Boeken over RK geloof en leven
Boeken & DVD's Voor eenheid van geloof en leven 
Home Best verkocht Alle titels Aanbiedingen Bestellijst Help Contact
pijl
Categorie
Kort Bestek
Andere pockets
Arco Reeks
Van Jozefmaria Escrivá
Spreken met God
Andere Boeken
Over Jozefmaria Escrivá
Voor kinderen
Jade Reeks
Theologie/ATRIUM
Video / DVD
Navarre bible

Zoek cadeau
tot € 5,-
van € 5,- tot € 10,-
van € 10,- tot € 20,-
vanaf € 20,-

Zoeken


Meditaties
Uit Spreken met God


Betaal snel & veilig met
Meditaties Uit de serie Spreken met God

Vijfde week. Maandag

37. Leven in gemeenschap

-De sociale dimensie van de mens. -Naastenliefde en menselijke solidariteit. Consequenties in het leven van christenen. -Bijdrage aan het algemeen belang.

37.1 Op de eerste bladzijde van de heilige Schrift wordt, eenvoudig en tegelijkertijd ook groots, de schepping van de wereld beschreven: en God zag dat goed was alles wat uit zijn handen voortkwam.1 Daarna schiep Hij, als kroon op alles wat Hij had gemaakt, de mens en vormde hem naar zijn eigen beeld en gelijkenis.2 De heilige Schrift leert ons ook, dat Hij hem verrijkte met bovennatuurlijke gaven en voorrechten, en hem bestemde voor een onuitsprekelijk en eeuwig geluk. De bijbel openbaart ons eveneens, dat alle mensen van Adam en Eva afstammen. Hoewel dezen met hun Schepper braken, bleef God hen als zijn kinderen beschouwen en bestemde Hij hen opnieuw voor vriendschap met Hem.3 Gods wil heeft beschikt, dat het menselijk schepsel zou delen in het behoud en de voortplanting van het menselijk geslacht, dat de aarde zou bevolken en aan zich onderwerpen, heersend over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, en over al het gedierte dat over de grond kruipt.4

God wilde ook, dat de betrekkingen tussen de mensen niet beperkt zouden blijven tot een omgang van toevallige en voorbijgaande nabijheid, maar dat ze sterkere en blijvende banden met elkaar zouden vormen, die de pilaren zouden worden van een leven in gemeenschap. De mens moet hulp zoeken voor alles wat de behoeften en de waardigheid van het leven vereisen. De Goddelijke Voorzienigheid ordende de menselijke natuur immers zodanig, dat zij geboren wordt met de neiging tot samenleving en vereniging met andere mensen, zowel in het samenleven binnen het gezin als in de burgermaatschappij, die hem verschaft al wat voor het leven noodzakelijk is.5 Het Twee­de Vaticaans Concilie brengt ons in herinnering, «dat de mens in het diepst van zijn wezen sociaal is en zonder band met anderen niet kan leven noch zijn talenten ontplooien.»6 «De samenleving is een natuurlijk middel dat de mens gebruiken kan en moet om zijn einddoel te bereiken»7: het is de normale sfeer waarin God wil dat we ons heiligen en Hem dienen.

Leven in gemeenschap biedt ons de materiële en geestelijke middelen die we nodig hebben om het menselijke en bovennatuurlijke leven te ontwikkelen. Dit samenleven is een bron van veel goeds, maar ook van verplichtingen op de verschillende terreinen waarop ons bestaan zich afspeelt: gezin, burgermaatschappij, de eigen buurt, het werk... Deze verplichtingen zijn verbonden met een mo­reel aspect, vanwege de relatie van de mens met God, zijn uiteindelijke doel. Het nakomen van deze verplichtingen dan wel het niet vervullen ervan brengt ons dichter bij God of scheidt ons van Hem. Ze zijn onderwerp van ons gewetensonderzoek.

God vraagt van ons met anderen samen te leven, om in alle eenvoud te doen wat we kunnen -of dat nu weinig of veel is- voor het welzijn van allen. Laten we vandaag in dit gebedsuur nagaan of we openstaan voor andere men­sen, maar vooral voor hen die God ons het meest nabij heeft geplaatst. Laten we overwegen of we zelf gewoonlijk beschikbaar zijn; of we op voorbeeldige wijze de verplichtingen van gezin en maatschappij nakomen; of we God vaak om zijn licht vragen om te weten wat we in elke omstandigheid moeten doen en dat dan volledig, moedig, met een geest van offerbereidheid volbrengen. We moeten ons vaak afvragen: Wat kan ik voor anderen doen? Welke woorden kan ik gebruiken om hen te troosten en te helpen? «Het leven gaat voorbij. We ontmoeten mensen op de meest verschillende paden of lanen van het menselijk bestaan. Hoeveel moet er nog gedaan worden... Hoeveel woorden moeten er nog gesproken worden? [...] Zeker, we zullen eerst moeten handelen (vgl. Hnd 1,1); maar dan zullen we moeten spreken: voor elk oor, elk hart, elk verstand is er een geschikt moment, waarop een bevriende stem hen kan doen ontwaken uit hun ellende en droefheid.

