17 december
22. KERSTMIS NAAST SINT JOZEF
-De
taak van Jozef. -De omgang van Jozef met Jezus. -Onze toevlucht nemen tot
Jozef, opdat hij ons leert naast Maria en Jezus te leven.
22.1 Jakob
nu was de vader van Jozef, de man van Maria, en uit haar werd geboren Jezus die
Christus genoemd wordt.1
Het evangelie uit de Mis
van vandaag geeft ons de geslachtslijst van Jezus van de kant van Jozef. Onder
de Joden speelde de stamboom, net als bij andere volken die van oorsprong
nomaden waren, een uiterst belangrijke rol. Iemand werd geassocieerd met de clan
of de stam waartoe hij behoorde en werd als zodanig gekend, eerder dan met de
plaats waar hij woonde.2 Bij het Hebreeuwse volk kwam daar de omstandigheid bij,
dat men door de banden van het bloed tot het uitverkoren volk behoorde. Bij de
Hebreeën verliep de afstamming langs de mannelijke lijn. Jozef, als echtgenoot
van Maria, was de wettelijke vader van Jezus en op hem rustten de taken van een
echte vader. Jozef was, net als Maria, uit het huis en geslacht van David3, waaruit de
Messias geboren zou worden, volgens de beloften van God: Ik zal de nazaat
die gij verwekt hoog verheffen en zijn koninklijke macht in stand houden. Hij
zal een huis bouwen ter ere van mijn naam en Ik zal zijn koninklijke troon voor
altijd in stand houden.4 Zo werd Jezus die via Maria afstammeling was van David,
door middel van Jozef gerekend tot het koninklijk geslacht, want «Hij die ter
wereld kwam moest volgens de gebruiken der wereld geregistreerd worden.»5 Jozef was ook
volgens het goddelijk bevel belast met de naamgeving van het Mensgeworden
Woord: Gij zult Hem de naam Jezus geven.6
God had beschikt dat zijn
Zoon geboren zou worden uit de heilige Maagd, in een gezin als zoveel andere,
en dat Hij als mens daar zou opgroeien. Het leven van Jezus moest gelijk zijn
aan dat van andere mensen: Hij zou weerloos geboren worden en behoefte hebben
aan een vader die Hem zou beschermen en onderrichten in wat alle vaders aan hun
kinderen leren.
In het vervullen van zijn
zending als beschermer van Maria en vader van Jezus zouden de volle essentie en
opperste betekenis van het leven van Jozef liggen. Hij was ter wereld gekomen
om de vader van Jezus en de zeer kuise echtgenoot van Maria te worden, zoals
elke mens ter wereld komt met een bijzondere opdracht van God waarin de hele
betekenis van zijn leven geworteld is. Toen de engel hem het mysterie van de
maagdelijke ontvangenis van Jezus geopenbaard had, aanvaardde hij zijn zending
ten volle en hij zou deze trouw blijven tot aan zijn dood. Zijn missie in het
leven bestond in het hoofd zijn van de heilige Familie. Alle roem en geluk van
Jozef bestonden erin dat hij had weten te begrijpen wat God van hem verlangde
en dat trouw aangepakt te hebben tot aan het einde. In ons gebed beschouwen we
hem vandaag naast Maria, die zwanger is en binnenkort haar Eniggeboren Zoon het
licht zal doen zien. En laten we het voornemen maken Kerstmis te beleven dicht
bij Jozef: een zo onopvallende en tegelijk bevoorrechte plaats: «Wat is Jozef
goed! -Hij behandelt mij als een vader. -Hij vergeeft het mij zelfs, dat ik het
Kind uren achtereen in mijn armen neem en zoete, liefdevolle woorden tegen Hem
zeg...»7
22.2 «De
heilige Jozef -lezen we in een preek van de heilige Augustinus- verdient niet
alleen de naam van vader, maar hij verdient deze meer dan enig ander.»8 En daar voegt de heilige kerkleraar aan toe: «Hoe was
hij als vader? Zijn vaderschap ging even diep als zijn vaderschap kuis was.
