Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Derde zondag door het jaar (C)

18. leerstellige vorming

-Gods woord in geloof en met godsvrucht beluisteren. Lezing van het evangelie. De onwetendheid, «Gods grootste vijand in de wereld». -De vorming van de christen gaat het hele leven verder. Noodzaak van een goede vorming. -Tijd en standvastigheid om een gedegen vorming te verwerven. Geestelijke lezing.

18.1 De eerste lezing van de mis van vandaag1 verhaalt ons met diepe ontroering over de terugkeer van het uitverkoren volk van Israël na zoveel jaren van ballingschap in Babylonië. Op joodse grond aangekomen, legt de priester Ezra aan het volk de inhoud uit van de Wet, die het in die voorbije jaren op vreemde bodem vergeten was. Hij las uit het heilig boek van de vroege morgen tot 's middags, en allen volgden het onderricht aandachtig, staande, en het hele volk weende. Dit geween is een vermenging van vreugde omdat ze Gods Wet opnieuw hoorden, en tegelijk van verdriet omdat de verwaarlozing daarvan in het verleden, tot hun ballingschap had geleid.

Als wij samenkomen om deel te nemen aan de heilige mis, beluisteren wij staande en waakzaam de blijde boodschap die het evangelie ons altijd brengt. We moeten het aanhoren met aandacht, nederigheid en dankbaarheid, omdat we weten dat God er tot ieder van ons afzonderlijk spreekt. «We moeten naar het evangelie luisteren - zo schreef de heilige Augustinus- alsof de Heer aanwezig is en tegen ieder van ons spreekt. We moeten niet zeggen: 'gelukkig degenen die Hem konden zien', want velen van hen die Hem zagen, hebben Hem gekruisigd; en velen van hen die Hem niet zagen, hebben in Hem geloofd. Dezelfde woorden die uit de mond van de Heer kwamen, zijn opgeschreven en voor ons behouden en bewaard.»2

Wij kunnen alleen van iemand houden die we kennen. Veel christenen lezen en overwegen daarom elke dag enkele minuten het heilig evangelie dat ons, als het ware aan de hand nemend, tot de kennis en beschouwing van Jezus Christus leidt. Het leert ons Hem te zien zoals de apostelen Hem zagen, waar te nemen hoe Hij reageerde, hoe Hij zich gedroeg, welke zijn woorden waren, steeds vol wijsheid en gezag. Het evangelie toont ons hoe Hij, op sommige momenten, meeleed met het ongeluk van mensen, hoe Hij op andere momenten in heilige toorn ontstak, hoe Hij begripsvol was voor de zondaars, krachtig tegenover de farizeeën die de godsdienst vervalsten, vol geduld was ten opzichte van de leerlingen die zo vaak de betekenis van zijn woorden niet begrepen...

Het zou ons erg moeilijk vallen van Jezus te houden, Hem echt goed te leren kennen, als we niet geregeld Gods woord zouden aanhoren, als we niet elke dag aandachtig het heilig evangelie zouden lezen. Het lezen daarvan -misschien maar enkele minuten- voedt onze godsvrucht en doet ze toenemen.

Aan het einde van elke lezing uit de Heilige Schrift zegt de priester: Zo spreekt de Heer, en de gelovigen antwoorden: Wij danken God. Hoe danken wij Hem? De Heer is niet tevreden met woorden alleen; Hij wil ook met daden gedankt en geprezen worden. We mogen niet het risico lopen Gods wet te vergeten, of het gevaar dat het onderricht van de Kerk in ons niet méér is dan een stel verwarde, niet werkzame waarheden, waarvan we slechts een oppervlakkige kennis hebben. Dit zou voor ons leven een veel ergere verbanning dan die van Babylonië betekenen. De grootste vijand van God in de wereld is de onwetendheid, «de oorzaak en als het ware de wortel van alle kwaad dat hele volkeren vergiftigt en vele zielen in verwarring brengt.»3

We weten heel goed, dat het grote kwaad dat zoveel christenen teistert, hun gebrek aan leerstellige vorming is. Erger nog, velen zijn besmet door dwaling, een nog ernstiger ziekte dan onwetendheid zelf. Wat jammer als wij, door gebrek aan de noodzakelijke kennis van de leer, Christus niet aan hen bekend kunnen maken, en hun het licht niet kunnen geven dat ze nodig hebben om zijn onderricht te begrijpen!

