5 augustus. Gedachtenis
12. KERKWIJDING VAN MARIA DE MEERDERE
Na de afkondiging van het dogma van het goddelijk
moederschap tijdens het concilie van Efeze (431), wijdde paus Sixtus iii te
Rome een basiliek ter ere van de Moeder van God, welke later de Santa Maria
Maggiore, de Heilige Maria de Meerdere, werd genoemd. Het is de oudste aan Onze
Lieve Vrouw toegewijde kerk in het Westen.
Het feest van vandaag is ook bekend als Onze Lieve Vrouw
van de Sneeuw, vanwege een oude legende die vertelt hoe een Romeins echtpaar,
dat de Maagd om raad vroeg inzake de manier van het besteden van hun rijkdom,
in een droom van de heilige Maria vernam, dat er een kerk gebouwd moest worden
precies op de plaats waar de Esquilijnse heuvel bedekt met sneeuw zou zijn. Dit
gebeurde in de nacht van 4 op 5 augustus. De volgende dag trof men
verrassenderwijs een plek met sneeuw bedekt aan, waar zich nu de basiliek
verheft.
-Oorsprong van de kerk, toegewijd aan de heilige Maria,
Moeder van God, te Rome. -Moeder van God en onze Moeder. -Maria is het 'aquaduct',
waardoorheen ons alle genade bereikt.
12.1 Vandaag vieren wij de
wijding van de Santa Maria Maggiore-basiliek te Rome, de oudste kerk in het
Westen die aan de maagd Maria is toegewijd en waar zovele gebeurtenissen uit de
geschiedenis van de Kerk hebben plaatsgehad. Deze Mariabasiliek bewaart nauwe
relaties met de dogmatische bepaling van het goddelijk moederschap van Maria,
afgekondigd op het concilie van Efese. Deze aan haar toegewijde kerk werd
opgericht in de vierde eeuw, boven een andere reeds bestaande kerk, korte tijd
na afloop van het concilie. De bevolking van de stad Efeze vierde met grote
geestdrift de dogmatische verklaring van deze waarheid, die men anderzijds
altijd al geloofd had. Deze vreugde verbreidde zich over de gehele Kerk en in
Rome werd een grootse basiliek opgericht en aan haar gewijd. Die jubel bereikt
ook ons op de feestdag van vandaag, nu we de heilige Maria moeten loven als
Moeder van God en tevens als onze moeder.
Volgens een vrome legende besloot een Romeinse patriciër,
Johannes geheten, met goedvinden van zijn echtgenote, zijn bezit te wijden aan
de eer van Maria, maar zonder precies te weten hoe hij dat moest doen.
Terzelfder tijd kreeg hij een droom, evenals de paus, waarin hij vernam, dat de
Maagd wenste dat er een mooie kerk tot haar eer gebouwd zou worden op de
Esquilijnse heuvel, die -iets heel ongebruikelijks- op 5 augustus met sneeuw bedekt
bleek te zijn. Ofschoon de legende dateert van na de bouw van de basiliek,
heeft zij ervoor gezorgd, dat het feest van vandaag op veel plaatsen bekend is
onder de naam 'Maria van de Sneeuw' en dat vele liefhebbers van de bergsport
haar tot patrones hebben.
Sinds onheuglijke tijden eert het gelovige volk van Rome onze
Moeder in deze kerk onder de naam 'Salus Populi Romani'. Ze komen daarnaar toe
om gunsten en genade af te smeken, als naar de plaats waar zij altijd worden
verhoord. Ook paus Johannes Paulus
ii bezocht Onze Lieve Vrouw in deze Romeinse kerk, kort na zijn
verkiezing tot paus. «Maria -zei de paus toen- is geroepen om allen naar de
Verlosser te leiden. Om van Hem te getuigen, zelfs zonder woorden, alleen maar
met de liefde waarin zich het moeder-zijn openbaart. Om ook degenen die meer
weerstand bieden te doen naderen, voor wie het moeilijker is in de liefde te geloven
[...]. Zij is geroepen om allen, dat wil zeggen, ieder afzonderlijk, tot haar
Zoon te doen naderen». En aan haar voeten legde hij deze toewijding af van
geheel zijn leven en heel zijn verlangens naar de Moeder Gods, die wij in
kinderlijke navolging tot de onze mogen maken: «'Totus tuus ego sum et omnia
mea tua sunt. Accipio Te in mea omnia.' - Ik ben geheel de uwe, en alles wat ik
heb is het uwe. Wees gij mijn gids in alles.»1
Onder haar bescherming zullen we heel veilig voortgaan.
