Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Dertigste week. Woensdag

15. Later zult ge het inzien

-Wij zijn in Gods handen. Alle gebeurtenissen die Hij toezendt of toelaat,hebben hun betekenis en zijn gericht op ons welzijn. -De zin van ons goddelijke kindschap. Omnia in bonum!, alles strekt ten goede. -Het vertrouwen op God brengt ons niet tot passiviteit, maar tot het aanwenden van de middelen die binnen ons bereik liggen.

15.1 Op de laatste avond die Jezus met zijn leerlingen doorbracht voor zijn lijden en sterven, stond Hij op, legde zijn bovenkleren af, nam een linnen doek en omgordde zich daarmee.1 Johannes, de evangelist die ons zijn onvergetelijke herinneringen aan het Laatste Avondmaal heeft nagelaten, beschrijft uitvoerig de gebeurtenissen die hem voor altijd zo diep zijn bijgebleven: Daarop goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van de leerlingen te wassen en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen. Alles verliep normaal, tot verwondering van de apostelen die niets durfden te zeggen, totdat de Heer bij Petrus kwam, die zijn verbazing en negatieve houding kenbaar maakte: Heer, wilt Gij mij de voeten wassen?, waarop Jezus hem antwoordde: Wat Ik doe begrijpt ge nu nog niet, maar later zult ge het inzien. Na een welwillende krachtsinspanning zal Jezus Petrus' voeten wassen, zoals Hij bij de andere apostelen had gedaan. Bij de komst van de Heilige Geest, toen al deze gebeurtenissen opnieuw in herinnering werden gebracht, begreep Simon de diepe betekenis van dat gebaar van de Meester, die zijn opdracht tot dienstbaarheid aan hen die de steunpilaren van de Kerk zouden worden, wilde onderrichten.

Wat Ik doe begrijpt ge nu nog niet... Ook ons overkomt hetzelfde als Petrus: wij begrijpen soms de gebeurtenissen niet die de Heer toestaat: pijn, ziekte, economische ineenstorting, het verlies van een baan, de dood van een geliefde... Hij heeft hogere plannen met ons, gericht op ons eeuwig geluk. Onze geest bereikt alleen maar het meest nabije, een geluk op korte termijn. Wij begrijpen zelfs veel menselijke aangelegenheden niet, die we dan toch maar aanvaarden. Vertrouwen wij dan niet op de Heer, op zijn liefdevolle Voorzienigheid? Vertrouwen wij alleen maar op Hem, als de gebeurtenissen ons menselijk gezien aanvaardbaar vóórkomen? Wij zijn in zijn handen en nergens zouden we beter kunnen zijn. Ooit, aan het einde van ons leven, zal de Heer ons in details het 'waarom' uitleggen van al die dingen die we hier niet begrepen, en we zullen Gods hand van voorzienigheid zien in alles, tot in het meest onbeduidende.

Als we bij iedere mislukking -bij de gebeurtenissen die we niet weten te plaatsen, tegenover het onrecht dat ons opstandig maakt...- de troostende stem van Jezus horen die tot ons zegt: Wat Ik doe begrijpt ge nu nog niet, maar later zult ge het inzien, dan is er geen plaats voor rancune of droefheid. «Want alles wat gebeurt, is door God voorzien en geordend tot het heil van de mens en zijn volle verwezenlijking in de heerlijkheid; als wat geschiedt, goed is, dan wil God het; als het kwaad is, wil Hij het niet, maar Hij laat het toe, omdat Hij de vrijheid en de natuurlijke orde eerbiedigt, maar in zijn hand heeft Hij de macht om ook uit het kwaad heil en voordeel voor de ziel te halen.»2 Bij gebeurtenissen en voorvallen die ons doen lijden, zal uit het diepst van de ziel een eenvoudig, nederig, vertrouwvol gebed klinken: Heer, Gij weet meer, op U verlaat ik mij. Later zal ik het wel inzien.

15.2 In een van de lezingen van de heilige Mis van vandaag schrijft de heilige Paulus aan de eerste christenen van Rome: Diligentibus Deum omnia cooperantur in bonum... God bevordert het heil van hen die Hem liefhebben.3 «Moeilijkheden? Tegenslagen bij een of andere gebeurtenis?... Zie je niet, dat jouw Vader God het zo wil..., en dat Hij goed is..., en van je houdt -van jou alleen houdt!-, meer dan alle moeders van de wereld samen van hun kinderen kunnen houden?»4 De zin van het goddelijk kindschap doet ons ontdekken, dat we in handen zijn van een Vader die verleden, heden en toekomst kent en alles ordent voor ons welzijn, ook al is dat niet altijd het onmiddellijke heil dat wij misschien wensen en willen, omdat ons blikveld niet verder reikt. Dat doet ons in gemoedsrust en vrede leven, zelfs te midden van de ergste wederwaardigheden. Daarom moeten we altijd de raad van de heilige Petrus tot de eerste gelovigen opvolgen: Schuift al uw zorgen op Hem af, want Hij heeft zorg voor u.5 Niemand zou beter voor ons kunnen zorgen: Hij vergist zich nooit. In het menselijk leven hebben soms zelfs degenen die ons het meest liefhebben, het bij het verkeerde eind, en in plaats van iets in orde te brengen maken ze het kapot. Dat gebeurt nooit bij de Heer, oneindig wijs en machtig, die met eerbiediging van onze vrijheid ons suaviter et fortiter6, met zachtheid en met de hand van een vader, naar het werkelijk belangrijke leidt, naar een eeuwige zaligheid. Zelfs fouten en zonden kunnen uiteindelijk voor ons heil bedoeld zijn, want «God leidt absoluut zeker alles naar het voordeel van zijn kinderen, zodat Hij zelfs degenen die afdwalen en de grenzen overschrijden, doet groeien in de deugd, omdat zij nederiger en meer ervaren worden.»7 Berouw brengt de ziel tot een diepere liefde en meer vertrouwen, tot een grotere nabijheid van God.