Sommigen dachten dat hij de vader van Jezus Christus was op dezelfde wijze als
anderen vader zijn, dat hij Hem naar het vlees verwekt had... Daarom zegt de
heilige Lucas: zij dachten dat Hij de vader van Jezus was. Waarom
dachten ze dat allen? Omdat het menselijk denken en oordelen zich richt naar
wat gewoonlijk onder mensen voorvalt. En de Heer was niet geboren uit het zaad
van Jozef; maar door de toewijding en liefde van de heilige Jozef werd hem uit
de maagd Maria een kind geboren, die Zoon van God was.»9
De liefde van sint Jozef
tot de heilige Maagd was zeer groot. «Zijn liefde voor Maria moet heel groot
geweest zijn. Hij moet veel en met grote edelmoedigheid van haar gehouden
hebben, als hij op de hoogte was van haar wens haar toewijding aan God te
handhaven en er toch in toestemde zich met haar te verloven. Zo gaf hij de
voorkeur aan afzien van nakomelingschap boven gescheiden leven van degene die
hij zozeer liefhad.»10 Het
was een zuivere, fijngevoelige, diepe, respectvolle liefde, zonder smet van
egoïsme. God zelf had hun huwelijksband definitief bezegeld met een nieuwe band
die nog sterker was. Dat was hun gezamenlijke bestemming op aarde: zorgen voor
de Messias. Maria en Jozef hadden al trouwbeloften uitgewisseld, daarom kon de
engel zeggen: Jozef, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen.
Hoe zou Jozef met Jezus
zijn omgegaan? «Jozef hield van Jezus zoals een vader van zijn kind houdt. In
zijn omgang met Hem gaf hij steeds het beste wat hij had. Jozef zorgde voor dat
Kind, zoals hem was opgedragen, en maakte van Jezus een timmerman: Hij droeg
Hem zijn beroep over. Vandaar dat de buren in Nazareth, als zij over Jezus
spraken, Hem zonder onderscheid faber en fabri filius, timmerman
en zoon van de timmerman, noemden (Mc 6,3; Mt 13,55). Jezus werkte in de
werkplaats van Jozef zij aan zij met hem. Hoe was Jozef, hoe werkte in hem de
genade, om in staat te zijn zijn taak goed ten einde te brengen: het in het
menselijke vooruithelpen van de Zoon van God?
»Jezus moet immers op
Jozef geleken hebben, in zijn manier van werken, in karaktertrekken, in wijze
van spreken. In de werkelijkheidszin van Jezus, in zijn opmerkingsgave, in de
wijze waarop Hij aan tafel gaat zitten en het brood breekt, in zijn voorkeur om
de leer op concrete manier te benadrukken en daarbij voorbeelden uit het gewone
leven hanteert, wordt weerspiegeld hoe de kindertijd en jeugd van Jezus geweest
zijn, en dus ook zijn omgang met Jozef.»11
Aan de hand van Jozef
kunnen we binnentreden in de kerstgebeurtenissen die nu op handen zijn. Hij
vraagt ons alleen Maria en zijn Zoon met eenvoud en nederigheid te beschouwen.
Hoogmoedigen hebben geen toegang tot die kleine grot in Bethlehem.
22.3
«Vermoeidheid -zei Johannes Paulus ii
in de Nachtmis- vult de harten van de mensen die zijn gaan slapen, dezelfde
als die de herders uit de omgeving, in de dalen rond Bethlehem, had doen
inslapen. Wat in de stal, in de rotsgrot gebeurt, heeft een dimensie van diepe
intimiteit: het is iets dat zich afspeelt tussen Maria en haar Zoon die geboren
gaat worden. Verder deelt niemand in deze intimiteit. Ook Jozef, de timmerman
uit Nazareth, niet; hij is alleen de stille getuige. Zij alleen is zich
volledig bewust van haar moederschap. Zij alleen zag het vertrokken gezichtje
bij het eerste gehuil van de Pasgeborene. De geboorte van Christus is vooral haar
geheim, haar grote dag. Het is haar Moederdag.»12
Zij alleen is werkelijk
doorgedrongen in het Mysterie van Kerstmis, de Geboorte van haar Zoon, de
Verlossing. Tussen Maria en Jezus bestaat een volstrekt unieke en
uitzonderlijke band die met niemand gedeeld wordt. Zelfs Jozef heeft er geen
deel aan, hij is -in de woorden van de paus- alleen een 'stille getuige'. Jozef
beschouwde met bewonderende, warme, eerbiedige blik het Kind en de Moeder. Na
Maria was hij de eerste die de Mensgeworden Zoon van God mocht aanschouwen.
