De Boog tekst
home best verkocht alle titels aanbiedingen cadeau bestellijst help contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Achtste week door het jaar. Woensdag

6. LEREN DIENEN

-Het voorbeeld van Christus. Dienen is heersen. -Verschillende diensten die wij voor de Kerk, voor de maatschappij, voor de mensen aan onze zijde kunnen verrichten. -Competent zijn in het eigen beroep om de anderen beter te dienen.

6.1 Het evangelie van de mis1 bevat de vraag van de zonen van Zebedeüs naar de invulling van de belangrijkste plaatsen in het nieuwe koninkrijk. Toen de overige leerlingen van hun verlangen hoorden, waren zij verontwaardigd over de beide broers. Die afkeer werd waarschijnlijk niet veroorzaakt door het ongewone karakter van hun vraag, maar doordat zij allen meenden gelijke of betere aanspraken te hebben dan Jakobus en Johannes om die bevoorrechte posten te bekleden. Jezus kent de ambitie van hen die het fundament van zijn Kerk zullen moeten zijn. Hij zegt hun, dat zij hun haan geen koning moeten laten kraaien, dat zij niet als heersers hun ondergeschikten moeten onderdrukken of knechten. Het gezag van de Kerk is niet zo, integendeel: wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn, en wie onder u de eerste wil zijn moet de slaaf van allen zijn. Het is een nieuwe heerschappij, een nieuwe wijze van leiderschap, en de Heer laat hun het uitgangspunt zien van deze nieuwe adeldom en de bestaansgrond ervan: want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.

Het leven van Christus is een voortdurend helpen van de mensen, en zijn leer een herhaalde oproep de anderen te dienen. Hij is het voorbeeld dat nagevolgd moet worden door hen die met gezag bekleed zijn in zijn Kerk, en door alle christenen. Hij is God en Rechter, die zal komen om de wereld te oordelen, maar Hij is geen dwingeland. Hij dient uit liefde en gaat zo ver dat Hij zijn leven geeft voor allen.2 Dat was zijn manier om de eerste te zijn. Zo hebben de apostelen het ook opgevat, met name na de komst van de Heilige Geest. De heilige Petrus zou later de priesters aansporen, de aan hen toevertrouwde kudde van God te weiden, niet door overheersing, maar door het voorbeeld te geven.3 En de heilige Paulus, die toch aan niemand onderhorig was, heeft zich de slaaf van allen gemaakt, om er zoveel mogelijk voor Christus te winnen.4

De Heer richt zich echter niet alleen tot de apostelen, maar ook tot zijn leerlingen van alle tijden. Hij leert ons, dat er een bijzondere eer gelegen is in: het verlenen van hulp en bijstand aan de mensen in navolging van de Meester. «Deze waardigheid wordt uitgedrukt in de bereidheid om te dienen, volgens het voorbeeld van Christus, die niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen. Daaruit volgt dat men, verlicht door deze houding van Christus, alleen werkelijk kan heersen door te dienen. Het dienen vergt tegelijkertijd die geestelijke rijpheid die nodig is om dienen te definiëren als heersen. Om de anderen waardig en doelmatig te kunnen dienen, moet men zich kunnen beheersen, en is het dus noodzakelijk te beschikken over die deugden die een dergelijke zelfbeheersing mogelijk maken.»5 Deugden zoals de nederigheid van hart, edelmoedigheid, sterkte, blijdschap..., die het ons mogelijk maken ons leven ten dienste te stellen van God, van het gezin, van onze vrienden, van de samenleving.

6.2 Het leven van Jezus is een onvermoeibare dienst -ook stoffelijke dienst- aan de mensen: Hij zorgt voor ze, onderricht hen, sterkt hen...; uiteindelijk geeft Hij zijn leven voor hen. Als wij zijn leerlingen willen zijn, moeten wij deze geneigdheid van het hart, die ons aanzet ons voortdurend te geven aan de mensen aan onze zijde, bevorderen.