Naarmate we ons kinderen van God voelen, wordt het leven dan ook een voortdurende dankbetuiging. Zelfs achter datgene wat menselijk gezien een ramp lijkt te zijn, laat de Heilige Geest ons «een liefkozing van God» zien, die ons tot dankbaarheid stemt. Dank U, Heer, moeten we tot Hem zeggen te midden van een pijnlijke ziekte of wanneer we bericht hebben gekregen van een smartelijke gebeurtenis. Zo hebben de heiligen geantwoord, en zo moeten wij ons leren gedragen tegenover de tegenslagen van dit leven. «Aan God is zeer welgevallig de erkentelijkheid voor zijn goedheid, die een 'Te Deum' van dankbetoon veronderstelt aan te heffen, steeds wanneer er iets uitzonderlijks gebeurt, zonder te kijken of dit -zoals de wereld het noemt- gunstig of ongunstig is: want het komt uit handen van de Vader, en ook al verwondt de slag van de beitel het vlees, het is tevens een bewijs van liefde, dat onze scherpe kantjes wegneemt om ons dichter bij de volmaaktheid te brengen.»8

15.3 Overgave aan en vertrouwen op God leiden ons geenszins tot passiviteit, die in vele gevallen tot uitdrukking zou komen in verwaarlozing, luiheid of medeplichtigheid. We moeten lichamelijk en moreel kwaad bestrijden met de middelen die binnen ons bereik liggen, want we weten, dat onze inspanning -afgezien van de veel of weinig zichtbare resultaten- God welgevallig is en ten grondslag ligt aan vele bovennatuurlijke en menselijke vruchten. Bij ziekte zullen we, naast het aanvaarden ervan en het offeren van het daarbij behorende lijden en de pijn, het middel aanwenden dat de toestand vereist: naar de dokter gaan, rust nemen, de voorgeschreven medicijn innemen... En het onrecht, de maatschappelijke ongelijkheid, de ellende van zovelen... zullen ons, christenen, ertoe aanzetten om samen met andere mensen van goede wil te zoeken naar de middelen en oplossingen die ons het meest geschikt voorkomen. Zo moeten we ook reageren op onwetendheid en gebrek aan kennis van zoveel mensen... Niets is meer vreemd aan de christelijke geest dan een verkeerd begrepen Godsvertrouwen, dat ons zou leiden tot werkeloos blijven toezien tegenover lijden en armoede, in welke vorm deze zich ook voordoen.

God is onze Vader en Hij zorgt vol liefde voor ons, maar Hij rekent ook op het begrip en gezond verstand van zijn kinderen om voort te gaan op de weg waarover Hij ons wil leiden, en ook met de broederlijke liefde om door ons in het leven van al zijn andere kinderen te werken. Hij heeft ons een aantal talenten gegeven die we voortdurend dienen in te zetten. Wij worden ook geheiligd wanneer we, na alle voor het geval vereiste middelen te hebben aangewend, toch mislukt schijnen en we niet het verwachte resultaat hebben bereikt. De Heer heiligt de 'mislukkingen' die zich voordoen, nadat wij de middelen die geëigend leken, hebben aangewend; maar Hij zegent niet de nalatigheid, want Hij beschouwt ons als kinderen met verstand, van wie Hij verwacht dat zij de geschikte middelen benutten.

Laten wij daarom altijd zorgen voor ons aandeel, en daarna: omnia in bonum!, alles strekt ten goede. De resultaten, ogenschijnlijk goed of slecht, zullen ons tot groter liefde tot God brengen, ons nooit van Hem doen scheiden. In de betekenis van het goddelijk kindschap zullen we de vaderlijke bescherming en warmte vinden die wij allen nodig hebben. «Als ge vol vertrouwen op Hem en welgemoed zijt -want dat behaagt Zijne Majesteit ten zeerste-, weest dan niet bevreesd, dat u iets zal ontbreken»9, zo schrijft de heilige Teresia na lange ervaring. Bij de Heer worden alle veldslagen gewonnen, ook al lijken sommige verloren te gaan.

-1. Joh 13,4 vv. -2. F. Suárez, Después, bl. 208. -3. Eerste lezing (oneven jaren), Rom 8,28. -4. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 929. -5. 1 Pe 5,8. -6. Wijsh 8,1. -7. H. Augustinus, Over bekering en genade, 30. -8. H. Jozefmaria Escrivá, o.c., 609. -9. H. Teresia van Avila, Stichtingen, 27.12.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012