»Als we God beminnen, kunnen we niet ongevoelig blijven voor het verwijt van de dagen die voorbijgaan, van de mensen (vaak zo dicht bij ons) die voorbij gaan... zonder dat we het noodzakelijke weten te doen, zonder te zeggen wat gezegd zou moeten worden.»8 Laten we vaak tot Jezus bidden, die ons ziet en ons hoort, dat we degenen die om zoveel verschillende redenen bij ons zijn nooit onverschillig de rug toekeren; familieleden, vrienden, collega's van het werk, stadgenoten...

37.2 Deze solidariteit en wederzijdse afhankelijkheid van de mensen, die gefundeerd is op de wil van God, werd door Jezus hersteld en versterkt, toen Hij onze menselijke na­tuur aannam op het moment van de Menswording en toen Hij het hele menselijke geslacht verlost heeft aan het kruis. Dit is de nieuwe eenheidsnaam: we zijn tot kinderen van God gemaakt en tot broeders van alle mensen. Zó dienen wij om te gaan met iedereen die we dagelijks op onze weg ontmoeten. «Misschien betreft het een kind van God dat zich niet bewust is van zijn grootheid, en zich misschien wel afzet tegen zijn Vader. Maar in iedereen, zelfs in de meest vervormde, rebelse of van het goddelijke verwijderde, is een vonk van Gods grootheid [...] Als we echt kunnen kijken, zijn we omringd door koningen die we moeten helpen de wortels -en de vereisten!- van hun waardigheid te ontdekken.»9

Bovendien liet onze Heer ons in de nacht voor zijn lijden een nieuw gebod na om, zo nodig op heldhaftige wijze, beledigingen, wrok..., en alles wat verdeeldheid brengt te overwinnen. Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad10, dat wil zeggen zonder beperkingen en zonder excuses te zoeken voor onverschilligheid. Zo is ons leven vervuld van krachtige redenen om in gemeenschap te leven, die door onze werken christelijker wordt en daardoor ook menselijker. Wij, mensen, zijn niet als zandkorrels, los van elkaar en onsamenhangend, maar wij zijn integendeel met elkaar verbonden door natuurlijke, en als christenen tevens door bovennatuurlijke banden.11

Een belangrijk onderdeel van de moraal heeft betrekking op de plichten die verwijzen naar het gemeenschappelijk welzijn van alle mensen, van het vaderland waarin we leven, van het bedrijf waar we werken, van de buurt waarvan we deel uitmaken, van het gezin dat voorwerp van onze zorg is, welke plaats we daarin ook mogen innemen. Het is niet christelijk, zelfs niet menselijk, zulke verplichtingen slechts in zoverre in acht te nemen als ze voor ons persoonlijk nuttig zijn of ons geen nadeel berokke­nen. God verwacht van ons, dat we ons inspannen, ieder in overeenstemming met zijn mogelijkheden, om de maatschappij en de mensen die haar vormen te verbeteren.

De apostolische en broederlijke dimensie is, door Gods wil, zo wezenlijk voor de mens, dat men zich geen gericht­heid op God kan voorstellen, die afziet van de banden die ieder mens verbinden met degenen met wie hij samenleeft of in contact staat. Het zou God niet aangenaam zijn als wij ons op een of andere manier zouden afscheiden van de mensen om ons heen, als we zouden nalaten de burgerlijke en sociale deugden te beoefenen. «In onze broeders, de mensen, moeten wij Christus zien, die ons in hen ontmoet. Geen menselijk leven is geïsoleerd, maar ieder leven is met het andere vervlochten. Geen enkel mens is als een vers zonder verband. Allen zijn wij delen van een en hetzelfde goddelijk gedicht, dat God onder medewerking van onze vrijheid componeert.»12

Laten we vandaag in ons persoonlijk gebed onderzoeken hoe we bijdragen aan het algemeen belang van allen, of we het goede voorbeeld geven in alles wat verband houdt met onze sociale en burgerlijke verplichtingen (het inacht­nemen van de verkeersregels, het betalen van rechtvaardige belasting, lid zijn van verenigingen, het uitoefenen van ons stemrecht...), of we er rekening mee houden, dat we anderen nodig hebben en anderen ons nodig hebben, of we ons medeverantwoordelijk voelen voor het morele ge­drag van anderen, of we zonder omwegen datgene proberen te overwinnen wat verdeeldheid kan veroorzaken of op zijn minst niet bijdraagt tot een harmonieuze samenleving.