18.2 In de mis van vandaag lezen we de beginregels van het evangelie van Lucas4, die ons verhaalt dat hij besloten heeft het leven van Christus op te schrijven, opdat we de degelijkheid leren kennen van het onderricht dat we ontvangen hebben. Ieder van ons is, afhankelijk van zijn persoonlijke omstandigheden, verplicht de leer van Jezus diepgaand te kennen, en deze verplichting bestaat net zo lang als we hier op aarde vertoeven. «De groei van het geloof en het christelijk leven, met name in de vijandige context waarin we leven, vereist een positieve krachtsinspanning en een voortdurende uitoefening van de persoonlijke vrijheid. Deze inspanning begint hiermee, dat wij het geloof zelf als het belangrijkste in ons leven beschouwen. Vanuit deze achting ontstaat de belangstelling voor de kennis en beoefening van alles, wat in het geloof in God en het navolgen van Christus vervat ligt, in de complexe en veranderende context van het dagelijkse leven.»5 We mogen nooit menen, dat we al genoeg gevormd zijn, dat we al genoeg kennis van Christus en zijn onderricht verworven hebben. Liefde vraagt altijd om de geliefde nog beter te leren kennen. In het beroepsleven zullen artsen, architecten of advocaten, als zij goede vakmensen zijn, hun studie nooit als afgesloten beschouwen, wanneer ze hun opleiding hebben beëindigd: ze dienen zich altijd verder te vormen. Zo is het ook met de christen. Ook op de leerstellige vorming is de uitspraak van de heilige Augustinus van toepassing: «Zei je: 'het is genoeg'? Dan ben je verloren.»6

De kwaliteit van het instrument -dat zijn wij allemaal: instrumenten in Gods handen- kan verbeterd worden en nieuwe mogelijkheden kunnen ontwikkeld worden. Elke dag kunnen we een beetje meer liefhebben en voorbeeldiger zijn. Hierin zullen we niet slagen, als ons verstand niet voortdurend gevoed wordt door de gezonde leer. «Ik weet niet hoe vaak mij verteld is -zo merkt een schrijver uit onze tijd op- dat een bejaarde Ier die alleen maar de rozenkrans weet te bidden, heiliger kan zijn dan ik met al mijn studies. Dit kan best waar zijn, en ik hoop voor hem dat het inderdaad zo is. Maar toch, als het enige motief voor een dergelijke bewering is, dat hij minder theologie kent dan ik, dan overtuigt dat motief mij niet; noch mij noch hem. Het zou hém niet overtuigd hebben, omdat al die oude mensen in Ierland die een grote devotie koesteren tot de rozenkrans en het Allerheiligste, voor zover ik ze gekend heb, [...] begerig waren om meer van het geloof te weten. Het zou míj niet overtuigd hebben, want ook al kan een onwetend iemand zeker deugdzaam zijn, het is ook duidelijk, dat onwetendheid geen deugd is. Er zijn martelaren die niet in staat zouden zijn geweest de leer van de Kerk correct te formuleren, en dat terwijl het martelaarschap het belangrijkste bewijs van liefde is. Maar toch, als zij God beter hadden gekend, zou hun liefde nog groter zijn geweest.»7

Het zogenaamde 'kolenbrandersgeloof' (ik geloof alles, al weet ik niet wat het is) volstaat niet voor een christen die, midden in de wereld, dagelijks geconfronteerd wordt met verwarring en gebrek aan licht inzake de christelijke leer -de enige die heil brengt- en de ethische problemen, zowel nieuwe als oude, waarop hij stuit in zijn beroep, in het gezinsleven, in het milieu waarin zijn leven zich ontplooit.

De christen moet terdege de argumenten kennen die hem in staat stellen de aanvallen van de vijanden van het geloof af te slaan, en ze op aantrekkelijke wijze weten aan te bieden (men wint niets met felle reacties, verhitte dis­cussies of een slecht humeur), op duidelijke wijze (zonder nuances aan te brengen waar die overbodig zijn) en nauw­keurig (zonder twijfel of aarzeling).