In de laatste nacht voor zijn lijden, wilde Christus ons een bijzonder veelbetekenend voorbeeld nalaten, hoe wij ons dienen te gedragen. Terwijl zij het paasmaal vierden, stond de Heer op, legde zijn bovenkleren af, nam een linnen doek en omgordde zich daarmee. Daarop goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van de leerlingen te wassen en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen.6 Hij verrichtte het werk van de bedienden. «Opnieuw bestaat zijn onderricht uit een voorbeeld, uit daden. Tegenover de leerlingen die uit hoogmoed en ijdelheid twistten, buigt Jezus zich en vervult gretig de functie van dienaar. [...] Ach, wat ontroert mij die fijngevoeligheid van onze Christus. Want Hij stelt niet: als Ik me zo met u bemoei, hoeveel te meer moet gij dan pogen dit onder elkaar te doen? Hij plaatst zich op gelijk niveau, Hij dwingt niet. Hij berispt vol liefde die mannen om hun gebrek aan edelmoedigheid.

»Zoals aan de eerste twaalf leerlingen heeft Jezus ons iets te zeggen. Hij doet het zonder ophouden: exemplum dedi vobis (Joh 13,15), Ik heb u een voorbeeld van nederigheid gegeven. Ik heb van mijzelf een slaaf gemaakt, opdat u met een minzaam en nederig hart alle mensen zult weten te dienen.»7 Wij dienen de Heer, wanneer wij zorgen voorbeeldig te zijn in het nakomen van onze eigen verplichtingen, en wanneer wij moeite doen de leer van de Kerk helder en dapper naar buiten te brengen in een verwarde wereld, die vaak onbekend is met of dwaalt ten opzichte van de voornaamste punten van die leer, de natuurwet inbegrepen. In die situatie, waarin een groot deel van de samenleving zich bevindt, is «de beste dienst die wij de Kerk en de mensheid kunnen verlenen, het verbreiden van de leer».8

De uitoefening van ons beroep moeten wij niet alleen opvatten als een middel om het noodzakelijke te verdienen en om de eigen persoonlijkheid te ontplooien, maar ook als een dienst aan de samenleving, een middel om bij te dragen aan de ontwikkeling en de noodzakelijke welvaart. Sommige beroepen zijn rechtstreeks dienstbaar aan mensen, en geven meer mogelijkheid een reeks deugden te beoefenen die het hart edelmoediger en nederiger maken. De figuur van Christus, vol zorg voor de mensen in zijn nabijheid, die de voeten van zijn leerlingen wast..., moet een machtige prikkel zijn om zorgzaam te zijn voor hen die ons uit hoofde van ons beroep zijn toevertrouwd.

Het veelvuldig overwegen van de woorden van de Heer -Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen- zal ons helpen ons niet te onttrekken aan vervelende klusjes die vaak de meest noodzakelijke zijn. Zo zullen wij dienen zoals Hij het deed. Het gezinsleven is een plaats bij uitstek om deze geest van dienstvaardigheid te beleven in allerlei details die vaak onopgemerkt voorbijgaan, maar die ertoe bijdragen een aangename, gezellige sfeer te bevorderen, waarin Christus aanwezig is. Deze kleine diensten -waarin wij proberen het initiatief te nemen- zijn ook een voortdurende oefening in de liefde en een middel om niet te vervallen in een zekere verburgerlijking. Zij zijn eveneens een middel om te groeien in een leven van vereniging met Christus, als wij ze doen omwille van Hem. De Heer roept ons door de noden van anderen, in het bijzonder die van zieken, van ouderen en van mensen die op een of andere manier erg hulpbehoevend zijn. Deze hulp is de Heer bijzonder welgevallig wanneer ze geboden wordt met een dusdanige nederigheid en menselijke fijngevoeligheid, dat ze nauwelijks opgemerkt wordt en niet een stille vraag om beloning is.

6.3 Wij kunnen ons de Heer niet voorstellen met een abrupt, verveeld of klagend gebaar, wanneer de menigten naar Hem toe kwamen, of toen Hij de voeten van de leerlingen waste. De Heer dient met blijdschap, beminnelijk, op hartelijke wijze. Wij moeten dat ook doen, als wij taken verrichten die een dienst zijn aan God, aan de samenleving, of aan degenen die ons nabij zijn: dient de Heer met blijdschap9 zoals de Heilige Geest ons zegt door de mond van de psalmist. Sterker nog, de Heer belooft blijdschap en geluk aan degenen die de anderen dienen. Nadat Hij de leerlingen de voeten gewassen heeft, zegt Hij: Wanneer gij dit beseft, zalig gij als gij ernaar handelt.10 Dat is misschien de eerste eigenschap van het hart dat zich aan God geeft en dat gelegenheden zoekt -vaak heel kleine- om zich ook aan de anderen te geven. Datgene wat wij met een glimlach aan iemand overhandigen, met een vriendelijke houding, krijgt als het ware een nieuwe waarde en zal meer op prijs gesteld worden. En wanneer de gelegenheid of de verplichting zich voordoet om een dienst te bewijzen die op zichzelf onaangenaam en vervelend is, «doe het dan met bijzondere blijdschap en met de nederigheid waarmee je het gedaan zou hebben, als je de dienaar van allen geweest was. Een dergelijke manier van doen levert onmetelijke schatten aan deugden en genade op.»11 Misschien zal het ons niet meevallen en zullen wij moeten bidden: «Jezus, maak, dat ik er een vriendelijk gezicht bij trek.»12

