Paaszaterdag
Het lijden van onze Heer
46. JEZUS WORDT IN HET GRAF
GELEGD
-De tekenen die volgen op de dood van Jezus. De lansstoot.
De kruisafneming. -Voorbereiding voor de begrafenis. De moed en de
edelmoedigheid van Nikodémus en Jozef van Arimatea. -De apostelen samen met de
maagd Maria.
46.1 Na drie uur
doodsstrijd is Jezus gestorven. De evangelisten vertellen dat de hemel
verduisterde zolang de Heer nog aan het kruis hing en dat er uitzonderlijke
gebeurtenissen plaatsvonden, aangezien het de Zoon van God was die gestorven
was. Het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot onder in tweeën1, wat betekende
dat met de dood van Jezus de eredienst van het
Oude Verbond niet meer van kracht was.2 De eredienst die God nu aangenaam is, is die van de Mensheid van Christus, die Priester en
Offer is.
De avond van de vrijdag begon te vallen. Het was nodig de
lichamen van de kruisen af te halen; ze konden daar op de sabbat niet blijven.
Vóór het licht van de eerste ster aan de hemel verscheen, moesten de lichamen
in een graf gelegd zijn. Het was de voorbereidingsdag van Pasen, zodat de
lichamen niet aan het kruis mochten blijven. Aangezien het voorbereidingsdag
was en de Joden niet wilden dat de lichamen op sabbat aan het kruis bleven -het
was bovendien een grote sabbat- vroegen zij aan Pilatus verlof de benen van de
gekruisigden te breken en hen weg te nemen.3 Deze zond een paar soldaten die de
misdadigers de benen braken, opdat ze sneller zouden sterven. Jezus was al
gestorven, maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans;
terstond kwam er bloed en water uit.4 Deze gebeurtenis is niet alleen een
historisch feit dat vermeld wordt door de heilige Johannes, maar heeft ook een
diepe betekenis. De heilige Augustinus en de christelijke traditie zien uit de
geopende zijde van Christus de Kerk geboren worden: «Daar opent zich de poort
naar het leven, dat is de bron waaruit de sacramenten van de Kerk vloeien.
Zonder die sacramenten kan niemand het echte leven binnengaan...»5 De Kerk «groeit
in deze wereld door de kracht van God op zichtbare wijze. Haar oorsprong en
groei worden aangeduid door het teken van het bloed en het water die vloeien
uit de geopende zijde van de gekruisigde Christus...»6 De dood van Christus betekent het
bovennatuurlijk leven, dat wij middels de Kerk ontvangen.
Deze wond, die reikte tot het hart en dit doorstak, is nog
een wond erbij die overvloeit van liefde. Het is een manier om te uiten wat met
woorden niet gezegd kan worden. Maria begrijpt het en lijdt, als
Medeverlosseres. Haar Zoon kan de wonde nu niet voelen, zij wel. Zo wordt de
profetie van Simeon ten volle vervuld: Uw eigen ziel zal door een zwaard
worden doorboord.7
Ze zullen Jezus wel met de grootste toewijding en eerbied van
het kruis afgenomen hebben en die hele last in de armen van zijn Moeder hebben
gelegd. Haar gezicht is sereen en vol majesteit. Laten we ook rustig en met
eerbied naar Jezus kijken, zoals de allerheiligste Maagd naar Hem keek. Hij
heeft ons niet alleen vrijgekocht van zonde en dood, Hij heeft ons ook geleerd
de wil van God te vervullen met voorrang op onze eigen plannen; onthecht van
alles te leven; te weten vergiffenis te schenken ook als degene die ons iets
aangedaan heeft daar geen spijt van heeft; apostel te zijn tot het moment van
sterven; te lijden zonder steriel gesteun; mensen lief te hebben, ook als ze de
oorzaak van ons lijden zijn... «Hinder het werk van de Trooster niet: verenig je
met Christus om je te zuiveren, en voel met Hem de beledigingen, en de
bespuwingen, en de slagen in het gezicht..., en de doornen, en de last van het
kruis..., en de ijzers die je vlees openhalen, en de angsten van een dood in
verlatenheid...
