Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Eenentwintigste zondag door het jaar (C)

57. KATHOLIEK EN UNIVERSEEL

-God wil dat alle mensen gered worden. De Verlossing is universeel. -Wij zijn Christus' apostelen. Wij horen in de wereld. -De Heer zendt ons kracht. Begin met de mensen die dicht bij je staan.

57.1 Naast haar andere rampzalige gevolgen bracht de erfzonde de bittere vrucht voort van de opdeling van mensen in groepen. Trots en egoïsme zijn geworteld in de eerste zonde en zijn de fundamentele oorzaken van haat, afzondering en scheiding. De Verlossing daarentegen brengt de vereniging van de mensen tot stand door de naastenliefde van Christus, waardoor wij kinderen van God en broeders en zusters van elkaar worden. De Heer wordt door zijn verlossende liefde het oriëntatiepunt van de mensheid. Dit is wat voorzegd was door de profeet Jesaja, zoals we vandaag lezen in de eerste lezing1: Maar Ik kom om alle volken en talen te verzamelen: zij zullen komen en mijn glorie zien. [...] Dan brengen zij al uw broeders uit de volken terug, als een offer voor Jahwe, op paarden, wagens, huifkarren, muildieren en draagstoelen, naar mijn heilige berg Jeruzalem, zoals Israëls zonen in reine vaten hun gaven brengen naar de tempel van Jahwe, zegt Jahwe. Het is een grote oproep aan alle volken tot geloof en redding, zonder onderscheid van taal, ras of sociale graad. De profetie komt uit met de komst van de Messias, de Heer Jezus Christus.

In het evangelie2 vermeldt de heilige Lucas het antwoord van Jezus op de vraag: Heer, zijn het er weinig die gered worden? Jezus koos ervoor niet rechtstreeks te antwoorden. De Meester gaat verder dan dat en benadrukt de wezenlijke feiten. Ze vragen om aantallen, en Hij spreekt over de manier: Spant u tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen. En Hij gaat verder met hen te onderwijzen dat het, om het Koninkrijk binnen te gaan -wat het enige is dat werkelijk telt- niet voldoende is te behoren tot het uitverkoren volk of een vals vertrouwen in Hem te hebben. Dan zult ge opwerpen: In uw tegenwoordigheid hebben wij gegeten en gedronken, en in onze straten hebt Gij onderricht gegeven. Maar weer zal zijn antwoord zijn: Ik weet niet waar gij vandaan komt. Gaat weg van Mij, gij allen bedrijvers van ongerechtigheid. Al die goddelijke voorrechten zijn niet genoeg. Wat nodig is, is een geloof met werken, het soort geloof waartoe wij allen geroepen zijn.

Alle mensen hebben een roeping om naar de hemel te gaan, Christus' definitieve Koninkrijk. Hiertoe zijn wij geboren, omdat God wil dat alle mensen gered worden.3 Toen Christus stierf aan het kruis, scheurde het voorhangsel van de tempel middendoor4 als een teken dat de scheiding tussen joden en heidenen beëindigd was.5 Van toen af zijn alle mensen geroepen om deel te worden van de Kerk, het nieuwe volk van God, dat «één en enig blijvend [...] over de gehele wereld en door alle eeuwen heen verspreid moet worden: zo zal het wilsbesluit van God in vervulling gaan, die bij het begin de menselijke natuur als een eenheid geschapen heeft en zijn kinderen, die overal verstrooid waren, uiteindelijk heeft willen verzamelen.»6

De tweede lezing7 duidt aan wat onze missie is in deze universele taak van verlossing: Daarom, heft op de slappe handen, strekt de wankele knieën, laat uw voeten rechte wegen gaan; het kreupele lid mag niet ontwricht worden, maar moet genezen. Het is een oproep om een voorbeeld te zijn, om met ons gedrag en met onze naastenliefde degenen die wankelen en minder kracht hebben, te bemoedigen. Velen zullen op ons steunen; anderen zullen begrijpen dat het smalle pad dat naar de hemel voert, een breed pad wordt voor hen die van Christus houden.

