Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Tweede week. Vrijdag

13. LAUWHEID EN LIEFDE TOT GOD

-De liefde tot God en het gevaar van lauwheid. -Oorzaken van lauwheid. -Middelen tegen deze ernstige ziekte van de ziel.

13.1 Wie U volgt, Heer, zal het licht des levens bezitten. Hij is als een boom, aan het water geplant, die vruchten draagt op zijn tijd; des zomers verdorren zijn bladeren niet.1 Ons leven heeft geen betekenis als het niet geketend is aan de Heer. Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.2 Onze successen, het menselijk geluk dat wij kunnen verwerven, is kaf dat wegwaait met de wind.3 In ons persoonlijk gebed tot de Heer kunnen wij werkelijk zeggen: «Blijf bij ons, omdat duisternissen door onze ziel waren en Gij alleen licht zijt. Gij alleen kunt de bezorgdheid bedaren die ons verteert, omdat wij weten dat onder alle lieflijke en eerzame zaken de eerste is: U te bezitten voor immer, Heer.»4 Hij komt ons een liefde brengen die als vuur in alles doordringt. Hij komt zin geven aan ons zinloos leven. Veeleisend is de liefde van de Heer. Zij vraagt telkens meer. Zij doet ons groeien in de verfijning van de ziele-omgang met God en in het dragen van vruchten.

Elke christen die vol liefde tot God is, is de boom die vruchten draagt waarover de tussenzang spreekt, de boom die nooit zal verdorren. Christus zelf geeft hem leven. Maar de christen die toelaat, dat de liefde verkilt, dat de lauwheid zijn ziel binnendringt, zal geveld worden door die zwa­re innerlijke ziekte die van hem kaf zal maken, dat wegwaait met de wind: lauwheid maakt het leven liefdeloos en zinloos, ook al lijkt het van buiten of er niets veranderd is. Christus blijft, door onachtzaamheid, verborgen in geest en hart; men kan Hem zien noch horen. Wat de ziel rest, is het van God leeg zijn. De leegte zal zich met andere dingen willen vullen, die niet God zijn en geen vervulling brengen. En het vrome leven raakt doordrenkt met een bijzondere en karakteristieke ontmoediging. De snelheid en de blijdschap van de overgave gaan verloren. Het geloof wordt in slaap gesust, omdat de liefde verkild is.

Als we op een bepaald moment zouden merken, dat ons intieme leven zich van God verwijdert, moeten we weten, dat alle kwalen van de ziel door toepassing van de juiste middelen genezen kunnen worden. De ziektes van de liefde ook. Men kan altijd die verborgen schat gaan ontdekken, Christus, die eens zin gaf aan het leven. In het begin van de ziekte makkelijker, maar later ook, zoals in het geval van die melaatse over wie de heilige Lucas zegt5, dat hij overdekt met melaatsheid was, volledig ziek. Op een dag echter besloot hij werkelijk en nederig naar Christus toe te gaan. Daar vond hij genezing.

«Zij vroegen de Vriend welke de bron van de liefde was. Hij antwoordde dat het die was waarin de Geliefde ons van alle schuld gezuiverd had, en waaruit men met de putemmer levend water haalt, dat wie het drinkt, het eeuwig leven geeft in een liefde zonder eind.»6 In het open en eerlijk gebed en in de sacramenten wacht de Heer altijd op ons.

13.2 Als kaf dat wegwaait met de wind. Geen gewicht, geen vruchten. Afzonderlijke fouten leiden niet noodzakelijkerwijs tot lauwheid. Deze ziekte van de ziel «wordt gekenmerkt door het, meer of minder bewust, niet ernstig opvatten van de dagelijkse zonden; een toestand waarin het de wil ontbreekt aan ijver. Lauwheid is niet dat men zich geestelijk uitgedroogd, mistroostig of vol weerzin tegen het godsdienstige en goddelijke voelt of acht, omdat de ijver van de wil en het oprecht zoeken, ondanks al deze gemoedsgesteldheden, kunnen overleven. Lauwheid is evenmin het telkens weer vervallen in dagelijkse zonden, in zoverre iemand er ernstig berouw over heeft en er tegen strijdt. Lauwheid is de toestand van een gebrek aan bewuste en gewilde ziele-ijver, van een soort langdurige veron­achtzaming ervan of van een middelmatig devoot leven, gebaseerd op bepaalde valse opvattingen: dat men niet pietluttig moet zijn; dat God veel te groot is om in zulke kleine dingen veeleisend te zijn; dat anderen het ook niet doen, en vergelijkbare smoesjes.»7 

Lauwheid komt voort uit een voortdurende luiheid in het inwendig leven. Meestal gaat er een aantal gevallen van kleine ontrouw aan vooraf, waarvan de schuld -zo die niet wordt ingelost- de verhoudingen van deze ziel met God blijft beïnvloeden. Lauwheid manifesteert zich in een tot gewoonte geworden gebrek aan zorgdragen voor de kleine dingen, in een gebrek aan berouw over persoonlijke fouten, in een gebrek aan concrete doeleinden in de omgang met de Heer. Men leeft in het innerlijk leven met plannen die niet echt zijn, men wordt er niet door aangetrokken of enthousiast gemaakt. Men laat de zaken op hun beloop. Men heeft de strijd tot verbetering opgegeven, of er een spiegelgevecht van gemaakt, althans een weinig effectieve strijd.8 Men gaat versterving uit de weg en «met een zwaar en weldoorvoed lijf valt het de ziel niet licht op te stijgen naar boven.»9 

De staat van lauwheid blijkt uit een neerwaarts gerichte neiging die de verwijdering van God steeds groter maakt. Vrijwel onmerkbaar ontstaat er een houding-vooral niet overdrijven- van binnen de perken te blijven, waarvoor het voldoende is geen doodzonde te doen, ook al ziet men er geen been in dagelijkse zonden te begaan.