En ga binnen in de geopende zijde van onze Heer Jezus en je
zult een veilig toevluchtsoord vinden in zijn doorboorde Hart.»8 Daar zullen we
vrede vinden. De heilige Bonaventura zegt, als hij spreekt over dit op mystieke
wijze verblijven in de Wonden van Christus:
«Ach, hoe goed is het te toeven bij de
gekruisigde Christus. Ik zou me in Hem drie verblijven willen maken: een
in zijn voeten; een andere in zijn handen; en als derde een verblijfplaats voor
immer in zijn onschatbare zijde. Daar zou ik willen rusten en op adem komen,
slapen en bidden. Daar zou ik met zijn hart willen spreken, dan zal Hij me
alles geven wat ik vraag. O, beminnelijke wonden van mijn goedertieren Verlosser
[...]. Zij zijn mijn woning, haar spijzen zijn mijn leven.»9
Beschouwen we Jezus in alle rust en zeggen we Hem in de
intimiteit van ons hart: «O goede Jezus, verhoor mij. In uw wonden verberg mij.
Laat mij niet van u gescheiden worden. Tegen de boosaardige vijand verdedig
mij. In het uur van mijn dood roep mij. En laat mij tot U komen, om U met uw
heiligen te loven in de eeuwen der eeuwen.»10
46.2 Jozef van
Arimatea, een leerling van Jezus, een rijk man, met invloed in het Sanhedrin,
die in de anonimiteit bleef toen de Heer in heel Palestina toegejuicht werd,
gaat naar Pilatus om zich te belasten met de zorg voor het lichaam van
Christus. Hij durft het aan om «het grootste te vragen dat ooit gevraagd is:
het lichaam van Jezus, de Zoon van God, de
schat van de Kerk, haar rijkdom, haar leer en voorbeeld, haar raad, haar
Brood waarmee men zich moet voeden tot het eeuwig leven. Op dat ogenblik
vertegenwoordigde Jozef van Arimatea met zijn verzoek het verlangen van alle
mensen, van de hele Kerk, van ieder die Hem nodig heeft om het eeuwig leven te
verwerven.»11
Ook in die ogenblikken van verwarring, als alle apostelen
behalve Johannes gevlucht zijn, verschijnt er een andere leerling, met groot
maatschappelijk aanzien, die evenmin aanwezig was bij de triomfantelijke
gebeurtenissen. Nikodémus, die Hem vroeger 's nachts bezocht had, kwam ook
en bracht een mengsel van mirre en aloë mee, ongeveer honderd pond.12
Wat zal Maria dankbaar geweest zijn voor de hulp van deze
twee mannen: hun edelmoedigheid, hun moed, hun godsvrucht. Hoe dankbaar zijn
ook wij hun.
De kleine groep die zich, samen met Maria en de andere
vrouwen die het evangelie speciaal noemt, belast had met de graflegging van het
Lichaam van Jezus, had maar weinig tijd, want de avond begon al te vallen. Het
Lichaam werd met de grootst mogelijke vroomheid gewassen, gebalsemd -de
hoeveelheid welriekende oliën die Nikodémus meebracht, was niet gering: ongeveer
honderd pond- en in een nieuw lijnwaad gewikkeld, dat van Jozef van
Arimatea was.13 Daarna
legden zij Hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen en in het bezit van
deze Jozef was, maar nog voor geen enkel ander lichaam gediend had.14 Zij bedekten
zijn hoofd met een zweetdoek.15
Wat zijn wij jaloers op Jozef van Arimatea en op Nikodémus!
Wat zouden wij daar graag bij geweest zijn om met de grootst mogelijke
godsvrucht te zorgen voor het Lichaam van de Heer: «Ik zal met hen het kruis
beklimmen. Ik zal met het vuur van mijn liefde het koude Lichaam omarmen..., ik
zal Hem van de spijkers ontdoen met mijn eerherstel en verstervingen..., ik zal
Hem inwikkelen in het nieuwe lijnwaad van een zuiver leven, en ik zal Hem in de
levende rots van mijn hart begraven, waar niemand Hem mij zal kunnen ontroven,
en dáár, Heer, moge U rusten. -Al zou de hele wereld U verlaten en minachten..., serviam!,
ik zal U dienen, Heer!»16
We mogen geen dag vergeten, dat Jezus in onze tabernakels
verblijf houdt, levend!, maar even onbeschermd als aan het kruis, of zoals later in het graf. Christus heeft zichzelf
overgegeven aan zijn Kerk en aan iedere gelovige, opdat het vuur van onze liefde voor Hem zorgt en Hem zo goed mogelijk
bijstaat, en opdat ons zuiver leven Hem zal omsluiten
als dat lijnwaad van Jozef van Arimatea. Naast deze blijken van onze liefde
zijn we Hem echter andere verschuldigd, waarvoor we een deel van ons geld, onze
tijd, onze energie zullen moeten opofferen: Jozef van Arimatea en Nikodémus
waren niet zuinig in deze andere blijken van liefde.
