14 september. Feest
24. KRUISVERHEFFING
De verering van het heilig kruis, waaraan Christus zijn
leven voor ons heeft gegeven, gaat terug tot het allereerste begin van het christendom.
In de liturgie vinden we er reeds in de vierde eeuw getuigenissen van. De Kerk
gedenkt vandaag, dat het kruis van de Heer werd teruggevonden door toedoen van
keizer Heraclius bij diens overwinning op de Perzen. In de teksten van de
heilige mis en van het getijdengebed bezingt de Kerk geestdriftig het heilig
kruis, want dat was het werktuig van onze verlossing; zoals de boom, in de schaduw
waarvan onze eerste ouders aan ongehoorzaamheid zondigden, oorzaak van verderf
is geweest, zo is de boom van het kruis het begin van onze redding voor eeuwig.
-Oorsprong van het feest. -De Heer zegent met het kruis
degenen die Hij het meest liefheeft. -De vruchten van het kruis.
24.1 Door het lijden van de Heer
is het kruis geen schavot van smaad en schande, maar een troon van glorie. Stralend van licht verheft zich het heilbrengend kruis, waardoor
de wereld werd gered. Het kruis overwint, het kruis regeert, het kruis bant
alle kwaad. Alleluia.1
Het feest dat wij vandaag vieren vindt zijn oorsprong in het
Jeruzalem van de eerste eeuwen van het christendom. Volgens een oud getuigenis2 begon men dit feest te vieren op de verjaardag van
de dag, waarop het kruis van de Heer werd gevonden. De viering verspreidde zich
zeer snel over het Oosten en korte tijd later over heel de christenheid. In
Rome werd met grote plechtigheid de processie gevierd, die vóór de heilige mis
ter verering van het kruis3 van de Santa Maria
Maggiore naar de Sint-Jan van Lateranen trok.
In het begin van de zevende eeuw plunderden de Perzen Jeruzalem:
zij verwoestten vele basilieken en maakten zich meester van de gewijde
relikwieën van het heilig kruis, die enkele jaren later zouden worden
terugveroverd door keizer Heraclius. Een godvruchtige traditie verhaalt dat de
keizer, bekleed met de eretekenen van zijn keizerlijke waardigheid, de heilige
kruisbalk persoonlijk naar zijn oorspronkelijke plaats op Calvarië wilde
dragen, maar dat de last daarvan steeds ondraaglijker werd. Zacharias, de
bisschop van Jeruzalem, deed hem inzien dat hij om het heilig kruis op zijn rug
te kunnen dragen, zijn keizerlijke waardigheidstekenen moest afleggen en de
armoede en nederigheid van Christus moest navolgen; Hij had immers het kruis op
zich genomen, ontdaan van alles. Heraclius trok daarop eenvoudige pelgrimskleren
aan en barrevoets kon hij het heilig kruis tot op de top van Golgota dragen.4
Mogelijkerwijs hebben wij van kindsbeen af geleerd het kruisteken
te maken als uiterlijk teken van onze geloofsbelijdenis. In de liturgie maakt
de Kerk gebruik van het kruisteken op het altaar, in de eredienst, in gewijde
gebouwen. Het is de boom van de allerkostbaarste vruchten,
een machtig wapen dat alle kwaad verdrijft en de vijanden van ons heil schrik
aanjaagt. Het kruis -zo leert een kerkvader- «is het schild en de trofee tegen
de duivel. Het is een zegel, opdat de engel des bederfs ons niet bereikt, zoals
de Schrift zegt (vgl. Ex 9,12). Het is het werktuig om hen die terneerliggen op
te tillen, de steun voor hen die zich staande houden, de stok voor de zwakken,
de gids voor hen die verdwalen, het doel van hen die voortgaan, het heil van
ziel en lichaam, dat alle kwaad verjaagt, dat alle goeds ontvangt, de dood van de
zonde, de plant van de verrijzenis, de boom van het eeuwige leven.»5 De Heer heeft het kruis gesteld
tot teken van ons heil; dat kruis waaraan Hij eens de dood gestorven is, werd
onze levensboom. Daar op het kruis werden de machten van het kwaad gebonden,
werd onze dood gedood.6
Het kruis dient zich in ons leven op heel onderscheiden
wijzen aan: ziekte, armoede, vermoeidheid, smart, verachting, eenzaamheid...
