Vijfde zondag door het jaar (A)
34. Licht zijn door het goede voorbeeld
-Als christenen moeten we zout en licht in de
wereld zijn. Het goede voorbeeld moet voorop gaan. -Het goede voorbeeld in het
gezin, op het werk enz. -Het goede voorbeeld in de naastenliefde en de
matigheid. Zout dat zijn smaak verliest is nutteloos.
34.1 In het evangelie van de mis van deze zondag1 spreekt de Heer
over onze verantwoordelijkheid tegenover de wereld: Gij zijt het zout der aarde... Gij zijt het licht der wereld. En Hij zegt dit tot ieder van ons, tot ons allen die Hem willen
volgen.
Zout geeft smaak aan het voedsel, maakt dit
aangenaam, behoedt het voor bederf. Het was een symbool van de goddelijke
wijsheid. In het Oude Testament werd voorgeschreven, dat alles wat aan God
geofferd werd, met zout gekruid moest zijn2, waarmee degene die offerde zijn wens
kenbaar maakte, dat zijn offer God welgevallig zou zijn. Het licht is Gods eerste scheppingswerk3 en het symbool van de Heer van hemel en
van leven zelf. Duisternis, daarentegen, symboliseert dood, hel, chaos en
kwaad.
De leerlingen van Christus zijn het zout der aarde: ze
geven een diepere betekenis aan alle menselijke waarden, ze voorkomen het
bederf, ze brengen door hun woorden wijsheid naar de mensen. Ze zijn ook licht der wereld, dat richting geeft en de weg wijst te midden van de
duisternis. Als ze in overeenstemming met hun geloof leven, schitteren zij als sterren in het heelal4 door hun onberispelijk en ongerept gedrag, tijdens hun werk, bij hun dagelijkse bezigheden, in hun gewone
leven. Hoezeer daarentegen valt het op wanneer christenen hun rol niet spelen
in het gezin, in de maatschappij, in het openbare leven van de volkeren! Als
christenen de leer van Christus niet naar de plaatsen brengen waar hun leven
zich ontplooit, worden dezelfde menselijke waarden smakeloos, ze verliezen al
het transcendente, en vaak raken ze in het bederf.
Als we om ons heen kijken, lijkt het wel of de
mensen vaak het zout en het licht van Christus verloren hebben. «Het burgerlijk
leven is getekend door de gevolgen van geseculariseerde ideologieën, die reiken
van de verloochening van God of de beperking van de godsdienstvrijheid tot het
overdreven waarde hechten aan economische belangen ten koste van de menselijke
waarde van arbeid; van 'materialisme' en 'hedonisme' -die de waarde van
kinderrijke en hechte gezinnen, de waarde van het prille leven in de
moederschoot en de morele zorg voor de jeugd aanvallen- tot een 'nihilisme' dat
de wil ontneemt om cruciale problemen -zoals die van de nieuwe armen,
emigranten, etnische en religieuze minderheden, de juiste gebruikmaking van de
nieuwsmedia-aan te pakken, terwijl het wel het terrorisme bevordert.»5 Veel van het
kwaad is af te leiden van het «afdwalen van gedoopten en gelovigen van hun
diepe geloofsredenen en van de leer en moraal van de christelijke levensvisie,
die borg staat voor de evenwichtigheid van mens en gemeenschap.»6 We zijn zo ver gekomen, dat het nodig is
Europa en de wereld opnieuw te evangeliseren7, als gevolg van het snel toenemend aantal
christenen dat verzuimd heeft het zout en het licht te zijn, waar de Heer om
heeft gevraagd.
Christus liet ons zijn leer en zijn leven na,
opdat de mensen de zin van hun bestaan konden ontdekken en het geluk en heil
zouden vinden. Een stad kan niet
verborgen blijven als ze boven op een berg ligt! Men steekt toch ook niet een
lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten, maar men plaatst ze op de
standaard, zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn, zo vervolgt de Heer in het evangelie van deze mis. Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de
mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel
is. Hiervoor is
in de eerste plaats het goede voorbeeld van een oprecht leven nodig, een zuiver
gedrag, de beoefening van de menselijke en christelijke deugden in het
eenvoudige leven van alledag. Het licht, het goede voorbeeld moet voorop gaan.