57.2 Maar Ik kom om alle volken en talen te verzamelen [...] en hun overlevenden zend Ik naar de volken, naar Tarsis, Put, Lud, Mesek, Ros, Tubal en Jawan, naar de verre eilanden.8 Zij zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden, en aanzitten in het Koninkrijk Gods.9 Deze profetie is al in vervulling gegaan en er zijn nog steeds heel veel mensen die Christus niet kennen, misschien zelfs in onze eigen familie, onder onze eigen vrienden en de mensen die we elke dag tegenkomen. Het is mogelijk dat velen vaak over Hem gehoord hebben maar Hem in werkelijkheid niet kennen. We kunnen aan de mensen met wie we in contact komen ook de woorden van Johannes de Doper herhalen: Onder u staat Hij die gij niet kent.10

De Heer wil dat wij deel hebben aan zijn missie om de mensheid te redden, en Hij heeft ervoor gezorgd dat het apostolisch vuur een wezenlijk bestanddeel is van de christelijke roeping. Wie besluit Jezus te volgen, zoals wij gedaan hebben, wordt een apostel met zeer duidelijk bepaalde verantwoordelijkheden om anderen te helpen om de smalle deur te vinden die naar de hemel voert: «Door het doopsel in het mystieke lichaam van Christus ingelijfd, en in het vormsel door de kracht van de Heilige Geest gesterkt, worden zij namelijk door de Heer zelf voor het apostolaat bestemd.»11 Alle katholieken, van wat voor leeftijd of achtergrond dan ook, in alle omstandigheden van hun leven, zijn geroepen om «over heel de aarde van Christus te getuigen.»12

Apostolisch vuur, het verlangen om vele mensen naar de Heer te brengen, vraagt niet dat wij iets raars of bijzonders doen, en nog veel minder om onze familie en sociale of beroepsplichten te veronachtzamen. Het is juist in die situaties -in onze familie, op ons werk, bij onze vrienden, in alledaagse menselijke relaties- dat we ruimte vinden voor apostolische activiteit, die misschien vaak stil is, maar altijd effectief.

Midden in de wereld, waar God ons geplaatst heeft, moeten we Christus aan anderen brengen: door ons voorbeeld, het in praktijk brengen van ons geloof; door altijd opgewekt te zijn; door onze weigering in verwarring gebracht te worden door de moeilijkheden die de mens gewoonlijk te beurt vallen; door, met ons woord, altijd klaar te staan om te bemoedigen, en daardoor de mensen de grootheid en het wonder van Jezus te vinden en te volgen, te laten zien; in sommige gevallen kan het zijn door mensen te helpen naar het sacrament van boete en verzoening te gaan, en in andere, door mensen die misschien op het punt gestaan hebben de Meester te verlaten, nieuwe moed te geven.

Laten we ons vandaag in ons gebed afvragen of de mensen die ons kennen, ons gemakkelijk kunnen herkennen als leerlingen van Christus. Zíjn we niet alleen christenen, maar zíen ze ook dat wij christenen zijn? Laten we overwegen hoeveel mensen we geholpen hebben om een beslissende stap te maken op de weg naar de hemel. Met hoevelen hebben we gesproken van God, of hoevelen hebben we uitgenodigd voor een geloofscursus of een retraite, of hoevelen hebben we aangeraden een goed boek te lezen dat hun ziel zou helpen beter te worden? Wie hebben we geholpen om te gaan biechten, of wie hebben we de leer van de Kerk over huwelijk en gezin uitgelegd? Wie hebben we de grootsheid getoond van edelmoedig zijn in het geven van aalmoezen, in het aantal kinderen dat mensen hebben, of in Christus volgen met een onvoorwaardelijke overgave? Men zei van de eerste christenen dat «wat de ziel is voor het lichaam, de christenen zijn voor de wereld.»13 Zou hetzelfde gezegd kunnen worden van ons in ons gezinsleven, te midden van onze collega's op het werk of onze medestudenten, of in de culturele of sportieve verenigingen waar we lid van zijn? Zijn wij de ziel die het leven van Christus doet doordringen in de maatschappij, waar we ook zijn?