12.2 Het mysterie van de
menswording heeft de Kerk in staat gesteld steeds beter door te dringen in het
mysterie van de Moeder van het mensgeworden Woord en dit geheim te verhelderen.
In het verdiepen daarvan is het concilie van Efeze (in het jaar 431) van
buitengewoon belang geweest.2 De heilige
Cyrillus vertelt hoe de afkondiging van dit dogma over Maria alle christenen
van Efeze heeft ontroerd, en het ontroert thans ook ons, wanneer wij overwegen,
dat de Moeder van God ook onze moeder is. De kerkvader beschreef de gebeurtenissen
van toen als volgt: «Heel de bevolking van de stad Efese stond vanaf de eerste
uren 's morgens tot in de avond reikhalzend uit te zien naar de beslissing...
Toen men vernam dat de schrijver van de ketterijen (Nestorius) was uitgestoten,
begonnen allen uit één borst God te verheerlijken en de synode toe te juichen,
omdat de vijand van het geloof gevallen was. Nauwelijks uit de kerk gekomen,
gingen we met toortsen naar onze huizen. Het was avond: heel de stad was
vrolijk en verlicht.»3 Wat trilden die
christenen uit de eerste tijden van geloof! Wat moeten ook wij trillen!
Dezelfde heilige Cyrillus loofde, in een homilie tijdens genoemd
concilie, op de volgende wijze het moederschap van Onze Lieve Vrouw: «God groet
u, Maria, Moeder van God, Moeder-Maagd, Morgenster... God groet u, Maria, het
kostbaarste juweel van heel de aarde...»4 Omdat
zij «Moeder van God is, bezit zij een
waardigheid die in zekere zin oneindig is, vanwege het oneindige goed
dat God is. En in die lijn kan men zich geen grotere waardigheid voorstellen,
zoals men zich ook niets groters dan God kan voorstellen»5, beweert de heilige Thomas van Aquino. Zij is verheven
boven alle engelen en alle heiligen. Na de allerheiligste mensheid van haar
Zoon is zij de meest zuivere weerspiegeling van Gods glorie. Als in geen enkel
ander schepsel schittert in haar de deelneming aan de goddelijke gaven:
wijsheid, schoonheid, goedheid... daarom is zij voor geen besmetting vatbaar.
Zij is een afglans van het eeuwig licht, een onbeslagen spiegel van de goddelijke
werkzaamheid, en beeld van zijn goedheid.6
Laten wij vandaag niet na haar vaak te herinneren aan dit goddelijk
moederschap, waaruit alle genade, deugden en volmaaktheden die haar sieren en
verfraaien voortkomen: Heilige Maria, Moeder van God, bid voor ons... Houd ons
altijd aan uw hand, zorg voor ons zoals moeders hun zwakste en armste kinderen
beschermen.
12.3 De heilige Bernardus zegt,
dat de heilige Maria voor ons 'het aquaduct' is, dat alle genade tot ons
brengt. Tot haar moeten wij altijd onze toevlucht nemen, «want dat is de wil van die Heer die wenste, dat wij alles
dóór Maria zouden verkrijgen»7, en heel bijzonder
wanneer we zwak zijn, in moeilijkheden verkeren, bekoringen ondergaan..., zowel
in de noden van de ziel als van het lichaam.
