Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eerste zondag van de veertigdagentijd

5. JEZUS WORDT BEKOORD

-God laat toe, dat wij bekoord worden opdat wij groeien in deugd. -De bekoringen van Jezus. De duivel stelt ons op vergelijkbare wijze op de proef. -De Heer staat ons altijd bij. Wapens om te overwinnen.

5.1 «De vastentijd herdenkt de veertig dagen die Jezus in de woestijn doorbracht als voorbereiding op zijn openbaar leven, dat zijn hoogtepunt zou vinden in het kruis en in de glorie van Pasen. Veertig dagen van gebed en boete. Aan het einde ervan de bekoringen van Christus, die de liturgie ons vandaag ter overweging voorlegt (Vgl. Mt 4,1-11).

»Een geheimvolle gebeurtenis, die de mens vergeefs tracht te begrijpen -God die Zich aan de bekoring onderwerpt, die de boze zijn gang laat gaan-, maar die hij kan overwegen, de Heer vragend, de inhoud van de lering in te zien.»1 

Het is de eerste keer dat de duivel ten tonele verschijnt in Jezus' leven. In alle openheid. Hij stelt onze Heer op de proef. Misschien wil hij te weten komen of het uur van de Messias gekomen is. Jezus laat deze tussenkomst toe om ons een voorbeeld van nederigheid te geven en ons te leren hoe we de verleiding die we in ons leven zullen ondergaan, moeten overwinnen. «Zoals de Heer alles deed om ons te onderrichten -zegt de heilige Johannes Chrysostomus- zo liet Hij zich naar de wildernis voeren om daar in dat gevecht met de duivel te geraken. Hij deed dat om te laten zien, dat een gedoopte niet in verwarring hoeft te geraken, als hij na het doopsel nog steeds grotelijks in verleiding komt, alsof dat niet te verwachten was.»2 Als we niet bereid zijn de verlokkingen die we ondergaan het hoofd te bieden, zouden we de deur openzetten voor een grote vijand: ontmoediging en mistroostigheid.

Jezus wil ons door zijn voorbeeld leren dat niemand moet denken verstoken te zullen blijven van welk soort bekoring dan ook. Ronald Knox zegt hierover het volgende: «De bekoringen van de Heer zijn ook de verleidingen van ieder van zijn dienaren apart. Maar de maat waarmee ze gemeten moeten worden is natuurlijk anders. De duivel zal jou en mij nooit alle koninkrijken van de wereld aan de voeten leggen.

»Hij kent zijn markt. Als een goed koopman biedt hij precies zoveel aan als hij denkt dat de klant zal kopen. Naar mijn gevoel denkt hij, en waarschijnlijk terecht, dat sommigen van ons voor vijftienduizend gulden per jaar te krijgen zijn en een groot deel van ons voor minder. Hij is tegenover ons ook niet al te expliciet over zijn voorwaarden. Wij krijgen zijn aanbod in allerlei plausibele verpakkingen. Als hij echter de kans schoon ziet, zal hij niet aarzelen jou en mij duidelijk te maken hoe we kunnen krijgen wat we graag willen, als we maar ontrouw zouden wezen aan ons betere ik, en in niet weinig gevallen als we ontrouw zouden zijn aan ons katholieke geloof.»3 

De prefatie van de Mis van vandaag herinnert ons eraan dat de Heer ons met daden onderricht, dat we de verleiding moeten weerstaan en dat we voordeel moeten trekken uit de pogingen waarmee we belegerd worden. Hij «laat bekoringen toe om je op wonderbaarlijke wijze te zuiveren, je te heiligen, je meer onthecht te maken aan de aardse dingen, je te leiden naar waar Hij is, langs de weg die Hij wil dat je gaat, om je gelukkig te maken in een leven dat niet gladjes zal verlopen; en ook om je rijper, begripvoller, effectiever te maken in je apostolische werk en [...] op de allereerste plaats om je nederig te maken, heel nederig.»4 Zalig de mens die standhoudt in de bekoring -zegt de apostel Jakobus. Heeft hij de toets doorstaan, dan zal hij de zegekrans van het leven ontvangen, die God beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.5 

5.2 De duivel probeert ons te verleiden door met name voordeel te trekken uit de behoeften en zwakheden van de menselijke natuur.