Het 'kolenbrandersgeloof' kan misschien de kolenbran­der redden, maar bij andere christenen betekent onwetend­heid van de inhoud van het geloof, meestal een gebrek aan geloof, nalatigheid, gebrek aan liefde. «Onwetendheid is vaak de dochter van luiheid»8, zoals de heilige Johannes Chrysostomus zo dikwijls zei. Zeer belangrijk in de strijd tegen het ongeloof is het bezit van een juiste en volledige kennis van de katholieke theologie. Daarom is «elk kind dat goed catechismusonderwijs heeft ontvangen, zonder het zelf te vermoeden, een echte missionaris.»9 Door het bestuderen van de catechismus, een ware samenvatting van het geloof, en door lezen wat ons in de geestelijke lei­ding wordt aangeraden, zullen we onwetendheid en dwaling op vele plaatsen en bij vele mensen kunnen bestrijden, zodat die het hoofd kunnen bieden aan zoveel valse leren en zoveel dwaalleraren.

18.3 Het vraagt veel tijd en standvastigheid om een goede vorming te verwerven. Continuïteit helpt om de leer die tot ons komt, te begrijpen en te verwerken, ze ons eigen te maken. Daartoe moeten we in de eerste plaats ervoor zorgen dat de kanalen onbelemmerd zijn, zodat de gezonde leer er doorheen kan stromen: de benodigde aandacht besteden aan onze vorming, overtuigd als we zijn van het enorme belang van, met name, de geestelijke lezing, over­eenkomstig een duidelijk gericht plan, zodat de inhoud ervan in onze ziel kan bezinken.

Er is wel eens gezegd, dat om een zieke te genezen, het voldoende is om geneesheer te zijn; men hoeft niet dezelfde ziekte op te lopen. Niemand mag zo «naïef zijn te den­ken dat hij, als hij theologische vorming wenst te krijgen, allerlei drankjes moet innemen..., zelfs als ze giftig zijn. Dit is een kwestie van gezond verstand, niet alleen van gevoel voor het bovennatuurlijke, en vanuit ieders ervaring kan dit met vele voorbeelden bekrachtigd worden.»10 Daarom is het vragen van advies over wat we kunnen le­zen, een belangrijk onderdeel van de deugd van voorzichtigheid, met name als het om theologische en filosofische boeken gaat, die van beslissende invloed op onze vorming en zelfs op ons geloof zelf kunnen zijn. Het is zeer belang­rijk de goede boeken te kiezen! Des te meer wanneer het om boeken gaat die bestemd zijn voor onze geestelijke vorming.

Als we volharden, als we zorgen voor die middelen waardoor we de goede leer verwerven (geestelijke lezing, retraites, studiegroepen, vormingsgesprekken, geestelijke leiding...) zullen we op den duur, bijna onbewust, ontdek­ken dat we een grote innerlijke rijkdom vergaard hebben, die we beetje bij beetje in ons leven kunnen integreren. Van de andere kant zullen we ten opzichte van andere mensen als de arbeider zijn die met een mand vol zaad tegenover het braakliggende land staat, dat klaar ligt om het goede zaad te ontvangen. Want hetgeen wij ontvangen, is nuttig voor onze eigen ziel én om het aan anderen door te geven. Zaad gaat verloren, als het geen vrucht draagt, en de wereld is een onmetelijke voor, waarin Christus wil dat wij zijn leer zaaien.

-1. Neh 8,2-6.8-10. -2. H. Augustinus, Commentaar op het evangelie van Johannes, 30. -3. Johannes xxiii, Enc. Ad Petri cathedram, 29 juni 1959. -4. Lc 1,1-4. -5. Spaanse Bisschoppenconferentie, Getuigen van de levende God, 28 juni 1985. -6. H. Augustinus, Preek 169,18. -7. F.J. Sheed, Theology for Beginners. -8. H. Johannes Chrysostomus, in Catena Aurea, III, 78. -9. Kard. J.H. Newman, Preek bij de inwijding van het seminarie van St. Bernard, 3 october 1873. -10. Vgl. P. Rodríguez, Fe y vida de fe, bl. 162.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 07 feb 2012