34.2 Tegenover deze maalstroom van materialisme en zinnelijkheid die de
mensen verstikt, wil de Heer «dat uit onze zielen een andere golf opwelt -wit
en machtig, als de rechterhand van de Heer- die met zijn zuiverheid de
vuiligheid van alle materialisme zal overstromen, en het bederf dat over de
wereldbol golfde zal neutraliseren: om dit -en nog meer- te doen, komen de
kinderen Gods.»8 Het is onze taak om allen die met ons leven tot Christus te brengen;
we moeten ervoor zorgen, dat God geen vreemde in de maatschappij is.
We zullen de wereld daadwerkelijk veranderen -te
beginnen met die wellicht kleine wereld waarin onze activiteiten zich afspelen
en onze dromen ontwaken-, als het onderricht aanvangt met een persoonlijk
levensgetuigenis: als we het goede voorbeeld geven, bekwaam en eerlijk in het
beroepsleven zijn; in ons gezin door aan onze kinderen, onze ouders de aandacht
en tijd te schenken die ze nodig hebben; als men ons opgewekt ziet, ook te
midden van tegenslag en lijden; als we hartelijk zijn..., «zal men meer geloof
hechten aan onze daden dan aan welk betoog ook»9 en zal men zich aangetrokken voelen tot
het leven dat we met onze daden tonen. Het voorbeeld bereidt de aarde voor,
waarin het woord vruchtbaar zal worden. Zonder iets anders te doen dan hetgeen
gewone christenen eigen is, kunnen we laten zien wat het betekent om Christus
te volgen in het dagelijkse leven, zoals de eerste christenen gedaan hebben. De
heilige Paulus drukte de gelovigen van Efese op het hart: Ik vraag u met aandrang: leidt een leven dat
beantwoordt aan de roeping die gij van God ontvangen hebt.10 We moeten bekend
staan als mannen en vrouwen die loyaal zijn, eenvoudig, betrouwbaar,
blijmoedig, hardwerkend en optimistisch.
We moeten ons gedragen als mensen die hun
plichten goed vervullen en op elk moment als kinderen van God weten te
handelen, zonder zich te laten meeslepen door welke stroom ook. Het leven van
een christen zal dan een teken zijn waaraan men de Geest van Christus zal
herkennen. We moeten ons daarom vaak in ons persoonlijk gebed afvragen of onze collega's, familieleden
en vrienden bij het zien van ons handelen ertoe bewogen worden om God te
verheerlijken, omdat ze daarin het licht van Christus waarnemen. Het is een
goed teken als er licht in ons is en geen duisternis, liefde voor God en geen lauwheid. «Hij heeft jullie nodig... -zegt paus
Johannes Paulus ii-. In zekere zin lenen jullie Hem je gezicht, je hart, je hele persoon,
wanneer jullie, als trouwe dienaars van het evangelie, overtuigd zijn toegewijd
aan het heil van de ander. Dan zal Jezus zelf er goed voor staan. Maar als
jullie zwak en trouweloos zouden zijn, zou je zijn ware identiteit verduisteren
en Hem in het geheel geen eer bewijzen.»11 We mogen deze realiteit nooit uit het
oog verliezen: anderen moeten Christus zien in ons oprecht en rustig gedrag van
elke dag: op het werk en als we rusten, wanneer we goed of slecht nieuws
krijgen, als we spreken of zwijgen... En daarvoor is nodig, dat we de Meester van
nabij volgen.