Na veertig dagen en nachten vasten moet de Heer erg verzwakt zijn geweest. Hij heeft honger zoals iedere mens in dergelijke omstandigheden. Dat is het ogenblik dat de verleider kiest om te voorschijn te komen met het voorstel, dat Hij stenen die in het rond liggen, zal veranderen in het brood dat Hij nodig heeft en waar Hij naar verlangt.

Jezus «wijst niet alleen het voedsel af waar zijn lichaam naar verlangt, maar hij weerstaat ook een andere verleiding, de verleiding zijn goddelijke macht te gebruiken om, als we het zo mogen uitdrukken, een privé-probleem op te lossen. [...] Hoe groots is de Heer in zijn zelfvernedering en in het volledig aanvaarden van zijn menszijn. Hij maakt geen gebruik van zijn goddelijke macht om uit moeilijkheden te geraken of inspanningen te voorkomen. Laten we bidden dat Hij ons leert taai te zijn en graag te werken; dat Hij ons de goddelijke en menselijke adeldom, die ligt in het beleven van de gevolgen der zelfgave, op waarde leert schatten.»6 

Deze passage uit het evangelie leert ons ook uiterst waakzaam te zijn over onszelf en over degenen ten opzichte van wie we een bijzondere verplichting hebben hen te helpen op momenten van vermoeidheid en zwakte; waakzaam te zijn als we het een beetje moeilijk hebben. Op zulke momenten kan de duivel ons kwaadaardiger aanvallen zodat ons leven van Gods wil afgewend wordt en wij een ander pad gaan volgen.

In de tweede bekoring nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort en sprak tot Hem: Als Gij de Zoon van God zijt, werp U dan naar beneden, want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij omtrent U een bevel geven, dat zij U op de handen nemen, opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen. Jezus zei tot hem: Er staat ook geschreven: Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen.7

Het leek een heel kundige verleiding: als je weigert, zul je tonen dat je godsvertrouwen niet volledig is; als je de uitdaging aanneemt, dwing je God zijn engelen te zenden om jou te redden, tot jouw persoonlijk voordeel. De duivel wist niet, dat Jezus helemaal geen engel nodig gehad zou hebben.

De Heer zal een zelfde soort voorstel, met bijna letterlijk dezelfde tekst, horen aan het eind van zijn leven op aarde: Hij is toch koning van Israël! Laat Hem nu van het kruis afkomen, dan zullen we in Hem geloven.8 Christus weigert zinloze wonderen te doen, dat zou eenvoudigweg een kwestie van ijdelheid of pronkzucht zijn. Wij moeten er ook op letten soortgelijke verleidingen die in onze eigen omstandigheden opduiken, te weerstaan. De wens uit te blinken, kan veroorzaakt worden door de heiligste dingen. Het is goed te letten op valse argumenten die schijnen gebaseerd te zijn op de Bijbel en we moeten niet vragen -laat staan eisen- om bewijzen of buitengewone tekenen om te geloven. God wijst ons het pad van het geloof met voldoende genaden en getuigen in ons alledaagse leven.

In de laatste bekoring biedt de duivel Jezus alle roem en tijdelijke macht aan die een mens zich maar zou kunnen wensen. De duivel nam Hem mee naar een heel hoge berg vanwaar hij Hem alle koninkrijken der wereld toonde in hun heerlijkheid. En hij zei: Dat alles zal ik U geven, als Gij in aanbidding voor mij neervalt.9 Toen zond onze Heer de verleider voor eens en voor altijd weg.