37.3 De samenleving ontwikkelt zich dankzij de bijdrage van haar leden. Ieder draagt daartoe het zijne bij, namelijk de gaven die hij van God heeft ontvangen en die hij heeft vermeerderd door zijn verstand, door de hulp van de ge­meenschap en door de genade van God. Deze weldaden en gaven zijn ons geschonken om onze eigen persoonlijkheid te kunnen ontwikkelen en ons einddoel te bereiken; maar ook om onze naasten te dienen. Sterker nog, we zouden ons persoonlijk einddoel nooit bereiken als we geen bijdra­gen leverden aan het welzijn van allen.13

De ontwikkeling van de samenleving neemt geen rand­positie in Gods plannen in; daarom neemt de persoonlijke deelname van een ieder aan het algemeen belang het karak­ter aan van een onuitwisbare morele verplichting. «Daar derhalve het sociale leven voor de mens niet iets bijkomstigs is, komt in omgang met anderen, in wederzijds dienst­betoon en in dialoog met zijn broeders, de mens in al zijn gekregen talenten tot ontplooiing en is hij in staat aan zijn roeping te beantwoorden.»14 Sommige verplichtingen zijn van strikte rechtvaardigheid in de meest verschillende vor­men; andere zijn eisen van naastenliefde die veel verder gaan dan iedereen te geven wat hem, strikt genomen, toekomt. Beide typen van verplichtingen worden vervuld, telkens wanneer we bijdragen aan het welzijn van allen, opdat de maatschappij waarin we leven steeds menselijker en christelijker wordt, bijvoorbeeld «door die instellingen, hetzij van openbaar, hetzij van privé-initiatief, te bevorderen en te helpen welke tot taak hebben de levensvoorwaarden van de mensen te verbeteren»15: stichtingen, werken van naas­tenliefde en vorming, cultuur, publicaties die de gezonde leer doorgeven enz. Want «er zijn er echter die wel grootse en heel edelmoedige theorieën naar voren brengen, maar die in werkelijkheid blijven leven alsof ze geen enkele zorg voor de noden van de maatschappij hebben. Ja, meerderen doen, in verschillende gebieden, heel geringschattend over de sociale wetten en voorschriften»16, en hebben hun broeders, de mensen, evenals God de rug toegekeerd.

Laten we bij de Heer denken aan de mensen om ons heen. Draag ik, voor zover ik kan, bij aan het bevorderen van het algemeen belang, door tijd te besteden aan instel­lingen en werken tot welzijn van de samenleving, geef ik financiële steun voor initiatieven ten bate van anderen, vooral degenen in ergste nood? Vervul ik trouw de plichten die voortkomen uit het leven in gemeenschap: lawaai, pro­perheid...? Beoefen ik de deugden van een harmonieus samenleven -vriendelijkheid, dankbaarheid, optimisme, stiptheid, orde...- binnen mijn gezin? Word ik in het alge­meen bewogen door de inzet anderen te dienen, ook al is het maar in heel kleine dingen? «Ik hoop, dat je je iedere dag zodanig om de anderen bekommert, dat je je eigen bestaan vergeet!»17 Als we dit doen, zouden we al een groot deel van het geluk hebben gevonden dat we op aarde kunnen krij­gen, en zouden we anderen, die Gods kinderen en onze broeders zijn, geholpen hebben veel gelukkiger te zijn.

-1.Vgl. Eerste lezing, Jaar I, Gen 1,1 e.v. -2. Gen 1,27. -3. Vgl. Gen 12. -4. Gen 1,28. -5. Leo xiii, Enc. Immortale Dei, 1 november 1885. -6. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 12. -7. Pius xi, Enc. Divine Redemptoris, 19 maart 1937. -8. C. López Pardo, Sobre la vida y la muerte, 1973. -9. Ibidem. -10. Joh 15,12. -11. Pius xii, Enc. Summi pontificatus, 20 oktober 1939. -12. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 111. -13. Leo xiii, Enc. Rerum novarum, 15 september 1881. -14. Vaticanum ii, Past. const. Gaudium et spes, 25. -15. Ibidem, 30. -16. Ibidem. -17. H. Jozefmaria Escrivá, De Voor, 947.




Catalogus 2012
Aanbiedingen
De avonturen van Josemaría
van € 12,00 voor € 5,00
De heilige Jozefmaria Escrivá
van € 9,50 voor € 5,00
Meer aanbiedingen ...
Best verkocht
1 Kinderen van God
2 Korte Geschiedenis van de Katholieke Kerk
3 De Bijbel leren kennen
4 De Katholieke Kerk verkennen
Meer over best verkocht ...
Snel zoeken
Sitemaps: xml  html    ©De Boog 05 feb 2012