34.3 In de eerste lezing12 somt de profeet Jesaja een reeks werken van barmhartigheid op, die een
christen de mogelijkheid geven de naastenliefde die hij in zijn hart draagt te
tonen. Ze houden in: de ander beminnen zoals de Heer ons bemint13: brood en
onderdak delen, naakten kleden, bedreigingen en vervloekingen afwenden... Dan -zo zingt de
tussenzang- zal uw licht schijnen als
de dageraad [...], uw licht zal in de duisternis schijnen, uw duisternis zal als
de middag worden.14 Als we naastenliefde beoefenen om ons heen, in de meest diverse
omstandigheden, zullen we een getuigenis afleggen dat velen tot het geloof in
Christus zal brengen, want Hij zelf heeft gezegd: Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt.15 Dezelfde
gebruikelijke omgangsnormen die veelal slechts uiterlijk vertoon zijn, maar
die, omdat ze nu eenmaal de sociale vaardigheden stimuleren, door heel veel
mensen worden gehanteerd; deze omgangsvormen moeten voor christenen ook de
vrucht zijn van naastenliefde en van hun vereniging met God, die deze handelingen
vult met een bovennatuurlijke inhoud, en de uitdrukking van hun innerlijke achting en
belangstelling. De heilige Theresia van Lisieux schrijft:
«Nu kan ik vermoeden, dat de ware naastenliefde bestaat in het verdragen van
alle fouten van mijn naaste; in het feit dat hun zwakheid mij niet verrast; dat
ik mij juist laat stichten door hun zwakste deugden. Maar vooral heb ik geleerd
dat de naastenliefde niet
diep in ons hart opgesloten mag blijven, want men steekt toch ook niet een lamp aan om ze onder
de korenmaat te zetten, maar men plaatst ze op de standaard, zodat ze licht
geeft voor allen die in huis zijn. Het komt mij
voor, dat deze lamp de naastenliefde uitbeeldt die moet schijnen en vreugde
schenken, niet alleen voor degenen die ik het meest bemin, maar voor allen die
in huis zijn»16, voor de hele familie, voor allen die ons werk delen... En deze
naastenliefde zal zich vaak openbaren door de gebruikelijke vormen van
wellevendheid en hoffelijkheid.
Een ander belangrijk aspect waarin wij,
christenen, het zout en licht waarover de Heer spreekt moeten zijn, is
matigheid en soberheid. Onze tijd «wordt gekenmerkt door het zoeken van
materieel welzijn, tegen elke prijs, en door het daarmee samenhangend vergeten
van alles wat lijden kan veroorzaken. Tegen dit perspectief zijn woorden zoals
God, zonde, kruis, versterving, eeuwig leven..., onbegrijpelijk geworden voor een
groot aantal mensen, omdat ze de betekenis en de inhoud ervan niet kennen.»17 Daarom is het dringend nodig
om een edelmoedig getuigenis te geven van matigheid en soberheid die de
waardigheid tonen van de kinderen van God, die de aardse goederen gebruiken «al
naar gelang hun behoeften en verplichtingen, door de matiging waarmee ze
gebruik ervan maken, en niet door er te veel waarde aan toe te kennen en zich
erdoor te laten meesleuren.»18
We bidden vandaag tot Onze Lieve Vrouw, dat wij
zout mogen zijn, dat het bederf van mens en maatschappij voorkomt, én licht dat
niet alleen schijnt maar ook warmte geeft, door woord en voorbeeld. Mogen we
altijd in liefde ontstoken zijn, niet gedoofd. Moge ons gedrag duidelijk het
beminnelijke aangezicht van Christus weerspiegelen. Laten wij, steunend op het
vertrouwen dat Zij ons inboezemt, vanuit het diepst van ons hart vragen: Heer
onze God, die van zoveel heiligen een lamp hebt gemaakt die zowel licht als
warmte geeft te midden van de mensen, laat ons met deze geestesgloed, als
kinderen van het licht, door het leven gaan.
-1. Mt 5,13-16. -2. Lev 2,13. -3. Gen 1,1-5. -4. Fil 2,15. -5. Johannes Paulus ii, Toespraak, 9 november
1982. -6. Ibidem. -7. Vgl. Idem, Toespraak, 11 oktober
1985. -8. H. Jozefmaria Escrivá, De Smidse, 23. -9. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs,
15,9. -10. Ef 4,1. -11. Johannes
Paulus ii, Homilie, 29 mei 1983. -12. Jes 58,7-10. -13. Joh 15,12. -14. Ps 3,4-5. -15. Joh 13,35. -16. H. Theresia van Lisieux, Geschiedenis eener ziel, 9, 24. -17. A. del Portillo, Brief, 25 december 1985, 4. -18. H. Augustinus, De gebruiken van de Katholieke Kerk, 1,21.
|