46.3 Het Lichaam van
Jezus ligt in het graf. Er heerste duisternis. Maria was het enige brandende
licht op aarde. «De Moeder van de Heer -mijn Moeder- en de vrouwen die de
Meester vanuit Galilea zijn gevolgd, hebben alles aandachtig gadegeslagen en
gaan nu eveneens heen. De avond valt. -Thans is alles voorbij. Het werk van
onze Verlossing is voltooid. Wij zijn nu reeds kinderen van God, omdat Jezus
voor ons gestorven is en zijn dood ons heeft vrijgekocht. Empti enim estis
pretio magno! (1 Kor 6,20), jij en ik zijn voor een hoge prijs gekocht.
-Wij moeten van het leven en sterven van Christus ons eigen leven maken.
Sterven door middel van versterving en boete, opdat Christus in ons kan leven
door de Liefde. En dan de stappen van Christus volgen, met het grote verlangen
om alle zielen mede te verlossen. -Het leven voor de anderen geven. Slechts op
deze manier kunnen wij het leven van Jezus Christus navolgen en één worden met
Hem.»17
We weten niet waar de apostelen die avond waren toen het
Lichaam van Jezus in het graf werd gelegd. Zij liepen verloren rond, stuurloos
en verward, zonder vaste koers, vervuld van droefheid. Dat ze op zondagmorgen
weer bijeen zijn18,
komt doordat ze op zaterdag, of misschien vrijdagavond, hun toevlucht hebben
gezocht bij Maria. Met haar geloof, haar hoop en haar liefde beschermt zij de
zwakke en verschrikte Kerk die net geboren is. Ja, zo werd de Kerk geboren,
beschut door de mantel van onze Moeder. Vanaf het eerste begin was zij de
Troosteres van de bedroefden, van hen die in nood verkeren.
Die sabbat tijdens welke iedereen de voorgeschreven feestelijke
rustdag19 genoot,
was voor Onze Lieve Vrouw geen droeve dag: haar Zoon hoefde niet meer te
lijden. Zij wachtte in alle rust op het moment van de Verrijzenis. Om die reden
zal ze wel niet meegegaan zijn met de vrouwen om het dode Lichaam te balsemen.
Laten we altijd, maar in het bijzonder als we eens een keer
Christus verlaten hebben en merken dat we de koers kwijt en verloren zijn
doordat we het offer en het Kruis in de steek gelaten hebben, zoals de
apostelen, onmiddellijk onze toevlucht nemen tot dit voortdurend brandend licht
in ons leven, de allerheiligste maagd Maria. «Onze Lieve Vrouw is rust voor wie
werkt, troost voor wie weent, geneesmiddel voor wie ziek is, haven voor wie
door storm geteisterd wordt, vergiffenis voor wie zondigt, zoete verlichting
voor wie bedroefd is, hulp voor wie haar aanroept.»20 Laten we ons naast haar voorbereiden op
de onvoorstelbare vreugde van de Verrijzenis.
-1. Mt 27,51. -2. Vgl. Heb 9,1-14. -3. Joh
19,31. -4. Joh 19,34. -5. H.
Augustinus, In Ioannis Evangelium, 120,2. -6. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen
Gentium, 3. -7. Lc 2,35. -8. H.
Jozefmaria Escrivá, De Weg, 58. -9. H. Bonaventura, Gebed. -10. Romeins missaal,
oefening van dankzegging na de heilige Mis, Verzuchtingen tot de
allerheiligste Verlosser. -11. Luis
de la Palma, La Pasión del Señor, Madrid 1977, bl. 244. -12. Joh
19,39. -13. Vgl. Mc 15,46. -14. Vgl. Mt 27,60. -15. Vgl. Joh
20,7. -16. H. Jozefmaria Escrivá,
De Kruisweg, 14,1. -17. Ibidem, 14. -18. Vgl. Lc 24,9.
-19. Vgl. Lc 23,56. -20. H.
Johannes van Damascus, Preek over de Dormitio van de heilige maagd
Maria.
|