Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Negentiende week. Zaterdag

45. Jezus zegent de kinderen

-De liefde van Christus voor kinderen en voor hen die worden als kinderen. -Leven van kindschap en goddelijk kindschap. -Geestelijk kindschap en nederigheid.

45.1 Jezus hield bij voorkeur van de zieken, de noodlijdenden en kinderen. De evangelies getuigen hier herhaaldelijk van. Hij had een bijzondere voorliefde voor deze mensen omdat zij voortdurend hulp nodig hebben en ook omdat zij die kwaliteiten bezitten waarvan Jezus heeft gezegd dat ze onontbeerlijk zijn om zijn Koninkrijk binnen te gaan.

Er zijn in het evangelie twee gelegenheden waar Jezus de kinderen zegent en ze als voorbeeld stelt aan zijn leerlingen. De eerste had plaats in Kafarnaüm in Galilea terwijl de tweede gebeurtenis voorviel in Judea, waarschijnlijk in de buurt van Jericho, terwijl ze op weg waren naar Jeruzalem. Over deze tweede gebeurtenis lezen we in het evangelie van vandaag1: Toen werden er kinderen bij Hem gebracht. We kunnen er zeker van zijn dat ze door vrouwen gebracht werden -door hun moeders, hun grootmoeders of hun zusters. Zij waren het huis waar Jezus verbleef, binnengegaan; waarschijnlijk duwden zij hun kleintjes naar voren totdat ze vlak voor Jezus stonden, opdat Hij hun de handen zou opleggen en een gebed over hen uitspreken. Het lijkt erop dat dit de gebruikelijke manier van Jezus was om met kinderen om te gaan. Het kan zijn dat de onrust die dit met zich meebracht, de leerlingen wat had afgeleid van het luisteren naar de Meester. En zo kwam het dat de leerlingen de mensen bars afwezen. Maar de Heer kwam tussenbeide: Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet, want aan hen die zijn zoals zij behoort het Rijk der hemelen. En Hij legde hun de handen op en vertrok.

Met deze woorden leert Jezus ons in de eerste plaats dat de kinderen niet uitgesloten zijn van het Rijk der hemelen en daarom moeten we hen goed opvoeden in de kennis van Jezus. Het is uitermate belangrijk dat zij zo spoedig mogelijk gedoopt worden, zoals onze heilige Moeder de Kerk daar herhaaldelijk in ieder tijdperk op aandringt.2 «Dat deze wet zich niet slechts uitstrekt tot volwassenen maar ook tot kleuters en kinderen, en dat de Kerk deze ontvangen heeft door apostolische traditie, wordt bevestigd door eensgezind onderricht en gezag van de Kerkvaders. Trouwens, er wordt niet verondersteld dat de Heer Jezus Christus het sacrament en de genade van het doopsel onthouden zou hebben aan kinderen, van wie Hij zei: Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet...»3 Ouders hebben «de plicht er zorg voor te dragen dat hun kinderen binnen enkele weken na de geboorte gedoopt worden.»4

Door het doopsel ontvangen kinderen het leven van Christus. Zij worden zonen en dochters van God op een volstrekt nieuwe manier, waardoor zij ook erfgenamen van de Hemel worden. De Heer ziet met bijzondere genegenheid neer op de moeders die hun kind meteen laten dopen en die de moeite nemen hun kinderen de waarheden van het geloof bij te brengen, ongeacht de offers die hun dit kost.

De Heer toont ons in deze passage van het evangelie ook dat zijn Koninkrijk toebehoort aan hen die 'als kinderen' worden. Dat betekent dat we een zuiver hart en een zuivere ziel moeten hebben, dat we oprecht en ongecompliceerd, zonder trots en pretenties dienen te zijn. Voor God zijn we inderdaad als kleine kinderen en we mogen ons als zodanig gedragen. «Omdat het aan het begin van zijn leven staat, is het kind ontvankelijk voor welk avontuur dan ook. Zo zou het ook met u moeten zijn. Laat niets u in de weg staan waar het uw voortgaande vereniging met Christus betreft; dit is een proces dat levenslang zal doorgaan.»5

45.2 In zijn eerste komst naar deze wereld toont de Zoon van God zich ons niet als een engel, of als een almachtig vorst, maar als een zwakke en broze pasgeboren baby. Hij koos ervoor zo hulpeloos te zijn als een kind, alsof Hij bescherming en liefde nodig had.

God heeft gewild dat wij zijn Zoon in deze keuze navolgen, dat wij ons gedragen zoals wat we in feite zijn: hulpeloze kinderen die voortdurend Gods bijstand nodig hebben. Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook.6 Deze weinige woorden bevatten de fundamentele waarheden van ons geloof. Zij laten zien hoe we met onze God zouden moeten omgaan. Te worden als kinderen... dit vraagt om een wezenlijke verandering van ons hart, die al onze gedachten en daden zal omvormen. Wat moeten we doen om te worden als kinderen? Allereerst moeten we werkelijk kinderen van God willen zijn, steeds bereid om zijn Wil te doen, zuiver naar geest en lichaam, nederig en eerlijk. Dit verlangen is duidelijk aanwezig in het leven van de heiligen. Naarmate zij steeds meer door de werking van de Heilige Geest werden omgevormd, zagen zij zichzelf meer en meer als kinderen van God. Geestelijk kindschap is méér dan een devotie: het is een uitgesproken wens van de Heer. Hoewel niet elke heilige deze houding van geestelijk kind-zijn expliciet heeft verkondigd, hebben ze allen zo geleefd, want de Heilige Geest inspireert deze eenvoud van hart, die de kinderen hebben.7