De duivel belooft altijd meer dan hij kan geven. Geluk is al helemaal zijn geschenk niet. Elke verleiding draagt altijd in zich een treurige teleurstelling. De duivel gebruikt onze ambities om ons uit te proberen. De ergste ambitie van alle is waarschijnlijk het koste wat kost willen uitblinken, het stelselmatig, in alles wat we doen of zullen gaan doen, zoeken van onszelf. Ons eigen ik kan vaak de ergste van alle afgoden zijn.

Val ook niet in aanbidding neer voor stoffelijke dingen, maak er geen afgoden van die ons uiteindelijk tot slavernij brengen. Een stoffelijk ding is niet langer goed, als het komt tussen ons en God, of tussen ons en de medemens.

Voortdurend de wacht houden, een niet aflatende strijd, omdat we nog steeds de neiging hebben menselijke roem te zoeken, ondanks het feit dat we de Heer heel vaak gezegd hebben dat we zijn glorie zoeken. Jezus zegt ons: Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen. Dat is wat we willen en waar we om vragen; God te mogen dienen volgens de roeping die Hij ons bereid heeft.

5.3 God is altijd aan onze zijde, telkens als we in verleiding komen en Hij zegt ons: heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.10 En we stellen al ons vertrouwen op Hem omdat we weten dat we uit onszelf heel weinig kunnen uitrichten. Alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft.11 De Heer is mijn licht en mijn heil: wie zou ik dan vrezen?12 

Wij zijn in staat ons te wapenen tegen de bekoring door voortdurende versterving in ons werk; in de wijze waarop we de naastenliefde beoefenen, in het waken over onze uitwendige en innerlijke zintuigen. En naast versterving hebben we behoefte aan gebed. Waakt en bidt, dat gij niet in bekoring raakt.13 In dit waken ligt besloten het vermijden van de gelegenheid tot zondigen -hoe marginaal die ook moge lijken, want wie het gevaar bemint, komt erin om14- en het bezig zijn met gezin, werk en sociale verplichtingen.

Als we de verleiding echt willen overwinnen, moeten we telkens opnieuw de smeekbede uit het Onze Vader herhalen: en leid ons niet in bekoring; verleen ons de kracht oog in oog met de bekoring sterk te blijven. Omdat het de Heer zelf is die ons deze smeekbede in de mond geeft, moet het wel goed voor ons zijn deze voortdurend te herhalen.

«Wij strijden tegen de verleiding door er openhartig over te spreken met onze geestelijk leidsman; door het zo onder woorden te brengen is zij al bijna overwonnen.

»Wie zijn bekoringen aan zijn geestelijk leidsman openbaart, kan er zeker van zijn dat God zijn geestelijk leidsman de genade zal verlenen die hem de juiste leiding doet geven.»15 We kunnen op Gods genade rekenen om welke verleiding dan ook te overwinnen. «Maar vergeet niet, vriend, dat je in deze geestelijke strijd wapens nodig hebt. De volgende wapens moet je hebben: ononderbroken gebed; eerlijkheid en openheid met je geestelijk leidsman; de heilige eucharistie en het sacrament van de biecht; een ruime geest van christelijke boetvaardigheid die je ertoe brengt te vluchten van de gelegenheid tot zonde en het vermijden van ijdelheid; nederigheid van hart en een tedere en kinderlijke devotie tot Onze Lieve Vrouw, Troosteres der bedroefden, Toevlucht van de zondaars. Kom altijd vol vertrouwen naar Onze Lieve Vrouw en zeg haar: Moeder, al mijn hoop is op U gesteld.»16

-1. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 61. -2. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 13,1. -3. R.A. Knox, Pastoral Sermons. -4. S. Canals, Ascética meditada, 14e uitg., Madrid 1980, bl. 127. -5. Jak 1,12. -6. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 61. -7. Mt 4,5-7. -8. Mt 27,42. -9. Mt 4,8-9. -10. Joh 16,33. -11. Fil 4,13. -12. Ps 27(26),1. -13. Mt 26,41. -14. Sir 3,26. -15. B. Baur, Still mit Gott. -16. S. Canals, o.c., bl. 128.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012