Niemand buiten hen heeft ooit het geluk ervaren de Messias, die zich in niets
onderscheidde van welk ander kind dan ook, in zijn armen te hebben.
Niettemin legde het
mysterie Jozef ook enige beperkingen op die hij geen enkel ogenblik veronachtzaamde.
Met Maria was het anders, «omdat het mysterie vooral Moeder en Zoon betrof.
Jozef nam er naderhand aan deel, toen de intense, mysterieuze relatie tussen
Jezus en Maria al bestond. Jozef nam aan het mysterie deel via de kennis die
hij door de openbaring van de engel kreeg over de taak die hij had ten opzichte
van die twee buitengewone wezens.»13 Later, als de herders komen, is Jozef daar. Hij heeft hun
misschien gevraagd of zij binnen wilden komen, zonder bang te zijn, en het Kind
te kussen. «Hij zag hen, half verlegen, half nieuwsgierig, bij de ingang van de
grot verschijnen en het Kind in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe
(Lc 2,12) aanschouwen. Hij hoorde hen aan de maagd Maria uitleggen, dat hun een
engel verschenen was, die hun de geboorte van de Heiland in Bethlehem had
aangekondigd, en dat zij Hem aan een teken hadden herkend; hoe een menigte
engelen zich bij de eerste engel gevoegd had en hoe die God verheerlijkt hadden
en vrede op aarde beloofden aan de mensen in wie Hij welbehagen heeft... Hij
aanschouwde ook het stralend geluk van haar die zijn echtgenote was, de
wonderbaarlijke vrouw, die aan hem was toevertrouwd. Hij zag hoe zij naar haar
Zoon keek, en genoot daarvan. Hij zag haar geluk, haar buitengewone liefde, al
haar gebaren, zo fijnzinnig en betekenisvol.»14
Als we in deze paar dagen,
die ons nog resten voor Kerstmis, met Jozef omgaan, zal hij ons helpen dit
onuitsprekelijke mysterie te beschouwen waarvan hij de stille getuige was:
Maria die in haar armen de Zoon van God houdt die mens geworden is. Jozef
begreep direct dat de reden van zijn bestaan in dit Kind lag, juist inzoverre
het kind was, in zoverre het een wezen was dat hulp en bescherming nodig had.
En verder in Maria, die Hij op last van God zelf als echtgenote in zijn huis
had opgenomen en bescherming geboden. Wat zal Jezus dankbaar geweest zijn voor
alle bezorgdheid en attenties waarmee Jozef Maria omringde. Men kan makkelijk
begrijpen, dat hij na de allerheiligste Maagd het meest vol van genade was. De
Kerk heeft hem altijd de grootste lof gebracht en zich in de moeilijkste tijden
op hem verlaten. Sancte Ioseph, ora pro eis, ora pro me, heilige Jozef
bid voor hen, bid voor mij, voor hen die wij zo liefhebben, voor mij die uw
hulp zo nodig heeft. En om welke nood het ook gaat, de heilige Aartsvader zal,
samen met Maria, onze smeekbeden aanhoren. Vragen wij hem vandaag dat hij van
ons eenvoudigen van hart maakt om met het Jezuskind om te kunnen gaan.
-1. Mt 1,16.
-2. Vgl. The Navarre Bible, aantekeningen bij Matteüs 1,1 en 1,16. -3. Lc
2,4. -4. 2 Sam 7,12-13. -5. H.
Ambrosius, Commentaar op het evangelie van St. Lucas, 1,3. -6. Mt
1,21. -7. H. Jozefmaria Escrivá, De
Heilige Rozenkrans, derde blijde geheim. -8. H. Augustinus, Sermo 51, 26. -9. Ibidem, 27-30.
-10. F. Suárez, Jozef van
Nazareth, Oegstgeest 1989, bl. 56. -11.
H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 55. -12. Johannes Paulus ii, Preek tijdens
de Nachtmis van 1978. -13. F. Suárez,
Jozef van Nazareth, Oegstgeest 1989, bl. 66. -14. Ibidem, bl.
67-68.
|