Vandaag mogen wij in ons hart nagaan hoe onze gebruikelijke houding is
tegenover dat kruis dat zich soms moeilijk en hard toont, maar dat, als we het
met liefde dragen, een bron van loutering en leven en ook van vreugde wordt.
Beklagen wij ons dikwijls over tegenspoed? Danken wij de Heer ook voor
mislukking, pijn en tegenslag? Brengen deze werkelijkheden ons dichter tot God
of verwijderen ze ons van Hem?
24.2 De eerste lezing van de
heilige mis7 vertelt ons hoe de Heer het
uitverkoren volk strafte, omdat het tegen Mozes en Jahwe morde, toen het de
moeilijkheden van de woestijn ondervond: Hij zond slangen die een grote
vernietiging aanrichtten onder de Israëlieten. Toen zij berouw kregen, sprak de
Heer tot Mozes: Maak zo'n giftige slang in brons en zet die
op een paal. Iedereen die gebeten is en ernaar opziet, zal in leven blijven.
Mozes maakte een bronzen slang en zette die op een paal. Ieder die door een
slang gebeten was en zijn ogen op de bronzen slang richtte, bleef in leven.
De bronzen slang was het teken van Christus aan het kruis, in wie degenen die
naar Hem opzien het heil verkrijgen. Zó verklaart Jezus het ook in zijn gesprek
met Nicodemus, zoals in het evangelie staat: Deze
Mensenzoon moet omhoog geheven worden, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in
de woestijn, opdat een ieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.8 Sindsdien loopt de weg naar heiligheid via het kruis
en krijgt betekenis wat ons zo zinloos lijkt, zoals ziekte, pijn, armoede,
mislukking..., vrijwillige versterving. Meer nog, God zegent met het kruis, wanneer
Hij grote weldaden wil verlenen aan een van zijn kinderen, die Hij dan met
buitengewone voorliefde behandelt.
Vele mensen proberen als in een wilde vlucht aan het kruis
van Christus te ontkomen en verwijderen zich zo van de ware vreugde, van de
bovennatuurlijke doeltreffendheid die het hart vervult, van de heiligheid zelf;
zij vluchten voor Christus. Laten wij het kruis zonder opstandigheid, zonder
klagen, met liefde opnemen. «Heb je te kampen met grote tegenspoed? - Heb je
grote moeilijkheden? Zeg dan langzaam, woord voor woord, bijna proevend, dit
krachtige en mannelijke gebed: 'Moge de zeer rechtvaardige en beminnelijke wil
van God gedaan, vervuld, geprezen en eeuwig verheerlijkt worden boven alle
dingen. -Amen. -Amen.' -Ik verzeker je, dat je de vrede zult vinden.»9
24.3 Zalig
kruis, edelste van alle bomen; geen enkele kan zich met u vergelijken in loof,
in bloemen, in vruchten.10
De liefde voor het kruis brengt overvloedige vruchten voor de
ziel voort. In de eerste plaats doet zij ons aanstonds Jezus ontdekken, die ons
tegemoet komt en het zwaarste deel van de tegenspoed op zich neemt en op zijn
schouders legt. Ons lijden, verenigd met dat van de Meester, is geen kwaad meer
dat droevig stemt en verwoestingen aanricht, maar wordt tot een middel van
vereniging met God. «Als je lijdt, dompel je smart dan onder in de zijne: draag
je mis op. Maar als de wereld dat niet begrijpt, raak dan niet van je stuk. Het
is voldoende, dat Jezus, Maria, de heiligen je begrijpen. Leef met hen en laat
je bloed vloeien voor het welzijn van de mensheid: zoals Hij!»11
Het kruis van iedere dag is een goede gelegenheid tot loutering,
onthechting en vermeerdering van de heerlijkheid.12
De heilige Paulus leerde de christenen veelvuldig, dat rampspoed altijd van
korte duur en draaglijk is en dat het loon voor dit omwille van Christus
gedragen lijden onmetelijk en eeuwig is. Daarom verheugde de apostel zich in
zijn tegenspoed, hij roemde erop en achtte zich gelukkig om deze te kunnen
verenigen met het lijden van Christus Jezus en zo zijn lijden aan te vullen tot
heil van de Kerk en de zielen.13 De enige ware
smart is, dat we ons van Christus verwijderen. Elk ander lijden is van
voorbijgaande aard en wordt tot vreugde en vrede: «Is het niet waar, dat zodra
je ophoudt bang te zijn voor het kruis, voor wat de mensen een kruis noemen,
zodra je je ertoe aanzet de goddelijke wil te aanvaarden, dat je dan gelukkig
bent, en dat alle zorgen, alle zowel lichamelijke als geestelijke smarten
voorbijgaan?