De lauwe ziel rechtvaardigt deze houding van weinig strijdbaarheid, van een tekort aan persoonlijke veeleisend­heid met argumenten als natuurlijkheid, efficiëntie, werk, gezondheid enzovoorts, die de lauwe mens toegeef­lijk doen zijn jegens zijn kleine ongeregelde, op mensen of zaken gerichte neigingen, genoegens die zich uiteindelijk voordoen als een subjectieve noodzaak. De krachten van de ziel verweken elke keer meer. Waar lauwheid heerst, is er geen werkelijke innerlijke eredienst aan God in de heilige Mis. Het ontvangen van de communie gaat dan meestal gepaard met een grote kilte uit gebrek aan liefde en voorbereiding. Het gebed blijft vaag, wijdlopig, verstrooid: er is geen werkelijke, persoonlijke omgang met de Heer. Het gewetensonderzoek -dat gebaseerd is op een bijzondere gevoeligheid- blijft achterwege, ofwel omdat men ermee ophoudt, ofwel omdat het routineus wordt afgewerkt en vruchteloos is.

In deze trieste toestand verliest de lauwe mens het verlangen naar een tot in de grond naderen tot God (wat zich als praktisch onmogelijk voordoet): «Het doet me leed te zien, hoe je je aan het gevaar van lauwheid blootstelt wanneer je in je levensstaat niet ernstig naar de volmaaktheid streeft.»10 Kortom: «Je bent lauw, als je traag en met tegenzin de dingen doet, die betrekking hebben op de Heer; als je met berekening of sluwheid probeert je plichten te verminderen; als je alleen maar aan jezelf en aan je gemak denkt; als je gesprekken ledig en nutteloos zijn; als je de dagelijkse zonde niet verafschuwt; als je handelt uit menselijke beweegredenen.»11 

We zullen strijden om nooit deze ziekte van de ziel op te lopen; we zullen waakzaam zijn om de allereerste symptomen waar te nemen; laten we daartoe met bekwame spoed onze toevlucht nemen tot de heilige Maria. Zij vergroot altijd onze hoop en zij brengt ons de blijdschap van de geboorte van Jezus: Verheug en verblijd u, dochter van Jeruzalem: zie uit naar uw Koning die gaat komen; vrees niet, Sion, uw redding is nabij.12 

Onze Lieve Vrouw brengt ons, als wij haar daarom vragen, naar haar Zoon.

13.3 Het koesteren van een geest van strijdvaardigheid zal ons ertoe brengen elke dag een gewetensonderzoek te doen. Daarin zullen we regelmatig een punt vinden dat de volgende dag verbeterd kan worden. We zullen na het gewetensonderzoek een oefening van berouw bidden voor die zaken waarin we gedurende de dag God niet geheel trouw geweest zijn. Deze waakzame liefde, het actieve verlangen God in de loop van de dag te zoeken, is de tegenpool van de lauwheid die bestaat uit luiheid, gebrek aan belangstelling, traagheid en armzaligheid in onze gewone vroomheidsoefeningen jegens Hem.

Deze strijdbaarheid zal ons niet altijd de overwinning opleveren: er zullen mislukkingen zijn. Berouw en voldoening zullen ons echter dichter bij God brengen. Berouw verjongt de ziel. «Met onze armzaligheden, met onze zonden en fouten voor ogen -ook al zijn die dank zij de goddelijke genade niet omvangrijk- moeten we onze toevlucht nemen tot het gebed. We moeten tot onze hemelse Vader zeggen: Heer, neem de povere, breekbare scherven aardewerk van mijn gebroken vaas; Heer, zet ze met uw krammen weer in elkaar. Heer, dan zal ik -met mijn berouw en uw vergeving- steviger en mooier zijn dan tevoren. Een troostrijk gebed dat we elke keer als ons armzalig aardewerk gebroken is, moeten herhalen.»13 

En dan, opnieuw, dicht bij Christus. Met nieuwe blijdschap, met nieuwe nederigheid. Nederigheid, oprechtheid, spijt- en een nieuw begin maken. Men moet in staat zijn nog een keer opnieuw te beginnen; even vaak als we fouten maken. God houdt rekening met onze breekbaarheid. God vergeeft altijd, maar daarvoor is vereist dat we opstaan, berouw opwekken, gaan biechten als het nodig is. Er is elke keer als we opnieuw beginnen, een diepe, onvergelijkbare blijdschap. In de loop van ons leven zullen we dat vaak moeten doen, want er zullen altijd gebreken zijn en wij zullen tekortkomingen, zwakheden en zonden hebben. Misschien kan deze tijd van gebed ons helpen weer een keer opnieuw te beginnen. De Heer houdt rekening met onze mislukkingen, maar hij hoopt ook op onze vele kleine overwinningen in de loop van onze dagen. Zo zullen wij nooit vervallen tot oppervlakkigheid, luiheid, liefdeloosheid.

-1. Tussenzang uit de Mis, vgl. Joh 8,12 en Ps 1,1-4. -2. Joh 6,68. -3. Tussenzang. -4. H. Gregorius van Nazianze, Brief, 212. -5. Lc 5, 12-13. -6. Raymundus Lullius, Libro del amigo y del amado, 115. -7. B. Baur, Die häufige Beichte. -8. Vgl. F. Fernández Car­vajal, La tibieza, bl. 28-42. -9. H. Petrus van Alcántara, Tratado de la oración y la meditación, 2,3. -10. Vgl. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 326. -11. Ibidem, 331. -12. Getijdenboek, Antifoon 2. -13. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 95.



Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012