Op Calvarië, bij haar Zoon, bereikte Maria's geestelijk moederschap
haar hoogtepunt. Toen allen wegvluchtten, stond bij Jezus' kruis zijn Moeder8,
in volmaakte overeenstemming met Gods wil, terwijl zij met haar Zoon smart en
lijden onderging en zo medeverlosseres werd. Zij «was geenszins als een louter passief werktuig in Gods handen, maar
zij werkte in vrijwillig geloof en gehoorzaamheid aan het verlossingswerk mee.»9 Dit moederschap van de Maagd duurt onophoudelijk
voort en nu, in de hemel, «heeft zij deze heilbrengende taak niet neergelegd,
maar door haar menigvuldige voorspraak gaat zij voort ons de gaven van het
eeuwige heil te bezorgen.»10
Wij moeten God uitermate dankbaar zijn, dat Hij ons een
Moeder heeft willen geven naar wie we in het leven van de genade kunnen
toesnellen. En dat dit zijn eigen Moeder is geweest. Maria is niet alleen onze
Moeder, omdat zij van ons houdt als een moeder, of omdat zij haar rol vervult.
Het geestelijk moederschap van Onze Lieve Vrouw is veel verhevener, veel
doeltreffender dan welk ander moederschap ook, wettig of uit genegenheid. Zij
is Moeder, omdat zij ons daadwerkelijk heeft voortgebracht in de
bovennatuurlijke orde. Als zij ons de macht gegeven heeft kinderen van God te
worden, in de goddelijke natuur te delen11, dan
is dat dank zij het verlossingswerk van Christus, waardoor wij gelijkvorming
worden aan Hem. Maar die invloed komt dóór Maria. En zoals God de Vader
overeenkomstig de natuur één Zoon heeft, maar volgens de genade talloze zonen,
zo zijn wij door Maria, de Moeder van Christus, kinderen van God geworden. Uit
haar hand ontvangen wij het geestelijke voedsel, de verdediging tegen de
vijanden, de troost te midden van de droefheid.
Voor onze Moeder in de hemel «houden we nooit op klein te
zijn, want zij opent ons de weg naar het Rijk der Hemelen, dat gegeven wordt
aan hen die zijn als kinderen (vgl. Mt 19,14). Wij moeten ons nooit losmaken
van onze Vrouwe. Hoe eren wij haar? Door met haar om te gaan, met haar te
spreken, haar onze liefde te tonen, in ons hart de gebeurtenissen van haar
leven aandachtig te overwegen, door haar onze strijd, onze successen en onze
nederlagen te vertellen.
»Zo ontdekken wij de betekenis van de Mariagebeden, alsof we
ze voor de eerste keer bidden, die altijd al in de Kerk gebeden zijn. Wat zijn
het Weesgegroet en de Engel des
Heren anders dan vurige lofzangen op het goddelijk moederschap? En bij
het bidden van de rozenkrans [...] trekken in ons hoofd en hart de geheimen van
de bewonderenswaardige levenswandel van Maria voorbij, die tegelijkertijd de
diepste mysteries van het geloof zijn [...].
»Laten wij op de feesten van onze Vrouwe niet zuinig zijn met
uitingen van genegenheid; laten wij ons hart vaker tot haar verheffen en haar
vragen wat wij nodig hebben, haar danken voor haar moederlijke en onafgebroken
zorg en haar de personen aanbevelen op wie wij gesteld zijn. Maar als wij ons
als kinderen willen gedragen, is elke dag een geëigende gelegenheid Maria onze
liefde te betuigen, evenals dat geldt voor hen die elkaar echt beminnen.»12
Tot haar zeggen wij vandaag met een oude kerkelijke hymne: Toon dat gij onze moeder zijt!, toon dat gij moeder zijt en dat
omwille van u op ons acht slaat Hij die in uw aderen het bloed aannam om ons te
verlossen.13
-1. Johannes Paulus ii, Homilie in de Santa Maria Maggiore, 8XII-1978. -2. Idem, Enc. Redemptoris Mater,
25-III-1987, 4. -3. H. Cyrillus van Alexandrië, Epistolae, 24. -4. Idem, Encomium in sanctam Mariam Deiparam. -5. H. Thomas van Aquino, Summa
Theologiae, 1, q25, a6, ad 3. -6. Vgl. Wijsh
7,25-26. -7. H. Bernardus, Preek
bij Maria Geboorte, 4-7. -8. Joh 19,25. -9. Vaticanum ii, Dogm. const. Lumen
gentium, 56. -10. Vgl. Ibidem, 62. -11. Vgl. 2 Pe 1,4. -12. H.
Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 290291.
-13. Hymne Ave Maris Stella.