«Het onnozele kind huilt en stampvoet, wanneer zijn liefdevolle moeder een naald in zijn vinger steekt om er de doornsplinter uit te halen die was blijven steken... Het verstandige kind zal, misschien met zijn ogen vol tranen -want het vlees is zwak-, dankbaar naar zijn goede moeder kijken, die hem een beetje pijn doet om erger kwaad te voorkomen. -Jezus, laat mij zo'n verstandig kind zijn.»8 Dit vragen we nu in deze tijd van gebed: dat we mogen leren hoe we ziekte en pijn of mislukkingen in het beroep kunnen benutten... en dat we bij dergelijke tegenslagen de voorzienige hand mogen zien van een Vader die nooit ophoudt over zijn zonen en dochters te waken. Wij zullen met een glimlach aanvaarden wat het leven te bieden heeft, in goede en slechte tijden, en we zullen het aanvaarden wanneer wordt toegelaten dat ons iets overkomt, door Iemand die oneindig wijs is, Iemand die oneindig veel van ons houdt.

Het leven van kindschap heeft niets te maken met kinderachtig gedrag. «Het onnozele kind huilt en stampvoet...» Kinderachtigheid heeft te maken met onvolwassenheid van het verstand en van het hart, met gebrek aan zelfdiscipline en strijd. Sommige mensen dragen hun leven lang zo'n gedrag met zich mee. Er zijn mensen die in hun ouderdom, ja zelfs tot aan hun dood, niet weten dat zij kinderen van God zijn. Het ware geestelijk kindschap houdt echte volwassenheid in: door de bovennatuurlijke visie kunnen we de dingen die gebeuren met de ogen van het geloof en met de hulp van de Heilige Geest zien. Deze volwassenheid brengt oprechtheid en eenvoud met zich mee: degene die haar bezit is 'een verstandig kind' geworden... Het tegenovergestelde hiervan is iemand die meteen aan zijn grillen en wat er ook in hem opkomt, toegeeft, die altijd met zichzelf bezig is; wie zo is zal geen vooruitgang maken op de weg van het geestelijk kindschap. Wie eenvoudig is als een kind wordt volledig in beslag genomen door de glorie van zijn Vader God, precies zoals Jezus dat was tijdens zijn aardse leven. Het ware kind, de ware zoon of dochter, heeft een voortdurende relatie met zijn of haar Vader.9

45.3 Onze vroomheid moet kinderlijk zijn, vol liefde voor onze Vader. Hoe kunnen we God werkelijk met liefde dienen als we Hem niet eerst aanvaarden als een Vader die zijn kinderen overvloedig bemint? Veel christenen leven gescheiden van God of hebben het contact met God verloren, omdat ze de waarheid omtrent hun goddelijk kindschap nog niet ontdekt hebben. In het innerlijk leven van veel zielen is geestelijk kindschap de eerste stap geweest. Heer, geef ons dit inzicht van goddelijk kindschap. Help ons hierover vaak te mediteren.

Voorwaar, Ik zeg u, wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan.10 «Waarom komen juist kinderen in aanmerking voor het Rijk der hemelen?», vraagt de heilige Ambrosius zich af. «Misschien is dat omdat er gewoonlijk geen kwaad in hen is. Zij kunnen niet liegen. Zij zijn eerlijk tegenover zichzelf. Ze zijn niet wellustig. Zij worden niet aangetrokken door rijkdom. Ze zijn niet eerzuchtig. Maar de deugd bestaat niet in de onwetendheid van, maar in de afwijzing van het kwade; niet in de onmogelijkheid om te zondigen, maar in het niet willen zondigen. Daarom verwijst de Heer niet naar de kinderjaren als zodanig, maar naar de onschuld, die alle kinderen gemeen hebben.»11

In het christelijk leven bereiken we de volwassenheid juist wanneer we voor God als kinderen worden, kinderen die zichzelf volkomen overgeven aan Gods liefdevolle omarming. Dan zien we alles wat er in de wereld gebeurt in hun realiteit, met hun werkelijke betekenis. Onze enige zorg zal dan zijn dat we onze Vader en Heer dankzeggen.

Een leven van kindschap vraagt van ons de bovennatuurlijke deugd van vastberadenheid, zodat we onze neiging tot trots en zelfgenoegzaamheid kunnen overwinnen. Kinderlijke vroomheid bouwt onze hoop op en versterkt ons vertrouwen dat we het goede eindpunt zullen bereiken. Het geeft ons vrede en vreugde in ons leven want we hoeven de moeilijkheden van het leven niet meer alleen onder ogen te zien. Hoe groot onze problemen ook mogen zijn, de Heer zal ons nooit verlaten. Met deze zekerheid kunnen we verder, wat voor obstakels we ook tegenkomen. Zonder dit vertrouwen is vooruitgang niet mogelijk.

We vragen de heilige Maagd, onze Moeder, om ons, haar kinderen, bij de hand te nemen. We doen des te meer een beroep op haar wanneer we door leeftijd of levenservaring haar hulp extra nodig hebben.

-1. Mt 19,13-15. -2. Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Instructie over de kinderdoop, 20 oktober 1980. -3. Katechismus van het Concilie van Trente, II, 232. -4. Wetboek van Canoniek Recht, 867,I. -5. C. Lubich, Woorden van Leven, 47. -6. 1 Joh 3,1. -7. Vgl. B. Perquin, Abba, Vader, 142. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 329. -9. Vgl. B. Perquin, o.c., 143. -10. Lc 18,17. -11. H. Ambrosius, Commentaar over het evangelie van Lucas, 18,17.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012