»Het kruis van Jezus is waarlijk zacht en beminnenswaardig.
De tegenslagen tellen daarbij niet meer mee, alleen de vreugde, zich met Hem
medeverlosser te weten.»14
De omgang en vriendschap met de Meester leren ons van de
andere kant om de problemen die zich voordoen te zien en te dragen met een
jeugdige, vastberaden instelling, wars van droefheid en klagen. We zullen ze,
net zoals de heiligen hebben gedaan, als een stimulans zien, een hindernis waar
men overheen moet springen in de loopbaan die ons leven is. Deze blijde en
optimistische geest, ook in moeilijke ogenblikken, is geen vrucht van temperament
of leeftijd: hij komt voort uit een diep innerlijk leven, uit een altijd
aanwezig bewustzijn, dat wij kinderen van God zijn. Deze kalme, optimistische
gesteldheid zal in alle omstandigheden een goede sfeer om ons heen scheppen -in
het gezin, op het werk, onder vrienden...- en zal een krachtig middel zijn om
anderen tot de Heer te brengen.
Wij besluiten ons gebed bij Onze Lieve Vrouw: «Cor Mariae perdolentis, miserere nobis!, Hart vol smarten
van Maria, ontferm u over ons - roep het Hart van de heilige Maagd aan, met de vaste
wil om je met haar lijden te verenigen, als eerherstel voor je zonden en voor
die van de mensen van alle tijden.
»En vraag haar voor iedere ziel, dat haar lijden onze afkeer
van de zonde mag versterken en dat we van de lichamelijke en geestelijke tegenslagen
van iedere dag kunnen houden als een manier om boete te doen.»15
-1. Getijdenboek. Antifoon
van het Ochtendgebed. -2. Vgl. Egeria,
Itinerario, ed. voorbereid door A. Arce, BAC, Madrid 1980, bl. 318-319. -3. Vgl. A.G. Martimort, La Iglesia en
oración, Herder, 3e ed., Barcelona 1987,
bl. 989-990. -4. Vgl. P. Croisset, Año
cristiano, Madrid 1846, vol. 7, bl. 120-121. -5. H. Johannes van Damascus, De fide
orthodoxa, IV,11. -6. Prefatie van de mis.
-7. Num 21,4-9. -8. Joh
3,14-15. -9. H. Jozefmaria Escrivá,
De Weg, 691. -10. Hymne Crux
fidelis. -11. Ch. Lubich, Meditaciones,
Ciudad Nueva, Madrid 1989, bl. 32. -12. Vgl. A. Tanquerey, La divinización del sufrimiento, Rialp, Madrid 1955, bl.
18. -13. Vgl. Rom 7,18; Gal
2,19-20;6-14;enz. -14. H. Jozefmaria Escrivá,
De Kruisweg, II. -15. Idem, De Voor, 258.