Om te dienen moeten wij competent zijn in ons werk, in het ambt dat wij uitoefenen. Zonder die competentie is zelfs een 'overdosis' aan goede wil nog niets waard. Als lijfspreuk voor ons werk zou kunnen gelden: «'Om te dienen, van nut zijn'. Want, op de eerste plaats, moet men de dingen af weten te maken, wil men ze goed doen. Ik geloof niet in de oprechte bedoeling van iemand die zich niet inspant de benodigde competentie te verwerven, om aldus de hem toevertrouwde taken op de verschuldigde wijze uit te voeren. Het goede willen doen is niet voldoende, men moet het ook kunnen doen. Als wij het werkelijk willen, zal dat verlangen zich omzetten in de toeleg om de geschikte hulpmiddelen aan te wenden om de dingen helemaal af te maken, met menselijke perfectie.»13

Wij moeten anderen hulp en aandacht geven zonder daar iets voor terug te verwachten, edelmoedig, in de wetenschap dat elke dienst het hart verruimt en verrijkt. En laten wij er in ieder geval aan denken, dat Christus 'een goede betaler' is en dat Hij, als wij Hem navolgen, rekening zal houden met het kleinste gebaar, de geringste hulp die wij geboden hebben. Hij kijkt naar ons, en wij voelen ons goed betaald.

Laten wij nu in aanwezigheid van de Heer nagaan, of wij in de uitoefening van ons beroep de bereidheid hebben dienstbaar te zijn, of wij door ons beroep werkelijk de samenleving dienen, of wij bij ons thuis en op het werk de Heer navolgen die niet kwam om gediend te worden, maar om te dienen. Deze geest van dienstvaardigheid moet vooral aan de dag treden, als wij een verantwoordelijke, met gezag beklede functie hebben, en als wij belast zijn met onderwijs of vorming. Laten wij nagaan, of wij gewoonlijk proberen te voorkomen dat anderen ons diensten verlenen waartoe zij op grond van onze functie niet verplicht zijn en die wij zelf ook uit kunnen voeren. Wij moeten een houding hebben die anders is als die van mensen die zich beroepen op gezag, aanzien, leeftijd om diensten te vragen of, wat veel erger is, af te dwingen die inacceptabel zijn, ook vanuit puur menselijk standpunt.

Laten wij onze toevlucht nemen tot de heilige Jozef, die goede en trouwe dienaar, die altijd bereid was de Heilige Familie vooruit te brengen met veel offers, en die onnoemelijk vaak Jezus en Maria te hulp schoot. Vragen wij hem, dat wij diezelfde geesteshouding mogen hebben ten opzichte van ons eigen gezin, in de functie -hetzij hoog, hetzij laag- die wij hebben, jegens hen met wie wij omgaan in de uitoefening van ons beroep of uit vriendschap..., jegens diegenen die ons op straat inlichtingen vragen of een kleine gunst. Met de hulp van de heilige aartsvader, zullen wij in hen Jezus en Maria zien. Zo zal het ons niet zwaar vallen hen te dienen.

-1. Mc 10,32-45. -2. Vgl. Joh 15,13. -3. Vgl. 1 Pe 5,3. -4. 1 Kor 9,19. -5. Johannes Paulus ii, Enc. Redemptor Hominis, 21. -6. Joh 13,4-5. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Vrienden van God, 103. -8. H. Jozefmaria Escrivá, Brief, 9 januari 1932. -9. Ps 100,2. -10. Joh 13,17. -11. J. Pecci (Leo xiii), Het beoefenen van de nederigheid. -12. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 626. -13. Idem, Als Christus nu langs komt, 50.




Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
Spreken met God Deel 5
van € 17,95 voor € 15,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Priester zijn
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 50 vragen over Jezus
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps:   xml   html      ©De Boog 2009