen, 2. -8. Joh 20,17. -9. Joh 17,11. -10. H. Jozefmaria Escrivá, De Heilige
Rozenkrans, Tweede glorievolle geheim. -11. H. Leo de Grote, Homilie I over Hemelvaart. -12. Vgl. Joh
14,2. -13. Vgl. Apok 5,6. -14. H.
Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 126. -15. H. Leo de Grote, Preek 74, 3.
-16. Hnd 1,11. -17. H. Jozefmaria
Escrivá, Als Christus nu langs komt, 117. -18. Joh 17,15.
-19. H. Jozefmaria Escrivá, Als
Christus nu langs komt, 122.
|