57.3 Gaat uit over de hele wereld en verkondigt het evangelie aan heel de schepping14, lezen we in de tussenzang van vandaag. Deze woorden van Christus zijn zeer duidelijk: Hij sluit geen enkele persoon of geen enkele generatie uit, van welk volk of welke natie dan ook, van de taak die zijn leerlingen moeten uitvoeren. Niemand die we ontmoeten is uitgesloten; allen worden door Hem geroepen: de ouderen en de jongeren, van het kind dat net leert om zijn eerste woordjes te stamelen tot de volwassene in volle rijpheid, van onze buren tot hen die onze zaken regelen en hen die bij ons in dienst zijn. We zien dat de apostelen omgaan met mensen van alle mogelijke achtergronden: sommigen waren zeer goed opgeleid, anderen hadden zelfs nog nooit gehoord van het bestaan van Palestina; sommigen hadden zeer belangrijke posities, anderen deden handwerk dat in hun omgeving totaal niet opviel. Maar niemand werd uitgesloten van de apostolische prediking. En de mensen die eerst gebrek hadden aan moed of die te bang waren of te zelfvoldaan om met de apostelen om te gaan, werden volledig vereenzelvigd met de universele missie die hun gegeven werd.

«Iedere generatie van christenen moet haar eigen tijd verlossen en heiligen. Om dat te bereiken, moeten ze de zorgen van hun medemensen begrijpen en delen, opdat ze hun met de 'gave der talen' kunnen doen verstaan, hoe ze kunnen beantwoorden aan de werking van de Heilige Geest en aan de steeds overvloedige rijkdom van het goddelijk Hart. Wij christenen hebben in onze tijd de taak aan de wereld, waarin wij ons bewegen en zijn, die oude en toch steeds nieuwe boodschap van het evangelie te verkondigen.»15 In deze evangelisatie-opdracht moeten we rekening houden met «een volledig nieuw en ontstellend verschijnsel, namelijk het bestaan van een militant atheïsme dat al hele volken aangegrepen heeft»16; een atheïsme dat mensen aanspoort om God de rug toe te keren, of ten minste niet meer aan Hem te denken. We worden geconfronteerd met ideologieën die verspreid worden via televisie, kranten, bioscoop, theater... waarbij vele christenen zich weerloos voelen, en de noodzakelijke vorming missen om daaraan het hoofd te bieden.

«Aan al die mensen, overal waar ze zijn, om het even of we ze in een overwinningsroes dan wel verslagen aantreffen, moeten we de plechtige en categorische woorden toeroepen die Petrus sprak na Pinksteren: Christus is de hoeksteen, de Verlosser, de volheid van ons leven; want buiten Hem is er geen andere naam onder de hemel aan de mensen gegeven, waarin we gered moeten worden (Hnd 4,12).»17

De Heer maakt gebruik van ons om de weg te verlichten voor vele anderen. Laten we vandaag denken aan alle mensen die we het dichtst bij ons hebben: zoons en dochters, broers en zussen, relaties, vrienden, collega's, buren en klanten. Laten we ons apostolaat bij hen beginnen, zonder ons zorgen te maken over het feit dat we daar af en toe niet zo goed in lijken te zijn, dat we met zo vreselijk weinigen zijn voor al het werk dat gedaan moet worden. De Heer zal onze kracht verveelvoudigen, en onze moeder Maria, Regina Apostolorum, zal onze voortdurende, geduldige en avontuurlijke inspanning ruimschoots bijstand verlenen.

-1. Jes 66,18-21. -2. Lc 13,22-30. -3. 1 Tim 2,4. -4. Lc 23,45. -5. Vgl. Ef 2,14-16. -6. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen Gentium, 13. -7. Heb 12,5-7,11-13. -8. Jes 66,18. -9. Lc 13,29. -10. Joh 1,26. -11. Vaticanum ii, Decr. Apostolicam actuositatem, 3. -12. Ibidem. -13. Brief aan Diognetes, 6. -14. Mc 16,15. -15. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 132. -16. Johannes xxiii, Apost. const. Humanae salutis, 25 december 1961. -17. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 132.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012